Vraag

08 apr. 2026

Schriftelijke vragen Nieuwe verlichting, meer lichtvervuiling

Schriftelijke vragen 65/2026

De lichtvervuiling door nieuwe LED-verlichting in de openbare ruimte lijkt de laatste tijd ernstig toe te nemen. Daarover ontvangt de Partij voor de Dieren steeds meer meldingen van bewoners. Het gaat om een deel van Utrecht Oost, Nieuw Engeland, de Bokkenbuurt en mogelijk ook andere wijken/buurten. Een bewoner schrijft: “Het licht is sindsdien zo fel, dat het in de avond bijna lichter is op de stoep dan overdag.” Een ander: “De lantaarnpalen zijn vervangen door lantaarnpalen met fel wit LED-licht die bedoeld zijn voor een voetbalveld en erg schadelijk voor alle bomen, planten en dieren in ons parkje.”. Omwonenden van dit park aan de Wulpstraat schreven naar de afdeling Volksgezondheid: “De oude lantaarnpalen waren donkergroen, met zacht licht en een brede schuine kap, waardoor het licht naar beneden scheen met minimale horizontale lichtuitstraling. De nieuwe lantaarnpalen hebben fel wit licht en een zeer hoge brede lichtuitstraling.”. 
            
Bij eerdere vragen van de Partij voor de Dieren schreef het college dat de LED-verlichting die de oude verlichting zou gaan vervangen juist zachter zou zijn en minder lichtvervuiling zou veroorzaken, maar aan de hand van de meldingen van de bewoners (b)lijkt het tegendeel het geval. Bewoners spraken de installateurs aan en die zeiden dat “er meer dan 200 lantaarnpalen zijn vervangen en er ook al meer dan 200 klachten waren ontvangen (en dat het inderdaad om fel wit LED-licht gaat)”. Mensen kunnen niet slapen door de nieuwe verlichting, parkjes in zelfbeheer en ander groen worden te veel aangelicht en mensen maken zich zorgen om dieren die er (nu nóg meer) last van hebben, zoals vogels, vleermuizen en insecten. 

De Partij voor de Dieren deelt die zorgen en heeft daarom de volgende vragen: 

1. Nederland staat in de top 10 van de landen met de hoogste mate van lichtvervuiling en Utrecht staat op nummer 5 van meest verlichte steden in Nederland. Hoe staat het nu met de visie/het beleid van het college om lichtvervuiling tegen te gaan? En hoe verhoudt het plaatsen van deze nieuwe felle LED-lampen zich tot die visie/dat beleid?

2. Herkent het college de klachten van bewoners over de toegenomen lichtvervuiling door de nieuwe LED-verlichting? 

3. Een bewoner meldt dat de gemeente antwoordde op zijn klacht met: “we gaan de felheid van de lampen niet aanpassen” en “we dimmen de lampen na 23:00 uur niet meer (waar dat voorheen wel gebeurde)”. Herkent het college deze uitspraken van ‘de gemeente’ en klopt dat met hoe het college erin staat?

3a. Zo ja, waarom worden de lampen na 23:00 uur niet meer gedimd en geldt dit voor lampen in de gehele gemeente? Zo ja, waarom? Zo nee, hoe zit het dan?  

3b. Gebouwen zouden na 23:00 uur niet meer worden aangelicht (dat schakelde mee met het dimmen van de LED's). Als de gemeente de LED's niet meer dimt, blijven de gebouwen dan ook aangelicht? Zo ja, waarom?

4. Hoe kan het dat het college eerder schetste dat de LED-verlichting juist mínder lichtvervuiling zou gaan veroorzaken, dat het om een ‘zacht’ of ‘warm’ soort LED-verlichting zou gaan en dat het tegendeel nu waar (b)lijkt te zijn? 

5. Vleermuizen, vogels en insecten leven overal, zij verplaatsen zich en hun leefgebied moet kunnen groeien/zich verplaatsen. Waarom worden er daarom niet, als dat mogelijk is, standaard lage (maximaal 3 meter hoge) lantaarnpalen met amberkleurig licht geplaatst? Zo wordt een grotere leef-/foerageeromgeving gecreëerd. 

6. Het blijkt niet alleen om nieuwe lampen, maar ook om nieuwe en ‘glanzender’ lantaarnpalen te gaan. Is dit het geval bij alle nieuwe LED-lampen? Waarom is gekozen voor nieuwe ‘glanzender’ lantaarnpalen die juist méér naar de zijkant uitstralen en niet de donkergroene die er eerst stonden? Hebben deze nieuwe lantaarnpalen ook ‘slechtere’ armaturen, waardoor er meer lichtvervuiling is ontstaan (bijvoorbeeld naar boven of opzij)? [1]

7. Waarom worden de lantaarnpalen nu vervangen, maar niet door de nieuwe lampenkappen die uit de ontwerpwedstrijd zijn gekomen? 

8. Waarom worden de oude lantaarnpalen niet hergebruikt/omgebouwd, in het kader van duurzaamheid en een circulaire economie?

Bewoners rond het parkje aan de Wulpstraat hebben met zijn allen de gemeente gemaild en daarop reageerde een woordvoerder van ‘Stadsingenieurs’ als volgt: “Ik heb de situatie bekeken en ben met u eens dat de nieuwe LED-verlichting de sfeer en omgeving niet goed past. We zullen de aannemer opdracht geven Model Utrecht armatuur - ook wel Chinese hoedje genoemd - hier te plaatsen en dan uitgevoerd met amberkleurige LED, zodat de lichtuitstraling warmer is en ook minder hinderlijk voor natuur en fauna.” Dit is natuurlijk beter, maar was niet gebeurd als de bewoners niet met zijn allen bezwaar hadden gemaakt. En in Nieuw Engeland zijn sommige armaturen volgens een bewoner een beetje afgeplakt. We vragen ons dus af waarom dit in eerste instantie niet goed gaat en of – als er geen mondige bewoners wonen of er sowieso weinig mensen wonen en dus vooral dieren er last van blijven hebben – de armaturen die nu ook te veel licht uitstralen, maar geen mondige bewoners om zich heen hebben nu ‘gewoon’ blijven staan, terwijl dat niet zou moeten. 

9. Kan de gemeente in plaats van de woorden “Chinees hoedje” voortaan voor een neutrale beschrijving kiezen (zoals punthoedje), omdat spreken over “Chinees hoedje” stigmatiserend en racistisch is? Zo nee, waarom niet?

10. Op hoeveel locaties is inmiddels de nieuwe LED-verlichting geplaatst? Hoe vaak (en indien mogelijk om dit overzichtelijk weer te geven ook waar), is deze verlichting geplaatst in of bij openbaar groen? 

11. Hoeveel nieuw geplaatste lantaarnpalen/armaturen zijn inmiddels aangepast naar aanleiding van klachten van bewoners en waar is dit gebeurd? En indien ze aangepast zijn: is dit voldoende om zoveel mogelijk lichtvervuiling en natuurverstoring tegen te gaan en naar tevredenheid van de bewoners of niet? 

12. Zijn er ook lampen vervangen in grotere parken en natuurgebieden in Utrecht en is hier nu ook meer lichtvervuiling ontstaan? Zo ja, wat gaat het college doen om dit terug te draaien of aan te passen, aangezien dieren, groen en water juist extra beschermd zouden (moeten) worden tegen lichtvervuiling?

13. Wat gaat het college doen om de ontstane extra lichtvervuiling door alle nieuwe lantaarnpalen/lampen aan te pakken, zodat de natuur, dieren en mensen er minder of liever geen last (meer) van hebben? Denk aan het overal toevoegen van de Model Utrecht armatuur (‘punthoedje’), afplakken van een deel van de armaturen, het vervangen van de LED-lampen door mildere en natuurvriendelijkere (amberkleurige) lampen, het dimmen van de lampen e.d. Indien het college niets gaat doen om deze (extra) lichtvervuiling aan te pakken: waarom niet?

14. Hoeveel nieuwe lampen en lantaarnpalen worden er nu nog geplaatst, in welke wijken/buurten en hoe gaat het college voorkomen dat ook daar meer lichtvervuiling ontstaat? Op welke wijze is er rekening gehouden met uitstraling naar boven, groen en water? 

15. Heeft het college van tevoren overlegd over deze nieuwe lampen met de initiatiefnemers van het burgerinitiatief tegen lichtvervuiling? Zo nee, waarom niet en is het college bereid om (alsnog) in overleg te treden met deze initiatiefnemers en (als zij dat willen) bewoners die de lichtvervuiling in hun buurt hebben zien toenemen? Zo nee, waarom niet?

Naar aanleiding van Schriftelijke vragen 191/2025 en ‘oude’ lichtvervuiling
In antwoord op vraag 2 van SV 191/2025 schreef het college dat zij de open deksels op de fietsbrug bij Desto en in het Waterwinpark zou aanpassen/verhelpen. Deze staan er echter nog steeds. In Leidsche Rijn staan overigens op diverse andere plekken ook nog steeds armaturen met open deksels. Denk aan de omgeving Mastboslaan, Hoekelumseboslaan en het parkeerterrein Sportpark de Paperclip. Deze staan allemaal min of meer "in" het Máximapark. En mogelijk zijn er nog meer plekken waar die open deksels nog staan.  

Onlangs zagen wij zelf lichtbollen zonder enige afscherming naar boven (net naast een bedrijventerrein, maar wel in de openbare ruimte) op de Van Zijstweg.

16. Kan het college een tijdsplanning geven waarin ze de armaturen met open deksel in ieder geval op de genoemde locaties, maar liefst in de gehele gemeente gecontroleerd en opgelost heeft? Zo nee, waarom niet?

Sowieso is er nog veel lichtvervuiling in de Utrechtse parken, zonder dat daar de lampen (vooralsnog?) zijn vervangen. Dus ook met de al langer bestaande lichtvervuiling moet het college aan de slag. In het Waterwinpark zet de armatuur Alura het hele park in het schijnsel. Er zitten bosuilen in de buurt. Als de verlichting daar beter op de voetpaden zou zijn gericht, dan kan er bijvoorbeeld door die uilen worden gejaagd.

17. Kan het college voor de parken en natuurgebieden in Utrecht (inclusief de Rijnkennemerlaan, aangezien daar verblindende verticale TL-balken hangen die de hele strook aanlichten), zoals het Waterwinpark en het Máximapark, aangeven hoe er rekening is gehouden met de afscherming van armaturen? En waar de armaturen nog niet goed zijn afgeschermd: is het college bereid om dit alsnog te doen óf armaturen te plaatsen die alleen de straat verlichten met licht afgestemd op dieren, groen en water? Zo nee, waarom niet?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

[1] Antwoord op SV 191/2025: “De huidige moderne LED-armaturen zijn in staat om het licht veel gerichter op het straatoppervlak te projecteren.”

Schriftelijke vragen 65/2026

De lichtvervuiling door nieuwe LED-verlichting in de openbare ruimte lijkt de laatste tijd ernstig toe te nemen. Daarover ontvangt de Partij voor de Dieren steeds meer meldingen van bewoners. Het gaat om een deel van Utrecht Oost, Nieuw Engeland, de Bokkenbuurt en mogelijk ook andere wijken/buurten. Een bewoner schrijft: “Het licht is sindsdien zo fel, dat het in de avond bijna lichter is op de stoep dan overdag.” Een ander: “De lantaarnpalen zijn vervangen door lantaarnpalen met fel wit LED-licht die bedoeld zijn voor een voetbalveld en erg schadelijk voor alle bomen, planten en dieren in ons parkje.”. Omwonenden van dit park aan de Wulpstraat schreven naar de afdeling Volksgezondheid: “De oude lantaarnpalen waren donkergroen, met zacht licht en een brede schuine kap, waardoor het licht naar beneden scheen met minimale horizontale lichtuitstraling. De nieuwe lantaarnpalen hebben fel wit licht en een zeer hoge brede lichtuitstraling.”. 
            
Bij eerdere vragen van de Partij voor de Dieren schreef het college dat de LED-verlichting die de oude verlichting zou gaan vervangen juist zachter zou zijn en minder lichtvervuiling zou veroorzaken, maar aan de hand van de meldingen van de bewoners (b)lijkt het tegendeel het geval. Bewoners spraken de installateurs aan en die zeiden dat “er meer dan 200 lantaarnpalen zijn vervangen en er ook al meer dan 200 klachten waren ontvangen (en dat het inderdaad om fel wit LED-licht gaat)”. Mensen kunnen niet slapen door de nieuwe verlichting, parkjes in zelfbeheer en ander groen worden te veel aangelicht en mensen maken zich zorgen om dieren die er (nu nóg meer) last van hebben, zoals vogels, vleermuizen en insecten. 

De Partij voor de Dieren deelt die zorgen en heeft daarom de volgende vragen: 

1. Nederland staat in de top 10 van de landen met de hoogste mate van lichtvervuiling en Utrecht staat op nummer 5 van meest verlichte steden in Nederland. Hoe staat het nu met de visie/het beleid van het college om lichtvervuiling tegen te gaan? En hoe verhoudt het plaatsen van deze nieuwe felle LED-lampen zich tot die visie/dat beleid?

Antwoord: Het terugdringen van lichtvervuiling is een wezenlijk onderdeel van ons beheer van de openbare ruimte. We streven ernaar om de stad ’s nachts veilig en prettig verlicht te houden, terwijl we tegelijkertijd de negatieve effecten van overmatig kunstlicht op natuur, omgeving en leefkwaliteit zoveel mogelijk beperken. In het Handboek Openbare Ruimte (HOR) zijn eisen aan onze verlichting opgenomen die onder andere borgen dat we de openbare ruimte efficiënt verlichten met zo min mogelijk lichtvervuiling richting groen en water. Deze eisen zijn mede tot stand gekomen naar aanleiding van de motie M126 Burgerinitiatief Elke nacht verdient een nacht van de nacht uit 2017.

We vervangen in de hele stad de straatverlichting door energiezuinige LED-armaturen. De nieuwe LED-lampen geven warm wit licht, wat zowel de verkeersveiligheid als de sociale veiligheid verbetert. Tegelijkertijd beperken we lichtvervuiling door afschermingen toe te passen en zo negatieve effecten op dieren, groen en water te verminderen. Veel verlichting wordt bovendien om 23.00 uur gedimd. 

Tijdens de recente vervangingswerkzaamheden is gebleken dat een onderdeel in de armaturen ontbreekt. Dit onderdeel zorgt voor een gelijkmatige verdeling van het licht. We zijn dit momenteel aan het herstellen door het ontbrekende onderdeel in de betreffende armaturen te plaatsen. Wij verwachten dat de lichthinder daarmee zal verminderen. In het plantsoen bij Wulpstraat op de foto’s is een verkeerd type verlichting geplaatst. Dit wordt zo snel mogelijk opgelost.

2. Herkent het college de klachten van bewoners over de toegenomen lichtvervuiling door de nieuwe LED-verlichting? 

Antwoord: We zien altijd een toename in het aantal meldingen over lichthinder (de ervaren overlast door kunstlicht) wanneer we LED verlichting plaatsen. Meldingen van lichthinder worden individueel beoordeeld en waar nodig verholpen, bijvoorbeeld door het plaatsen van afschermingen. Een deel van de huidige meldingen wordt veroorzaak door het ontbrekende onderdeel. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 1 wordt dit onderdeel momenteel in de desbetreffende armaturen geplaatst. Wij verwachten dat de lichthinder daarmee zal verminderen.

3. Een bewoner meldt dat de gemeente antwoordde op zijn klacht met: “we gaan de felheid van de lampen niet aanpassen” en “we dimmen de lampen na 23:00 uur niet meer (waar dat voorheen wel gebeurde)”. Herkent het college deze uitspraken van ‘de gemeente’ en klopt dat met hoe het college erin staat?

3a. Zo ja, waarom worden de lampen na 23:00 uur niet meer gedimd en geldt dit voor lampen in de gehele gemeente? Zo ja, waarom? Zo nee, hoe zit het dan?  

Antwoord: We hebben niet kunnen achterhalen waar of wanneer dit op deze wijze abusievelijk gecommuniceerd is. De verlichting wordt na 23:00 uur nog steeds gedimd. Er zijn geen aanpassingen geweest in dit beleid. We zullen controleren of de juiste informatie op dit punt voor onze medewerkers beschikbaar is.

3b. Gebouwen zouden na 23:00 uur niet meer worden aangelicht (dat schakelde mee met het dimmen van de LED's). Als de gemeente de LED's niet meer dimt, blijven de gebouwen dan ook aangelicht? Zo ja, waarom?

Antwoord: Nee, de aangelichte gebouwen worden vanaf 23:00 niet meer aangelicht. Ook hier zijn geen aanpassingen geweest.

4. Hoe kan het dat het college eerder schetste dat de LED-verlichting juist mínder lichtvervuiling zou gaan veroorzaken, dat het om een ‘zacht’ of ‘warm’ soort LED-verlichting zou gaan en dat het tegendeel nu waar (b)lijkt te zijn? 

Antwoord: De gehanteerde lichtkleur is warm-wit (3000K) en dit is een zachte lichtkleur. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 1 weten we dat een onderdeel in de armaturen ontbreekt, hierdoor ontstaan veel meldingen over lichthinder. Wij verwachten dat de lichthinder zal verminderen wanneer het missende onderdeel geplaatst is.

5. Vleermuizen, vogels en insecten leven overal, zij verplaatsen zich en hun leefgebied moet kunnen groeien/zich verplaatsen. Waarom worden er daarom niet, als dat mogelijk is, standaard lage (maximaal 3 meter hoge) lantaarnpalen met amberkleurig licht geplaatst? Zo wordt een grotere leef-/foerageeromgeving gecreëerd. 

Antwoord: De openbare verlichting heeft meerdere (primaire) functies waaronder verkeersveiligheid en sociale veiligheid. We hanteren daarom standaard masthoogtes om de openbare ruimte zo efficiënt mogelijk te verlichten. Bij een lagere mast zijn er meer masten nodig om dezelfde mate van verlichting te bereiken. Amberkleurig licht geeft minder kleurherkenning dan warm-wit licht en beïnvloedt daarmee het veiligheidsgevoel van de inwoners. Daarnaast optimaliseren we het energieverbruik door gebruik te maken van warm-wit licht.

6. Het blijkt niet alleen om nieuwe lampen, maar ook om nieuwe en ‘glanzender’ lantaarnpalen te gaan. Is dit het geval bij alle nieuwe LED-lampen? Waarom is gekozen voor nieuwe ‘glanzender’ lantaarnpalen die juist méér naar de zijkant uitstralen en niet de donkergroene die er eerst stonden? Hebben deze nieuwe lantaarnpalen ook ‘slechtere’ armaturen, waardoor er meer lichtvervuiling is ontstaan (bijvoorbeeld naar boven of opzij)? [1]

Antwoord: We vervangen niet alle lantaarnpalen maar alleen de palen die door hun leeftijd of conditie aan vervanging toe zijn. Hier plaatsen we de palen terug die conform het handboek openbare ruimte passend bij de locatie. Het klopt dat nieuwere lantaarnpalen in het begin wat glanzender zijn, maar die glans neemt met de tijd af. Op de nieuwe palen wordt ook altijd een nieuw armatuur geplaatst. Dit nieuwe armatuur schijnt niet omhoog en gedeeltelijk opzij, wat noodzakelijk is.

7. Waarom worden de lantaarnpalen nu vervangen, maar niet door de nieuwe lampenkappen die uit de ontwerpwedstrijd zijn gekomen? 

Antwoord: We vervangen onze palen op basis van inspecties en onze armaturen in het kader van de ambitie om over te stappen op energiezuinige LED-verlichting. Hierbij zetten we waar mogelijk in op hergebruik: geschikte palen worden opgeknapt en armaturen worden omgebouwd, zodat inzet van grondstoffen wordt beperkt. De armaturen uit de ontwerpwedstrijd zijn nog niet gereed voor productie. Het winnende ontwerp moet eerst verder technisch worden uitgewerkt. De ontwikkeling van een nieuw armatuur duurt doorgaans circa twee jaar, waardoor deze naar verwachting pas begin 2028 productierijp zijn.

8. Waarom worden de oude lantaarnpalen niet hergebruikt/omgebouwd, in het kader van duurzaamheid en een circulaire economie?

Antwoord: Waar mogelijk hergebruiken we de palen en armaturen. De palen knappen we op om ergens anders teruggeplaatst te worden en de armaturen worden, waar dit nog mogelijk is, gerenoveerd. Zo zijn er al hergebruikte palen geplaatst aan de Plantage en renoveren we op dit moment bijna 15.000 armaturen.

Bewoners rond het parkje aan de Wulpstraat hebben met zijn allen de gemeente gemaild en daarop reageerde een woordvoerder van ‘Stadsingenieurs’ als volgt: “Ik heb de situatie bekeken en ben met u eens dat de nieuwe LED-verlichting de sfeer en omgeving niet goed past. We zullen de aannemer opdracht geven Model Utrecht armatuur - ook wel Chinese hoedje genoemd - hier te plaatsen en dan uitgevoerd met amberkleurige LED, zodat de lichtuitstraling warmer is en ook minder hinderlijk voor natuur en fauna.” Dit is natuurlijk beter, maar was niet gebeurd als de bewoners niet met zijn allen bezwaar hadden gemaakt. En in Nieuw Engeland zijn sommige armaturen volgens een bewoner een beetje afgeplakt. We vragen ons dus af waarom dit in eerste instantie niet goed gaat en of – als er geen mondige bewoners wonen of er sowieso weinig mensen wonen en dus vooral dieren er last van blijven hebben – de armaturen die nu ook te veel licht uitstralen, maar geen mondige bewoners om zich heen hebben nu ‘gewoon’ blijven staan, terwijl dat niet zou moeten. 

9. Kan de gemeente in plaats van de woorden “Chinees hoedje” voortaan voor een neutrale beschrijving kiezen (zoals punthoedje), omdat spreken over “Chinees hoedje” stigmatiserend en racistisch is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, we vinden deze term ook ongepast en hanteren alleen nog de benaming “Model Utrecht”. Het kan zijn dat de naam ‘Chinees hoedje’ toch nog sporadisch gebruikt is. Wij betreuren dit en onze inzet is deze naam niet meer te gebruiken.

10. Op hoeveel locaties is inmiddels de nieuwe LED-verlichting geplaatst? Hoe vaak (en indien mogelijk om dit overzichtelijk weer te geven ook waar), is deze verlichting geplaatst in of bij openbaar groen? 

Antwoord: Op dit moment zijn 55.000 van de 69.000 lampen vervangen door LED-verlichting. Tegen het einde van dit jaar zal deze vervanging zijn afgerond. Het specifieke armatuur zoals zichtbaar op de foto’s is nu op 1167 plekken verspreid over de hele stad toegepast. We hebben niet inzichtelijk op welke plekken dit geplaatst is bij openbaar groen.

11. Hoeveel nieuw geplaatste lantaarnpalen/armaturen zijn inmiddels aangepast naar aanleiding van klachten van bewoners en waar is dit gebeurd? En indien ze aangepast zijn: is dit voldoende om zoveel mogelijk lichtvervuiling en natuurverstoring tegen te gaan en naar tevredenheid van de bewoners of niet? 

Antwoord: In het Plettenburgplantsoen zijn afschermingen toegepast, dit naar tevredenheid van de bewoners die melding hadden gemaakt van lichthinder. De overige armaturen krijgen eerst de missende onderdelen zoals benoemd in het antwoord op vraag 1.

12. Zijn er ook lampen vervangen in grotere parken en natuurgebieden in Utrecht en is hier nu ook meer lichtvervuiling ontstaan? Zo ja, wat gaat het college doen om dit terug te draaien of aan te passen, aangezien dieren, groen en water juist extra beschermd zouden (moeten) worden tegen lichtvervuiling?

Antwoord: In de natuurgebieden Amelisweerd, of de grotere parken Noorderpark Ruigenhoek, Nedereindse Park, Maximapark, Griftpark, Julianapark en Park Transwijk zijn of worden bij de huidige vervangingswerkzaamheden geen armaturen vervangen door LED. Deze parken en natuurgebieden hebben bijzondere verlichting-oplossingen nodig en zijn daarom nog niet meegenomen in de reguliere vervangingsopgave. We gaan deze locaties nog beoordelen en de verlichting op deze locaties op een passende manier ombouwen naar LED. Hierbij zal het beperken van lichtvervuiling uiteraard meegenomen worden.

13. Wat gaat het college doen om de ontstane extra lichtvervuiling door alle nieuwe lantaarnpalen/lampen aan te pakken, zodat de natuur, dieren en mensen er minder of liever geen last (meer) van hebben? Denk aan het overal toevoegen van de Model Utrecht armatuur (‘punthoedje’), afplakken van een deel van de armaturen, het vervangen van de LED-lampen door mildere en natuurvriendelijkere (amberkleurige) lampen, het dimmen van de lampen e.d. Indien het college niets gaat doen om deze (extra) lichtvervuiling aan te pakken: waarom niet?

Antwoord: Zoals aangegeven bij vraag 1 is het terugdringen van lichtvervuiling een wezenlijk onderdeel van ons beheer van de openbare ruimte. Er ontstaat dan ook geen extra lichtvervuiling als gevolg van de nieuwe lantaarnpalen en LED-verlichting omdat er geen nieuwe verlichting bij wordt geplaatst. We erkennen dat er tijdelijk extra glans van sommige nieuwe lantaarnpalen af kan komen, maar dit is beperkt en van korte duur, zie ook het antwoord op vraag 6. Waar nodig passen we afschermingen toe om de negatieve effecten van verlichtingen beperken. De nieuwe LED-verlichting voldoet aan het beleid van de gemeente om lichtvervuiling te beperken. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 5 geeft amberkleurig licht minder kleurherkenning dan warm wit licht en beïnvloedt het daarmee het veiligheidsgevoel van de inwoners.

14. Hoeveel nieuwe lampen en lantaarnpalen worden er nu nog geplaatst, in welke wijken/buurten en hoe gaat het college voorkomen dat ook daar meer lichtvervuiling ontstaat? Op welke wijze is er rekening gehouden met uitstraling naar boven, groen en water? 

Antwoord: Stadsbreed wordt alle verlichting vervangen door LED-verlichting. Van de in totaal 69.000 armaturen moeten er nu nog 17.000 omgebouwd of vervangen worden naar LED. Om lichtvervuiling te voorkomen, voldoen de armaturen aan de eisen gesteld in het HOR. Dit houdt in dat ze niet naar boven stralen en dat de uitstraling naar water en groen geminimaliseerd wordt.

15. Heeft het college van tevoren overlegd over deze nieuwe lampen met de initiatiefnemers van het burgerinitiatief tegen lichtvervuiling? Zo nee, waarom niet en is het college bereid om (alsnog) in overleg te treden met deze initiatiefnemers en (als zij dat willen) bewoners die de lichtvervuiling in hun buurt hebben zien toenemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, we hebben geen overleg gehad over de nieuwe lampen met het burgerinitiatief. Over specifieke locaties en situaties is er wel contact. Het vervangen van de bestaande verlichting valt onder regulier onderhoud. Wij zijn uiteraard bereid om in gesprek te gaan met bewoners die zich zorgen maken over de verlichting in de buurt om onze werkzaamheden toe te lichten.

Naar aanleiding van Schriftelijke vragen 191/2025 en ‘oude’ lichtvervuiling
In antwoord op vraag 2 van SV 191/2025 schreef het college dat zij de open deksels op de fietsbrug bij Desto en in het Waterwinpark zou aanpassen/verhelpen. Deze staan er echter nog steeds. In Leidsche Rijn staan overigens op diverse andere plekken ook nog steeds armaturen met open deksels. Denk aan de omgeving Mastboslaan, Hoekelumseboslaan en het parkeerterrein Sportpark de Paperclip. Deze staan allemaal min of meer "in" het Máximapark. En mogelijk zijn er nog meer plekken waar die open deksels nog staan.  

Onlangs zagen wij zelf lichtbollen zonder enige afscherming naar boven (net naast een bedrijventerrein, maar wel in de openbare ruimte) op de Van Zijstweg.

16. Kan het college een tijdsplanning geven waarin ze de armaturen met open deksel in ieder geval op de genoemde locaties, maar liefst in de gehele gemeente gecontroleerd en opgelost heeft? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Wij zullen de betreffende armaturen dit kalenderjaar nog vervangen.

Sowieso is er nog veel lichtvervuiling in de Utrechtse parken, zonder dat daar de lampen (vooralsnog?) zijn vervangen. Dus ook met de al langer bestaande lichtvervuiling moet het college aan de slag. In het Waterwinpark zet de armatuur Alura het hele park in het schijnsel. Er zitten bosuilen in de buurt. Als de verlichting daar beter op de voetpaden zou zijn gericht, dan kan er bijvoorbeeld door die uilen worden gejaagd.

17. Kan het college voor de parken en natuurgebieden in Utrecht (inclusief de Rijnkennemerlaan, aangezien daar verblindende verticale TL-balken hangen die de hele strook aanlichten), zoals het Waterwinpark en het Máximapark, aangeven hoe er rekening is gehouden met de afscherming van armaturen? En waar de armaturen nog niet goed zijn afgeschermd: is het college bereid om dit alsnog te doen óf armaturen te plaatsen die alleen de straat verlichten met licht afgestemd op dieren, groen en water? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Zoals ook aangegeven bij het antwoord op vraag 12, hebben parken en natuurgebieden bijzondere verlichting-oplossingen nodig en zijn deze daarom nog niet meegenomen in de reguliere vervangingsopgave. We gaan deze locaties nog beoordelen en de verlichting op deze locaties op een passende manier ombouwen naar LED. Hierbij zal het beperken van lichtvervuiling uiteraard meegenomen worden.

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

[1] Antwoord op SV 191/2025: “De huidige moderne LED-armaturen zijn in staat om het licht veel gerichter op het straatoppervlak te projecteren.”

Betrokken personen