Bijdrage Cultuurnota


9 oktober 2015

De Partij voor de Dieren vindt de nota die nu voor ligt er goed uit zien. Wij hebben zogezegd geen grote punten van kritiek. Het bestaand beleid wordt gecontinueerd en alle mensen die wij hierover spraken waren hier redelijk tevreden over.

Drie punten zouden wij vanavond nog willen aanstippen.

Het eerste punt is dat wij het opvallend vinden dat dit college zegt dat 'het werken aan werk' een prioriteit is. Dat er ook wordt aangegeven dat in Utrecht veel inwoners in de creatieve en culturele sector werken. Maar er dan toch in de nota wordt gemeld: ‘Het enkele jaren niet toekennen van een loon- en prijscompensatie en verschillende taakstellingen voor inkoop, beleid, innovatie en efficiency worden niet gecompenseerd. Hiermee wordt nominaal het budget van de Cultuurnota 2013-2016 doorgetrokken’. Dit vinden wij opvallend, en ook jammer want hierdoor zou je de cultuursector een boost kunnen geven en dat betekent een op een meer werk.

Er is ook een ander, misschien groter probleem met het niet compenseren van opgelopen kosten. Want in de cultuursector is al zoveel bezuinigd door verschillende overheden, en daarbij hebben veel fondsen ook minder te besteden. Hierdoor is er een groeiend aantal instellingen dat een aanvraag voor gemeentelijke subsidie zal doen. Alleen het budget van de gemeente groeit niet mee. Bij de beoordeling zullen dus veel partijen teleurgesteld worden. Wij wensen de adviescommissie alvast veel succes met deze steeds moeilijker wordende taak.

Het tweede punt is dat de Partij voor de Dieren graag in de Cultuurnota aandacht voor duurzaamheid zou zien. Dit komt er nu helemaal niet in voor. Is de wethouder bereid om als nieuw criterium tot subsidietoekenning als eis te stellen dat instellingen minimaal een paragraaf over hun duurzaamheidsdoelstellingen in hun subsidieaanvraag zetten? Dit geldt het meest voor festivals en evenementen in de openlucht: hoe zorgen zij ervoor geen schade aan te richten aan de locatie? Maar dit geldt natuurlijk ook voor instellingen met een eigen pand: kopen ze duurzaam in, hebben ze groene energie etc. Graag een reactie hierop.

Het derde punt, op pagina 19 van de Cultuurnota worden twee broedplaatsen geroemd en gestimuleerd: de Berenkuil en het Muziekhuis. Kytopia, de culturele broedplaats in de oude Tivoli, wordt hier niet genoemd. Dat betreurt ons. Kan de wethouder aangeven of zij vindt dat Kytopia ook in dit rijtje thuis hoort? En nog even een PvdD puntje er in: het zou heel duurzaam zijn om Kytopia te steunen, zodat ze niet hoeven te verhuizen en van het oude Tivoli een nog mooiere broedplaats kunnen maken.