Commis­sie­bij­drage cultuurnota


12 september 2019

De Partij voor de Dieren vindt de nota die nu voor ligt er goed uit zien. Wij hebben zogezegd geen grote punten van kritiek. Het bestaand beleid wordt gecontinueerd en alle mensen die wij hierover spraken waren hier redelijk tevreden over.

We maken ons over vier zaken echter wel zorgen:

- Het budget. Gelukkig groeit het budget mee met het aantal inwoners in de stad, maar in de vorige cultuurnotaronde werd duidelijk dat er meer positieve beoordelingen van subsidieaanvragen waren dan dat er geld beschikbaar was. Dat leverde bij de zogeheten Club van Zeven veel onduidelijkheid en stress op, en ik herinner me een tijdsintensieve lobby richting de raad. Vraag aan de wethouder: in hoeverre anticipeert ze hierop? Krijgt de commissie de opdracht zich te beperken of heeft ze nog wat geld achter de hand? Graag een reflectie.

- De tweejarige regeling. Tijdens de RIB voor jonge makers werd het idee van een tweejarige regeling geïntroduceerd, wat met enthousiasme onthaald werd. Nu zien we dat hiervoor slechts 300.000 euro wordt vrijgemaakt. Ondertussen zien we dat het cultuurbudget voor de komende vier jaar wordt vastgepind, terwijl de stad wel elk jaar groeit. Kan dit budget van 3 ton voor jonge makers wèl doorgroeien?

- De ruimte. De stad groeit, en we hebben nu al moeite om voldoende plek te vinden voor alles wat we willen. In de Cultuurvisie 2030 staat dat er financiële ruimte nodig is om voldoende plek te vinden voor artistieke experimenteerruimte en voor het komend decennium wordt gekeken naar o.a. Merwedekanaalzone en Beurskwartier. Maar, het gaat hier niet alleen om geld en de tijd lost ook niet alles op. Het gaat ook om lef en regie, nu. De wethouder moet soms eens zeggen: we vinden deze culturele instelling op deze plek zo belangrijk, we gaan hier geen woningen ontwikkelen. En: dit lege winkelpand vinden we zo geschikt als broedplaats, ik ga actief bemiddelen dat het voor cultuur beschikbaar komt. Vraag: kan de wethouder toezeggen een regisserende houding aan te nemen als het gaat om het vinden van de nodige ruimte?

- Het internationale profiel. We lezen dat Utrecht haar internationale profiel moet versterkten om op het wereldtoneel een rol van betekenis te kunnen spelen. De wereld van kunst en cultuur is nu eenmaal internationaal, en Utrecht moet ook zeker profiteren van de buitenlandse expertise, maar Utrecht moet wat ons betreft geen cultuurprojecten financieren die puur en alleen het bevorderen van internationaal prestige als doel hebben. Is de wethouder het met ons eens en kan zij onze zorgen hierover wegnemen?

Dan nog twee typische Partij voor de Dieren-punten:

Allereerst: in de vorige periode bleek het gebruik van een uil bij een opera te leiden tot diens dood. Van de wethouder kregen we toen de toezegging dat ontvangers van een cultuursubsidie geen uilen en roofvogels meer mogen gebruiken. We willen dit nu breder trekken: kan de wethouder toezeggen dat aan de beleidsregel wordt toegevoegd dat ontvangers van een cultuursubsidie geen levende dieren meer mogen inzetten bij al hun voorstellingen en projecten?

En dan, dit is iets ingewikkelder: van een sector waar 41,2 miljoen gemeentelijk geld naar toegaat, mag best wel wat verwacht worden als het gaat om duurzaamheidseisen. En dat is ook logisch. De Boekmanstichting bijvoorbeeld noemt in een recent rapport zeven redenen waarom de cultuursector zou moeten verduurzamen, en dan gaat het om redenen als ‘collectieve actie is nodig’, en ‘de culturele sector heeft een enorme potentie om bewustwording te bevorderen’.

Ik geef gelijk toe, in de culturele sector worden al veel duurzame keuzes gemaakt en sinds de vorige cultuurnota moeten instellingen in hun subsidieaanvraag een passage wijden aan duurzaamheid doordat de PvdD hiervoor pleitte. Dat is goed, maar in deze tijden van klimaatverandering is het tijd voor een extra stap. Als raad, als gemeente of als andere overheid hebben we in de afgelopen jaren best wat duurzame stappen gezet die wat ons betreft ook door de cultuursector gezet kunnen worden. Als Partij voor de Dieren zouden wij graag zien dat er -zeg- tien duurzaamheidseisen gesteld worden, waarvan een culturele instelling al bij het indienen van de subsidie zegt: van die tien gaan wij er de komende periode vier daadwerkelijk uitvoeren en er aan het eind van de periode verantwoording over afleggen. Dus: uit een pakket van tien, kiest elke instelling er vier, en de grote drie instellingen dan zes, en krijgt er vier jaar de tijd voor om het te realiseren.

Nu heb ik tien van die maatregelen op een lijstje. Dit zijn nadrukkelijk maatregelen die niets te maken hebben met de artistieke inhoud, daar gaan wij immers niet over, maar puur met de zakelijke organisatie. En de maatregelen die ik nu noem zijn wat ons betreft niet in beton gegoten, maar kunnen nader uitgewerkt worden tot aan de raadsbehandeling.

(Mogelijke) Duurzaamheidsmaatregelen:

1. Reizen tot 750km niet met vliegtuig
2. CO2-uitstoot in kaart brengen en compenseren
3. Alle catering (zowel voor eigen personeel als artiesten) vegetarisch/veganistisch
4. 100% biologische en fairtrade inkoop (zoals koffie, schoonmaakartikelen, bedrijfskleding)
5. 100% hernieuwbare stroom (liefst Nederlands) en afbouw gasverbruik
6. Verminderen van energiegebruik door isoleren, en energiezuinige verlichting en apparatuur
7. Bij voldoende stroompunten, geen dieselaggregaten
8. Volledige afbouw van gebruik van single use plastics (bekers, rietjes, flesjes, etc)
9. Optimale afvalscheiding: zero waste
10. Educatieve communicatie (dus uitleggen waarom duurzame keuzes)

Did systeem is nog niet af, bewust ook, want is de wethouder bereid om zo’n manier van verduurzaming, al dan niet aangepast zoals ik er nu over praat, toe te voegen aan de beleidsregel? Als de wethouder dit een goed idee vindt, dan kunnen wij bij de definitieve raadsbehandeling komen met een motie of amendement, waarin we dit precies vastleggen.