Schrif­te­lijke vragen Milieu-effecten kunstgras voet­bal­velden


Indiendatum: 1 mrt. 2016

Schriftelijke vragen 37/2016

Afgelopen zaterdag (27-02-2016) stond in de Volkskrant het artikel ‘Van kunstgras voetbalveld tot plastic soep’, waarin beschreven wordt dat kunstgras voetbalvelden worden bedekt met een strooisel van kunststof korreltjes, om ervoor te zorgen dat spelers beter over het veld kunnen glijden. Deze korreltjes blijven echter niet op het voetbalveld liggen maar verhuizen via voetbalkleding en schoenen naar de omgeving. Hierdoor verdwijnt in Nederland jaarlijks één miljoen kilo plastic korreltjes in het milieu. Voetbalvelden zijn een bron van microplastics door de slijtage van het kunstgras en via het rubbergranulaat (de korreltjes) dat aan het veld wordt toegevoegd.

Zeker gezien de sterke toename van kunstgrasvelden in de afgelopen jaren en de investering door onze gemeente in kunstgrasvelden voor amateursportverenigingen maakt de fractie van de Partij voor de Dieren zich zorgen over de microplastics die via voetbalvelden in het milieu verdwijnen. Daarom heeft onze fractie de volgende vragen:

1. Hoeveel kunstgras voetbalvelden zijn er momenteel in Utrecht in gebruik en hoeveel velden zullen op korte termijn worden gerealiseerd?

2. Met hoeveel kilo kunststof korrels worden deze velden jaarlijks bijgevuld?

In het genoemde artikel lezen we dat deze kunststof korrels in veel gevallen van rubbergranulaat (versnipperde autobanden) gemaakt zijn, maar dat er ook andere, meer natuurvriendelijke alternatieven beschikbaar zijn.

3. Op hoeveel velden worden deze onbewerkte rubberen instrooikorrels gebruikt? Op hoeveel velden wordt gebruik gemaakt van een alternatief, bijvoorbeeld korrels van kurk? Graag een overzicht van de alternatieven en hoe vaak deze gebruikt worden.

4.Deelt het college de zorgen van de PvdD met betrekking tot microplastics die vrijkomen bij slijtage van kunstgras en via het rubbergranulaat dat aan voetbalvelden wordt toegevoegd?

Korrels van rubbergranulaat kunnen diverse chemicaliën uit de oude autobanden bevatten. Om verontreiniging van de directe omgeving te voorkomen kunnen diverse maatregelen genomen worden. Voorbeelden hiervan zijn het zorgen voor verharding tussen kunstgrasveld en kleedkamer, regelmatig schoonvegen hiervan en het veegzand bij het restafval doen, en de drainage van het veld scheiden van de afwatering van de rest van het terrein om zo het drainagewater regelmatig te kunnen monitoren op verontreiniging.

5. Is het bij college bekend of er bij Utrechtse verenigingen die kunstgras voetbalvelden hebben dergelijke maatregelen worden uitgevoerd? Zo ja, graag de informatie hierover. Zo nee, welke mogelijkheden heeft het college om verenigingen hiertoe te stimuleren en zo de milieu-impact van de strooikorrels in hun velden te beperken?

Sinds enkele jaren is er ook kunstgras beschikbaar dat op een speciale manier geweven is waardoor instrooikorrels niet meer nodig zijn.

6. Zijn er in Utrecht al dergelijke voetbalvelden aangelegd? En zo nee, is het college bereid verenigingen te stimuleren en eventueel te ondersteunen wanneer zij voor deze techniek willen kiezen?

De productie, aanleg en vernieuwing van kunstgrasvelden is belastend voor het milieu, terwijl natuurgrasvelden daarentegen juist een positieve bijdragen leveren door onder meer het vasthouden van CO2. Natuurgras lijkt bovendien goedkoper te zijn, waardoor voor hetzelfde bedrag meer sportvelden aangelegd kunnen worden dan wanneer voor kunstgras gekozen wordt.

7. Wat is globaal het verschil in de kosten voor het aanleggen en onderhouden van een voetbalveld van kunstgras of een veld van natuurgras, gerekend van aanleg/productie tot vernieuwing?
8. Kunstgrasvelden kunnen gedurende meer uren per jaar belast worden. In hoeverre is de noodzaak meer uren gebruik te kunnen maken van de sportvelden reden om te kiezen voor kunstgras? In hoeveel van deze gevallen is er ruimte beschikbaar voor een extra veld van natuurgras in plaats van een kunstgrasveld? Een extra natuurgrasveld geeft verenigingen ook meer flexibiliteit bij het inroosteren van hun trainingen en wedstrijden.

9. Is het college het met de PvdD eens dat bij het aanleggen, vernieuwen of uitbreiden van sportvelden de afweging tussen kunstgras en natuurgras gemaakt zou moeten worden op basis van gevolgen voor het milieu en daarmee ook de volksgezondheid?

Indiendatum: 1 mrt. 2016
Antwoorddatum: 22 mrt. 2016

Schriftelijke vragen 37/2016

Afgelopen zaterdag (27-02-2016) stond in de Volkskrant het artikel ‘Van kunstgras voetbalveld tot plastic soep’, waarin beschreven wordt dat kunstgras voetbalvelden worden bedekt met een strooisel van kunststof korreltjes, om ervoor te zorgen dat spelers beter over het veld kunnen glijden. Deze korreltjes blijven echter niet op het voetbalveld liggen maar verhuizen via voetbalkleding en schoenen naar de omgeving. Hierdoor verdwijnt in Nederland jaarlijks één miljoen kilo plastic korreltjes in het milieu. Voetbalvelden zijn een bron van microplastics door de slijtage van het kunstgras en via het rubbergranulaat (de korreltjes) dat aan het veld wordt toegevoegd.

Zeker gezien de sterke toename van kunstgrasvelden in de afgelopen jaren en de investering door onze gemeente in kunstgrasvelden voor amateursportverenigingen maakt de fractie van de Partij voor de Dieren zich zorgen over de microplastics die via voetbalvelden in het milieu verdwijnen. Daarom heeft onze fractie de volgende vragen:

1. Hoeveel kunstgras voetbalvelden zijn er momenteel in Utrecht in gebruik en hoeveel velden zullen op korte termijn worden gerealiseerd?

Wij beschikken op dit moment over 47 voetbalvelden en trainingsveldjes van kunstgras, omgerekend naar hele velden zijn het er 41. In 2017 zijn dit er 44 kunstgrasvelden.

2. Met hoeveel kilo kunststof korrels worden deze velden jaarlijks bijgevuld?

Een TPE (geproduceerde kunststof korrel) veld wordt jaarlijks op peil gehouden met maximaal 160 kg TPE per keer. Een SBR (versnipperde autobanden) veld hoeft maar 1 keer in de vijf jaar bijgevuld te worden met maximaal 200 kg SBR per keer. Dit wil per saldo nog niet betekenen dat deze hoeveelheid in het milieu verdwijnt. Microplastics hebben de eigenschap dat ze inklinken, waardoor er extra microplastics dient te worden aangebracht om aan de veiligheids- en speltechnische eisen te kunnen voldoen. In het genoemde artikel lezen we dat deze kunststof korrels in veel gevallen van rubbergranulaat (versnipperde autobanden) gemaakt zijn, maar dat er ook andere, meer natuurvriendelijke alternatieven beschikbaar zijn.

3. Op hoeveel velden worden deze onbewerkte rubberen instrooikorrels gebruikt? Op hoeveel velden wordt gebruik gemaakt van een alternatief, bijvoorbeeld korrels van kurk? Graag een overzicht van de alternatieven en hoe vaak deze gebruikt worden.

We hebben nu nog 4,5 SBR velden, in 2006 is al besloten niet langer velden aan te leggen die zijn ingestrooid met SBR rubbergranulaat (versnipperde autobanden) ondanks dat deze door het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid als niet gevaarlijk zijn aangemerkt voor de volksgezondheid. Deze velden worden de komende zes jaar afgeschreven en vervangen door een ander type veld. Daarnaast hebben we 26,5 velden die zijn ingestrooid met TPE (geproduceerde kunststof korrel) We hebben nog geen velden met kurk infill, omdat deze velden sporttechnisch en beheertechnisch minder goed functioneren. We houden de ontwikkelingen echter nauwlettend in de gaten en zodra het een volwaardig alternatief is zullen we deze methode gaan toepassen.

4. Deelt het college de zorgen van de PvdD met betrekking tot microplastics die vrijkomen bij slijtage van kunstgras en via het rubbergranulaat dat aan voetbalvelden wordt toegevoegd?

Het college deelt de zorgen gedeeltelijk: een klein deel van de korrels kan in het milieu terecht komen bij hele harde wind of regen.
Het meeste materiaal wordt echter via de schoenen meegenomen naar de roosters buiten het veld en op de paden om de velden. Hier wordt het opgeveegd en bij het afval gedaan. Ook via de kleding worden korrels meegenomen die via de wasmachine in het riool verdwijnen. De vezels van de mat slijten, dit is inherent aan het gebruik van de kunstgrasvelden. Het vrijgekomen materiaal is niet UV stabiel en zal op den duur vergaan.

Korrels van rubbergranulaat kunnen diverse chemicaliën uit de oude autobanden bevatten. Om verontreiniging van de directe omgeving te voorkomen kunnen diverse maatregelen genomen worden. Voorbeelden hiervan zijn het zorgen voor verharding tussen kunstgrasveld en kleedkamer, regelmatig schoonvegen hiervan en het veegzand bij het restafval doen, en de drainage van het veld scheiden van de afwatering van de rest van het terrein om zo het drainagewater regelmatig te kunnen monitoren op verontreiniging.

5. Is het bij college bekend of er bij Utrechtse verenigingen die kunstgras voetbalvelden hebben dergelijke maatregelen worden uitgevoerd? Zo ja, graag de informatie hierover. Zo nee, welke mogelijkheden heeft het college om verenigingen hiertoe te stimuleren en zo de milieu-impact van de strooikorrels in hun velden te beperken?

Alle velden beschikken over schoonlooproosters of matten waar een groot deel van het infillmateriaal wordt afgevangen. Verder ligt er bij de kunstgrasvelden rondom een strook verharding en is de route naar de kleedkamers verhard. (Deze wordt regelmatig geveegd) Het drainwater is in het verleden onderzocht (2008-2009) op uitloging van zink, uit dit onderzoek blijkt dat er geen extra zink uitloogt vanuit de constructie naar het milieu.

Sinds enkele jaren is er ook kunstgras beschikbaar dat op een speciale manier geweven is waardoor instrooikorrels niet meer nodig zijn.

6. Zijn er in Utrecht al dergelijke voetbalvelden aangelegd? En zo nee, is het college bereid verenigingen te stimuleren en eventueel te ondersteunen wanneer zij voor deze techniek willen kiezen?

Nee, Utrecht heeft geen velden die op die speciale manier geweven zijn, omdat dit type veld nog niet aan de eisen voldoet. Alle voetbalvelden zijn in in eigendom van de gemeente. We houden de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend in de gaten.
De productie, aanleg en vernieuwing van kunstgrasvelden is belastend voor het milieu, terwijl natuurgrasvelden daarentegen juist een positieve bijdragen leveren door onder meer het vasthouden van CO2. Natuurgras lijkt bovendien goedkoper te zijn, waardoor voor hetzelfde bedrag meer sportvelden aangelegd kunnen worden dan wanneer voor kunstgras gekozen wordt.

7. Wat is globaal het verschil in de kosten voor het aanleggen en onderhouden van een voetbalveld van kunstgras of een veld van natuurgras, gerekend van aanleg/productie tot vernieuwing?

De aanlegkosten van een volwaardig kunstgras voetbalveld zijn ca. € 400.000,- per veld , de aanlegkosten voor een standaard natuurgrasveld zijn ca. € 100.000. De jaarlijkse onderhoudskosten voor een kunstgrasveld bedragen ca. € 9.000 en voor een natuurgrasveld ca. € 14.000,- . Dit zijn de kale realisatiekosten. Grondkosten, kosten voor bouwrijp maken en overige projectkosten zijn hier niet bij inbegrepen (die verschillen per situatie).

8. Kunstgrasvelden kunnen gedurende meer uren per jaar belast worden. In hoeverre is de noodzaak meer uren gebruik te kunnen maken van de sportvelden reden om te kiezen voor kunstgras? In hoeveel van deze gevallen is er ruimte beschikbaar voor een extra veld van natuurgras in plaats van een kunstgrasveld? Een extra natuurgrasveld geeft verenigingen ook meer flexibiliteit bij het inroosteren van hun trainingen en wedstrijden.

De reden voor het aanleggen van kunstgrasvelden is gebaseerd op capaciteitsberekeningen en groeiprognoses. Een kunstgrasveld kan 1.500 uur belast worden tov 250 uur voor een standaard natuurgrasveld. Fysiek is er geen ruimte in de stad om alle capaciteit op te vangen met natuurgrasvelden, kunstgras biedt deze mogelijkheden wel.

9. Is het college het met de PvdD eens dat bij het aanleggen, vernieuwen of uitbreiden van sportvelden de afweging tussen kunstgras en natuurgras gemaakt zou moeten worden op basis van gevolgen voor het milieu en daarmee ook de volksgezondheid?

Nee, door de beperkte ruimte voor uitbreiding van sportparken in de stad wordt de afweging voor natuurgras of kunstgras vooral ingegeven vanuit de beschikbare ruimte en capaciteitsbehoefte. Het college is overigens van mening dat kunstgras ook milieu- en gezondheidsvoordelen biedt:

  • 1 kunstgrasveld kan 3 a 4 keer zoveel gebruikt worden als een natuurgrasveld, daardoor is er minder ruimte nodig en blijft er meer ruimte voor groen in en rond de stad.
  • als er alleen gebruik gemaakt zou worden van natuurgras, zouden er veel extra velden nodig zijn die alleen aan de rand van de stad ingepast zouden kunnen worden; de gebruikers zouden dan veel meer gebruik maken van de auto ipv de fiets.
  • als kinderen minder mogelijkheden hebben om in de buurt te sporten, zullen ze minder gaan sporten.

Het college is van mening dat het meten en inzichtelijk maken van deze effecten een landelijke aangelegenheid is. Vanuit de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (waar de gemeente Utrecht lid van is) wordt nu gekeken of er onderzoek gedaan wordt, de gemeente Utrecht is voornemens om hieraan mee te werken.