Schrif­te­lijke vragen De kansen voor eenper­soons­huis­houdens op Woningnet


Indiendatum: 12 mei 2022

Schriftelijke vragen 88/2022

In 2021 is de huisvestingsverordening aangepast. Onder meer om tegemoet te komen aan doelen als passend toewijzen en het zo goed mogelijk verdelen van schaarse ruimte. Daarbij werden onder meer wijzigingen gedaan in de voorrangsregels voor huishoudgrootte ten opzichte van het aantal kamers van de woning.

Nu de wijzigingen een jaar van kracht zijn ontvangen we signalen van alleenstaande woningzoekers dat de effecten van deze wijzigen voor deze groep mogelijk zijn dat hun kansen op een woning behoorlijk afgenomen zijn. Onbedoeld effect van het gewijzigde beleid kan zijn dat zij geen enkele kans meer maken op appartementen of woningen die zijn ingedeeld in meer dan 2 kamers. Dus ook voor een appartement van minder dan 60m2, dat is ingedeeld in 3 kamertjes, komen zij bijvoorbeeld niet meer in aanmerking, terwijl dit niet per se ongepast veel te ruim lijkt voor 1 persoon. En bijvoorbeeld mensen die een beroep hebben waarvoor ze permanent thuiswerken kunnen behoefte hebben aan een aparte werkruimte.

Onze fracties hebben de volgende vragen naar aanleiding van de vorig jaar doorgevoerde wijzigingen in de huisvestingsverordening:

1. Wat is er bij de bedoelde wijziging van de huisvestingsverordening precies veranderd in de toewijzingsregels met betrekking tot de bezettingsnorm, specifiek voor 1-persoonshuishoudens?

2. Zijn er al cijfers bekend wat het effect hiervan is, ook voor 1-persoonshuishoudens en hun gemiddelde wachttijd?

a. Hoeveel woningen zijn toegewezen aan 1-persoonshuishoudens en hoe was dat de afgelopen jaren?

b. Zijn er nu meer 2-kamerwoningen toegewezen aan 1-persoonshuishoudens? Hoeveel en hoeveel ten opzichte van voorgaande jaren?

c. Worden er nog 3-kamerwoningen toegewezen aan 1-persoonshuishoudens? Ook als deze kleiner zijn dan 60m2? Hoeveel en hoeveel ten opzichte van voorgaande jaren?

3. Hoeveel inschrijftijd hebben 1-persoonshuishoudens gemiddeld op het moment dat ze een woning accepteren? Hoe is dat voor 2- en meerpersoonshuishoudens?

4. Hoe beoordeelt het college de kansen van 1-persoonshuishoudens op een sociale huurwoning, ten opzichte van 2- en meerpersoonshuishoudens en ook ten opzichte van de kansen vóór wijziging van de toewijzingsregels?

5. Hoe beoordeelt het college de effecten van de wijziging van de bezettingsnorm?

6. Als de kansen voor eenpersoonshuishoudens inderdaad afnemen, welke mogelijke opties ziet het college om dit te repareren, en welke opties zijn er om in het toewijzingsbeleid rekening te houden met mensen die thuis een werkruimte nodig hebben om hun beroep te kunnen uitoefenen?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Pepijn Zwanenberg, GroenLinks
Yvonne Hessels, SP
Gert Dijkstra, EenUtrecht
Stevie Nolten, Bij1
Tess Meerding, VVD
Rick van der Zweth, PvdA
Annemarijn Oudejans, Student & Starter

Indiendatum: 12 mei 2022
Antwoorddatum: 9 jun. 2022

1. Wat is er bij de bedoelde wijziging van de huisvestingsverordening precies veranderd in de toewijzingsregels met betrekking tot de bezettingsnorm, specifiek voor 1-persoonshuishoudens?

Antwoord: In de tabel bij ‘Voorrangsregels Bezettingsnorm’ (Artikel 2.4.2, lid 2, Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht) is de bezettingsnorm ingevuld voor appartementen tot en met 4 kamers. Eerst gold er geen bezettingsnorm voor deze appartementen. Het doel van deze wijziging was om ervoor te zorgen dat meer huishoudens reageren op woningen die bij de grootte van het huishouden passen. Door de verdere invulling van de tabel wordt de kans verkleind dat grote huishoudens in te kleine woningen gehuisvest worden. Ongewenste situaties, bijvoorbeeld grote
gezinnen die terechtkomen in twee of driekamerwoningen of kleine huishoudens in grotere woningen, worden zo voorkomen. Een gevolg van de wijziging is dat als een eenpersoonshuishouden reageert op een woning die niet past bij de bezettingsnorm voor eenpersoonshuishoudens, de woningzoekende nu op een veel lagere positie in de ‘wachtrij’ uitkomt in vergelijking met 2021. Hierdoor lijkt het alsof de slaagkans voor
eenpersoonshuishoudens afneemt. Voor deze groep is de slaagkans op kleinere appartementen juist toegenomen, doordat andere groepen (grotere huishoudens) hiervoor nu minder snel voor in aanmerking komen.

2. Zijn er al cijfers bekend wat het effect hiervan is, ook voor 1-persoonshuishoudens en hun gemiddelde wachttijd?

a. Hoeveel woningen zijn toegewezen aan 1-persoonshuishoudens en hoe was dat de afgelopen jaren?

b. Zijn er nu meer 2-kamerwoningen toegewezen aan 1-persoonshuishoudens? Hoeveel en hoeveel ten opzichte van voorgaande jaren?

c. Worden er nog 3-kamerwoningen toegewezen aan 1-persoonshuishoudens? Ook als deze kleiner zijn dan 60m2? Hoeveel en hoeveel ten opzichte van voorgaande jaren?

Antwoord: De nieuwe toewijzingsregels voor 1 persoonshuishoudens zijn sinds 1 januari jl. van kracht. Om het effect te kunnen beoordelen, zijn minimaal de cijfers over de periode van 1 jaar nodig. Een periode van drie maanden is te kort voor een goede analyse. Voor 2022 beschikken we alleen over accurate
cijfers voor 3 maanden omdat:
- woningen die voor 1 januari zijn geadverteerd, maar na 1 januari zijn toegewezen, onder het oude toewijzingsbeleid vielen
- omdat tussen advertentie en toewijzing ongeveer één maand zit, vielen alle toewijzingen in januari nog onder het oude beleid.
- de huidige maand (mei) is bij het stellen van deze vragen nog niet om. De cijfers voor mei gaan dus over een onvolledige maand.

3. Hoeveel inschrijftijd hebben 1-persoonshuishoudens gemiddeld op het moment dat ze een woning accepteren? Hoe is dat voor 2- en meerpersoonshuishoudens?

Antwoord: Op 23 mei jl. hadden eenpersoonshuishoudens een gemiddelde inschrijftijd van 10,3 jaar bij acceptatie van een woning. Meerpersoonshuishoudens hebben een gemiddelde inschrijftijd variërend van 9,6 tot 11,6 jaar bij acceptatie van een woning.

4. Hoe beoordeelt het college de kansen van 1-persoonshuishoudens op een sociale huurwoning, ten opzichte van 2- en meerpersoonshuishoudens en ook ten opzichte van de kansen vóór wijziging van de toewijzingsregels?

Antwoord: Het is nu nog te vroeg om daar een onderbouwde uitspraak over te doen. Graag komen wij hier begin 2023 bij u op terug.

5. Hoe beoordeelt het college de effecten van de wijziging van de bezettingsnorm?

Antwoord: Zie antwoord bij vraag 4.

6. Als de kansen voor eenpersoonshuishoudens inderdaad afnemen, welke mogelijke opties ziet het college om dit te repareren, en welke opties zijn er om in het toewijzingsbeleid rekening te houden met mensen die thuis een werkruimte nodig hebben om hun beroep te kunnen uitoefenen?

Antwoord: Het is nog te vroeg om hier een uitspraak over te kunnen doen. In het algemeen is het zo dat het meer ‘passend’ toewijzen van de woningvoorraad, voor een betere benutting van het beschikbare komende aanbod zorgt: relatief meer mensen worden aan een woning geholpen. Dat kan als keerzijde hebben dat sommige woonwensen, zoals een extra kamer, lastiger ingewilligd kunnen worden.