Commis­sie­bij­drage Bomen­beleid Utrecht


1 april 2021

1 april vraagt de Partij voor de Dieren in de commissie Stad en Ruimte aandacht voor een aanscherping van het Bomenbeleid dat inzet op het behouden, versterken en toevoegen van bomen. Voor een bomenbeleid met duidelijke kaders die bijdragen aan meer groen en meer bomen, aan biodiversiteit en ecologie, aan klimaatadaptatie, aan de gezondheid van bewoners en aan een prettig leefklimaat in een groeiende stad. In dit pleidooi geeft de Partij voor de Dieren op hoofdlijnen aan welke verbeteringen wij zien voor het huidige bomenbeleid.

Waarom zetten we dit nu op de politieke agenda? In 2015 is een motie aangenomen die opriep tot een vierjaarlijkse evaluatie en bespreking van het bomenbeleid. Het college streeft ernaar het bomenbeleid vóór de zomer van 2021 opnieuw te evalueren. Met dit pleidooi met concrete verbetervoorstellen wil de partij enerzijds aandachtspunten meegeven voor bij de evaluatie, anderzijds het college input meegeven voor de herziening en verbetering van het bomenbeleid, naar aanleiding van de evaluatie.

Onze concrete voorstellen aan het college – en daarmee bespreekpunten voor de commissiebehandeling:

  1. Behouden bestaande bomen
  2. Versterken bestaande bomen
  3. Toevoegen extra bomen

1. Behouden bestaande bomen
a. Meer bomen laten staan bij ruimtelijke plannen
Hoewel binnen de gemeenteraad en de gemeentelijke organisatie het belang van bomen steeds prominenter is geworden, en de notie dat bij ruimtelijke plannen bomen zoveel mogelijk gespaard moeten worden bekend is, worden in de meeste ruimtelijke plannen die aan de gemeenteraad worden voorgelegd nog steeds veel bomen gekapt. De bomenparagraaf is meestal slechts een opsomming van de in een plangebied aanwezige bomen, die totaal niet ingaat op mogelijke scenario’s om bomen in te passen in ruimtelijke plannen. Er is vrijwel nooit sprake van de beoogde transparante belangenafweging. Een gemiste kans is dat bomenparagrafen (zij het inhoudelijk mager) inmiddels wel vrijwel altijd onderdeel zijn van bestemmingsplannen en SpvE’s, maar in veel aangevraagde bouwvergunningen ontbreken.

- Onderzoek in de evaluatie van het bomenbeleid hoe de kwaliteit van de bomenparagrafen verbeterd kan worden, zodat het de waarde van bomen in een gebied, de mogelijkheden om die waarden te handhaven en scenario’s en afwegingen inzichtelijk maakt.

- Onderzoek hoe de bomenparagraaf een voorwaarde kan worden bij elke omgevingsvergunning die van invloed is op bomen.

- Draai de norm om van ‘bomen worden ingepast als dat kan na het intekenen van alle andere voorzieningen’ naar ‘bomen blijven op hun plek staan en alle andere voorzieningen worden daar omheen ingetekend’.

Uiteraard kan het voorkomen dat dit niet past, maar door het omdraaien van de norm moet dit uitzondering worden en alleen toegestaan als scenario’s met behoud van de boom onmogelijk blijken. Bovendien moet er bij ruimtelijke plannen vaker gekozen worden voor verplaatsen binnen het terrein, in plaats van kappen. Bomen die vanwege hun leeftijd, hun soort of hun locatie bijzonder waardevol zijn, moeten een bijzondere status krijgen waardoor hier minder makkelijk een kapvergunning voor verleend kan worden.

- We vragen het college om het ‘niet uitgaan van een leeg vel bij ruimtelijke ontwerpen’, uit te werken in het herziene bomenbeleid. Dat betekent onder meer dat er bij ruimtelijke projecten standaard een groenadviseur betrokken wordt en dat deze persoon over voldoende richtlijnen beschikt om te adviseren over het inpassen van de bestaande bomen. Meer bescherming van bomen ouder dan 40 jaar moet onderdeel worden van het beleid.

b. Meer verplanten
Een oudere boom van bijvoorbeeld 20 of 30 jaar met een groot bladerdek, is van grote waarde voor klimaat en gezondheid. Daarom is het jammer dat verplanten nog niet de standaard lijkt te zijn en we daar vaak per incident om moeten vragen. Van het totaal aantal van 178 aangevraagde vergunningen afgelopen jaar gingen er maar 6 over het verplanten van bomen.

Er valt dus nog ontzettend veel klimaat- en gezondheidswinst te behalen door veel vaker te kiezen voor verplanten in plaats van kap, in de gevallen dat het echt niet mogelijk is bomen in te passen in ruimtelijke plannen.

Het college lijkt ervan uit te gaan dat verplanten ingewikkeld is en maanden vooraf gepland moet worden, maar boomtechnici geven aan dat verplanten prima kort van te voren kan worden gepland.

Kies wanneer bomen écht niet kunnen worden gehandhaafd, veel vaker voor verplanten door:

- Maak voor ruimtelijke plannen vanaf een bepaalde omvang een verplantingshaalbaarheidsonderzoek verplicht

- Stel de termijn voor het voorbereiden van het verplanten van bomen bij van nu 2 jaar, naar 1 jaar.

- Onderzoek in de evaluatie van het bomenbeleid waarom er niet vaker voor verplanten wordt gekozen, en wat er voor nodig is om verplanten boven kappen te kunnen verkiezen

c. Zorgvuldig en transparant afwegen over kapvergunningen
Bestaande bomen zijn vanwege hun grote bladerdek en houtmassa veel waardevoller voor klimaat en gezondheid dan nieuwe aanplant. Het belang van bestaande bomen moet daarom beter gewaardeerd worden. Naast dat deze bomen vaker moeten worden ingepast en verplant, moet het afwegingsbeleid in het geval van kapaanvragen helderder verwoord worden.

De Partij voor de Dieren stelt vast dat de huidige afwegingscriteria voor kapaanvraag (milieuwaarde, ecologische waarde, cultuurhistorische waarde en ruimtelijke waarde) onvoldoende een weloverwogen afweging garanderen, en dat het belang van de bomen ondergeschikt wordt geacht aan het belang van de aanvrager van de kapvergunning. Sinds het afschaffen van de kapvergunning voor particulieren is ook het kappen van bomen in tuinen van huurwoningen niet meer vergunningplichtig, met als effect dat in tuinen van corporatiewoningen en in het gedeelde groen behorend bij deze woningen vaak te veel groen wordt verwijderd, om het groen ‘onderhoudsvriendelijk’ te maken.

- Maak de bestaande vier afwegingscriteria voor kapaanvraag concreter zodat de waarde van de criteria in het beoordelingsproces voelbaar wordt: zo komen er meer weigeringsgronden om kap te weigeren, zodat er minder vaak kapvergunningen hoeven te worden verleend

- Breid de afwegingscriteria voor een kapvergunning uit met ‘reden voor kap’ en maak in de verlening van een vergunning duidelijker hoe de afweging gemaakt is
- Zorg dat het kappen van bomen in aaneengesloten tuinen van huurwoningen en in gedeelde groene buitenruimte in corporatiebezit weer vergunningplichtig wordt voor eigenaren (dus niet huurders).

2. Versterken bestaande bomen
a. Eenduidige administratie

Op de gemeentelijke bomenkaart, in aangevraagde velvergunningen en in bestemmingsplannen wordt diverse nummering van de bomen gehanteerd. Bij de publicatie van aangevraagde vergunningen voor bijv. bouwen of saneren (dus in de titels), wordt niet standaard vermeld of er bomenkap of -verplanting aan de orde is. Daarnaast ontbreekt vaak informatie over de invulling van de herplantplicht. Controleren wat er met welke boom gebeurt is hierdoor vrijwel onmogelijk.

- Maak bomenadministratie eenduidig, compleet en transparant

b. Meer biodiversiteit
Bomen zouden standaard moeten worden aangeplant met onderbeplanting in de boomspiegel. Dit draagt bij aan de biodiversiteit en de bodem droogt zo minder snel uit. Bij eiken krijgt de eikenprocessierups zo minder kans. Onderbeplanting slaat het beste aan in nieuwe boomspiegels in plaats van bestaande.

- Maak in het herziene bomenbeleid bij de aanplant van nieuwe bomen onderbeplanting standaard
- Kies bij nieuwe bomen voor inheemse soorten, hoge diversiteit per locatie, en voor soorten met meerwaarde voor de biodiversiteit (bijv. voorziend in voedsel voor insecten, vogels en/of mensen)
- Bepaal criteria voor soortkeuze niet per project, maar bepaal “gemeentebreed” welke waarde soorten hebben voor de biodiversiteit

3. Toevoegen extra bomen
a. Huisje, boompje, beestje: 1 boom voor elke nieuwe woning

Het groeiende aantal inwoners maakt dat we niet alleen een norm moeten hanteren van aantal vierkante meters groen per huishouden, maar ook moeten zorgen dat het aantal bomen in de stad meegroeit als de stad groeit. De gemeente Utrecht heeft momenteel ongeveer een halve boom per inwoner.

Bij nieuwbouw worden gelukkig al vaak bomen geplant. In de RSU wordt al een voorstel gedaan om de groei van het aantal woningen te koppelen aan de groei van groen. Om concreet invulling te geven aan de kenmerken van dit groen en om te zorgen dat het aantal bomen in de stad groeit, moet de norm worden dat bij de invulling van dit groen voor elke nieuwbouwwoning minimaal één boom in het plan wordt toegevoegd.

Met het oog op klimaatadaptatie en gezondheid in een verdichtende stad, is het daarbij van belang dat de bomen in het plangebied van de woningen terechtkomen.

- Voor elke nieuwe woning die in de stad wordt toegevoegd moet ook een nieuwe boom geplant worden, liefst zo dicht mogelijk bij de locatie van de nieuwe woning.

b. Plekkenkaart

Het college constateert in de evaluatie van de herplantplicht dat er onvoldoende zicht is op mogelijke locaties in de stad waar ruimte is om bomen te planten. Overzicht van locaties waar plek is voor extra bomen, is de eerste stap in het optimaal benutten van deze locaties voor bomenplant.

- Ontwikkel een plekkenkaart van alle locaties binnen onze gemeente waar nog plek is voor bomen, bij voorkeur in verharding, in nastreving van de norm van 1 boom per inwoner

Tot slot

De toegenomen aandacht en waardering voor bomen, zowel in onze raad als in de gehele maatschappij, is voor de Partij voor de Dieren aanleiding om in de commissie de toezegging te vragen aan de wethouder dat een herziening van het bomenbeleid als voorstel ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Hiermee kan de raad duidelijke kaders stellen die ook vertaald kunnen worden in andere ruimtelijke beleidstukken waarover de raad in 2021 gaat besluiten zoals de Ruimtelijke strategie Utrecht, de klimaatadaptatiestrategie, de visie water en riolering.