Commis­sie­bij­drage actu­a­li­satie Groen­struc­tuurplan


18 januari 2018

Commissie Stad & Ruimte, 18 januari 2018

Het voorstel dat nu voorligt is echt al een stuk beter sinds we het de vorige keer bespraken. De Partij voor de Dieren is blij dat een aantal punten die we bij de vorige bespreking in augustus hebben aangedragen zijn overgenomen.

Bijvoorbeeld:

  • Dat er een indicator komt voor de hoeveelheid openbaar groen in vierkante meters per huishouden, en hoe de hoeveelheid groen per huishouden gelijke tred houdt met groei van de stad. We zijn benieuwd naar de uitwerking hiervan bij de Voorjaarsnota. Maar kan de wethouder ons alvast toezeggen dat hierbij een onderscheid gemaakt gaat worden tussen het groen binnen de stad en de landgoederen en buitengebieden? Want met name groen in directe omgeving geeft een bijdrage aan gezondheid en klimaatadaptatie.
  • De toevoeging van diervriendelijk bouwen is overgenomen
  • De koppeling aan de Wet Natuurbescherming en opname van het groenstructuurplan in de omgevingsvisie.

Fijn dat de wethouder en zijn ambtenaren deze suggesties van ons hebben overgenomen.

Budget

Nog steeds, en dat zeiden we de vorige keer ook, lijkt met name het beschikbare budget problematisch: de ambities worden in de actualisatie omhoog bijgesteld, maar het budget groeit niet mee. Het groenstructuurplan is een papieren tijger als er daarna geen geld is om het uit te voeren. Dan gaan we toe naar dezelfde problemen die we aantreffen bij het Klimaatneutraal willen worden in 2030. Bij ambities hoort ook een budget. Anders is het mooie woorden, zonder daden.

In de groenstructuurkaart worden een aantal gebieden als “opgave” aangemerkt (p. 18 plan). De PvdD ziet het al gebeuren dat er voor deze opgaves geen budget en geen plan is.

Er worden daarnaast ook nog eens extra opgaven aan het groenstructuurplan toegevoegd (klimaatadaptatie, gezonde verstedelijking), terwijl er hier niet tegelijkertijd ook budget aan wordt toegevoegd. Graag een reactie van de wethouder hoe hij dit denkt te gaan oplossen. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om meer budget beschikbaar te krijgen?

Zelfs mooie woorden als ‘werk met werk maken’ overtuigen ons niet dat alle ambities en projecten kunnen worden waargemaakt. Meer budget lijkt ons onontbeerlijk om de zo noodzakelijke vergroening voor onze inwoners en biodiversiteit te kunnen uitvoeren.

Hoeveel budget zou er nodig zijn om alle plannen te kunnen uitvoeren? Graag een indicatie van de wethouder zodat wij bij de voorjaarsnota met een voorstel kunnen komen.

Kwantiteit

In de beslispunten wordt een indicator over hoeveelheid groen in vierkante meters aangekondigd, en in het groenstructuurplan zelf wordt –terecht- gesteld dat de hoeveelheid groen van belang is voor vergroening en klimaatadaptatie. Maar wat hierbij ontbreekt is een toelichting: wat wil het college gaan doen om deze hoeveelheid te laten toenemen? Is de wethouder het met de Partij voor de Dieren eens dat van enkel het monitoren van de vierkante meters, het aantal niet zal toenemen maar dat daarvoor meer actie vereist is?

De aangekondigde plannen in het groenstructuurplan gaan alleen over kwaliteit en toegankelijkheid maar niet over het laten toenemen van de hoeveelheid terwijl hoeveelheid ook belangrijk is voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie.

Soortenkeuze/ Biodiversiteit

Een punt dat niet per se meer geld hoeft te kosten is de inhoudelijke soortenkeuze bij het vergroenen van de stad. Nog te vaak geven esthetische argumenten de doorslag om voor een bepaalde soort te kiezen of diversiteit ondergeschikt te maken omdat een “eenduidig beeld” belangrijk gevonden wordt.

Gisteren nog ontvingen we een bericht van iemand van het Algemeen Bestuur De Stichtse Rijnlanden die erop wees dat de keuze voor platanen in de stad geen goede is. Platanen zijn steriel en ecologisch oninteressant, ze overgroeien andere soorten en zijn van geen enkele meerwaarde voor vogels en insecten. Voor de steriele Els die nog op veel plekken in de stad staat geldt hetzelfde.

De Partij voor de Dieren stelde enige tijd geleden ook al schriftelijke vragen hierover en de antwoorden stelden ons niet gerust. Daarom op deze plek nogmaals het verzoek om te stoppen met het investeren in uitheemse en steriele soorten. Er bestaan genoeg inheemse en ecologisch waardevolle alternatieven die ook mooi en veilig zijn. Graag een toezegging.

Partij voor de Dieren overweegt een amendement om vast te stellen dat ecologie het doorslaggevende overweging wordt bij de keuze voor nieuwe bomen en planten.

Uiteraard begrijpen we dat variatie belangrijk is om ziekten te voorkomen, maar dat kan ook opgelost worden binnen een soort (variaties van dezelfde boom) en het kan ook opgelost worden door variatie van inheemse soorten.

Ecologische verbindingen:

Welke randvoorwaarden stellen we aan ecologische verbindingen? Ze zijn nu wel ingetekend, maar niet goed uitgewerkt waar ze precies aan moeten voldoen. We zien graag dat dit concreter gemaakt wordt. Ecologische verbinding is meer dan een bomenrij, het gaat ook over beschutting, over licht en de aanwezigheid van struiken zodat dieren op de grond ook schuilplaatsen hebben.

Verbindingen zijn nu alleen strepen op de kaart, maar duidelijk moet zijn of het om verbindingen voor mensen gaat of ook voor dieren. Kan de wethouder toezeggen dat de groene verbindingen geschikt gemaakt worden voor alle dieren die er mogelijk gebruik van kunnen gaan maken? En deze aanvulling voordat dit voorstel naar de raad gaat toe te voegen?

Daarnaast ziet de PvdD dat met de aanpassing van het groenstructuurplan ten opzichte van de versie die we in de zomer bespraken ook een goed punt weggevallen is. In het vorige plan stond namelijk:

“Investeringen zijn bedoeld om drempels op te heffen en de leefomgeving voor planten en dieren te verbeteren door beplanting aan te brengen.” (pagina 14). Iets dergelijks staat niet meer in het nieuwe plan, terwijl het juist zo belangrijk is de groenverbindingen niet alleen maar op mensen te richten maar ook voor dieren en planten aantrekkelijk te maken.

Wat gaat dit college doen om de groenverbindingen ook voor dieren aantrekkelijk te maken?

Bij compensatie

Dode bomen hebben een belangrijke rol in het ecosysteem. Bij kap en noodkap is het vaak om veiligheidsredenen nodig de boom helemaal te verwijderen en ook esthetiek kan meespelen: mensen willen niet tegen een dode boom aankijken. Maar het laten staan van de stam heeft geen veiligheidsrisico’s, er kunnen geen takken afvallen en doordat er geen bladeren en takken zijn vangen de bomen geen wind, worden ze niet topzwaar. Terwijl ook de boomstam voor spechten en beestjes interessant is.

Dit is iets waar het milieuplatform Leidsche Rijn ons ook op wees en ik citeer hen: Diversiteit is ook nodig op andere vlakken. Laat eens dode bomen staan als ze ergens geen kwaad kunnen. Een kale stam kan zelfs veilig direct naast een pad staan. Het geeft spechten en boomklevers kans om te nestelen. Ze halen insecten uit de schors van bomen en houden zo bomen gezond. Vlinders verpoppen er en andere insecten overwinteren erin. De paddenstoelen die leven van dood hout zijn andere soorten dan degene die bomen kunnen doden.

Het laten staan van een stam hoeft geen meerkosten te hebben ten opzichte van volledig kappen en afvoeren. Bovendien kan het een educatieve waarde hebben: bewoners worden zich bewuster van de ecologie in hun omgeving. Is het college daarom bereid hiermee te experimenteren?

Overtuin

Ten opzichte van het groenstructuurplan uit 2007 is Park Overtuin geschrapt. Zogenaamd onder het mom van “de ontwikkeling van het woongebied Leidsche Rijn en het Stedenbouwkundig Plan Leidsche Rijn Centrum Oost”.

Maar hiermee is dus zomaar een waardevol park voor dit deel van de stad geschrapt!

De Partij voor de Dieren dacht aanvankelijk dat het een fout in het plan betrof en dat het park per ongeluk was weggevallen van de groenstructuurkaart. Kan de wethouder toelichten of het geplande park Overtuin nu op een andere plek bedacht is, of dat we met deze groenstructuurkaart nu eigenlijk vaststellen dat er minder groen gepland is dan op de kaart van 2007?

Wilde dieren en faunapassages:

De Partij voor de Dieren vindt nog steeds dat groen aantrekkelijk en bereikbaar moet zijn voor dieren. Als dit betekent dat op sommige plekken geen of slechts beperkte recreatiemogelijkheden voor mensen zijn, so be it. Nu is het plan naar het idee van de PvdD nog steeds erg gericht op natuur als recreatiegebied voor mensen.

Dit wordt bijvoorbeeld ook weer geïllustreerd door de passage: “Groen en water vormen samen de lokale ecosystemen die producten en diensten mogelijk maken zoals sport, recreatie, sociale cohesie, luchtzuivering, geluidsbeperking, schoon water en waterberging. “ op pagina 10 en 11. En een verblijfplaats voor dieren dan?

En goed dat het college beter rekening houdt met beschermde dieren, maar ook voor niet-beschermde dieren zijn maatregelen nodig. Dus een natuurwaardenkaart en diervriendelijk bouwen houden wat ons betreft niet op bij alleen beschermde soorten. Kan de wethouder toezeggen om ook niet-beschermde soorten op te nemen in de natuurwaardenkaarten?