Commis­sie­bij­drage Bestem­mingsplan Lage Weide


15 november 2018

Dank u wel voorzitter.

Wat de Partij voor de Dieren betreft, hoort zware industrie niet thuis in dichtbevolkte gebieden. En dichtbevolkte gebieden horen niet thuis nabij zware industrie. Deze combinatie is hier wel van toepassing en heeft ertoe geleid dat in dit gebied de belangen van leefbaarheid en economische ontwikkelingen blijvend met elkaar botsen.

De Raad van State heeft erkend dat te weinig rekening is gehouden met diverse belangen en heeft het vorige bestemmingsplan vernietigd. Onze fractie moet met teleurstelling concluderen dat de focus in het gerepareerde bestemmingsplan blijft liggen op economisch groeiwensdenken. Zware bedrijven houden en krijgen ruimte, terwijl de aandacht voor volksgezondheid op de tweede plek staat. Willen wij de leefbaarheid in Zuilen als uitgangspunt nemen, dan moeten we de oplossing zoeken in het scheppen van de juiste voorwaarden voor minder, dus niet meer, zware industrie. Het is precies dat wat schuw vermeden wordt.

Ten aanzien van het participatieproces:
Omwonenden en bedrijven hebben zich in de afgelopen jaren niet gehoord gevoeld. Dat is ook de reden dat de commissiebehandeling dit jaar met een half jaar vertraagde - om toch nog enige vorm van participatie in te passen. De Partij voor de Dieren vindt dat na een onderliggende gerechtelijke uitspraak direct contact had moeten worden gezocht met hen en dat zij actief betrokken hadden moeten worden tijdens het hele proces. Wij hechten eraan dat dit in de toekomst anders verloopt.

Ten aanzien van geuroverlast:
In het bestemmingsplan van 2014 is een strengere waarde opgenomen voor ‘licht onaangename geurbeleving’ dan in het voorliggende gerepareerde voorstel. Waar dit H=-1/2 was, zou dit nu H=-1 moeten worden. Deze versoepelingen biedt ruimte voor meer bedrijfsuitbreiding.

1. Kan de wethouder uitleggen waarom deze norm versoepeld is?
2. Is de wethouder bereid om de norm uit het eerste bestemmingsplan ook in het gerepareerde bestemmingsplan op te nemen, nu dat in lijn ligt met de uitspraak van de Raad van State?

De wethouder schrijft in zijn brief dat de toeneming van geurhinder in omliggende woonwijken onvoldoende via het milieuspoor of via milieuzonering kan worden voorkomen.

3. Ik vraag de wethouder hoe we dit dan wél gaan voorkomen?

De wethouder schrijft ook dat ‘nieuwe onvaardbare hinder’ bij geurgevoelige opjecten, huizen dus, van bestaande bedrijven moet worden voorkomen.

4. Wat wordt hier bedoeld met 'onvaardbaar'? Alle nieuwe hinder bij huizen is toch onaanvaardbaar, vraag ik de wethouder?

Een punt van kritiek van Milieugroep Zuilen is dat in de onderliggende onderzoeken bij het gerepareerde bestemmingsplan, onjuiste geurwaarden zijn toegekend aan bedrijven. Zo zou aan bestaande bedrijven een geurwaarde zijn toegekend, die zij in realiteit nog niet veroorzaakt. En niet reeds vergunde bedrijven zouden ten onrecht wel zijn meegenomen in de bestaande situatie.

5. Ik vraag de wethouder of hij, al dan niet in samenwerking met Milieugroep Zuilen, wil onderzoeken, of wil laten onderzoeken, om welke bedrijven dit eventueel gaat, en bedrijven de juiste, dus de huidige geurwaarde, toe te wijzen voor zover dat niet het geval is?

Stichtse Vecht:
Tot slot. Twee dagen geleden stuurde de gemeente Stichtse Vecht een brief, waarin zij aangeeft met de Omgevingsdienst Regio Utrecht te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de gewijzigde situatie met betrekking tot geur en de milieuzonering in het reparatieplan. Er zou geen overleg zijn gevoerd tussen Utrecht en Stichtse vecht.

7. Wat is de reactie van de wethouder op dit verzoek?

Dank u wel.