Commis­sie­bij­drage Vast­stelling bestem­mingsplan Veld­huizen, De Meern


5 maart 2020

Dit voorstel lijkt beleidsarm: ten opzichte van de geldende beheersverordening lijkt er niet zoveel te veranderen. Tegelijkertijd: er wordt wel gewoon door het college aan de raad gevraagd om een bestemmingsplan vast te stellen. Wij moeten dat als zodanig benaderen. De Partij voor de Dieren doet dat, en niet zoals andere partijen dat we enkel kijken of het goed is opgeschreven, als technische oefening met de omgevingswet. Wat nu voorligt, bepaalt straks wat er in de praktijk mag en kan. Daar komt nog bij dat de hoofdstukken 3, 4, 5 van dit bestemmingsplan een uitgangspunt worden voor algemene regels die voor de hele gemeente gaan gelden. Dat is reden dat we hier extra kritisch naar gekeken hebben.

Hoofdstuk 2 (Functies ) In artikel 5.1. gaat het over het doel van de Functie: Groen.

Letterlijk staat daar niet meer dan dit:

Locaties met de functie Groen zijn bedoeld voor groen met de daarbij behorende voorzieningen, vergroting van de leefbaarheid en een gezond leefklimaat, water en speel- en verblijfsplekken.

Ter verduidelijking zou mijn fractie daar graag toegevoegd zien dat het niet alleen gaat om speel- en verblijfsplekken voor mensen, maar dat een doel van groen ook is dat dieren daar voedsel en schuilgelegenheid vinden. Biodiversiteit is ook een doel van de functie groen, en het is belangrijk dat te benadrukken.

In de verschillende subartikelen van artikel 10 staat dat reclame-uitingen een passende activiteit zijn op locaties die bedoeld zijn voor de functie “Verkeer”. Hoezo is reclame passend bij de functie verkeer, is dat geen vervuiling van de openbare ruimte, en leidt het niet het verkeer juist af? Graag een reactie.

Hoofdstuk 3 schrijft regels voor over bouwen en het valt de Partij voor de Dieren op dat in dit hoofdstuk met geen woord gerept wordt over natuur-inclusief of diervriendelijk bouwen. Dat hadden wij wel verwacht: “Bouwen mag, míts er rekening gehouden wordt met kenmerken van natuur-inclusief bouwen”. Dat is ook passend in de gedachte van de omgevingswet “ja mits”. Vraag aan de wethouder: waarom is deze kans niet gegrepen om dit hier te verankeren? Het is toch een goede plek om eventuele initiatiefnemers er in dit hoofdstuk aan te herinneren?

Hoofdstuk 4 gaat over het gebruik van locaties. Het begint met een lijstje activiteiten die in het algemeen niet mogen in artikel 25.2. Daar mist er eentje, namelijk:

“Activiteiten die bomen aantasten.” Bij de functies Groen en verkeer wordt dat expliciet benoemd, maar is het niet veel logischer als we dit in zijn algemeenheid stellen en dus opnemen in hoofdstuk 4? Graag een reactie

Tot slot: de omgevingswet zou het allemaal makkelijker moeten maken. Deze exercitie voor 1 enkel omgevingsplan voor 1 relatief eenvoudig stukje Utrecht, die lijkt daar niet op. Los van het feit dat wij grote zorgen hebben of met de invoering van de omgevingswet de bescherming van bijvoorbeeld flora, fauna, cultuurhistorie en een fijne prettige leefomgeving niet onder druk komt van het zo makkelijk mogelijk gebruiken van de ruimte, vragen wij ons naar aanleiding van dit omgevingsplan ook af of wij wel op tijd klaar zijn om voor alle deelgebieden in de stad een goed omgevingsplan te hebben. Dat het niet alleen eenvoudiger maakt, maar veel belangrijker: dat de bescherming van alles van waarde blijft borgen.

Wij hebben daarom nog één vraag aan het college: is zij bereid om zelfstandig en via de VNG meer tijd en middelen aan het Rijk te vragen voor de invoering en structurele uitvoering (bijv. handhaving) van de omgevingswet, en te vragen om meer ondersteuning bij het borgen van natuur- en milieunormen?