Schrif­te­lijke vragen over klein­schalige opvang van vluch­te­lingen


Indiendatum: 29 feb. 2016

Schriftelijke vragen 35/2016

Op 24 februari kwam het bericht naar buiten dat het COA bereid is om de ondergrens van 300 personen los te laten bij de zoektocht naar locaties voor de noodopvang. Dit was een nadrukkelijke wens van de gemeenteraad bij de recente bespreking van het plan om een noodopvang te vestigen in Overvecht, aan de Einsteindreef.

Het CDA, de PvdA en de PvdD zijn op zich verheugd dat het COA de deur open zet voor een ander soort gesprek over de realisatie van opvang. Tegelijkertijd zijn de partijen teleurgesteld over de timing van het bericht en de relatie met besluitvorming in het college over de noodopvang in Overvecht. Zeker gezien het goede en intensieve overleg dat – zo begrijpen wij telkens van het college – tussen COA en college plaatsvindt.

De fracties hebben daarom de volgende vragen:

1. Sinds wanneer is het college bekend met deze koerswijziging van het COA? Heeft het college die ook uit de media moeten vernemen of is daar eerder een indicatie voor afgegeven? Zo ja, op welke datum?

2. Is het college, met het CDA, ongelukkig met de timing van het COA, zeker gezien de mogelijkheden die in Utrecht beschikbaar waren geweest als deze flexibiliteit eerder was getoond? Zo nee, waarom niet?

3. Zijn er nog formele besluiten nodig van het college voordat de opvang in Overvecht gerealiseerd kan worden? Is het college bereid om eventuele besluiten aan te houden totdat nader overleg met het COA over alternatieven heeft plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?

4. Is het college bereid om met het COA in gesprek te gaan met als doel om te komen tot kleinschaliger opvang in Utrecht in plaats van de voorgenomen opvang aan de Einsteindreef? Zo nee, waarom niet?

5. Is de koerswijziging van het COA voor het College reden om de gesprekken over het komende permanente AZC aan de Gansstraat anders in te zetten?

Indiendatum: 29 feb. 2016
Antwoorddatum: 29 feb. 2016

Schriftelijke vragen 35/2016

Op 24 februari kwam het bericht naar buiten dat het COA bereid is om de ondergrens van 300 personen los te laten bij de zoektocht naar locaties voor de noodopvang. Dit was een nadrukkelijke wens van de gemeenteraad bij de recente bespreking van het plan om een noodopvang te vestigen in Overvecht, aan de Einsteindreef.

Het CDA, de PvdA en de PvdD zijn op zich verheugd dat het COA de deur open zet voor een ander soort gesprek over de realisatie van opvang. Tegelijkertijd zijn de partijen teleurgesteld over de timing van het bericht en de relatie met besluitvorming in het college over de noodopvang in Overvecht. Zeker gezien het goede en intensieve overleg dat – zo begrijpen wij telkens van het college – tussen COA en college plaatsvindt.

De fracties hebben daarom de volgende vragen:

1. Sinds wanneer is het college bekend met deze koerswijziging van het COA? Heeft het college die ook uit de media moeten vernemen of is daar eerder een indicatie voor afgegeven? Zo ja, op welke datum?

Het College heeft kennis genomen van de mediaberichtgeving over dit onderwerp. Daarnaast is het aan de orde geweest tijdens een gesprek met het COA op 4 maart jl.. Daarbij heeft het COA aangegeven dat de ondergrens 300 personen blijft en waar het kleinschaliger vormen betreft dit gaat om huisvesting van statushouders en satelliet-locaties (zoals die in Utrecht tijdelijk aan de Ravellaan wordt gerealiseerd).

2. Is het college, met het CDA, ongelukkig met de timing van het COA, zeker gezien de mogelijkheden die in Utrecht beschikbaar waren geweest als deze flexibiliteit eerder was getoond? Zo nee, waarom niet?

Het College vindt het verstandig dat het Rijk, mede als gevolg van de maatschappelijke discussie, bespreekbaar maakt of voor de toekomst ook meer kleinschalige vormen van (satelliet)opvang mogelijk zijn. Dit is in lijn met de (door ons gesteunde) motie 16 waarin het College wordt verzocht zich bij de VNG hard te maken voor een verlaging van de ondergrens in het bestuursakkoord met het Rijk.

3. Zijn er nog formele besluiten nodig van het college voordat de opvang in Overvecht gerealiseerd kan worden? Is het college bereid om eventuele besluiten aan te houden totdat nader overleg met het COA over alternatieven heeft plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?

De besluitvorming over de locatie in Overvecht is afgerond. Het huurcontract van het COA met de eigenaar is rond en de voorbereiding loopt.
Zoals aangegeven vinden wij het verstandig dat het Rijk dit thema bespreekbaar maakt en dat zal zeker een rol gaan spelen (zowel landelijk als in Utrecht en in andere gemeenten) bij de toekomstige afwegingen over locaties voor de opvang van asielzoekers. Tegelijkertijd gaat het vooralsnog om experimenteerruimte, niet om een beleidswijziging of aanpassing van de afspraken in het bestuursakkoord.
Juist bij de locatie Einsteindreef zoeken wij in de praktijk de vernieuwing door samen met het COA en andere betrokken Utrechtse partijen te kijken naar een mix van functies (voor de bewoners en de buurt) zodat de inbedding in de wijk beter kan plaatsvinden. Daarmee lopen wij voorop in het realiseren van nieuwe vormen van noodopvang die bijdragen aan de kwaliteit en leefbaarheid. De ervaringen die we hiermee opdoen kunnen een bijdrage leveren aan de besluitvorming over (en ontwikkeling van) toekomstige locaties, mocht dat aan de orde zijn.

4. Is het college bereid om met het COA in gesprek te gaan met als doel om te komen tot kleinschaliger opvang in Utrecht in plaats van de voorgenomen opvang aan de Einsteindreef? Zo nee, waarom niet?

Nee, zie het antwoord op vraag 3. Wij zien de genoemde berichtgeving in het licht van het toekomstig gesprek en besluitvorming over mogelijke nieuwe opvanglocaties. Dit sluit mede aan bij de wens van de Raad (motie 18) om een proces in te richten waarin de Raad zich kan uitspreken over de kaders voor opvang waarin de uitkomsten van een gesprek met de stad worden meegenomen.

5. Is de koerswijziging van het COA voor het College reden om de gesprekken over het komende permanente AZC aan de Gansstraat anders in te zetten?

De besluitvorming in college en Raad en het planproces rond een permanent AZC aan de Gansstraat moeten nog plaatsvinden. De ervaringen die wij momenteel opdoen en de vernieuwing die we daarbij inzetten, de landelijke ontwikkelingen en de vervolgafspraken tussen VNG en Rijk over de verhoogde asielinstroom zullen zeker een rol spelen in de gesprekken die wij daarover met COA en andere betrokken partijen voeren. Afhankelijk van de uitkomst van dit proces zal duidelijk worden wat dat betekent voor het aantal van maximaal 600 plekken