Bijdrage duur­zaamheid, bereik­baarheid, openbare ruimte en groen van Program­ma­be­groting 2015


16 oktober 2014

Voorzitter, bedankt voor het woord.

In de Programmabegroting wordt oa gesproken over een duurzame stad met veel groen, een schone lucht, weinig geluid en duurzaam opgewekte energie. In 2030 wil de gemeente klimaatneutraal zijn. Wat de PvdD betreft kan dat veel eerder. Waarom niet streven om in 2020 een klimaatneutrale gemeentelijke organisatie te hebben? Er zijn allerlei nota’s, actieplannen en programma’s in het leven geroepen om aan de voorgenomen doelstellingen te kunnen voldoen. Hopelijk zijn deze voornemens van oa gezonde lucht geen gebakken lucht. Want, zoals raadslid Eva van Esch al aangaf tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, geld is nog steeds niet eetbaar.

Uit de gemeentelijke duurzaamheidsindex van vorige maand blijkt onder andere dat Utrecht wat betreft duurzame energie onderaan bungelt met 287 kwh duurzaam opgewekte energie per inwoner in 2012. Het gemiddelde ligt op 1460 kwh per inwoner. Het college ziet toch in dat dit niet langer kan en gaat daarom ook maatregelen nemen. Zo staat er dat in 2020 30% minder CO2 zal worden uitgestoten en wordt er 20 % meer duurzame energie opgewekt tov 2009. Dat klinkt als goede voornemens, maar in de praktijk blijkt dat er oa gesproken wordt over biomassa als duurzame energievorm. Biomassa zal in 2020 voor 6 % deel uit gaan maken van de totale energievoorziening van Utrecht. Het college wil in 2020 20% duurzame energie, dus wordt er 14 % uit wind en zon gehaald, mag dan aangenomen worden. Is het college echter op de hoogte dat biomassa groen lijkt, maar dit is helaas niet zo is omdat dit ontstaat uit verbranding van voedsel of dat het uit de vee-industrie komt, en bij dat laatste hoeft uiteraard niet vermeld te worden dat dit geen duurzame industrie is. Vandaar de vraag hoe duurzaam dit college de biomassa vindt? Want er zal in 2020 uiteindelijk maar 14 % duurzame energie zijn ipv 20%; veel en veel te weinig dus. Op deze manier wordt er nooit een klimaatneutrale gemeente bereikt.

Het is goed te lezen dat u als doelstelling heeft dat 70% van de bewoners in 2018 maatregelen heeft genomen. Maar wat bedoelt u eigenlijk met “maatregelen nemen”; wat houdt dit precies in? En waarom stelt u het doel bij de bedrijven slechts op 50%? (p.79, p1.1.1) Net als wat de ChristenUnie net vroeg.

Vervolgens schrijft het college er dat getracht wordt dat Utrecht een stad is met zo min mogelijk geluidsoverlast en een veilige leefomgeving. U wilt méér dan alleen voldoen aan de wettelijke eisen voor externe veiligheid en geluid… * U begint dus goed in dit hoofdstuk; u spreekt over maatregelen die genomen kunnen worden om het geluidsniveau te beperken. U noemt zelfs concrete oplossingen zoals het gebruiken van stil wegdek. Maar helaas begint u ook direct te verdedigen waarom het zo moeilijk is om aan de geluidsnorm te voldoen; dat in een hoogstedelijk gebied zoals Utrecht het desondanks meestal niet lukt om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Dat er dan weer ontheffing moet worden verleend en dat bij infrastructurele plannen zoveel mogelijk het ‘standstill principe’ moet worden gehanteerd, wat inhoudt dat er geen toename is van de geluidsbelasting voor de woningen… Niet echt shockerende doelen te noemen helaas!

Wel zijn we blij te lezen dat de woningen van de b-lijst die nu worden aangepakt ivm geluidsbelasting, ook gelijk energiezuinig worden geïsoleerd (p.81).

Bij de jaarplanning van de wegdekaanpassingen maakt u een afweging of er een stil wegdek kan worden aangelegd bij wegen waar de geluidsbelasting op de gevel van de aanliggende woningen boven de 55 dB uitkomt; waarom wordt er nog een afweging gemaakt, waarom voert u dit niet gewoon uit? En wat uiteraard nog veel efficiënter is dan een stil wegdek; is kijken naar de eigenlijke oorzaak van het probleem; namelijk de hoeveelheid autoverkeer in en om de stad. Wanneer dit wordt verminderd, wordt pas daadwerkelijk iets gedaan aan de geluidsoverlast veroorzaakt door verkeer. Aangezien dit gelijk een oplossing is voor meerdere problemen die in de stad spelen; zo krijgt men namelijk een rustigere stad, een stad met gezondere mensen, groen en dieren en een betere lucht.

Een daadwerkelijke oplossing voor al deze problemen kan wat de Partij voor de Dieren betreft dus ook alléén in minder autoverkeer worden gezocht. En dat bereik je niet met schijnoplossingen als knippen of knijpen en ook niet zoals er in de programmabegroting wordt gesproken over ‘slimmere manieren om de stad in te komen’ en het bijbouwen van parkeerplaatsen, maar juist door het in het algemeen onaantrekkelijk te maken om met de auto naar de stad te komen. Zorg voor optimale bereikbaarheid met het openbaar vervoer en de fiets, zorg voor P+R, kiss & ride buiten de stad waarbij de reiziger bv een kaartje voor het OV krijgt of een OV fiets, om verder te reizen naar de binnenstad. Nu worden automobilisten, vanuit alle windrichtingen ontvangen, alsof er ruimschoots geparkeerd kan worden in de binnenstad, om vervolgens in een volledig verstopte stad aan te komen waar alles met draaiende motor vaststaat. Begin daarom al bij de snelweg met het doseren van het verkeer in plaats van de auto’s met meerdere rijbanen de stad in te lokken en zorg voor een strengere milieuzonering voor vrachtverkeer, bestelauto’s en personenauto’s. Ook het echt stimuleren van elektrisch vervoer voor particulieren ontbreekt, er wordt vooral gesproken over subsidies voor sloop en/of vervanging van vervuilende auto’s en dan vooral voor bedrijven. à Vandaar de vraag hoe het college concreet het verkeer in en rond de stad wil verminderen?

Naast het verkeer geven tevens industrie, zoals op Lage Weide, maar ook evenementen overlast. Veel gebieden die juist voor de rust en natuur zijn bedoeld, zijn nu bestemmingen voor luide en drukbezochte festivals. De gemeente moet deze gebieden beschermen voor de flora en fauna die vaak enkel hier kunnen floreren in de stad en voor de mensen die deze gebieden voor het oorspronkelijke doel willen bezoeken. Hoe kan de wethouder deze luide en drukke evenementen rijmen met de eigenlijke bestemming van de rustgebieden? Met welke concrete plannen gaat de wethouder deze problemen oplossen? Neemt u de stad Rotterdam als vb, zoals eerder genoemd, zij hebben concrete plannen opgesteld die zij gaan uitvoeren. Dit groen hebben wij namelijk hard nodig. Niet alleen voelen mensen zich beter bij groen, het is belangrijk voor de biodiversiteit, voor een goede afwatering bij extreme weersomstandigheden en bij koelte in de zomer, maar het is heel puur, van essentieel belang voor alles wat leeft. Daarom moet de gemeente zich hiervoor inzetten. Volgens de index waar ik eerder over sprak, doen we het erg slecht op groen, zoals PvdA net ook zei, dus hoog tijd dat dit verandert. Rekening ouden met bestaand groen, dit juist uitbreiden, niet wegkappen. Bent u dit niet met de PvdD eens, wethouder?

Bij de stad hoort dus groen en horen ook dieren. Daar moet ook rekening mee worden gehouden. U spreekt in uw programmabegroting vol lof over groen en dat u er reeds veel aan doet. Maar ondertussen moeten bomen, en dus ook de vogels en vleermuizen en allerlei andere dieren, toch plaats maken voor nieuwbouw of parkeerplaatsen. Hou ook bij het onderhoud van bv kademuren rekening met fauna uittreedplaatsen, de ondertussen bekende FUP’s. Maak alle putdeksels en afsluitroosters diervriendelijk, stel ook de verlichting zo af, zodat dieren maar ook bewoners er geen last van ondervinden. Mag ik hier uw toezegging op, men.de WH?

Tot slot vindt de Partij voor de Dieren ook dat de gemeente het goede voorbeeld moet geven als het gaat om gezonde voeding. Een tijdje geleden sprak ons raadslid Eva van Esch met een ambtenaar die naar aanleiding van een toezegging in een eerdere commissie de suggesties voor kleine aanpassingen in de bedrijfskantine wat betreft meer biologisch, plantaardig en vegetarisch aanbod op heeft geschreven om er verder mee aan de slag zou gaan. Kan de wethouder aangeven hoe het hier nu mee staat?

Dank u voor het woord.