Schrif­te­lijke Vragen Vieze Boten op de Kromme Rijn


Indiendatum: 18 mei 2018

Schriftelijke vragen 63/2018

Sinds januari 2018 zijn zestig vergunningen aangevraagd voor gemotoriseerd varen op de benedenloop van de Kromme Rijn. Dit vaargebied ligt naast Amelisweerd, waarvan de gemeente Utrecht grondeigenaar is. Deze stijging is enorm, want twee jaar geleden waren er nog vijftig aanvragen voor het hele jaar. Dit blijkt uit een Telegraaf-artikel van dinsdag 15 mei 2018. De Partij voor de Dieren vindt dit een ongewenste ontwikkeling: boten die varen op fossiele brandstoffen leiden onder meer tot verslechtering van de luchtkwaliteit in dit zo belangrijke natuurgebied. Ook verstoren zij de rust voor dieren en mensen veel meer dan boten die niet-motorisch worden aangedreven. Op deze plek is het alleen toegestaan om te varen met kano’s en roeiboten, aldus de Telegraaf.

In wezen is het afgeven van deze vergunningen een zaak van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Het waterschap kan echter weinig doen tegen de hoeveelheid vieze boten op de Kromme Rijn. Beperkingen voor boten met bijvoorbeeld een dieselmotor zijn gebaseerd op regelgeving ten aanzien van de leefomgeving (geluid, geur, fijnstof, emissies), en in deze is de gemeente het bevoegd gezag. Het waterschap kan dus zelf geen onderscheid maken tussen diesel of elektrisch aangedreven vaartuigen bij het afgeven van vergunningen.

De Partij voor de Dieren heeft over deze situatie de volgende vragen:

1. Kan het college verklaren waarom het aantal aanvragen zo explosief stijgt? Is er bijvoorbeeld te zien dat veel aanvragen door eenzelfde partij worden ingediend, die actief optreedt namens verschillende particulieren en bedrijven? In hoeverre worden alle aanvragen ook daadwerkelijk verleend?

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat gemotoriseerd verkeer op de Kromme Rijn niet gewenst is? Zo nee, waarom niet?

3. Ziet het college ruimte, zoals hierboven geschetst, om op te treden als bevoegd gezag als het gaat om impact op de leefomgeving van gemotoriseerd vaarverkeer op de Kromme Rijn en andere buitenwateren? En is het college bereid om, al dan niet in overleg met het hoogheemraadschap, het vergunningenbeleid zodanig te wijzigen dat vieze boten volledig geweerd worden? Zo nee waarom niet?

4. De commissiebrief “Exploitatie Utrechtse wateren” van 13 juli 2016 stelt dat op de Utrechtse binnenwateren vanaf 2022 alleen nog vergunningen verstrekt worden aan passagiersschepen die emissievrij zijn. Wil het college deze regel ook van toepassing laten zijn op de gemeentelijke buitenwateren? Zo nee waarom niet?

5. Een stijging van het aantal boten, ook emissievrije, in de Kromme Rijn brengt extra onrust mee voor de dieren die in en om het water leven. Vindt het college een maximumaantal boten op de rivier gewenst en gaat het daarnaar handelen? Zo nee, waarom niet?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 18 mei 2018
Antwoorddatum: 19 jun. 2018

Schriftelijke vragen 63/2018

Sinds januari 2018 zijn zestig vergunningen aangevraagd voor gemotoriseerd varen op de benedenloop van de Kromme Rijn. Dit vaargebied ligt naast Amelisweerd, waarvan de gemeente Utrecht grondeigenaar is. Deze stijging is enorm, want twee jaar geleden waren er nog vijftig aanvragen voor het hele jaar. Dit blijkt uit een Telegraaf-artikel van dinsdag 15 mei 2018. De Partij voor de Dieren vindt dit een ongewenste ontwikkeling: boten die varen op fossiele brandstoffen leiden onder meer tot verslechtering van de luchtkwaliteit in dit zo belangrijke natuurgebied. Ook verstoren zij de rust voor dieren en mensen veel meer dan boten die niet-motorisch worden aangedreven. Op deze plek is het alleen toegestaan om te varen met kano’s en roeiboten, aldus de Telegraaf.

In wezen is het afgeven van deze vergunningen een zaak van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Het waterschap kan echter weinig doen tegen de hoeveelheid vieze boten op de Kromme Rijn. Beperkingen voor boten met bijvoorbeeld een dieselmotor zijn gebaseerd op regelgeving ten aanzien van de leefomgeving (geluid, geur, fijnstof, emissies), en in deze is de gemeente het bevoegd gezag. Het waterschap kan dus zelf geen onderscheid maken tussen diesel of elektrisch aangedreven vaartuigen bij het afgeven van vergunningen.

De Partij voor de Dieren heeft over deze situatie de volgende vragen:

1. Kan het college verklaren waarom het aantal aanvragen zo explosief stijgt? Is er bijvoorbeeld te zien dat veel aanvragen door eenzelfde partij worden ingediend, die actief optreedt namens verschillende particulieren en bedrijven? In hoeverre worden alle aanvragen ook daadwerkelijk verleend?

Wij hebben daarvoor geen verklaring. Het verlenen van vergunningen voor varen op de Kromme Rijn ligt in handen van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR). Desgevraagd gaf HDSR aan voor de groei geen verklaring te hebben anders dan dat in den lande varen steeds populairder wordt. HDSR heeft geen aanwijzing dat aanvragen door eenzelfde partij gebeurt. Dit blijkt niet uit de gegevens die op de aanvragen van vergunningen staan vermeld. Wel komt het voor dat een vergunninghouder gegund is om met meerdere boten te varen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd in 2016 toen de Kleine Boten Utrecht voor meerdere van haar leden 1 aanvraag om vergunning (om elektrisch te mogen varen) heeft ingediend. Aanvragen worden door HDSR zelden geweigerd. Wel worden incidenteel een vergunning ingetrokken omdat een vergunninghouder de vergunningvoorschriften niet naleeft.

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat gemotoriseerd verkeer op de Kromme Rijn niet gewenst is? Zo nee, waarom niet?

Waar het gaat om gemotoriseerd varen met diesel/benzine-aandrijving vinden wij dat dit niet moet worden bevorderd. Als het gaat om boten met een elektrische motor (of aangedreven met spierkracht) hebben wij hiertegen geen overwegende bezwaren

3. Ziet het college ruimte, zoals hierboven geschetst, om op te treden als bevoegd gezag als het gaat om impact op de leefomgeving van gemotoriseerd vaarverkeer op de Kromme Rijn en andere buitenwateren? En is het college bereid om, al dan niet in overleg met het hoogheemraadschap, het vergunningenbeleid zodanig te wijzigen dat vieze boten volledig geweerd worden? Zo nee waarom niet?

De ruimte als bevoegd gezag is beperkt en zal moeten worden afgestemd op regelingen en wensen van andere betrokken overheden (als HDSR en de gemeente Bunnik). Wij zullen met HDSR en de aan de Kromme Rijn liggende gemeenten in overleg te treden of maatregelen kunnen worden genomen en of die uitvoerbaar zijn. Een verbod voor een bepaalde aandrijving van boten alleen in Utrecht heeft gevolgen voor buurgemeente Bunnik en haar bewoners en ondernemers langs het water; de Kromme Rijn loopt verder over onze gemeentegrens en is (gemotoriseerd) bevaarbaar tot de stuw in Werkhoven. Soortgelijk overleg geldt ook voor eventuele maatregelen in andere buitenwateren. Overigens houdt HDSR in haar vergunningenbeleid rekening met een mogelijke aanscherping van haar regels: vergunningen voor diesel/benzineboten worden voor 1 jaar verleend; voor elektrische boten is de vergunningduur onbeperkt. Mocht het bestuur van HDSR haar beleid aanpassen, dan kan dat snel worden ingevoerd door te stoppen met het verlenen van de jaarvergunningen. Het bestuur kan echter alleen regels stellen voor de waterschapsbelangen: waterkwaliteit en -kwantiteit en bescherming van de beschoeiing. Overigens hebben wij voor binnen de Utrechtse wateren in het coalitieprogramma afgesproken om vergroening van brandstofmotoren te bevorderen met behulp van het liggeldtarief.

4. De commissiebrief “Exploitatie Utrechtse wateren” van 13 juli 2016 stelt dat op de Utrechtse binnenwateren vanaf 2022 alleen nog vergunningen verstrekt worden aan passagiersschepen die emissievrij zijn. Wil het college deze regel ook van toepassing laten zijn op de gemeentelijke buitenwateren? Zo nee waarom niet?

De regel dat passagiersschepen (boten vanaf 12 passagiers) vanaf 2022 emissieloos moeten zijn, geldt voor exploitanten van dergelijke boten in alle Utrechtse wateren. Voor particulieren geldt in het geheel geen vergunningplicht om te mogen varen, behalve in de Kromme Rijn.

5. Een stijging van het aantal boten, ook emissievrije, in de Kromme Rijn brengt extra onrust mee voor de dieren die in en om het water leven. Vindt het college een maximumaantal boten op de rivier gewenst en gaat het daarnaar handelen? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord op vraag 3. Het lijkt ons niet mogelijk om een objectief maximum aantal vast te stellen waarmee de rust van dieren in en om het water wordt bewerkstelligd. Zelfs als een maximum aantal boten kan worden vastgesteld, vergt dit intensief toezicht om te zorgen dat dit aantal niet wordt overschreden.