11 feb. 2026
Schriftelijke vragen Tijdige hulp aan dieren bij rampen in Utrecht
Schriftelijke vragen 31/2026
Op 15 januari werd het centrum van Utrecht opgeschrikt door explosies en brand in de Visscherssteeg. Gelukkig zijn er geen mensen overleden en uiteindelijk zijn alle vermiste katten en honden teruggevonden. Veel betrokken inwoners en medewerkers van dierenhulporganisaties zijn dag en nacht bezig geweest om de drie nog vermiste katten te vangen. 20 januari werd poes Kerel buiten het afgezette gebied gevangen door haar ‘eigenaren’ en een professionele kattenvanger. Donderdag 22 januari mochten dierenhulpverleners van onder meer Zoekteam Midden-Nederland eindelijk samen met de ‘eigenaren’ van Doerak en Cara het afgezette gebied in. Die dag werd Doerak gevangen en 23 januari volgde zijn moeder Cara.
De Partij voor de Dieren kreeg van meerdere kanten signalen dat de hulpverlening aan dieren in het gebied niet goed voorbereid was en dat dierenhulporganisaties de toegang geweigerd werd door de brandweer. In het RTL-artikel staat dat de gemeente bewoners wél toestemming had gegeven om de dag na de explosies hun woning in te gaan, maar wij hoorden ook hier andere signalen over. Op 22 januari plaatste de ‘eigenaar’ van Cara en Doerak een noodkreet op haar social media richting de gemeente om nu toch écht toestemming te verlenen om de rampplek te betreden om haar katten te kunnen redden. Diverse bewoners waren wanhopig en een buurvrouw meldt dat er echt geen communicatie of discussie mogelijk was over het mogen zoeken naar de katten. Zij zegt: “Dat terwijl er al de hele week gewerkt en gelopen werd op het terrein. Een bulldozer is door de puin gegaan, terwijl de katten daar nog zaten.”
De Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben daarom de volgende vragen:
1. Hoe beoordeelt het college de hulpverlening aan de dieren op de rampplek qua tijdlijn en gang van zaken?
2. In hoeverre zijn er andere dieren dan katten en honden gered?
3. Welk orgaan was hoofdverantwoordelijk voor het verlenen van toegang tot de rampplek aan bewoners en dierenhulpverleners om de katten te kunnen helpen? Indien dit niet de gemeente was, welke bevoegdheden had de gemeente dan wél op dit gebied?
4. Wie had tijdens dit incident de regierol en coördinatie voor dierenwelzijn en de inzet van dierenhulporganisaties? Waar is deze verantwoordelijkheid formeel belegd en hoe heeft deze regie in de praktijk uitgewerkt?
5. Bestond er ten tijde van de explosies een formeel protocol, draaiboek of calamiteitenplan voor hulp aan (huis)dieren (ook andere dieren dan katten en honden) binnen de gemeente en/of de Veiligheidsregio Utrecht? Zo ja, wat schrijft dit voor en is dit protocol in dit geval gevolgd? Zo nee, waarom niet?
6. Hoe en op welke momenten zijn getroffen bewoners geïnformeerd over de mogelijkheden om hun huisdieren te redden en over de inzet van dierenhulporganisaties? Acht het college deze communicatie voldoende en wat kan hierin worden verbeterd?
Volgens Dierenambulance De Ronde Venen gingen zij op 15 januari op eigen initiatief assisteren en zijn zij niet gevraagd door de instanties om te helpen. De gemeente zou op hun aandringen de volgende dag Dierenambulance Utrecht vragen om te assisteren. In de raadsbrief van 22 januari staat dat de Dierenambulance in het stadhuis was om vragen te beantwoorden van bewoners en ondernemers en dat pas op 22 januari “Contact met de Dierenambulance [was], die een speciaal zoekteam heeft ingezet, en wordt in overleg met brandweer bezien welke stappen op een veilige manier kunnen plaatsvinden.” Dierenambulance Utrecht geeft aan dat er zeker welwillendheid was vanuit de gemeente en het Rode Kruis om hen te betrekken, maar dat de communicatie traag op gang kwam en dat hun beoogde rol ook niet duidelijk was. Zoekteam Midden-Nederland ging ook op eigen initiatief kijken of ze konden helpen. Dit is hen niet door de instanties gevraagd begrepen wij.
7. Hoe verklaart het college dat gespecialiseerde dierenhulporganisaties en zoekteams pas meerdere dagen na het incident toegang kregen tot het gebied? Welke veiligheids-, organisatorische of andere overwegingen lagen hieraan ten grondslag?
8. Klopt het dat Dierenambulance Utrecht op 16 januari door de gemeente is ingeschakeld op verzoek van Dierenambulance De Ronde Venen? Zo ja, wat was het specifieke verzoek vanuit de gemeente aan deze Dierenambulance?
9. Klopt het dat Zoekteam Midden-Nederland ook op eigen initiatief naar de rampplek gegaan om de dieren te helpen of zijn zij toch gevraagd door de gemeente/andere instanties? Indien zij gevraagd zijn: wanneer was dit?
10. Klopt het dat dierenhulpverleners en bewoners pas op 22 januari de rampplek mochten betreden om de katten te redden? Zo nee, hoe zit het dan?
11. Hoe worden bij calamiteiten de veiligheid van hulpverleners en de noodzaak tot snelle redding van dieren tegen elkaar afgewogen? Zijn hiervoor vaste criteria, richtlijnen of werkafspraken en zo ja, welke?
12. Herkent het college de onwelwillende reactie van de aanwezige brandweerman/brandweerlieden die wordt geschetst in het RTL-artikel? Zo ja, is de brandweer hierop aangesproken door het college? Zo nee, waarom niet en hoe zit het volgens het college dan?
13. Hebben de huisdieren van de getroffen bewoners nu allemaal een veilige plek om te verblijven totdat ze ofwel terug kunnen naar hun woning ofwel een andere woonruimte hebben gevonden? Zo nee, is het college bereid om deze veilige plek voor de bewoners met huisdieren te (laten) verzorgen?
14. Het valt ons op dat in de lange lijst van diensten die in de raadsbrief bedankt worden de dierenorganisaties en bewoners die dieren hebben geholpen worden vergeten. Zijn deze wel in persoon bedankt door de gemeente? Zo nee, waarom niet en is het college bereid om dit alsnog te doen?
15. Wanneer wordt de aangekondigde evaluatie van dit incident afgerond en wanneer wordt de raad geïnformeerd over de uitkomsten en concrete verbetermaatregelen?
Hulp aan dieren bij rampen algemeen
Een medewerker van Dierenambulance De Ronde Venen “Is het zat dat gedaan wordt of zij en haar collega's niet bij de hulpverlening horen. Het wordt tijd dat de andere hulpdiensten dat inzien. Ik doe dit werk 20 jaar en zie dat als er dieren bij een calamiteit betrokken zijn wij niet of pas uren later gebeld worden.” De Dierenambulance stuurde een brief naar Veiligheidsregio Utrecht over onderdeel worden van het crisisplan bij calamiteiten. De Partij voor de Dieren vroeg het college al eerder om hulp aan dieren een plek te geven in rampenplannen. Het college reageerde door te zeggen dat dit wel zou moeten. Nu hebben we helaas tijdens deze ramp ervaren dat het niet goed genoeg geregeld is. De reactie van de Veiligheidsregio in het RTL-artikel verbaast ons dan ook erg. Stichting Dieren in Rampen, die ons belde over onze vragen, vertelde dat zij goed contact hebben met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en dat ze in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gezamenlijk bezig zijn om dierenhulp bij rampen en crises een vaste plek te geven in de crisisscenario’s voor alle veiligheidsregio’s. Daar hadden de dieren bij de rampplek bij de Visscherssteeg echter nog niets aan.
16. Is het college ook verbaasd over de reactie van Veiligheidsregio Utrecht dat ze nu pas passende oplossingen gaan zoeken voor hulp aan dieren bij rampen? Zo nee, waarom niet?
17. In hoeverre heeft het college de afgelopen jaren het pleidooi van de PvdD meegenomen over goede rampenplannen inclusief hulp aan dieren richting Veiligheidsregio Utrecht? En hoe reageerde de Veiligheidsregio daar toen op?
18. Is het college bereid om op korte termijn contact op te nemen met de Veiligheidsregio en andere betrokken partijen om de hulp aan de dieren bij deze specifieke calamiteit grondig te evalueren? En ook om concrete afspraken vast te leggen over adequate en tijdige hulp aan dieren bij rampen, in samenspraak met (onder meer) de Dierenbescherming, Dierenambulance Utrecht, Dierenambulance De Ronde Venen (vanwege hun ervaring op deze rampplek) en Zoekteam Midden-Nederland? Zo nee, waarom niet?
19. In de raadsbrief van 22 januari staat dat de gemeente een nafase start. Is het college bereid om hier ook de (na)zorg voor de huisdieren in op te nemen? Zo nee, waarom niet?
20. Is het college bereid om – in nauwe samenwerking met Veiligheidsregio Utrecht, omdat die hier nu samen met Stichting Dieren in Rampen mee aan de slag gaat - structurele afspraken te maken met dierenhulporganisaties, zoals alarmeringsafspraken en/of financiering, zodat zij bij toekomstige calamiteiten direct en gecoördineerd kunnen worden ingezet? Zo nee, waarom niet?
Maarten van Heuven en Saskia Oskam, Partij voor de Dieren
Mahaar Fattal, GroenLinks
Schriftelijke vragen 31/2026
Op 15 januari werd het centrum van Utrecht opgeschrikt door explosies en brand in de Visscherssteeg. Gelukkig zijn er geen mensen overleden en uiteindelijk zijn alle vermiste katten en honden teruggevonden. Veel betrokken inwoners en medewerkers van dierenhulporganisaties zijn dag en nacht bezig geweest om de drie nog vermiste katten te vangen. 20 januari werd poes Kerel buiten het afgezette gebied gevangen door haar ‘eigenaren’ en een professionele kattenvanger. Donderdag 22 januari mochten dierenhulpverleners van onder meer Zoekteam Midden-Nederland eindelijk samen met de ‘eigenaren’ van Doerak en Cara het afgezette gebied in. Die dag werd Doerak gevangen en 23 januari volgde zijn moeder Cara.
De Partij voor de Dieren kreeg van meerdere kanten signalen dat de hulpverlening aan dieren in het gebied niet goed voorbereid was en dat dierenhulporganisaties de toegang geweigerd werd door de brandweer. In het RTL-artikel staat dat de gemeente bewoners wél toestemming had gegeven om de dag na de explosies hun woning in te gaan, maar wij hoorden ook hier andere signalen over. Op 22 januari plaatste de ‘eigenaar’ van Cara en Doerak een noodkreet op haar social media richting de gemeente om nu toch écht toestemming te verlenen om de rampplek te betreden om haar katten te kunnen redden. Diverse bewoners waren wanhopig en een buurvrouw meldt dat er echt geen communicatie of discussie mogelijk was over het mogen zoeken naar de katten. Zij zegt: “Dat terwijl er al de hele week gewerkt en gelopen werd op het terrein. Een bulldozer is door de puin gegaan, terwijl de katten daar nog zaten.”
De Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben daarom de volgende vragen:
1. Hoe beoordeelt het college de hulpverlening aan de dieren op de rampplek qua tijdlijn en gang van zaken?
Antwoord:
Een van de hoofdoelen van crisismanagement is beschermen van (bedreigde) bevolking en beperken van schade. De prioritering in het risicogebied begint met eigen veiligheid van hulpverleners; daarna redden van mensen en dieren, uitbreiding voorkomen, stabiliseren incident en verlenen nazorg. Bij het incident Visscherssteeg uitten opgevangen mensen uit het gebied hun zorg over het welzijn van achtergebleven huisdieren. Bij de registratie van mensen uit het rampgebied noteerden we zoveel als mogelijk bijzonderheden over hun woning en daarin nog mogelijk aanwezige huisdieren. Zowel in de acute fase als later, verkende de brandweer diverse panden op aanwezigheid van mensen en dieren. Fysiek als de veiligheid dit toeliet en met hulp van drones als de stabiliteit van de panden en daarmee de veiligheid van de hulpverleners dit niet toeliet. Later zijn speurhonden van de USAR ingezet om te onderzoeken of onder de puinhopen, waar hulpverleners en drones niet bij konden komen, nog slachtoffers lagen. Bij deze verkenningen zijn geen mensen en/of dieren aangetroffen.
Een aantal dieren bleek zichzelf in veiligheid te hebben gebracht door te vluchten en kwam in de dagen daarna terug of werd gevonden. Hoewel de VRU / brandweer officieel geen verantwoordelijkheid heeft voor het opsporen/zoeken van dieren, hebben collega’s van de brandweer in de dagen na de explosie op verzoek helpende hand geboden bij het zoeken naar vermiste huisdieren in de Visscherssteeg.
2. In hoeverre zijn er andere dieren dan katten en honden gered?
Antwoord:
Voor zover ons bekend zijn er geen andere dieren dan honden en katten uit het gebied gehaald.
3. Welk orgaan was hoofdverantwoordelijk voor het verlenen van toegang tot de rampplek aan bewoners en dierenhulpverleners om de katten te kunnen helpen? Indien dit niet de gemeente was, welke bevoegdheden had de gemeente dan wél op dit gebied?
Antwoord:
Op donderdag en vrijdag, de fase waarin de hulpdiensten het incident bestreden, gold GRIP 2 (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure). Conform het Regionaal Crisisplan van de VRU lag de operationele leiding ter plaatse voor de bestrijding van het incident bij de Leider van het CoPI (Commando Plaats Incident), dit is een bevelhebber van politie of brandweer. Daaronder valt ook voor de inschatting of het incidentgebied al dan niet veilig te betreden is. Nadat de hulpdiensten vrijdagavond de GRIP afschaalden, was gemeente verantwoordelijk voor de veiligheid. De plaats incident bleef, in verband met gevaar door instabiele panden voor onbevoegden, afgesloten. Een beveiligingsbedrijf hield daar toezicht en liet daartoe bevoegden alleen toe in overleg met de gemeente.
4. Wie had tijdens dit incident de regierol en coördinatie voor dierenwelzijn en de inzet van dierenhulporganisaties? Waar is deze verantwoordelijkheid formeel belegd en hoe heeft deze regie in de praktijk uitgewerkt?
Antwoord:
De crisisorganisatie is verantwoordelijk voor hulpverlening aan mens en dier. De eerste aandacht gaat naar evacueren en opvangen van mensen. Indien nodig kan iedere hulpverlenende partij de dierenhulpverlening inzetten. In dit geval was er contact met stichting dieren in rampen. Wel is in het ROT (Regionaal Crisisoverleg) in de eerste nacht gesproken over het welzijn van achtergelaten dieren. Hier is besloten dat in de eerste nacht niemand het afgezette gebied in kon om er dieren en zaken uit te halen. De bluswerkzaamheden waren nog bezig en er was mogelijk instortingsgevaar in het gebied. Besluit was bij daglicht te bezien of en hoe mensen het gebied in zouden kunnen om er onder begeleiding persoonlijke zaken (huisdieren, maar ook medicijnen e.d.) uit te halen. Dat is gebeurd.
5. Bestond er ten tijde van de explosies een formeel protocol, draaiboek of calamiteitenplan voor hulp aan (huis)dieren (ook andere dieren dan katten en honden) binnen de gemeente en/of de Veiligheidsregio Utrecht? Zo ja, wat schrijft dit voor en is dit protocol in dit geval gevolgd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
De Wet veiligheidsregio’s regelt dat bij incidenten, rampen en crises hulpverlening plaats vindt voor zowel mensen als dieren. Redden van dieren heeft dus altijd de aandacht. Het Regionaal Crisisplan is een regionale uitwerking van de Wet veiligheidsregio’s. In het Regionaal Crisisplan van de VRU is de hulpverlening aan mens en dier uitgewerkt. Er is geen specifiek protocol voor het redden van huisdieren opgenomen, wel voor het redden van vee.
6. Hoe en op welke momenten zijn getroffen bewoners geïnformeerd over de mogelijkheden om hun huisdieren te redden en over de inzet van dierenhulporganisaties? Acht het college deze communicatie voldoende en wat kan hierin worden verbeterd?
Antwoord:
Over de inzet van de dierenhulporganisaties is niet apart gecommuniceerd. Zoals gezegd zijn gegevens over huisdieren geregistreerd en gedeeld met de hulpdiensten.
Volgens Dierenambulance De Ronde Venen gingen zij op 15 januari op eigen initiatief assisteren en zijn zij niet gevraagd door de instanties om te helpen. De gemeente zou op hun aandringen de volgende dag Dierenambulance Utrecht vragen om te assisteren. In de raadsbrief van 22 januari staat dat de Dierenambulance in het stadhuis was om vragen te beantwoorden van bewoners en ondernemers en dat pas op 22 januari “Contact met de Dierenambulance [was], die een speciaal zoekteam heeft ingezet, en wordt in overleg met brandweer bezien welke stappen op een veilige manier kunnen plaatsvinden.” Dierenambulance Utrecht geeft aan dat er zeker welwillendheid was vanuit de gemeente en het Rode Kruis om hen te betrekken, maar dat de communicatie traag op gang kwam en dat hun beoogde rol ook niet duidelijk was. Zoekteam Midden-Nederland ging ook op eigen initiatief kijken of ze konden helpen. Dit is hen niet door de instanties gevraagd begrepen wij.
7. Hoe verklaart het college dat gespecialiseerde dierenhulporganisaties en zoekteams pas meerdere dagen na het incident toegang kregen tot het gebied? Welke veiligheids-, organisatorische of andere overwegingen lagen hieraan ten grondslag?
Antwoord:
Het incidentgebied dat was afgezet is in de eerste dagen in fasen verkleind tot het incidentgebied Visscherssteeg. Zodra een deel van het gebied veilig werd verklaard, konden bewoners (al dan niet onder begeleiding) terug naar de woning. De plaats incident bleef, in verband met gevaar door instabiele panden, afgesloten voor onbevoegden. Wel is de locatie waar mogelijk fysiek door gespecialiseerde professionals en met drones boven het gebied doorzocht. Verschillende katten hebben in de eerste dagen hun weg naar huis weer gevonden. Op maandagmiddag is de brandweer gevraagd bijstand te verlenen om de katten (Kerel, Doerak en Cara) in het afgezette gebied te lokaliseren en te vangen. Het is toen niet gelukt ze te vangen. Op woensdag 21 januari is kat Kerel door de eigenaar en een professionele kattenvanger gevangen. Op 22 januari is Doerak gevangen en een dag later kwam de kat Cara tevoorschijn. Hiermee werd de laatste van de vermiste katten met zijn baasjes herenigd.
8. Klopt het dat Dierenambulance Utrecht op 16 januari door de gemeente is ingeschakeld op verzoek van Dierenambulance De Ronde Venen? Zo ja, wat was het specifieke verzoek vanuit de gemeente aan deze Dierenambulance?
Antwoord:
Er is ons geen specifiek verzoek van de gemeente aan de dierenambulance Utrecht bekend.
9. Klopt het dat Zoekteam Midden-Nederland ook op eigen initiatief naar de rampplek gegaan om de dieren te helpen of zijn zij toch gevraagd door de gemeente/andere instanties? Indien zij gevraagd zijn: wanneer was dit?
Antwoord:
Dat klopt. Er is ons geen verzoek van de gemeente aan Zoekteam Midden-Nederland bekend.
10. Klopt het dat dierenhulpverleners en bewoners pas op 22 januari de rampplek mochten betreden om de katten te redden? Zo nee, hoe zit het dan?
Antwoord:
Nee dat klopt niet, het gebied was alleen toegankelijk voor bevoegde personen. Zie voor redden katten antwoord op vraag 7. Op zondag 25 januari zijn de eigenaren en bewoners van de getroffen panden in het incidentgebied onder begeleiding van professionals in het gebied geweest om de situatie ter plaatste te kunnen zien. In verband met de instabiliteit van de panden was dit een kort bezoek en konden er geen panden worden betreden.
11. Hoe worden bij calamiteiten de veiligheid van hulpverleners en de noodzaak tot snelle redding van dieren tegen elkaar afgewogen? Zijn hiervoor vaste criteria, richtlijnen of werkafspraken en zo ja, welke?
Antwoord:
Eigen veiligheid van hulpverleners gaat altijd voor het redden van dieren. Dieren die men tegenkomt, neemt men indien mogelijk mee.
12. Herkent het college de onwelwillende reactie van de aanwezige brandweerman/brandweerlieden die wordt geschetst in het RTL-artikel? Zo ja, is de brandweer hierop aangesproken door het college? Zo nee, waarom niet en hoe zit het volgens het college dan?
Antwoord:
De uitspraken van brandweercollega’s richting een vrijwilliger van de dierenambulance zijn ons onbekend. Wij hebben de brandweer hier niet over gesproken, maar weten dat zij met regelmaat goed en intensief samenwerken met dierenhulpverleningsorganisaties om dieren in nood te redden of anderszins te helpen. Dit is ook bij het incident Visscherssteeg gebeurd. Zie antwoord vraag 7.
13. Hebben de huisdieren van de getroffen bewoners nu allemaal een veilige plek om te verblijven totdat ze ofwel terug kunnen naar hun woning ofwel een andere woonruimte hebben gevonden? Zo nee, is het college bereid om deze veilige plek voor de bewoners met huisdieren te (laten) verzorgen?
Antwoord:
Ja, alle bewoners die niet kunnen terugkeren naar hun woning, hebben een passende woning voor henzelf en eventuele huisdieren. Voor enkelen geldt dat dit nog wel een tijdelijke oplossing is.
14. Het valt ons op dat in de lange lijst van diensten die in de raadsbrief bedankt worden de dierenorganisaties en bewoners die dieren hebben geholpen worden vergeten. Zijn deze wel in persoon bedankt door de gemeente? Zo nee, waarom niet en is het college bereid om dit alsnog te doen?
Antwoord:
Er is veel aandacht geweest voor het vinden van de vermiste huisdieren en uiteraard zijn we iedereen die zich hiervoor heeft ingezet zeer erkentelijk.
15. Wanneer wordt de aangekondigde evaluatie van dit incident afgerond en wanneer wordt de raad geïnformeerd over de uitkomsten en concrete verbetermaatregelen?
Antwoord:
De leerevaluatie wordt uitgevoerd door een extern bureau en vindt dit voorjaar plaats. De uitkomsten worden tegen de zomer verwacht.
Hulp aan dieren bij rampen algemeen
Een medewerker van Dierenambulance De Ronde Venen “Is het zat dat gedaan wordt of zij en haar collega's niet bij de hulpverlening horen. Het wordt tijd dat de andere hulpdiensten dat inzien. Ik doe dit werk 20 jaar en zie dat als er dieren bij een calamiteit betrokken zijn wij niet of pas uren later gebeld worden.” De Dierenambulance stuurde een brief naar Veiligheidsregio Utrecht over onderdeel worden van het crisisplan bij calamiteiten. De Partij voor de Dieren vroeg het college al eerder om hulp aan dieren een plek te geven in rampenplannen. Het college reageerde door te zeggen dat dit wel zou moeten. Nu hebben we helaas tijdens deze ramp ervaren dat het niet goed genoeg geregeld is. De reactie van de Veiligheidsregio in het RTL-artikel verbaast ons dan ook erg. Stichting Dieren in Rampen, die ons belde over onze vragen, vertelde dat zij goed contact hebben met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en dat ze in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gezamenlijk bezig zijn om dierenhulp bij rampen en crises een vaste plek te geven in de crisisscenario’s voor alle veiligheidsregio’s. Daar hadden de dieren bij de rampplek bij de Visscherssteeg echter nog niets aan.
16. Is het college ook verbaasd over de reactie van Veiligheidsregio Utrecht dat ze nu pas passende oplossingen gaan zoeken voor hulp aan dieren bij rampen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Nee, dat zijn wij niet. De VRU is op dit moment bezig met de uitwerking van het in oktober 2025 door de Stichting Dieren in Rampen opgestelde landelijke convenant voor alle veiligheidsregio’s. Om de dierenhulpverlening een plek te geven binnen de regionale hulpverlening, werkt de VRU met de Stichting Dieren in Rampen een overeenkomst uit, over de inzet van deze dierenambulances bij grote incidenten waarbij ook huisdieren getroffen zijn. In onze regio zijn 12 dierenambulances. Deze moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitscriteria om als coördinerende dierenambulance te kunnen optreden.
17. In hoeverre heeft het college de afgelopen jaren het pleidooi van de PvdD meegenomen over goede rampenplannen inclusief hulp aan dieren richting Veiligheidsregio Utrecht? En hoe reageerde de Veiligheidsregio daar toen op?
Antwoord:
De eerdere signalen zijn onder de aandacht van de VRU gebracht. Zie verder antwoord bij vraag 16.
18. Is het college bereid om op korte termijn contact op te nemen met de Veiligheidsregio en andere betrokken partijen om de hulp aan de dieren bij deze specifieke calamiteit grondig te evalueren? En ook om concrete afspraken vast te leggen over adequate en tijdige hulp aan dieren bij rampen, in samenspraak met (onder meer) de Dierenbescherming, Dierenambulance Utrecht, Dierenambulance De Ronde Venen (vanwege hun ervaring op deze rampplek) en Zoekteam Midden-Nederland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Zie antwoord op vraag 16. De crisisinzet wordt geëvalueerd, hierin wordt ook dit onderdeel meegenomen. Het past hier niet op de uitkomsten vooruit te lopen.
19. In de raadsbrief van 22 januari staat dat de gemeente een nafase start. Is het college bereid om hier ook de (na)zorg voor de huisdieren in op te nemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Gelukkig is daar geen aanleiding toe nu alle huisdieren weer aan de zorg van de eigenaren zijn toevertrouwd. Er is veel aandacht geweest voor het vinden van de vermiste huisdieren en uiteraard zijn we iedereen die zich hiervoor heeft ingezet zeer erkentelijk.
20. Is het college bereid om – in nauwe samenwerking met Veiligheidsregio Utrecht, omdat die hier nu samen met Stichting Dieren in Rampen mee aan de slag gaat - structurele afspraken te maken met dierenhulporganisaties, zoals alarmeringsafspraken en/of financiering, zodat zij bij toekomstige calamiteiten direct en gecoördineerd kunnen worden ingezet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Dit is een landelijke overeenkomst van de Stichting Dieren in Rampen met de VRU, waarin afspraken worden gemaakt wie de coördinerende dierenambulance wordt bij een incident waarin huisdieren betrokken zijn. Zie verder antwoord op vraag 16.
Maarten van Heuven en Saskia Oskam, Partij voor de Dieren
Mahaar Fattal, GroenLinks