Commis­sie­bij­drage Program­ma­be­groting 2023 Financiën


18 oktober 2022

De begroting waar we deze week over spreken is de eerste van de nieuwe coalitie. Met goede keuzes, minder goede keuzes en stomme keuzes. Over de inhoud komen we deze dagen nog te spreken. Vandaag onze reactie op financiële systematiek en de gemaakte keuzes wat inzet van instrumenten.

Bij de Voorjaarsnota en coalitieakkoord hebben we al een en ander gezegd over meer geld voor klimaat en groen, en over toeristenbelasting en hondenbelasting. Dat doe ik vanavond niet, want u weet al dat we vinden dat er te weinig geld naar klimaat, dieren en groen gaat en dat we de toeristenbelasting moeten verhogen en de hondenbelasting moeten afschaffen.

Dat er tijdens de coalitievorming rekenfouten zijn gemaakt, wordt in deze begroting duidelijk. Er is twee miljoen minder aan parkeerinkomsten berekend en dit wordt opgelost met een zogeheten kasschuif, die al besproken is vanavond. Deze oplossing doet nogal geforceerd aan, en ergens vermoed ik dat, als wij als raad zo’n kasschuif gebruiken in een amendement, dat deze door de wethouder ontraden zou worden. Klopt mijn inschatting?

Wat ons betreft zou rekenfout met de parkeertarieven opgelost worden door versneld in heel Utrecht betaald parkeren in te voeren. Maar in de begroting wordt juist gesteld dat het invoeren van betaald parkeren moeilijker is dan gedacht. Mij fractie stelde hier een technische vraag over en is teleurgesteld over de beantwoording daarvan. Want zo lossen we dus niet de steeds uitdijende parkeerdruk op, en lopen we extra inkomsten mis.

Wat ook misging: de verkoop sociale huur leidt dus tot minder inkomsten dan gedacht en ze worden ook nog eens gepresenteerd onder het kopje “autonome ontwikkelingen”. Mijn fractie vindt dat raar, want dit is gewoon heel duidelijk een politieke keuze en verkeerd is doorberekend. Deze keuze kunnen wij als Partij voor de Dieren zeker steunen, maar niet dat het autonome ontwikkelingen zijn. Graag een toezegging dat politieke keuzes niet meer verhuld worden als autonome ontwikkelingen.

En ook onder de kop autonome ontwikkelingen zien we dat de taakstelling bij Financiën, Inkoop en JZ van 1 miljoen vervalt. Daar is toch ook niks autonooms aan, want gewoon een politieke keuze? En wat gebeurt er als we deze taakstelling wel handhaven?

Ik vraag dit ook vanwege de breed gedeelde ergernis dat de vorige coalitie al het beschikbare geld tot achter de komma vastlegde en de raad zo buitenspel kwam te staan. De nieuwe coalitie beloofde hierover verbetering en de adviescommissie beaamde meer inzicht in de (beschikbare) financiële ruimte in de programma’s te willen hebben: wat ligt vast en wat niet. Hierover gaat nog gesproken worden – en dat is ook nodig.

Als ik in deze begroting zoek naar middelen die eventueel door te raad om te buigen zijn, dan lijkt er ruimte te liggen in de forse stijging voor de overhead die het college voorstelt. Een deel van deze middelen is nodig voor ruimte, oftewel voor groei van de stad. Let op, groeien als stad kost geld. De Partij voor de Dieren ziet hier nog een bewijs in dat we minder moeten sturen op groei van de stad.

Een kans die ik zie, maar die in het coalitieakkoord is afgedekt, is het aanvullen van het weerstandsvermogen naar 1. Utrecht heeft het weerstandsvermogen tijdelijk verlaagd om zo de gevolgen van de coronacrisis te kunnen opvangen. Is het logisch om het weerstandsvermogen niet op te hogen, of niet in een keer om zo budget over te houden voor alle crises die momenteel gaande zijn? Onze fractie in de Eerste Kamer dropte vandaag de term polycrisis: de klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis, de vluchtelingencrisis, de stikstofcrisis, de energiecrisis. Ook Utrecht moet deze crises tegengaan en de gevolgen daarvan opvangen. Waarom wel de ene crisis bestrijden met extra middelen en andere wellicht nog grotere crises niet, vraag ik de wethouder?

Een andere ergernis is de steevaste onderbesteding binnen de programma’s en het verhogen van reserves. Het college zegt steeds dat er te weinig arbeidskrachten en te weinig structurele middelen zijn om geld uit te geven, waardoor de reserves toenemen. Want als wij als raad voorstellen een incidentele uitgave te doen vanuit een onderbesteding, dan kan dat nooit. Wat bijzonder is, want er is dus incidenteel geld zat. Wat voor verbetering kan de nieuwe wethouder hier beloven? En aanvullend: het college sluist 3 miljoen naar de onvoorzien reserve. Mijn vraag is dan ook: wat zijn de gevolgen voor gemeentelijke organisatie en begroting als we dit gewoon niet doen en dit investeren?

Het differentiëren van afvalstoffenheffing op grote en kleine huishoudens zien wij net als D66 zitten, we sluiten aan bij die vraag. En ook kom ik terug op de groene heffingskorting. Jammer dat er nu te weinig mogelijkheden zijn om deze in te voeren, en we wensen graag op de hoogte gehouden te worden mochten er toch ontwikkelingen zijn, zoals de raadsbrief hierover toezegt.

Tot slot twee punten over indexatie.

Eén. Mijn fractie stelde een technische vraag over de gevolgen van de nieuwe CAO voor de begroting. De onderhandelingen zijn gaande, de bonden eisen een flinke inflatiecorrectie. Maar mijn vraag hierover werd beantwoord met: de CAO is al afgesloten. Dit klopt niet, want onderhandelingen lopen nog en er is een grote kloof tussen wat bonden willen en gemeenten bieden. Dus nogmaals: hoe houdt de begroting van volgend jaar rekening met de nieuwe CAO? Gaan we in de problemen komen?

Twee. Met een veel te lage indexatie van 3,5% voor de gesubsidieerde organisaties is het zeker dat er ofwel veel minder activiteiten worden uitgevoerd en/ of dat organisaties ermee stoppen. Zeker de kleinere (soms ook vrijwillige) initiatieven moeten noodgedwongen stoppen. GroenLinks stelde hier de vraag over die ik ook had: In hoeverre heeft ze financiële middelen beschikbaar als gesubsidieerde organisaties vanwege de te lage indexatie omvallen?