Commis­sie­bij­drage Reken­ka­mer­on­derzoek: ‘Grip op ener­gie­tran­sitie. Een onderzoek naar de beïn­vloe­dings­mo­ge­lijk­heden van de gemeente bij concrete projecten’


20 januari 2022

Dank u wel, voorzitter. Onze fractie spreekt allereerst graag haar waardering erover uit dat de Rekenkamer ons verzoek heeft opgepakt om binnen de thema’s duurzaamheid en energie onderzoek te verrichten. Dat is een compliment waard, dus bij deze.

De Partij voor de Dieren heeft altijd vrij veel kritiek gehad op het college vanwege haar duurzaamheidsbeleid. De gemeente wil zo snel mogelijk klimaatneutraal worden, en dat ‘zo snel mogelijk’ is al geen concrete doelstelling, en daarbij hebben we ook al lange tijd gevraagd om inzicht te krijgen in hoe ver we nu zijn met de duurzaamheidsambities. We dienden in 2020 al de motie Maak klimaatneutraal meetbaar en SMART, maar deze werd alleen gesteund door PVV, S&S, CDA, SBU, Denk, PvdA en haalde het niet. Het Rekenkameronderzoek maakt duidelijk dat de gemeente onvoldoende een visie ontwikkelt, monitort, evalueert en projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie bijstelt. Hierdoor weet de gemeente onvoldoende wat de projecten opleveren. De circa 5 miljoen die jaarlijks in de 50 à 60 projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie worden gestopt dienen goed te worden besteed. Maar nu blijkt dat de gemeente ook op projectniveau niet goed genoeg weet waar ze mee bezig zijn, en dan vragen wij ons af of overkoepelend dat inzicht wel bestaat. Daar zouden wij van zowel de Rekenkamer als het college een inschatting van willen.

De Rekenkamer is in haar nawoord weer ingegaan op de reactie van het college op de gedane aanbevelingen. Zo geeft zij duidelijk aan dat er nauwelijks sprake is van participatie in de projecten van het Uitvoeringsprogramma, van voorbereiding tot evaluatie (5). Het college zegt dat in het programma Energietransitie regelmatig interactie wordt gezocht met bewoners en bedrijven, en dat bij sommige projecten participatie niet van toegevoegde waarde is, zoals wanneer het een lobby-project betreft. Met dat laatste kunnen we nog wel meegaan. Maar regelmatig interactie zoeken is niet hetzelfde als volwaardige participatie. Dit terwijl de gemeente wel beschikt over een participatieleidraad. Hoe kan dit? Deze leidraad is wel gebruikt bij De Energiebox. De Rekenkamer noemt dit een uitzondering in positieve zin. Duidelijk is dus dat de participatieleidraad meer de boventoon moet voeren, en dat een pro-actievere houding van de gemeente is vereist. Is de wethouder bereid om ieder project tegen het licht te houden en opnieuw te beoordelen of een project zich leent voor burgerparticipatie, en hierbij een “ja-tenzij-principe” te hanteren? Zo nee, waarom niet?

De Rekenkamer vraagt ook opnieuw aandacht voor de verantwoording richting de raad. Het gaat hierbij vooral om de navolgbaarheid van de gemaakte inhoudelijke en financiële keuzes. Waarom doet de gemeente de projecten die ze doet, wat zijn de kosten en wat zijn de baten? Welke projecten zijn nu effectief, en welke niet zozeer? Bovendien moet de informatie uniform en volledig zijn, anders is het appels met peren vergelijken voor de raad. Is de wethouder overtuigd van de noodzaak hiertoe en bereid te zorgen voor uniforme en volledige informatievoorziening en verantwoording aan de raad en niet alleen zozeer aan het detailniveau van de informatie te sleutelen? Zo nee, waarom niet?

Volgens de Rekenkamer lijkt uit de reactie van het college te spreken dat volgens het college sommige projecten niet hoeven te worden geëvalueerd. De Rekenkamer benadrukt het belang van evaluatie in haar nawoord daarom nog eens. Zij legt uit dat door meer aandacht te schenken aan monitoring en evaluatie, er meer inzicht komt in de doeltreffendheid van de projecten binnen het uitvoeringsprogramma. Het volgende citaat is veelzeggend: “Dat de voortgang ook beïnvloed wordt door externe factoren ontslaat de gemeente er niet van om uit te leggen wat een project oplevert en projecten bij te stellen. De Partij voor de Dieren zou graag een reflectie hierop willen van de wethouder, en wij hopen op een toezegging en een plan hoe de gemeente monitoring en evaluatie een prominentere rol wil geven in de energietransitieprojecten. Graag een reactie.

Tot slot vraagt de Rekenkamer in haar nawoord aandacht voor duidelijkheid richting burgers omtrent bewonersinitiatieven die richten op de energietransitie. Volgens het college zit dat met het “Actieprogramma Samen Stad Maken: initiatief” dat op 16 september jl. is aangenomen intussen wel goed. Maar de Partij voor de Dieren sluit zich aan bij de opmerking van de Rekenkamer dat zij benieuwd is hoe deze visie zal worden vertaald naar de context van de energietransitie. Kan de wethouder hier alvast iets zinnigs over zeggen?