Commis­sie­bij­drage Hore­ca­kader


16 januari 2018

Commissie Stad & Ruimte: Raadsvoorstel Horecakader 2018

Het is al bijna een jaar geleden dat we in deze commissie een vorige versie van het horecakader bespraken en we zien dat een aantal zaken geconcretiseerd is. Helaas nog niet alles en het hoofdstuk over handhaving is weliswaar toegevoegd maar blijft in de uitwerking juist vaag.

In mijn bijdrage zal ik vooral focussen op horeca in de binnenstad, want daar ziet de Partij voor de Dieren de ernstigste knelpunten. De omvang van de binnenstad groeit helaas niet mee met het aantal bezoekers en toch zien we dat het aantal horecapunten wel gaat toenemen.

Daardoor gaat het knellen en met name mensen die er wonen ervaren hiervan de gevolgen voor de leefbaarheid van hun directe omgeving.

Een verandering van de horeca kan helpen onvermijdelijke groei in goede banen te leiden, maar uitbreiding van de horeca doet dat volgens de Partij voor de Dieren niet. En dit horecakader geeft ons sterk het gevoel dat dit kader gericht is op méér: er worden uitbreidingslocaties aangewezen bovenop de locaties waar nu al horeca zit, een enkele keer gemaximeerd en vaak zelfs dat niet. Nergens lezen we in het kader hoe omgegaan wordt met het aanbod van en de bijkomende hinder van bestaande horeca, van de huidige situatie. En het lijkt in het kader even alsof er door rode lijntjes plekken worden aangewezen waar het minder kan: maar eigenlijk staat er slechts: iets minder dan we eerst van plan waren, maar nog steeds toename.}

In mijn bijdrage wil ik ingaan op het 1. definiëren van begrippen, 2. grenzen stellen aan groei en 3. op het faciliteren van maatwerk bij horecavergunningen.

1. Begrippen definiëren

Vorig jaar vroegen we om een duidelijkere definitie van het begrip leefbaarheid en ook om onderbouwing van de afweging tussen wat het college leefbaarheid en levendigheid noemt. Helaas ontbreken in het kader nog steeds meetbare en heldere criteria en dat maakt het voor ons maar ook voor bewoners lastig in te schatten wat te verwachten.

Waar het horecakader in hoofdstuk 6 het Ruimtelijk Toetsingskader beschrijft, moet ook een “leefbaarheids-Toetsingskader” worden toegevoegd. Daarin moet worden toegelicht onder welke voorwaarden toevoegen wenselijk geacht wordt. Wat bedoeld wordt met “passen in het profiel” of een dominante woonfunctie of “geen aantasting van het woon- en leefklimaat in het betreffende gebied”.

Wat is volgens de PvdD leefbaarheid? Het is aan de omwonenden om dat te bepalen. Maar; er moet in elk geval rekening gehouden worden met het voorkomen van afval. Ondernemers moeten zorgen voor hergebruik; en het aanbieden van afval of grondstoffen voor hergebruik mag de leefomgeving niet vervuilen (geur, zwerfafval, blokkeren openbare trottoirs). Het transport, zowel van de inkoop/producten als van bezoekers, mag geen overlast veroorzaken. Geluid, zowel van aankomende en vertrekkende bezoekers als van de horeca-gelegenheid zelf, mag niet tot overlast leiden. En als er toch overlast ervaren wordt, moet duidelijk zijn waar omwonenden terecht kunnen en moet er snel en adequaat op gereageerd worden door handhaving.

Het formuleren van hinderprofielen bij de verschillende categorieën is een goede toevoeging. Maar stellen dat bij D2 en D3 weinig hinder verwacht wordt, lijkt ons niet juist. Ook hier is er sprake van luidruchtige bezoekers, parkeerproblemen, afval en mogelijk overlast door bezorgdiensten. Graag een reactie waarom de wethouder denkt dat er bij deze gelegenheden toch weinig hinder verwacht wordt.

In het kader en ook bij de RIB kwam naar voren dat als “wonen dominant” is, er dan geen horeca wordt toegevoegd aan een straat. Ik zou graag van de wethouder horen wanneer volgens het college “wonen dominant” is: bij welk percentage woningen en op welke etage?

Handhavingsparagraaf is te vaag. Er is een handhavingsparagraaf toegevoegd en dat is goed, maar daarin zouden we graag teruglezen wat bewoners precies van de gemeente kunnen verwachten op dit gebied. Verwachtingsmanagement is nodig, want als de gemeente in verband met capaciteit en kosten niet altijd direct kan reageren of oplossingen kan bieden moeten we daar eerlijk over zijn.

2. Geen toename aantal horeca binnenstad, toename in nieuwe ontwikkelgebieden en wijken kan wel.

Dan kom ik bij het tweede punt van de Partij voor de Dieren en dat gaat over de geambieerde uitbreidingslocaties.

In de reactie op de zienswijzen (pagina 9)lezen we: Eén van de doelen van het concept Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 is om de druk van horeca op de binnenstad te verlagen in vergelijking met het vorige kader.

Dit doel komt niet terug in het horecakader zelf, maar ik verwijs er toch maar naar omdat het in de bijlage wel staat. En dan is de vraag: hoe is het verlagen van de druk op de binnenstad enerzijds, te rijmen met het aanwijzen van uitbreidingslocaties anderzijds? Graag een reactie.

Er zitten een aantal prima wijzigingen in het horecakader, bijvoorbeeld het toevoegen D3 profiel om het aanbod in de wijken makkelijker te maken. Eerlijk verdelen van lusten en lasten, want dat 70% van de Utrechtse horecavergunningen in de binnenstad zit, zoals we hoorden op de RIB, is niet evenredig. Die spreiding kan wat ons betreft ten goede komen van de druk die nu al ervaren wordt in de binnenstad. Op andere plekken horeca erbij kan wat ons betreft dus betekenen dat er in de binnenstad wat afgaat, en zeker niet dat er nog meer bij komt. Wij willen voorstellen om het aantal horecavergunningen dat nu in de binnenstad benut wordt, vast te klikken én alleen nieuwe horeca toe te staan als er een andere gelegenheid stopt. Vergelijk met marktvergunningen: alleen nieuwe horeca als iemand anders stopt in de binnenstad.

In ontwikkelgebieden zoals Leidsche Rijn, Stationsgebied en in wijken kunnen wel nieuwe locaties worden toegestaan. En we vinden het ook goed dat horeca in de wijk mogelijker wordt. Maar zet dit dan in om de druk op horeca in de binnenstad te verminderen. De huidige situatie is onvoldoende geëvalueerd. Geen enkele inspreker of zienswijze geeft aan dat er behoefte is aan méér. Voor de profielen 1 tot en met 5, willen we de uitbreidingsmogelijkheden dan ook schrappen.

Wijzingen in het type vergunning en vernieuwing door functiemenging kunnen bijdragen aan verbetering van de horeca in de binnenstad - het is dus niet zo dat de Partij voor de Dieren geen enkele verandering wil, we willen allen geen groei in aantal.

Voorstellen van de PvdD zijn:

  • vestiging pas na positief advies wijkvertegenwoordiging.
  • meer voorwaarden bij “vermaakactiviteiten” .
  • schrappen van de uitbreidingsmogelijkheden voor profielen binnenstad ( 1 t/m 5)

3. maatwerk

Tot slot wil ik het hebben over maatwerk. De vraag is nu natuurlijk hoe we tegemoet komen aan wensen van ondernemers zonder daarbij ook de ervaren overlast uit te breiden. Sommige ondernemers passen precies binnen de categorieën en regelgeving, maar hun aanwezigheid of hun bezoekers doen toch een zware aanslag op de woonomgeving van omwonenden. Tegelijkertijd zijn er ondernemers die met hun zaak juist bijdragen aan de omgeving en ondernemen in goed overleg met buurtgenoten, maar wiens plannen toch niet passen binnen de bestaande regelgeving.

Zonder maatwerk is het moeilijk deze ondernemers en buurtgenoten tegemoet te komen zonder daarbij op andere plekken nog meer ervaren overlast te genereren.

De gemeente zou wat ons betreft een rol moeten hebben in het waar nodig faciliteren van gesprek tussen buurtbewoners en ondernemers en vastleggen van onderlinge afspraken, zodat omwonenden ook bij de gemeente een loket hebben waar ze terecht kunnen als de afspraken onverhoopt niet worden nageleefd.

De gemeente kan dus indien nodig het gesprek faciliteren en een rol spelen als omwonenden en ondernemers er onderling niet uitkomen. Hiervoor is het wel nodig om een vergunning te koppelen aan een persoon en niet aan een pand of onderneming zodat afspraken herbevestigd kunnen worden met een eventueel nieuwe eigenaar. Specifieke afspraken zouden dan ook in de vergunning kunnen worden opgenomen.

In profiel 9 (asw en kanaalstraat) wordt al erkend dat er op deze plekken veel druk en overlast ervaren wordt, maar in de binnenstad geldt dat net zozeer. Daarom wil de Partij voor de Dieren voorstellen om een aantal maatregelen die in dit profiel gesteld worden ook voor de andere profielen over te nemen:

Kan een exploitatievergunning op naam, zoals voorgesteld voor de Amsterdamsestraatweg en de Kanaalstraat, Damstraat, niet ook voor alle andere profielen gelden ?

Het criterium dat er een positief advies moet zijn vanuit de wijkvertegenwoordiging van ondernemers en bewoners, dat zou voor alle profielen moeten gelden, niet alleen Straatweg en Kanaal/Damstraat.

Voorstellen van de PvdD zijn:

  • Exploitatievergunning op naam: maatwerk voor exploitanten die niet in een hokje passen.
  • Gemeente duidelijker loketfunctie/meldpunt. Toezicht op onderlinge afspraken tussen exploitant en bewoners.
  • Een wijkvertegenwoordiging adviseert voordat een vergunning wordt verleend of op naam overgezet. Een nieuwe eigenaar is een natuurlijk moment om eventueel afspraken te wijzigen.

Concluderend: horeca aanpassen aan de groei van de stad moet niet opgelost worden door groei van horeca, maar door verandering van horeca. Dit kader geeft hiervoor een aantal goede aanknopingspunten maar zet uiteindelijk toch weer in het op het faciliteren van groei, in plaats van grenzen eraan stellen. We kunnen niet alles hebben, en de binnenstad heeft al genoeg van alles. Het past simpelweg niet, nog meer horeca gaat ten koste van gezondheid en woongenot van bewoners.