03 jul. 2025
Schriftelijke vragen Ecologie langs tracédeel 2 van de doorfietsroute Utrecht-Amersfoort
Schriftelijke vragen 113/2025
Op 21 mei informeerde het college ons over het vaststellen van het Voorlopig Ontwerp (VO) van de doorfietsroute Utrecht - Amersfoort. Onderdeel daarvan is tracédeel 2: de Alexander Numankade. In de raadsbrief staat op pagina 1 een afbeelding met een impressie hoe dit deel eruit komt te zien.
Op de afbeelding in de raadsbrief wordt duidelijk dat er aan de noordkant van het fietspad een breed trottoir voor voetgangers beschikbaar blijft. Aan de kant van de Biltsche Grift komt ook een smal voetpad door de groenstrook. Dit gaat hoe dan ook voor meer betreding van de oeverzone zorgen. Dit helemaal voorkomen zal niet kunnen en de ecologie op de oever komt dus meer onder druk te staan.
Het voetpad is aan de kant van het fietspad afgeschermd met een hekje maar aan de kant van het water niet. Er zijn enkele struiken getekend, maar het risico blijft groot dat mensen en honden naast het voetpaadje gaan lopen en daarmee de natuurlijke oever die er is nog meer zullen verstoren.
1. Welke mogelijkheden ziet het college allemaal om in het definitief ontwerp voor een inrichting te kiezen die onmogelijk maakt dat het bedachte voetpaadje breder uitgelopen wordt en dat mensen en honden naast het paadje gaan lopen (bijvoorbeeld een vergelijkbaar laag hekje aan de kant van het water, dode boomstammen langs het pad zoals ook verderop langs de Alexander Numankade, of doornige struiken langs het hele pad)?
2. Kan het college toezeggen deze mogelijkheden zoveel mogelijk te benutten?
3. Wat is, in het licht van de waarde van deze oever voor de biodiversiteit, volgens het college de meerwaarde om hier ook nog een paadje voor mensen toe te voegen (dat niet eens breed genoeg kan zijn voor alle soorten gebruikers), naast het voetpad wat ook al aan de andere kant van het fietspad voor mensen beschikbaar is?
4. Deelt het college de zorg dat de onmogelijkheid voor een breed pad juist zal leiden tot betreding van de oever?
5. De boomstammen die nu langs de Alexander Numankade liggen, blijven gehandhaafd. Kan het college bevestigen dat deze boomstammen zullen worden vervangen als ze vergaan?
In de raadsbrief wordt onder het kopje Samen stad maken melding gemaakt van gesprekken met onder andere bewonersgroep de Griftkikkers (zij beheren deze oeverzone). Hieruit lijkt het alsof de Griftkikkers meegedacht hebben en de maatregelen voldoende vinden om beschadiging van de biodiversiteit te voorkomen. Dit is echter niet het geval en de bewonersgroep maakt zich juist grote zorgen over de impact van het toevoegen van een voetpad in de oeverzone.
6. Hoe verklaart het college dat zij de situatie zo anders doet voorkomen dan hoe de Griftkikkers dit ervaren hebben?
7. De Griftkikkers hebben veel kennis en ervaring van de biodiversiteit op deze natuurlijke oevers. Zij zijn bij uitstek de specialisten om hierover te adviseren en hun advies serieus te nemen. Wat is precies hun inbreng geweest en met welke afwegingen heeft het college die terzijde geschoven?
8. Kan het college in het vervolg in raadsbrieven transparanter zijn over de inbreng van bewonersgroepen, dus naast noemen wie er meegepraat hebben, ook aangeven of deze meepraters het eindresultaat voldoende vinden?
9. Is de mening van omwonenden en van het Utrechts Archief wel goed weergegeven?
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Schriftelijke vragen 113/2025
Op 21 mei informeerde het college ons over het vaststellen van het Voorlopig Ontwerp (VO) van de doorfietsroute Utrecht - Amersfoort. Onderdeel daarvan is tracédeel 2: de Alexander Numankade. In de raadsbrief staat op pagina 1 een afbeelding met een impressie hoe dit deel eruit komt te zien.
Op de afbeelding in de raadsbrief wordt duidelijk dat er aan de noordkant van het fietspad een breed trottoir voor voetgangers beschikbaar blijft. Aan de kant van de Biltsche Grift komt ook een smal voetpad door de groenstrook. Dit gaat hoe dan ook voor meer betreding van de oeverzone zorgen. Dit helemaal voorkomen zal niet kunnen en de ecologie op de oever komt dus meer onder druk te staan.
Het voetpad is aan de kant van het fietspad afgeschermd met een hekje maar aan de kant van het water niet. Er zijn enkele struiken getekend, maar het risico blijft groot dat mensen en honden naast het voetpaadje gaan lopen en daarmee de natuurlijke oever die er is nog meer zullen verstoren.
1. Welke mogelijkheden ziet het college allemaal om in het definitief ontwerp voor een inrichting te kiezen die onmogelijk maakt dat het bedachte voetpaadje breder uitgelopen wordt en dat mensen en honden naast het paadje gaan lopen (bijvoorbeeld een vergelijkbaar laag hekje aan de kant van het water, dode boomstammen langs het pad zoals ook verderop langs de Alexander Numankade, of doornige struiken langs het hele pad)?
Antwoord: We verbreden de bestaande oeverzone door de bestaande rijbaan te versmallen. Het voetpad komt op het deel waar nu nog asfalt ligt. Door de aanleg van een smal (struin)pad van 90 cm in half verharding langs de Alexander Numankade, formaliseren we het bestaande olifantenpaadje. Het uitgesleten olifantenpaadje duidt erop dat van deze route al veel gebruik wordt gemaakt. In 2023 voerde een extern bureau (TAUW) een extra ecologisch onderzoek uit om mogelijk nadelige gevolgen van het ontwerp met het wandelpad in de oeverzone te beoordelen. Uit dit onderzoek blijkt dat de uitvoering van het ontwerp met het wandelpad de ecologische waarden van de oeverzone niet bedreigt. Citaat uit dit onderzoeksrapport : “Gezien er in de huidige situatie al fietsers en wandelaars met honden aanwezig zijn, zorgt de verbreding van het voetpad met zekerheid niet tot significant grotere verstoring voor beschermde natuurwaarden ten opzichte van de huidige situatie. Een negatief effect door het gebruik van het gerealiseerde voetpad op beschermde soorten is daarom uitgesloten. Er is daarnaast ook geen significant negatief effect op niet streng onder de Wnb beschermde soorten als algemene zoogdieren en algemene amfibieën. Ook voor deze soorten geldt dat de huidige verstoring reeds dusdanig is dat de in gebruik name van het voetpad niet zorgt voor significante verstoring.”
Omdat deze conclusie de zorgen bij bewonersgroep de Griftkikkers niet geheel heeft weggenomen, is in 2023 bij het IPvE FO het voetpad in de oeverzone versmald van 120 naar 90 cm (de minimale maat vanuit toegankelijkheid, zie Handboek openbare ruimte | gemeente Utrecht). Daarnaast passen we maatwerkoplossingen (zoals struiken en boomstammen) toe ter extra bescherming van de ecologische waarden van de oeverzone.
2. Kan het college toezeggen deze mogelijkheden zoveel mogelijk te benutten?
Antwoord: Ja, waar mogelijk passen we maatwerkoplossingen toe (zoals struiken en boomstammen) ter extra bescherming van de ecologische waarden van de oeverzone. Een laag hekje is hierdoor niet nodig en waarschijnlijk ook minder effectief om honden en wandelaars tegen te houden.
3. Wat is, in het licht van de waarde van deze oever voor de biodiversiteit, volgens het college de meerwaarde om hier ook nog een paadje voor mensen toe te voegen (dat niet eens breed genoeg kan zijn voor alle soorten gebruikers), naast het voetpad wat ook al aan de andere kant van het fietspad voor mensen beschikbaar is?
Antwoord: Naast het behoud van de biodiversiteit vinden we het belangrijk dat inwoners door/langs het groen in de stad kunnen lopen om het groen echt te ervaren. Het lopen op het voetpad langs de oeverzone is een andere ervaring dan lopen over de stoep aan de andere kant van de weg/fietspad. De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving voor iedereen o.a. door het aanleggen van ommetjes in het groen. We vinden ommetjes door het groen en/of langs het water belangrijk, zodat bewoners hier ook recreatief kunnen wandelen. Voorwaarde daarbij is het behoud van de natuurwaarden. En dat is hier het geval zo bevestigt het ecologisch onderzoek van TAUW. Bovendien hebben we het voetpad versmald van 120 naar 90 cm.
Het olifantenpaadje langs de Biltsche Grift wordt door gebruikers logisch en prettig gevonden omdat men het water kan volgen en meer van de natuur kan genieten omdat men er direct langs loopt. Door veelvuldig gebruik is deze uitgesleten looproute ontstaan. Wij achten het wenselijk om vanuit het ontwerp rekening te houden met het gebruik, omdat we verwachten dat het olifantenpaadje veelvuldig gebruikt blijft worden.
4. Deelt het college de zorg dat de onmogelijkheid voor een breed pad juist zal leiden tot betreding van de oever?
Antwoord: Nee, deze zorg delen we niet. Het pad moet worden beschouwd als een struinpad. De breedte van 90 cm is de minimale maat vanuit toegankelijkheid. Dit informele pad bestaat nu al jaren. We verwachten niet dat de oever meer betreden zal worden door het formaliseren van het bestaande pad. Dit zouden we eerder verwachten als het een geheel nieuw pad betrof.
5. De boomstammen die nu langs de Alexander Numankade liggen, blijven gehandhaafd. Kan het college bevestigen dat deze boomstammen zullen worden vervangen als ze vergaan?
Antwoord: We streven ernaar om, na uitvoering van de werkzaamheden, de boomstammen zoveel mogelijk te behouden vanwege hun functie als afscheiding met de kwetsbare oeverzone.
In de raadsbrief wordt onder het kopje Samen stad maken melding gemaakt van gesprekken met onder andere bewonersgroep de Griftkikkers (zij beheren deze oeverzone). Hieruit lijkt het alsof de Griftkikkers meegedacht hebben en de maatregelen voldoende vinden om beschadiging van de biodiversiteit te voorkomen. Dit is echter niet het geval en de bewonersgroep maakt zich juist grote zorgen over de impact van het toevoegen van een voetpad in de oeverzone.
6. Hoe verklaart het college dat zij de situatie zo anders doet voorkomen dan hoe de Griftkikkers dit ervaren hebben?
Antwoord: Sinds 2022 hebben we de Griftkikkers diverse keren op locatie gesproken. Ook via mail en telefonisch is er veelvuldig contact geweest. In november 2023 spraken we, samen met een ecoloog, op locatie met de Griftkikkers over het voetpad. Daarop is het pad versmald van 120 naar 90 cm, en zijn er extra maatregelen ter bescherming van de oeverzone toegepast door boomstammen en heesters toe te voegen. Helaas konden de gesprekken, de ecologische onderzoeken en de aanpassingen de zorgen bij De Griftkikkers over het voetpad en aantasting van de ecologische waarden van de oeverzone niet volledig wegnemen. Ze blijven daarom tegen de formalisering van het voetpad in de oeverzone. Overigens blijkt nu dat de Griftkikkers zich als beheergroep hebben opgeheven. Een bewoner heeft het beheer van de oeverzone (vanaf de hoek Jan van Galenstraat tot aan de Blauwkapelseweg) overgenomen, in overleg met gemeentelijk beheer.
7. De Griftkikkers hebben veel kennis en ervaring van de biodiversiteit op deze natuurlijke oevers. Zij zijn bij uitstek de specialisten om hierover te adviseren en hun advies serieus te nemen. Wat is precies hun inbreng geweest en met welke afwegingen heeft het college die terzijde geschoven?
Antwoord: Wij erkennen de kennis en ervaring van de Griftkikkers over het beheer van de oeverzone. Wij denken dat alle gesprekken (waarvan sommige met een ecoloog en sommige met de wethouder mobiliteit), de aanpassingen en het extra ecologisch onderzoek uitgevoerd door bureau TAUW aangeeft dat we hun opmerkingen serieus nemen. In de belangenafweging bleek het belang van een voetpad direct langs de groene oeverzone, waarover men een ommetje kan maken en daarmee de natuur kan ervaren, voor ons zwaarder te wegen dan voor de Griftkikkers. Zij blijven helaas tegen de formalisering van het voetpad in de oeverzone.
8. Kan het college in het vervolg in raadsbrieven transparanter zijn over de inbreng van bewonersgroepen, dus naast noemen wie er meegepraat hebben, ook aangeven of deze meepraters het eindresultaat voldoende vinden?
Antwoord: We begrijpen dit verzoek en zullen hier in het vervolg meer aandacht aan besteden in raadsbrieven, zodat de inbreng van meepraters duidelijker is.
9. Is de mening van omwonenden en van het Utrechts Archief wel goed weergegeven?
Antwoord: In het bijgevoegde verslag terugkoppeling reacties zijn de inzichten na alle gesprekken met omwonenden en Het Utrechts Archief nog uitgebreider beschreven. Wij zijn van mening dat in de brief en bijlagen de mening van omwonenden en het Utrechts Archief goed zijn weergegeven.
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren