17 nov. 2025
Schriftelijke vragen Stop lichtvervuiling, ook met nieuwe lichtmasten en op sportvelden
Schriftelijke vragen 191/2025
In 2017 werd het Burgerinitiatief Elke dag verdient een Nacht van de Nacht behandeld in de gemeenteraad. Met een unaniem aangenomen motie (M126/2017) zijn de aanbevelingen van dit initiatief overgenomen. In het dictum van deze motie staat onder meer dat bij vervanging van lampen en plaatsing van lichtmasten altijd gezorgd moet worden voor zijdelingse afscherming, zodat uitstraling van licht naar groen en water wordt voorkomen.
Sinds het aannemen van de motie bij het burgerinitiatief mag verlichting dus niet meer naar groen en water uitstralen. Ook is toen afgesproken dat armaturen sowieso géén uitstraling naar boven mogen hebben. Een lamp moet wél de straat verlichten, maar niet het groen, zoals plantsoenen waar dieren kunnen verblijven. In een eerdere uitgebreide vragenset over lichtarmaturen werd dit al bevestigd. Dat kan door het licht alleen maar naar beneden te laten stralen of door afscherming aan te brengen. Bovendien droeg de motie op om de initiatiefnemers van het burgerinitiatief te betrekken bij mogelijk nieuwe verbeteringen.
De Partij voor de Dieren heeft naar aanleiding hiervan de volgende vragen:
1. Hoe vaak is in de afgelopen jaren gekozen voor een oplossing van het afschermen van groen en water, in plaats van een lichtarmatuur die in het ontwerp alleen maar de straat verlicht? Uit het handboek Openbare Ruimte betreft dat o.a.: modellen Altstad, Pirna, Alura, Osiris, de lichtkolommen voor voetgangersgebieden, de singelarmatuur en de Pyke Koch of steeglantaarn) En om hoeveel armaturen gaat het dan in totaal?
2. De armaturen met open deksels (onder meer in Leidsche Rijn) zouden tussen 2019 en 2025 vervangen worden. Is dat inmiddels volledig gelukt? Zo nee, waarom niet? Hoeveel armaturen betreft dit en wanneer zullen ze zijn vervangen?
De gemeente heeft nu een ontwerpwedstrijd uitgeschreven om een nieuw lichtarmatuur te ontwerpen. In de voorgeschreven kaders van het nieuwe ontwerp staat enkel “Er mag geen licht omhoog stralen vanuit het armatuur”. Dat gaat dus voorbij aan uitstraling naar de zijkant. In het Handboek Openbare Ruimte is opgenomen als eis (nummer 306, pagina 69 (79/377) “Een armatuur moet mogelijkheden hebben voor het aanbrengen van een afscherming van storende lichtinstraling) Ook dit ontbreekt in de wedstrijd.
3. Waarom heeft het college bij de kaders van deze wedstrijd niet aangegeven dat armaturen geen licht naar de zijkanten mogen uitstralen om lichtvervuiling te voorkomen?
4. Kan het college toezeggen om bij de beoordeling van ingezonden ontwerpen het gestelde kader breder te interpreteren als “verlichting mag alleen de straat verlichten en niet ver naar de zijkant of naar groen en water uitstralen” en sowieso geen armaturen rond groen en water in gebruik te nemen die alsnog licht naar de zijkant uitstralen? Zo nee, waarom niet?
5. Het dictum van de bij het burgerinitiatief aangenomen motie droeg het college ook op om: “De initiatiefnemers van het burgerinitiatief te betrekken bij de voortgang van de uitvoer en mogelijk nieuwe verbeteringen”. Hoe is daar in de afgelopen jaren invulling aan gegeven en hoe is dat bijvoorbeeld bij deze ontwerpwedstrijd gedaan?
Lichtvervuiling door sportparken
Nu nog een aantal vragen over lichtvervuiling door sportparken. In 2024 stelden we hierover SV132/2024. Omdat sportveldverlichting echt veel lichtvervuiling veroorzaakt komen we hier nog eens op terug. Lichtvervuiling is enorm schadelijk. Door de verdichting in de stad moeten we zuiniger worden op de groene plekken en de duisternis die mogelijk is. Onder meer om een goede staat van instandhouding van vleermuizen te bewerkstelligen.
6. Bat030 doet al een aantal jaren onderzoek naar de staat van instandhouding van vleermuizen. Kan het college een indicatie geven van de trend? Gaat het goed volgens het college of is het verstandig om een tandje bij te zetten qua bescherming?
a. Zou minder lichtvervuiling van sportvelden hierin helpen, omdat ze dan beter kunnen foerageren? Zo nee, waarom niet en wat is er dan mogelijk?
Het college gaf in de beantwoording aan: “We vinden het belangrijk om zo min mogelijk strooilicht te hebben naar de omgeving. Mede om deze reden zijn we bezig met het verduurzamen van de gemeentelijke lichtinstallaties, door op de sportparken conventionele verlichting zoveel mogelijk te vervangen door LED-verlichting. Hierdoor zal het licht gerichter op het sportveld terechtkomen en er nog minder strooilicht vrijkomen, wat minder negatieve effecten heeft voor de omgeving.”
Afgelopen zomer zou er een aanbesteding zijn uitgezet.
7. Hoe staat het inmiddels met (de aanbesteding voor) de vervanging van de verlichting op de sportvelden? Is er al conventionele verlichting vervangen door LED-verlichting en zo ja, in hoeverre is de lichtvervuiling door sportvelden inmiddels afgenomen? Zo nee, wanneer wordt de vervanging in gang gezet?
In de beantwoording staat: “De gemeentelijke lichtinstallaties voldoen aan de richtlijnen van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV), een onafhankelijk kenniscentrum voor licht en verlichting. Dit betekent dat de lichtwaarden passend zijn bij de omgeving waar het betreffende sportpark zich bevindt.” Er is nog steeds aanzienlijk veel lichtvervuiling door sportvelden en daarom hebben we overlegd met een deskundige. In Kockengen mag volgens haar veel minder strooilicht zijn dan in Utrecht en dat is fijn voor de omgeving (groen, water, dieren die in het wild leven, omwonenden). Daar worden normen voor open groene gebieden gehanteerd. Utrecht gaat wat betreft lichtuitstraling naar boven verder dan de landelijke maximumwaarden, dus kan ook voor sportvelden een stap verder gaan dan de landelijke normen. Zeker omdat de lichtvervuiling in Utrecht nog steeds aanzienlijk is, is het van belang de strengste lichtnormen te hanteren.
8. Is het college bereid om voor de Utrechtse sportvelden de normen voor open groene gebieden te hanteren, mede omdat veel sportvelden daadwerkelijk in een groen gebied liggen en dus veel overlast veroorzaken voor dieren en natuur (en overigens ook voor verkeersdeelnemers en mensen in woningen)? De oplossingen zijn immers beschikbaar. Zo nee, waarom niet?
9. Bij welke velden zou het wel kunnen? Bij welke niet en zijn er bij die velden mogelijkheden om door bijvoorbeeld een hoge haag ervoor te zorgen dat de omgeving weinig last heeft van het licht van het sportveld? Zo nee, waarom niet?
10. Is het college bereid om specifiek te kijken naar de sportvelden in het Máximapark, omdat de velden van Desto en die rond de Paperclip/Fletiomare samen het hele park aanlichten, terwijl er beschermde dieren zitten zoals vleermuizen, bosuilen en steenuilen? Zo nee, waarom niet?
11. Welke mogelijkheden ziet het college om bestaande sportveldverlichting af te schermen? Als er geen schermkappen zijn die toegepast kunnen worden, zou dat dan niet een mooie aanleiding zijn voor een ontwerpwedstrijd? Zo nee, waarom niet?
12. Is het college bereid om de normen voor open groene gebieden (of op zijn minst het flink laten afnemen van lichtvervuiling, zeker naar boven en de zijkanten) zo spoedig mogelijk op te nemen in de eisen voor aanbestedingen of subsidies voor nieuwe sportveldverlichting? Zo nee, waarom niet, en tot welke strengere eisen is het college dan wél bereid?
Als antwoord op vraag 9 in SV132/2024 antwoordde het college dat bij 9 sportveldjes in de openbare ruimte het licht tegelijk aan- en uitgaat als de openbare verlichting en dus tot 23:00 uur iedere avond brandt. Dus ook overdag en óók in de zomer als het lang licht is. Maar ook: “De lichtinstallaties bij Waterwin en op de andere locaties zijn voorzien van conventionele armaturen en niet geschikt om snel achter elkaar aan en uit te schakelen. Dit heeft te maken met de benodigde afkoeling van armaturen. Wanneer dit LED wordt, zijn er meer mogelijkheden om de schakeling aan te passen.”
13. Is inmiddels op de in de antwoorden genoemde sportveldjes de verlichting aangepast naar LED? Zo nee, hoeveel een welke wel wanneer gaat dit voor de overige locaties gebeuren?
14. Wanneer de verlichting aangepast is naar LED: is het college bereid om de schakeling daadwerkelijk aan te passen, zodat het licht minder lang brandt? Mensen kunnen bijvoorbeeld op een knop drukken om zelf het licht aan te doen als ze daar willen sporten. Zo nee, waarom niet?
15. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het sowieso niet nodig is om het licht overdag te laten branden op deze sportveldjes en ook niet zo laat op de avond (vanwege verstoring van nachtdieren en de algehele nachtrust van mens en dier)? Zo nee, waarom niet?
Anne Sasbrink en Saskia Oskam, Partij voor de Dieren
Schriftelijke vragen 191/2025
In 2017 werd het Burgerinitiatief Elke dag verdient een Nacht van de Nacht behandeld in de gemeenteraad. Met een unaniem aangenomen motie (M126/2017) zijn de aanbevelingen van dit initiatief overgenomen. In het dictum van deze motie staat onder meer dat bij vervanging van lampen en plaatsing van lichtmasten altijd gezorgd moet worden voor zijdelingse afscherming, zodat uitstraling van licht naar groen en water wordt voorkomen.
Sinds het aannemen van de motie bij het burgerinitiatief mag verlichting dus niet meer naar groen en water uitstralen. Ook is toen afgesproken dat armaturen sowieso géén uitstraling naar boven mogen hebben. Een lamp moet wél de straat verlichten, maar niet het groen, zoals plantsoenen waar dieren kunnen verblijven. In een eerdere uitgebreide vragenset over lichtarmaturen werd dit al bevestigd. Dat kan door het licht alleen maar naar beneden te laten stralen of door afscherming aan te brengen. Bovendien droeg de motie op om de initiatiefnemers van het burgerinitiatief te betrekken bij mogelijk nieuwe verbeteringen.
De Partij voor de Dieren heeft naar aanleiding hiervan de volgende vragen:
1. Hoe vaak is in de afgelopen jaren gekozen voor een oplossing van het afschermen van groen en water, in plaats van een lichtarmatuur die in het ontwerp alleen maar de straat verlicht? Uit het handboek Openbare Ruimte betreft dat o.a.: modellen Altstad, Pirna, Alura, Osiris, de lichtkolommen voor voetgangersgebieden, de singelarmatuur en de Pyke Koch of steeglantaarn) En om hoeveel armaturen gaat het dan in totaal?
Antwoord: Wij houden het aantal keer dat we afscherming toepassen niet apart bij. Er is langs de Catharijnesingel en langs de Vecht bij Singel- en Altstadt-armaturen afscherming toegepast om lichtuitstraling richting groen en water te minimaliseren. Sinds 2022 zijn er vrijwel geen nieuwe Singel-en Altstad-armaturen geplaatst. Het armatuur Osiris wordt niet meer gebruikt voor nieuwe aanleg en gaat volledig verdwijnen in 2026. De huidige moderne LED-armaturen zijn in staat om het licht veel gerichter op het straatoppervlak te projecteren. Door het toepassen van deze moderne armaturen kan worden voorkomen dat afschermingen geplaatst moeten worden.
2. De armaturen met open deksels (onder meer in Leidsche Rijn) zouden tussen 2019 en 2025 vervangen worden. Is dat inmiddels volledig gelukt? Zo nee, waarom niet? Hoeveel armaturen betreft dit en wanneer zullen ze zijn vervangen?
Antwoord: De armaturen met open deksels zijn volledig vervangen voor alternatieven of de lichtuitstraling naar boven is afgeschermd.
De gemeente heeft nu een ontwerpwedstrijd uitgeschreven om een nieuw lichtarmatuur te ontwerpen. In de voorgeschreven kaders van het nieuwe ontwerp staat enkel “Er mag geen licht omhoog stralen vanuit het armatuur”. Dat gaat dus voorbij aan uitstraling naar de zijkant. In het Handboek Openbare Ruimte is opgenomen als eis (nummer 306, pagina 69 (79/377) “Een armatuur moet mogelijkheden hebben voor het aanbrengen van een afscherming van storende lichtinstraling) Ook dit ontbreekt in de wedstrijd.
3. Waarom heeft het college bij de kaders van deze wedstrijd niet aangegeven dat armaturen geen licht naar de zijkanten mogen uitstralen om lichtvervuiling te voorkomen?
Antwoord: Een belangrijk doel van de ontwerpwedstrijd is om een uniek, Utrechts armatuur te ontwikkelen. Om dat te bereiken, wilden we zoveel mogelijk creatieve inzendingen ontvangen. Na de ontwerpwedstrijd volgt een traject waarbij het ontwerp wordt doorontwikkeld tot een daadwerkelijk armatuur. Het armatuur dient uiteindelijk aan het Handboek Openbare Ruimte (HOR) te voldoen, dit omvat ook de licht-technische eisen en de mogelijkheid tot afscherming.
4. Kan het college toezeggen om bij de beoordeling van ingezonden ontwerpen het gestelde kader breder te interpreteren als “verlichting mag alleen de straat verlichten en niet ver naar de zijkant of naar groen en water uitstralen” en sowieso geen armaturen rond groen en water in gebruik te nemen die alsnog licht naar de zijkant uitstralen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Het uiteindelijke ontwerp gaat m.b.t. het beperken van lichtuitstraling naar de zijkanten en het voorkomen van lichtverstrooiing richting groen- en waterstructuren voldoen aan de eisen uit het HOR. De toetsing of de voorgestelde armaturen voldoen aan de technische eisen uit het HOR vindt plaats in de volgende fase. Zie ook het antwoord op vraag 3.
5. Het dictum van de bij het burgerinitiatief aangenomen motie droeg het college ook op om: “De initiatiefnemers van het burgerinitiatief te betrekken bij de voortgang van de uitvoer en mogelijk nieuwe verbeteringen”. Hoe is daar in de afgelopen jaren invulling aan gegeven en hoe is dat bijvoorbeeld bij deze ontwerpwedstrijd gedaan?
Antwoord: Bij de uitvoering van de maatregelen uit de motie uit 2017 zijn de initiatiefnemers destijds nauw betrokken. Ook tot op heden hebben we met enige regelmaat contact met een deel van de oorspronkelijke initiatiefnemers, met name als het gaat om de openbare verlichting op specifieke locaties. Bij de ontwerpwedstrijd is, gezien de opzet van de wedstrijd, nog geen contact geweest.
Lichtvervuiling door sportparken
Nu nog een aantal vragen over lichtvervuiling door sportparken. In 2024 stelden we hierover SV132/2024. Omdat sportveldverlichting echt veel lichtvervuiling veroorzaakt komen we hier nog eens op terug. Lichtvervuiling is enorm schadelijk. Door de verdichting in de stad moeten we zuiniger worden op de groene plekken en de duisternis die mogelijk is. Onder meer om een goede staat van instandhouding van vleermuizen te bewerkstelligen.
6. Bat030 doet al een aantal jaren onderzoek naar de staat van instandhouding van vleermuizen. Kan het college een indicatie geven van de trend? Gaat het goed volgens het college of is het verstandig om een tandje bij te zetten qua bescherming?
a. Zou minder lichtvervuiling van sportvelden hierin helpen, omdat ze dan beter kunnen foerageren? Zo nee, waarom niet en wat is er dan mogelijk?
Antwoord: Uit de trendberekening van het CBS – Netwerk Ecologische Monitoring/Zoogdiervereniging (2025) blijkt dat in Utrecht over de periode 2017-2024 sprake is van een significant matige afname van de gewone dwergvleermuis. Dit beeld is afwijkend ten opzichte van het landelijke beeld, dat een matige toename laat zien. Ook de rosse vleermuis laat een significant matige afname zien, een beeld dat vergelijkbaar is met ander stedelijk gebied in Nederland. De data van twee andere soorten uit de monitoring – ruige dwergvleermuis en laatvlieger – zijn onvoldoende om over deze periode met een zekere trendberekening te komen.
Het is (nog) niet bekend wat de oorzaak is van de afname van gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis in Utrecht, maar wij nemen dit serieus. De gemeente blijft daarom alert en werkt met ecologen aan nadere duiding van deze ontwikkeling. Afhankelijk van het inzicht bepalen we of maatregelen nodig en haalbaar zijn. Of minder lichtvervuiling van sportvelden hierin helpt, kunnen we op dit moment niet met zekerheid zeggen. Tevens wordt voldaan aan de richtlijnen voor veldverlichting. Wij zien om deze redenen geen aanleiding om de veldverlichting aan te passen.
Het college gaf in de beantwoording aan: “We vinden het belangrijk om zo min mogelijk strooilicht te hebben naar de omgeving. Mede om deze reden zijn we bezig met het verduurzamen van de gemeentelijke lichtinstallaties, door op de sportparken conventionele verlichting zoveel mogelijk te vervangen door LED-verlichting. Hierdoor zal het licht gerichter op het sportveld terechtkomen en er nog minder strooilicht vrijkomen, wat minder negatieve effecten heeft voor de omgeving.”
Afgelopen zomer zou er een aanbesteding zijn uitgezet.
7. Hoe staat het inmiddels met (de aanbesteding voor) de vervanging van de verlichting op de sportvelden? Is er al conventionele verlichting vervangen door LED-verlichting en zo ja, in hoeverre is de lichtvervuiling door sportvelden inmiddels afgenomen? Zo nee, wanneer wordt de vervanging in gang gezet?
Antwoord: We hebben de aanbesteding in de markt gezet. Echter is deze binnen de aanbestedingsprocedure teruggetrokken, omdat het programma van eisen moest worden aangepast. De huidige status is dat de aanbesteding opnieuw wordt voorbereid. Wij verwachten dat deze eind Q1 van 2026 wederom in de markt wordt gezet. Zodra de opdracht is gegund, zal in overleg met de aannemer zo snel als mogelijk gestart worden met het vervangen van de conventionele verlichting naar ledverlichting.
In de beantwoording staat: “De gemeentelijke lichtinstallaties voldoen aan de richtlijnen van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV), een onafhankelijk kenniscentrum voor licht en verlichting. Dit betekent dat de lichtwaarden passend zijn bij de omgeving waar het betreffende sportpark zich bevindt.” Er is nog steeds aanzienlijk veel lichtvervuiling door sportvelden en daarom hebben we overlegd met een deskundige. In Kockengen mag volgens haar veel minder strooilicht zijn dan in Utrecht en dat is fijn voor de omgeving (groen, water, dieren die in het wild leven, omwonenden). Daar worden normen voor open groene gebieden gehanteerd. Utrecht gaat wat betreft lichtuitstraling naar boven verder dan de landelijke maximumwaarden, dus kan ook voor sportvelden een stap verder gaan dan de landelijke normen. Zeker omdat de lichtvervuiling in Utrecht nog steeds aanzienlijk is, is het van belang de strengste lichtnormen te hanteren.
8. Is het college bereid om voor de Utrechtse sportvelden de normen voor open groene gebieden te hanteren, mede omdat veel sportvelden daadwerkelijk in een groen gebied liggen en dus veel overlast veroorzaken voor dieren en natuur (en overigens ook voor verkeersdeelnemers en mensen in woningen)? De oplossingen zijn immers beschikbaar. Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Onze sportaccommodaties zijn belangrijke maatschappelijke voorzieningen die door de hele gemeente gepositioneerd zijn en bijdragen om onze inwoners gezond en vitaal te houden. We begrijpen dat sportvelden en de sportveldverlichting mogelijk een negatief effect kunnen hebben voor dieren en de natuur en dat hier een spanningsveld bestaat tussen sport en groen. Zoals aangegeven in de eerdere schriftelijke vragen van 7 juli 2024, voldoen de lichtinstallaties bij sportvelden in de gemeente Utrecht aan de richtlijnen van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV), een onafhankelijk kenniscentrum voor licht en verlichting. Dit betekent dat de lichtwaarden passend zijn bij de omgeving waar het betreffende sportpark zich bevindt. Dit wordt ook getoetst bij de vergunningsaanvraag voor het plaatsen van verlichting of wanneer een bestaande lichtinstallatie wordt aangepast. De lichtinstallaties zijn daar ook op ontworpen. Zoals aangegeven in vraag 7 zal op korte termijn ook de aanbesteding voor het vervangen van de conventionele verlichting naar ledverlichting in de markt worden gezet. Hierdoor zal er minder sprake zijn van strooilicht. Wij zien geen aanleiding om een strengere norm te hanteren en de norm voor alle sportvelden aan te passen.
9. Bij welke velden zou het wel kunnen? Bij welke niet en zijn er bij die velden mogelijkheden om door bijvoorbeeld een hoge haag ervoor te zorgen dat de omgeving weinig last heeft van het licht van het sportveld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Zie de beantwoording van vraag 8. Lichtmasten hebben afhankelijk van de sport doorgaans een hoogte van 15 meter. Het plaatsen van een haag of hoge bomen zou derhalve niet voldoende zijn om lichthinder te voorkomen. Bomen hebben doorgaans wel een licht positief effect. (Hierbij aangevend dat de lichtmasten het meest worden gebruikt in de winterperiode, juist het moment dat de bomen geen blad hebben. Op veel plekken staan reeds bomen om het sportpark heen. Of er mogelijkheden zijn om extra bomen/hoge haag te plaatsen en of en wat het effect zou zijn voor het terugdringen van licht, zou per sportpark nader onderzocht moeten worden. Hierbij moet gelet worden op de andere benodigde functionaliteiten op en om het sportpark. Indien uit een onderzoek zou blijken dat dit een positief effect heeft, zouden eventueel extra bomen/hoge haag geplaatst moeten worden. Zowel het onderzoek, het eventueel plaatsen van bomen/hoge haag en het vervolgens onderhouden vraagt om meer budget, zowel incidenteel als structureel. Iets wat niet in de begroting is opgenomen.
10. Is het college bereid om specifiek te kijken naar de sportvelden in het Máximapark, omdat de velden van Desto en die rond de Paperclip/Fletiomare samen het hele park aanlichten, terwijl er beschermde dieren zitten zoals vleermuizen, bosuilen en steenuilen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Zie ook de beantwoording van vraag 8 en 9. Ook voor deze sportparken geldt dat er bomen om het sportpark heen staan waar dat mogelijk is. De veldverlichting bij deze sportparken is in eigendom van de verenigingen en moet ook voldoen aan de gestelde normen en passend zijn voor de omgeving waar het zich bevindt. Wij onderschrijven het belang dat we lichthinder voorkomen waar dat mogelijk is. Voor de gehele gemeente geldt dat het van belang is dat de sportveldverlichting dus alleen wordt gebruikt als er ook daadwerkelijk wordt gesport. We gaan er vanuit dat alle verenigingen in onze gemeente dit vanuit zichzelf ook doen. Echter zullen wij de verenigingen nogmaals expliciet vragen om hier aandacht voor te hebben en te houden.
11. Welke mogelijkheden ziet het college om bestaande sportveldverlichting af te schermen? Als er geen schermkappen zijn die toegepast kunnen worden, zou dat dan niet een mooie aanleiding zijn voor een ontwerpwedstrijd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Alle lichtinstallaties moeten voldoen aan de richtlijnen die worden gesteld, passend bij de omgeving waar het sportpark ligt. Om aan de richtlijnen te voldoen kan het bij nieuwe installaties nodig zijn om armaturen af te schermen. Uit de lichthinderberekening, die benodigd is voor het verkrijgen van de vergunning, komt naar voren welke maatregelen eventueel nodig zijn om aan de lichthinderrichtlijnen van de omgevingszone te voldoen.
Het extra afschermen van bestaande verlichting zonder noodzaak vanuit de omgevingszone heeft een nadelig effect op lichtbeeld op het sportveld. Hoe meer men afschermt, hoe lager en onevenwichtiger de lichtopbrengst op het speelveld. Dit kan gevolgen hebben voor de sport en voor de veiligheid. Elke lichtinstallatie is een afweging/ balans tussen voldoende lichtopbrengst op het speelveld en zo min mogelijk lichthinder voor de omgeving. Er worden al maatregelen genomen om te voldoen aan de normen voor zowel omgeving als benodigde lichtopbrengst voor sport. Een ontwerpwedstrijd zal derhalve geen nieuw inzicht geven.
12. Is het college bereid om de normen voor open groene gebieden (of op zijn minst het flink laten afnemen van lichtvervuiling, zeker naar boven en de zijkanten) zo spoedig mogelijk op te nemen in de eisen voor aanbestedingen of subsidies voor nieuwe sportveldverlichting? Zo nee, waarom niet, en tot welke strengere eisen is het college dan wél bereid?
Antwoord: In onze aanbesteding wordt uitgegaan van ledverlichting, wat al een positief effect zal hebben op het strooilicht. Zoals aangegeven in de beantwoording bij vraag 8 zijn we niet voornemens strengere normen te hanteren. Wel gaan wij zoals aangegeven de verenigingen nogmaals expliciet vragen om aandacht te hebben en houden voor het uitdoen van de veldverlichting als er niet wordt gesport.
Als antwoord op vraag 9 in SV132/2024 antwoordde het college dat bij 9 sportveldjes in de openbare ruimte het licht tegelijk aan- en uitgaat als de openbare verlichting en dus tot 23:00 uur iedere avond brandt. Dus ook overdag en óók in de zomer als het lang licht is. Maar ook: “De lichtinstallaties bij Waterwin en op de andere locaties zijn voorzien van conventionele armaturen en niet geschikt om snel achter elkaar aan en uit te schakelen. Dit heeft te maken met de benodigde afkoeling van armaturen. Wanneer dit LED wordt, zijn er meer mogelijkheden om de schakeling aan te passen.”
13. Is inmiddels op de in de antwoorden genoemde sportveldjes de verlichting aangepast naar LED? Zo nee, hoeveel een welke wel wanneer gaat dit voor de overige locaties gebeuren?
Antwoord: Van de 9 sportveldjes zijn er 7 al omgebouwd naar LED. De overige twee, Lumbresplein en Wesley Sneijder veld, zullen in 2026 worden omgebouwd.
14. Wanneer de verlichting aangepast is naar LED: is het college bereid om de schakeling daadwerkelijk aan te passen, zodat het licht minder lang brandt? Mensen kunnen bijvoorbeeld op een knop drukken om zelf het licht aan te doen als ze daar willen sporten. Zo nee, waarom niet?
Antwoord: De verlichting schakelt aan met de openbare verlichting en deze schakelt weer uit om 23:00. Als gemeente stimuleren we sporten en bewegen in de openbare ruimte. Een donker sportveldje (met een drukknop) nodigt niet uit om te gaan sporten of bewegen. Ook draagt verlichting bij aan de sociale veiligheid op en rond de sport- en beweegplekken in de openbare ruimte.
15. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het sowieso niet nodig is om het licht overdag te laten branden op deze sportveldjes en ook niet zo laat op de avond (vanwege verstoring van nachtdieren en de algehele nachtrust van mens en dier)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Het licht op de sportveldjes brandt niet overdag. Het schakelt mee met de openbare verlichting; van zonsondergang tot 23:00.
Anne Sasbrink en Saskia Oskam, Partij voor de Dieren