25 jun. 2026
Schriftelijke vragen Bomen en konijnen in de knel door gasgeneratoren
Schriftelijke vragen 119/2026
Per brief Tijdelijk afwijken van SPvE Isotopenweg t.b.v. realisatie (nood)stroomgeneratoren d.d. 24 juni werd de raad ingelicht over het voornemen om aan de Isotopenweg (nood)stroomgeneratoren te plaatsen. In de brief lezen we: “Het combineren van de (nood)stroomgeneratoren en vrachtwagenparkeren leidt tot meer verlies van groen (met name bomen) en meer schade aan beschermde diersoorten, zoals konijnen.” De Partij voor de Dieren was al tegen de ontwikkeling van het museumdepot en het aanleggen van de vrachtwagenparkeerplaats op deze locatie, omdat het hier om een van de weinige groene gebieden op Lage Weide gaat, die ook nog eens onderdeel uitmaakt van de Stedelijke Groenstructuur, en waarvoor 302 bomen gekapt moesten worden. Dat er nu nog meer bomen plat moeten en beschermde dieren in de knel komen, vinden we onwenselijk. Omdat de brief zo weinig informatie over bomen en dieren bevat en wij ons hier zorgen over maken, stellen wij de volgende vragen:
1. De raadsbrief spreekt over verlies van “groen (met name bomen)” door de realisatie van de (nood)stroomgeneratoren. Om hoeveel m2 en wat voor soort groen gaat het?
2. Om hoeveel bomen gaat het? Wat is de soort, leeftijd en conditie van deze bomen?
3. De brief is eveneens niet heel duidelijk over de compensatie van het groen. Daarom: hoe en waar is het college van plan dit groenverlies te compenseren?
4. Er is ook sprake van “schade aan beschermde diersoorten, zoals konijnen.” Het woord schade is raar – levende dieren zijn geen producten die beschadigd kunnen worden, maar ze raken verwond en kunnen overlijden. Is het college het met ons eens dat schade geen goed woord is?
5. Om welke beschermde diersoorten gaat het hier nou precies? Om hoeveel konijnen gaat het naar verwachting?
6. Het SPvE Isotopenweg vermeldde ook de aanwezigheid van vijf beschermde plantensoorten. In hoeverre zijn beschermde plantensoorten op de beoogde plek van de generatoren aanwezig en hoe houdt het college hier rekening mee?
7. Zijn er ook dieren die geen beschermde status genieten, maar voor wie deze locatie wel hun leefgebied is? Welke dieren zijn dat?
8. Is het college het met ons eens dat het voor de betrokken dieren het beste is als hun leefgebied helemaal niet verstoord en vernietigd wordt? Zo nee, waarom niet?
9. Is het college het met ons eens dat, als deze ontwikkeling onvermijdelijk is, er dan voor de bewuste dieren in elk geval een alternatief leefgebied moet komen en een route zodat ze daar veilig heen kunnen vluchten, dat deze verplaatsing tijdig moet plaatsvinden waarbij het voortplantingsseizoen ontzien wordt, en dat dieren alleen passief verplaatst moeten worden (oftewel: verleid om uit zichzelf te vertrekken)?
10. Klopt het dat in elk geval voor de konijnen een mitigeringsplan aan de provincie voorgelegd moet worden en kan het college toezeggen om minimaal bovenstaande zaken in dit plan vast te leggen en verder in overleg met de stadsecoloog maximaal in te zetten op dierenwelzijn bij deze ontwikkeling?
11. Kan het college toezeggen om de expertise van Stichting Snorhaar of een andere dierenhulporganisatie te betrekken bij de uitvoering van eventuele maatregelen?
12. Om hoeveel generatoren, met hoeveel m2 grondoppervlak, gaat het hier eigenlijk? Hoeveel MW gaat er opgewekt worden?
13. Hoeveel uur per jaar worden de generatoren naar verwachting per jaar worden ingezet?
14. In hoeverre is de hoeveelheid stikstof die de generatoren uit gaan stoten daadwerkelijk te vergunnen binnen de bestaande stikstofproblematiek?
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren