Commis­sie­bij­drage Raads­voorstel Plan van aanpak invoering Omge­vingswet


7 november 2019

Dank u wel voorzitter.

De Partij voor de Dieren is nooit voorstander geweest van de invoering van de Omgevingswet. Wat ons betreft was onderwerp van behandeling een Plan van Afstel geweest. Maar goed, de keuzes van de Tweede Kamer betekenen dat wij hiermee aan de slag moeten en daarom zullen wij onze best doen om het grootste belang, namelijk het beschermen van kwetsbare waarden, een goede plek te geven in ons omgevingsbeleid.

Het oorspronkelijke doel van de Omgevingsvisie is om regels te versimpelen en zo meer ruimte te creëren voor economische activiteiten. Hoe flexibeler de regels, hoe meer ontwikkelingsruimte. Wat de Partij voor de Dieren betreft moet flexibiliteit niet gaan over het ‘zoveel mogelijk economische activiteiten uit de grond stampen’, maar over ‘hoe kunnen we de natuur, het klimaat, de volksgezondheid en de leefbaarheid het beste dienen’. Is het college dat met de Partij voor de Dieren eens?

Het college schrijft terecht over de complexiteit van het stelsel van de Omgevingswet, en over de risico’s van een wirwar aan regels voor bijvoorbeeld handhaving.

De raad stelt stadsbreed beleid vast. Je zou dan denken dat dit beleid dus stadsbreed dwingend is, een verplichte ondergrens. Maar is dat ook zo? Voorbeeld: Utrecht kent een herplantplicht. Stadsbreed geldt dus dat voor elke gekapte boom een nieuwe terugkomt. Wij hebben echter begrepen dat hier in Omgevingsvisies voor deelgebieden, ook met lagere standaarden, van kan worden afgeweken. Als dat klopt heeft het vaststellen van een stadsbrede visie geen zin, omdat die dan niet stadsbreed is. Klopt dat? Kan het college toezeggen dat we de stadsbrede regels daadwerkelijk als stadsbrede, als een dwingende ondergrens hanteren, en dat zij dit dan ook nadrukkelijk vastlegt in ons Omgevingsbeleid? Dat bij deelvisies dus enkel hogere normen mogen worden gehanteerd, bijvoorbeeld omdat dat nodig is voor de bescherming van bepaalde belangen, en geen lagere? Graag een reactie. Als we dit niet doen ontstaat er een onwerkbare en oncontroleerbare situatie – niet alleen voor de raad maar bijvoorbeeld ook voor inwoners en handhavers.

Dan de draaiknopsessies. Ambtenaren werken in draaiknopsessies samen om bijvoorbeeld voor omgevingsvisies en –plannen te bezien wat de ideale standen zijn. De Partij voor de Dieren vindt dit proces heel onduidelijk en ondoorzichtig. Is het college daarom bereid om een informatiebijeenkomst, een expertmeeting, te organiseren over de Omgevingswet en specifiek ook dergelijke sessies, waarbij het proces van begin tot eind van een of meerdere praktijkvoorbeelden wordt uitgelegd? En kan zij toezeggen dat wanneer de raad keuzes maakt, de resultaten van deze sessies met het betreffende voorstel aan de raad worden gezonden? Dit helpt de raad te begrijpen welke afwegingen worden gemaakt.

En waarom wordt bij deze draaiknopsessies pas als laatste stap gekeken naar de effecten van de stand van de knoppen op gezond stedelijk leven, de Utrechtse ambities en de veranderdoelen van de Omgevingsvisie? Waarom niet als eerste, want dit zijn toch onze ambities en de doelen van zo’n omgevingsvisie, vraag ik het college?

En ten aanzien van open normen, schrijft het college op pagina 15 dat gesloten normen de ambities op het gebied van gezond stedelijk leven in de weg kunnen zitten. Nu is de Partij voor de Dieren niet per se tegen open normen, maar wel als het een doel op zich wordt. Kan het college, om er een beeld bij te krijgen, twee voorbeelden noemen waarvan zij nu ziet dat dit het geval is? En zijn gesloten normen vaak het probleem, of gaat het in die gevallen om verkeerde gesloten normen? De raad kan toch altijd toestemming geven om van omgevingsplannen af te wijken als dat gezonder en duurzamer blijkt, dus wat is nou precies het probleem met gesloten normen?

De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over de positie van de raad met het oog op de flexibiliteit en daarmee controleerbaarheid. Kan het college haar visie hier in algemene zin op geven, want wij vinden dit niet duidelijk terugkomen in het stuk? Waarom volstaat de huidige werkwijze niet?

Dan delegatie. Vooruitlopend op beslissingen die pas voor medio 2021 worden aangekondigd, kunnen wij alvast stellen dat de PvdD geen voorstander is van delegatie. Het wijzigen of afwijken van een omgevingsplan kan dusdanige impact hebben op de leefomgeving van zowel dieren als mensen, dat wij daar als raad graag zelf over beslissen.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren is er regelmatig tegenaan gelopen dat de verklaring van geen bedenkingen naar onze mening onterecht gebruikt werd. Plannen die wel degelijk politiek of maatschappelijk gevoelig lagen, bijvoorbeeld omdat buurtbewoners bezwaar maakten of groen in de verdrukking kwam, kregen via de verklaring van geen bedenkingen toch een vergunning van de gemeente. Het lijkt ons daarom van groot belang dat wanneer we te spreken komen over de voorwaarden voor het bindend advies, we leren van de ervaringen met de verklaring van geen bedenkingen en nog veel helderder dan nu formuleren wanneer het college mag afwijken van omgevingsplannen. Maar vooral ook: wanneer niet.

Dank u wel voorzitter.