Commis­sie­bij­drage Raads­voorstel Beleids­no­titie tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling hotels; beleids­regels Tijdelijk verblijf (short stay)


12 november 2019

Dank u wel voorzitter,

Afgelopen vrijdag stond er een mooi essay in de Volkskrant met de titel ‘Ik maak me oprecht zorgen over Utrecht nu de ziel uit de stad verdwijnt’. Inwoner Frank Heinen schrijft dat het verdienmodel de kern, het doel, lijkt te zijn geworden van de ontwikkeling van onze stad. En dat dié mentaliteit grote gevolgen heeft voor de gemeenschapszin.

Voorzitter, het is een beeld dat de Partij voor de Dieren zeer herkent. En wij denken ook dat het een beeld is dat voor veel inwoners in toenemende mate herkenbaar is. Ik kan mij ook nog herinneren voorzitter, dat u en ik tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen op straat spraken met een geboren en getogen Utrechter. Een jonge vrouw, die in tranen op straat stond omdat zij ziet en voelt wat ik zojuist heb genoemd. Dit leeft echt. En dat zal zeker ook in de komende jaren toenemen. Want het college drukt de komende jaren het gaspedaal volledig in voor meer festivals, meer horeca, meer internationale prestige-evenementen om ‘Utrecht op de kaart te zetten’, heel veel meer inwoners, meer internationale werknemers en studenten, en –ja– ook meer toeristen en hotels. Het college wil aan alle vraag voldoen, en dat leidt tot kwantiteit boven kwaliteit. En tot groei ten koste van de leefbaarheid.

In de komende jaren worden hier in deze stad tot wel 1800 hotelkamers toegevoegd op de bestaande capaciteit van 2000 kamers. Dat is een bijna-verdubbeling in een aantal jaar tijd. Goed, tot 2023 komen er ‘in principe’ geen hotels meer bij, maar dat is ook wel makkelijk praten als je net hebt toegestaan dat het aantal kamers explodeert. En alsof er geen dringende behoefte bestaat aan huisvesting en ruimte voor groen. Maar goed, capaciteitsvergroting was nodig, want Utrecht zou in vergelijking tot andere steden, en met het oog op de economische vooruitzichten, weinig hotelkamercapaciteit hebben. Wat doet dat ertoe, vragen wij aan het college? Want op welke manier is de hotelkamercapaciteit per inwoner in andere steden, of zijn de economische vooruitzichten, een soort van maatstaf voor het aantal hotelkamers in onze stad? Voorzitter, Haarlem waait niet mee met die wind en durft soeverein van de markt haar toerismebeleid fundamenteel te heroverwegen. Wij zouden dat ook moeten doen, maar horen nog geen begin daarover terug.

Het grijze pand van het Moxy hotel dat bij Rotsoord zal worden gebouwd is een treffend voorbeeld van het groeidenken van dit college op het gebied van toerisme. Het is het type hotel dat zo goedkoop mogelijk wordt gemaakt. Gasten moeten bijvoorbeeld zelf hun bed afhalen. Nu vinden wij dat niet zozeer een probleem, maar de achterliggende gedachte wel. Want dit scheelt arbeid en dus geld. De bijdrage aan arbeidsplaatsen is dus nihil, en de bijdrage aan huisvesting, leefbaarheid en groen is negatief. Maar het is wel weer een steun in de rug voor de alsmaar uitdijende en klimaatontwrichtende luchtvaartsector. Dát is volgens de Partij voor de Dieren de context waarbinnen de toerismevisie van dit college moet worden bezien en besproken. Het is daarnaast ook typerend vinden wij: er ligt wel een economisch onderzoek naar de marktkansen, maar geen ecologisch onderzoek naar de risico’s van toerisme. Wij vragen het college waarom zij vervuilend toerisme niet ontmoedigt en waarom wij niets teruglezen over duurzaam toerisme? Vindt dit college duurzaam toerisme belangrijk? Is dit college ook bereid om, dus naast dat economische onderzoek, een ecologisch onderzoek te doen naar de impact van het toerisme in Utrecht op het klimaat en naar wat wij als gemeente kunnen doen om die negatieve impact te verminderen?

Voorzitter. De Partij voor de Dieren is erg kritisch op studentenhotels zoals het Student Hotel. Wij kunnen wat dat betreft aansluiten bij de vragen, zorgen en voorstellen van Student&Starter en de SP. Studenten die feitelijk een jaar op dezelfde plek wonen, zijn door juridische ontbrekingen geen huurders in juridische zin en verliezen daarmee hun recht op huurbescherming. Voorzitter, de realiteit is dat in bijna alle studentenhuizen – vaak ook herhaaldelijk – studenten maximaal een jaar of vaak zelfs een aantal maanden in een huis wonen, nét als bij het Student Hotel. Het is feitelijk dezelfde situatie, maar de ene heeft wel huurbescherming en de ander niet. Erkent het college dat deze groepen studenten gewoon feitelijk hetzelfde doen, namelijk betalen voor een dak boven hun hoofd? Voorzitter. Student Hotels zijn vanuit ondernemend perspectief misschien een goed idee, maar het is feitelijk niets anders dan het financieel uitbuiten van mensen. Voorzitter, de Partij voor de Dieren wil dat mensen die feitelijk wonen in een studentenhotel dezelfde huurbescherming hebben als iedere huurder, ook al zijn zij in juridische zin geen huurder.

De Partij voor de Dieren vindt het mooi dat er ook internationals naar onze stad komen. Het moet alleen geen doel op zich zijn om de aantallen zoveel mogelijk te maximaliseren. Dat is wel wat er gebeurt. En zoals ook uit de quickscan-short stay blijkt, zorgt de focus op maximale internationalisering in veel steden tot een groei van de shortstay-woningmarkt – zoals de Student Hotels. Want de nagestreefde groei gaat gewoonweg harder dan de woningmarkt in de behoefte aan woningen kan voorzien. De Partij voor de Dieren hoopt dan ook dat partijen die altijd inzetten op die maximale internationale groei hier ook anders naar durven kijken en die focus los te laten, omdat dit soort onwenselijke ontwikkelingen anders blijven doorzetten. Maar uiteindelijk staat voor de Partij voor de Dieren overeind: de internationals die hier wonen moeten dezelfde huurbescherming genieten als ieder ander.

Dank u wel voorzitter.