Bijdrage Nieuwe Ruim­te­lijke Strategie Utrecht


8 december 2016

Gezonde groei bestaat niet. Groei is niet goed voor milieu, natuur en klimaat en dus ook niet voor mens en dier. Voor de PvdD is het dan ook uitgesloten enige steun te verlenen aan een voorstel waarbij groei van onze stad het doel is. Want kennelijk goedschiks of kwaadschiks, groeien naar minimaal 400.000 inwoners moeten we. En daar gaat het dus fout; groei moet niet het doel zijn.

Laat ik nog wel aangeven dat wij de keuzes binnen het groeiscenario van dit college best kunnen volgen. Er staat bijvoorbeeld “Gezonde verstedelijking is in alle gevallen het centrale thema. Ruimtelijk betekent dit vooral aandacht voor gezondheid, bewegen, welbevinden, perspectief op wonen, werk en opleiding, duurzaamheid en klimaatadaptatie.” Dit is dus niet verkeerd, maar het fundament van de ruimtelijke strategie is verkeerd.

De groei van Utrecht wordt namelijk gepresenteerd als een feit, en die groei wordt ook inderdaad een feit als we niet stoppen met bouwen maar die groei blijven faciliteren. Van die continue drang om te groeien wordt de stad niet beter en niet leefbaarder, en ook niet “healthy-er”, zoals het college ons wel met mooie woorden wil doen geloven. Leefbaarheid moet het uitgangspunt zijn van beleid. Dat is bij de ruimtelijke strategie die nu voorligt geenszins het geval.

Dit college zou moeten snappen dat als de vraag vele malen groter is dan het aanbod, je beter de vraagkant dan de aanbodkant kan aanpakken. Immers, nadat je het groen hebt weggevaagd en hutje mutje op elkaar hebt gebouwd is de vraag in eerste instantie een beetje minder, maar het woongenot van velen verkleint. Per saldo heb je dan een minder prettige omgeving en de vraag groeit daarna weer en wordt dus weer even groot. Een paar mensen even blij, heel veel mensen lang niet blij, om nog maar niet te spreken van de aanslag op flora en fauna.

De discussie over de Ruimtelijke Strategie zou dan ook moeten gaan over hoe we een leefbare stad houden, niet wáár, hoeveel en hoe er gebouwd moet worden. We moeten geen “productiedoelstelling” hebben, zoals in de eerste paragraaf van de Ruimtelijke Strategie gesteld wordt, maar een “leefbaarheidsdoelstelling” waarin duurzaamheid, leefbaarheid en ecologie centraal staan. De vraagstelling moet zijn, in wat voor stad willen we leven in 2050? Want laten we verder vooruit kijken dan alleen de komende 14 jaar.

De schaarse open ruimte in de stad heeft een waarde in zichzelf, ook als die ruimte niet als bouwgrond geëxploiteerd wordt. Die intrinsieke waarde lijkt nog al eens vergeten te worden zodra een meerderheid meent dat er verdiend moet worden aan grondexploitatie. Hoe meer mensen in onze stad hoe voller de zakken van de gemeente gevuld kunnen worden. De keuze om groen te concentreren buiten de stad is een absoluut verkeerde keuze, want belangrijke waarden van groen voor bijvoorbeeld gezondheid, luchtkwaliteit en klimaatadaptatie komen alleen tot hun recht wanneer het groen in de directe omgeving van mensen is, niet wanneer zij eerst een stuk moeten fietsen. Daarbij komt nog een keer dat niet iedereen mobiel genoeg is om te kunnen fietsen, wordt onze stad een stad voor alleen de hippe, fitte, healthy mens?

Gelukkig erkennen de Verenigde Naties het belang van openbaar groen en hebben een norm gesteld voor het aantal m2 openbaar groen per inwoner. Deze standaard van 48 m2 openbaar groen per inwoner wordt door de VN gezien als het minimum om mensen gezond en in welzijn te laten leven. De universiteit Wageningen becijferde dat Utrecht gemiddeld over 54m2 per woning beschikt. Met een gemiddelde Utrechtse woningbezetting van 2,35 houdt dit in dat er per inwoner nog niet eens de helft van de VN norm wordt gehaald. We halen dus bij lange na niet de door de Verenigde Naties gehanteerde norm van 48m2 openbaar groen per inwoner. De Partij voor de Dieren vreest dat we door de nieuwe Ruimtelijke Strategie alleen maar verder van deze VN-norm af zullen komen, in plaats van dichterbij.

Maar waar moeten al die mensen dan wonen, hoor ik u denken. Maar dat is een vraag die zich alleen richt op de korte termijnbelangen van de mens. Het Centraal Planbureau voor de leefomgeving houdt al rekening met een scenario waarbij de migratie naar stedelijke regio’s en de Randstad afzwakt. Het is onzeker of de trek naar de stad zich in de toekomst voortzet, of niet. En let op als de stad bouwplannen blijft maken dan neemt het planbureau die woningen mee in hun voorspellingen en trekt dat dus inderdaad inwoners aan. Juist daarom moeten we niet kiezen voor het stimuleren van groei.

Maar hoe moet het dan wel? De wethouder vroeg tijdens de commissiebehandeling om de ruimtelijke strategie van de PvdD. Nou die zal ik u nu vertellen. Daarbij start ik met ons consumptiepatroon. Want het wijzigen van onze Westerse manier van leven is de sleutel tot een succesvolle wereldwijde ruimtelijke strategie. Huh, het gaat hier toch om de Utrechtse ruimtelijke strategie? Maar het is niet mogelijk om een ruimtelijke strategie te maken zonder daarbij na te denken over wereldwijde migratiestromen en dus over wereldwijde problematiek van huisvesting. Het CBS geeft aan dat de stijgende lijn in groei van de bevolking afneemt en dat de groei die er nog is komt door internationale migratie. Mensen die gedwongen worden om huis en haard te verlaten. Daar moeten we wat aan doen, ook in Utrecht. We moeten ze nu opvangen, maar voor de toekomst de aard van het probleem wegnemen.

Want die migratiestromen worden op gang gebracht door onder andere onze keuzes op ons bord en in onze kledingkast. Het feit dat er na jarenlange oorlog in Syrië wordt aangegeven dat deze oorlog niet alleen een religieuze oorlog is maar vooral ook een oorlog om water, zou ons moeten doen nadenken hoe dat komt. Zelfs generaal Commandant der Strijdkrachten de heer Middendorp vroeg er afgelopen week aandacht voor dat klimaatverandering leidt tot conflicten en oorlogen en tot grote vluchtelingenstromen. Hij gaf aan dat alle spanningen en oorlogen van nu, ook terug te leiden zijn op klimaatverandering. Dat droogte in het Midden-Oosten ervoor zorgt dat oogsten mislukken en brood daardoor voor velen te duur is geworden. Die klimaatverandering is veroorzaakt door ons Westerse consumptiepatroon, ons idee dat wij drie borden eten moeten kunnen opscheppen, maar geen rekening hebben gehouden dat er dan niks meer overblijft voor anderen.

We zouden ook hier in Utrecht moeten nadenken hoe het komt dat er grote stromen vluchtelingen naar Europa trekken. Want ook wij kunnen een verschil maken door veel duurzamere keuzes te maken. Die discussie had al lang plaats moeten vinden, voorafgaand aan enige ruimtelijke strategie. Want ja, hoe klein Utrecht misschien voelt op wereldniveau, we kunnen en moeten in Utrecht een verschil maken.

Een tweede belangrijke afweging die in Utrecht niet wordt gemaakt is dat Nederland groter is dan onze stad. Ja ja, er bestaan meer plekken in Nederland om te wonen. Er moet dan ook landelijk worden ingezet op het ontwikkelen van voorzieningen buiten de stad zodat minder trek naar de stad nodig is, en inzetten op goede openbaar vervoer en fietsverbindingen tussen stad en ommeland. Zo kan je de druk beter verdelen. Daarbij moeten we inzetten op werk naar mensen brengen in plaats van andersom. Andere plekken dus zo aantrekkelijk maken dat mensen juist daarheen gaan en ervoor zorgen dat mensen daar kunnen werken. Het internet speelt daarin een enorme rol. Maar om dit te faciliteren moet ook de overheid, ook de lokale, een veel actievere rol spelen. Het is juist de uitdaging van de overheid om in deze tijd voorwaarden te creëren waaronder mensen wel bijvoorbeeld krimpregio’s willen gaan wonen. Dat zou de juiste ontwikkeling zijn.

Dit is een landelijk thema, maar ook Utrecht kan hierin een cruciale rol spelen. Maar dat kan en moet Utrecht niet alleen doen. In bijvoorbeeld Amsterdam spelen dezelfde dilemma’s, terwijl andere regio’s juist met krimp te maken hebben. De PvdD wil daarom oproepen dat dit college veel actiever samen met andere overheden in gesprek gaat over de uitdaging om mensen wel in andere regio’s te laten wonen en te zorgen dat ook die gebieden leefbaar en groen blijven.

Natuurlijk zouden ook wij de ruimte in Utrecht willen delen met iedereen die dat maar wil, maar helaas, Nederland groeit niet en dus moeten we erkennen dat we simpelweg niet over de benodigde ruimte beschikken voor alles wat we willen en nog een gezonde stad behouden. In de ruimtelijke keuzes die dan gemaakt moeten worden moeten we niet de groei van gebouwen voor mensen en economische groei centraal stellen, maar duurzaamheid, ecologie, behoud van biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaat. Door die waarden centraal te stellen houden we de stad leefbaar in een tijd waarin de druk op die stad, al dan niet door ons eigen toedoen, steeds groter wordt. Op naar een mooier Utrecht in 2050, graag zonder deze ruimtelijke strategie.