Schrif­te­lijke vragen Groen­com­pen­satie sportpark Vechtzoom


Schriftelijke vragen 88/2019

Het college heeft de raad middels een brief (kenmerk 5609482) geïnformeerd over haar besluit over de inpassing van twee hockeyvelden op sportpark Vechtzoom. Dit besluit is een vervolg op de Rapportage Capaciteitsbehoefte Sport 2018-2030. In Utrecht groeit de vraag naar sportvelden. Wat de Partij voor de Dieren betreft is het inderdaad belangrijk om voldoende sportfaciliteiten te organiseren. Dit zorgt er voor dat iedere Utrechter gezonder leeft en zich gezonder voelt, en ook biedt het mogelijkheden om sociale contacten op te doen. Tegelijk zien wij dat de mogelijkheden om in die vraag te voorzien afnemen en conflicteren met het beschermen van groene waarden. Dit college wil Utrecht intensief bebouwen, wat mede tot gevolg heeft dat extra sportvelden op onwenselijke plekken worden aangelegd. Het voorstel voor sportpark Vechtzoom is een voorbeeld daarvan. Uitbreiding van sportpark Vechtzoom gaat namelijk ten koste van 100 bomen in de groene hoofdstructuur, in een omgeving waar in de afgelopen jaren al veel bomen zijn gekapt. De Partij voor de Dieren heeft de volgende vragen:

1. Is het college het met ons eens dat bouwen in groenstructuren, en dus ook het aanleggen van nieuwe sportvelden in de groenstructuur, geen goed idee is? Zo nee, waarom niet?

2. Is het college bereid om beleid te ontwikkelen om te voorkomen dat de inpassing van nieuwe sportfaciliteiten ten koste gaat van de omvang en kwaliteit van de groenstructuren? Zo nee, waarom niet?

3. Hoeveel bomen zijn in de afgelopen 5 jaar gekapt in het vierkant Pampadreef-Marnixlaan-Vechtdijk/Zandpad-Belo Horizontedreef?

4. Klopt het dat de bomen die gekapt worden voor de uitbreiding van sportpark Vechtzoom, niet per stuk gecompenseerd worden? Niet op of nabij de locatie en ook niet ergens anders? Hoeveel bomen worden er wél gecompenseerd en waar?

5. Uit de stukken lijkt dat, omdat compensatie in bomen lastig zou zijn, het college ervoor kiest de watergangen te verbeteren. In hoeverre klopt het dat waterschap HDSR al van de gemeente eist dat zij de kwaliteit van watergangen verbetert, nu het waterbergend vermogen van dit gebied zal afnemen met het nieuwe veld?

6. Is het college bereid uitgebreid inzichtelijk maken welke voorwaarden het waterschap heeft gesteld aan het verbeteren van de watergangen?

7. Welke maatregelen gaat het college ten aanzien van de watergangen nemen naast de door het waterschap opgelegde maatregelen en hoe staat dit in verhouding tot het compenseren van minder bomen?

8. Met de aanleg van de sportvelden neemt ook de lichtvervuiling toe. Kan het college aangeven welke maatregelen zij gaat nemen om lichthinder te voorkomen?

9. Is het college bereid om te bezien of het aanplanten van extra bomen tussen de sportvelden en woningen mogelijk is, op dusdanige wijze dat dit lichthinder bij woningen zal verminderen? Zo nee, waarom niet?

10. Welke maatregelen gaat het college nemen om de geluidsbelasting, die toeneemt door aanleg en toegenomen bezetting van de sportvelden, voor omwonenden te voorkomen of te beperken?

11. Wat zijn de te verwachten effecten van het uitbreiden van sportpark Vechtzoom op de aanzuigende werking van autoverkeer?

12. Hoe gaat het college zich inzetten voor het beperken van autoverkeer, inclusief parkeerplekken, en het stimuleren van fietsverkeer?

13. Hoe gaat het college voorkomen dat bezoekers van het sportpark in de omliggende omgeving parkeeroverlast veroorzaken?


Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 14 mei 2019

Schriftelijke vragen 88/2019

Het college heeft de raad middels een brief (kenmerk 5609482) geïnformeerd over haar besluit over de inpassing van twee hockeyvelden op sportpark Vechtzoom. Dit besluit is een vervolg op de Rapportage Capaciteitsbehoefte Sport 2018-2030. In Utrecht groeit de vraag naar sportvelden. Wat de Partij voor de Dieren betreft is het inderdaad belangrijk om voldoende sportfaciliteiten te organiseren. Dit zorgt er voor dat iedere Utrechter gezonder leeft en zich gezonder voelt, en ook biedt het mogelijkheden om sociale contacten op te doen. Tegelijk zien wij dat de mogelijkheden om in die vraag te voorzien afnemen en conflicteren met het beschermen van groene waarden. Dit college wil Utrecht intensief bebouwen, wat mede tot gevolg heeft dat extra sportvelden op onwenselijke plekken worden aangelegd. Het voorstel voor sportpark Vechtzoom is een voorbeeld daarvan. Uitbreiding van sportpark Vechtzoom gaat namelijk ten koste van 100 bomen in de groene hoofdstructuur, in een omgeving waar in de afgelopen jaren al veel bomen zijn gekapt. De Partij voor de Dieren heeft de volgende vragen:

1. Is het college het met ons eens dat bouwen in groenstructuren, en dus ook het aanleggen van nieuwe sportvelden in de groenstructuur, geen goed idee is? Zo nee, waarom niet?

Inderdaad, het is een uitdaging het groen te behouden in een groeiende stad. Bijna alle Utrechtse sportparken zijn opgenomen in de stedelijke groenstructuur (behalve sportpark Aziëlaan op het dak van de Ikea). Deze zijn destijds (mei 2007) opgenomen in de stedelijke groenstructuur omdat recreatie ook een belangrijke waarde is van de stedelijke groenstructuur, en we de ambitie hebben de toegankelijkheid van sportparken te verbeteren voor alle inwoners, ook wandelaars en individuele recreanten. Overigens past sporten bij de vierde ambitie van het groenbeleid: het groen te gebruiken voor een gezonde stad.
Een gezonde groei van de stad gaat echter gepaard met een groeiende behoefte aan bereikbare sportvoorzieningen. Hierover is de raad geïnformeerd middels de Raadsbrief Rapportage Capaciteitsbehoefte Sport 2018-2030. Ook dat is een moeilijke zoektocht in een stad, die de ambitie heeft om binnen het stedelijk gebied te groeien om de omliggende landschappen te sparen. Door zoveel mogelijk op bestaande sportparken uit te breiden om aan de behoefte aan extra sportvelden te voldoen, wordt er efficiënt gebruik gemaakt van de ruimte in de stad.
Vanwege die ligging in de groenstructuur is ervoor gekozen om bij de uitbreiding van sportpark Vechtzoom zorgvuldig onderzoek te doen, drie verschillende varianten uit te werken en vroegtijdig en uitgebreid participatie te houden. Op basis daarvan is uiteindelijk gekozen voor de meest compacte variant waarbij het al aanwezige (hisotirsche) groen rondom het sportpark zoveel mogelijk gespaard blijft en er groencompensatie plaats vindt door het verbeteren van de recreatieve en ecologische waarden op het sportpark zelf. Zo verbeteren we de toegankelijkheid en bereikbaarheid van groen voor meerdere doelgroepen (waaronder recreanten). Door een pad aan te leggen naar het park en verder. En met de keuze voor de compacte variant blijvende belangrijke bestaande groene waarden aan de kant van de Vechtdijk behouden.

2. Is het college bereid om beleid te ontwikkelen om te voorkomen dat de inpassing van nieuwe sportfaciliteiten ten koste gaat van de omvang en kwaliteit van de groenstructuren? Zo nee, waarom niet?

Zoals aangegeven bij vraag 1 zijn er verschillende doelen en belangen voor onze schaarse ruimte die soms ook met elkaar concurreren. Dit is voor ons reden om bij de vernieuwing van de Ruimtelijke Strategie Utrecht expliciet aandacht te schenken aan de balans tussen ruimtevraag horend bij de groei van de stad en de vraag en aanbod van groen.

3. Hoeveel bomen zijn in de afgelopen 5 jaar gekapt in het vierkant Pampadreef-Marnixlaan-Vechtdijk/Zandpad-Belo Horizontedreef?

We registreren alleen de gemeentelijke bomen die we in onderhoud hebben en die bomen waarvoor een velvergunning is aangevraagd. Zo is inzichtelijk hoeveel gemeentelijke bomen er uit het onderhoudssysteem verwijderd zijn in het afgelopen jaar. Zoals blijkt uit de bomenrapportage bij het Duurzaamheidsverslag zijn er in dit vierkant vorig jaar 6 bomen geregistreerd als verwijderd of verplant.
Een velvergunning is nodig voor bomen met een diameter vanaf 15 cm, op percelen vanaf 300 m2 en voor bomen die ouder zijn dan 50 jaar. Binnen het aangegeven gebied zijn geen velvergunningen bekend. Net buiten het gebied is er een velvergunning afgegeven in 2015 voor het kappen van 3 bomen op het Vechtzoom park. En er zijn direct ten zuiden van het aangegeven gebied 230 bomen gekapt bij het Zandpad.

4. Klopt het dat de bomen die gekapt worden voor de uitbreiding van sportpark Vechtzoom, niet per stuk gecompenseerd worden? Niet op of nabij de locatie en ook niet ergens anders? Hoeveel bomen worden er wél gecompenseerd en waar?

Nee, dit klopt niet. Bij het indienen van de kapvergunning is het noodzakelijk om de benodigde bomencompensatie inzichtelijk te maken. Iedere gekapte boom (95) op het sportpark zal gecompenseerd worden. Helaas zijn niet alle bomen één op één binnen de grenzen van het sportpark terug te planten. Op dit moment wordt nog onderzocht hoeveel bomen er precies terug kunnen komen op het park zelf, de verwachting is dat er tussen de 50 en 64 terug zullen komen.
Naast deze bomen worden er vanuit het project 40 bomen elders in de stad aangeplant (Attleeplantsoen). Bovendien wordt ook gekeken naar de aanplant mogelijkheden van extra bomen op andere sportparklocaties. Uitgangspunt is dat we de te kappen bomen daarmee volledig kunnen compenseren.

5. Uit de stukken lijkt dat, omdat compensatie in bomen lastig zou zijn, het college ervoor kiest de watergangen te verbeteren. In hoeverre klopt het dat waterschap HDSR al van de gemeente eist dat zij de kwaliteit van watergangen verbetert, nu het waterbergend vermogen van dit gebied zal afnemen met het nieuwe veld?

Over de bomencompensatie zie antwoord op vraag 4. De watercompensatie die nodig is vanwege het toevoegen van verharding (kunstgras) en daardoor verlies aan waterbergend vermogen wordt volledig gecompenseerd in overleg met het waterschap HDSR. De HDSR toetst daarbij alleen aan waterbergend vermogen van het uiteindelijke plan, niet aan de waterkwaliteit. Zie verder het antwoord bij vraag 6.
De aanpassingen aan de noordelijke watergang voor een verbetering van de waterkwaliteit is één van de compenserende maatregelen in het kader van de groencompensatie. Door meer lichttoetreding en een bredere en diepere watergang met natuurlijke oevers wordt de waterkwaliteit verbeterd, de verwachting is dat dit de ecologische waarden verhoogd. Verschillende zones en meer variatie in beplanting betekenen meer potentie voor flora en fauna.

6. Is het college bereid uitgebreid inzichtelijk maken welke voorwaarden het waterschap heeft gesteld aan het verbeteren van de watergangen?

Ja. Het sportpark wordt wat groter door het inpassen van twee hockeyvelden op één van de twee bestaande natuurgras voetbalvelden. Het andere natuurgrasveld zal hierdoor wat opschuiven in noordelijke richting. De hockeyvelden zijn van kunstgras, wat door het waterschap, HDSR, wordt gezien als ‘verharding’. Door een toegenomen oppervlak aan verharding daalt het waterbergend vermogen in het gebied.
Het waterschap, HDSR, eist dat uitbreiding met kunstgras (in een percentage) wordt gecompenseerd om het waterbergend vermogen in het gebied gelijk te houden. Dit kan door een vergroting van het wateroppervlaktewater of ondergronds door middel van technische bergingsvoorzieningen (Infiltratie transport= IT riool, grindkoffers, infiltratiekratten).
Een deel van het oppervlak van de twee gedraineerde natuurgrasvelden (totaal 15.552 m²) wordt omgevormd naar twee kunstgrasvelden (totaal 11.730 m²). De richtlijn hiervoor is 18%. Dit betekent een ‘verhard oppervlak’ van circa 2111 m². De richtlijn hiervoor is 15% watercompensatie.
Er dient dus 317 m² oppervlaktewater of 95 m³ bergingscapaciteit (waterschijf van 0,3m) te worden aangelegd ter compensatie van de omvorming van natuurgras naar kunstgras.
Voor het oppervlak (3.954 m²) dat wordt omgevormd van openbaar groen (on-gedraineerd) naar natuurgras (on-gedraineerd) is de richtlijn 43%. Dat is een toename van het verhard oppervlak met
1700 m² met een benodigde compensatie van 255 m² oppervlaktewater of 76,5 m³ bergingscapaciteit.
Door vermindering van de verharding om de nieuwe velden (t.o.v. de bestaande verharding om de natuurgrasvelden) en aanpassing van de bestaande verharding rondom kantine en kleedkamers naar volledig water passerende verharding levert dit een positieve bijdrage aan de watercompensatie opgaaf van 295 m².

In totaal bedraagt de benodigde watercompensatie in de compacte variant dus 317 + 255 – 295 = 277 m² aan oppervlaktewater of 83 m³ bergingscapaciteit voor de aanleg van twee kunstgras hockeyvelden met een oppervlak van 11.730 m². Het voetbalveld dat iets opschuift blijft natuurgras of wordt hybride en zal gedraineerd uitgevoerd worden.
De watercompensatie kan o.a. opgelost worden door middel van het opschuiven (i.v.m. verschuiving natuurgrasveld) plus deels verbreden van de watergang rondom de velden, het toepassen van water passerende verharding rondom kantine en kleedkamers en door de aanleg van een IT riool onder de bestrating tussen de velden. Het voorstel hiervoor zal binnenkort worden besproken met het waterschap.

7. Welke maatregelen gaat het college ten aanzien van de watergangen nemen naast de door het waterschap opgelegde maatregelen en hoe staat dit in verhouding tot het compenseren van minder bomen?

Zie antwoord bij vraag 5.

8. Met de aanleg van de sportvelden neemt ook de lichtvervuiling toe. Kan het college aangeven welke maatregelen zij gaat nemen om lichthinder te voorkomen?

Voor de variantenstudie is lichtonderzoek verricht. Hieruit blijkt dat lichthinder op de nieuw aan te leggen velden onder de norm blijft. De hoeveelheid licht op de gevel van de woningen door de verlichtingsinstallatie van het sportpark blijft in alle varianten onder de norm. Ten tweede is, per variant, de lichtintensiteit van de lichtinstallatie gemeten. De nieuwe armaturen op de hockeyvelden zorgen niet voor overschrijding. De bestaande armaturen op het voetbalveld wel. Door kappen op de armaturen te plaatsen, dan wel nieuwe armaturen te plaatsen wordt dit probleem opgelost.
Bij de uitwerking worden mogelijkheden om lichthinder op ecologische aspecten bekeken (binnen de sporttechnische eisen die aan de verlichting gesteld worden).

9. Is het college bereid om te bezien of het aanplanten van extra bomen tussen de sportvelden en woningen mogelijk is, op dusdanige wijze dat dit lichthinder bij woningen zal verminderen? Zo nee, waarom niet?

Het groen tussen de woningen en het sportpark is onderdeel van een ontwerp van fase 3 Antoniuskwartier. Bewoners hebben meegepraat over de inrichting van dit gebied. Aanwonenden gaven aan dat teveel bomen zorgen voor te weinig daglicht en daarom niet gewenst is. En ook vanuit ecologisch oogpunt is het gewenst dat er meer lichttoetreding komt op het water. Zie verder antwoord bij vraag 8.

10. Welke maatregelen gaat het college nemen om de geluidsbelasting, die toeneemt door aanleg en toegenomen bezetting van de sportvelden, voor omwonenden te voorkomen of te beperken?

Met een scherm kan het geluidsniveau worden teruggebracht. Maar op verzoek van de omwonenden doen we dat niet. Bij het Antoniuskwartier is dat een scherm van circa 7,5 meter hoog en bij de Vechtdijk van circa 2,5 meter. Uit de participatie blijkt dat niet gewenst door bewoners. Mede omdat de woningen en woonboten ook een zijde hebben waar het geluid van het sporten (en andere geluidbronnen) veel lager is (er is een rustige zijde).
Ook stedenbouwkundig is een scherm niet op goede wijze in te passen, zoals ook niet bij fase 2 van het Antoniuskwartier is gebeurd.

11. Wat zijn de te verwachten effecten van het uitbreiden van sportpark Vechtzoom op de aanzuigende werking van autoverkeer?

De verwachting is dat het doordeweeks op trainingstijden veel sporters met de fiets komen. Autoverkeer is vooral te verwachten in het weekend met bezoekende teams. Ervaring leert dat jeugdteams van tevoren verzamelen en er samen gereden wordt naar uitwedstrijden.
Er is onderzoek gedaan naar de parkeerbehoefte bij uitbreiding en de situatie in de wijk. Voor het sportpark zijn momenteel 30 parkeerplaatsen beschikbaar. Door uitbreiding van het sportpark zijn 8 extra parkeerplaatsen nodig op basis van de gemeentelijke parkeernormen. Deze hoeven niet aangelegd te worden omdat het het gehele gebied 354 parkeerplaatsen telt, waar er 307 nodig zijn. Ruim voldoende voor de 38 parkeerplaatsen voor het sportpark.

12. Hoe gaat het college zich inzetten voor het beperken van autoverkeer, inclusief parkeerplekken, en het stimuleren van fietsverkeer?

In het ontwerp worden voldoende fietsparkeerplekken opgenomen.

13. Hoe gaat het college voorkomen dat bezoekers van het sportpark in de omliggende omgeving parkeeroverlast veroorzaken?

Het is niet te voorkomen dat bezoekers van het sportpark parkeren op openbare parkeerplekken. Net als elders in de stad zal de gemeente in overleg gaan met de bewoners en sportverenigingen op het moment dat er meldingen komen over parkeeroverlast.


Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren