Commis­sie­bij­drage Raads­voorstel Mobi­li­teitsplan 2040


10 juni 2021

Allereerst kunnen we de uitgangspunten van dit Mobiliteitsplan onderschrijven. Ook wij geven de voorkeur aan voetganger, fietser en deelmobiliteit en dringen de auto graag terug.

We vinden het mobiliteitsplan wel lastig te bespreken. Want, het stuk is vooral een visie voor over 20 jaar, waarbij de nodige financiële middelen ontbreken. Tegelijkertijd worden zeer praktische voorstellen gedaan op buurtniveau. En die plannen vallen niet altijd even goed in buurten, zo hebben we de afgelopen tijd geconstateerd. Als raad moeten we dus iets vinden van mogelijke tramlijnen tot een nieuwe brug bij de Vechtdijk.

Veel is al gezegd: over het aantrekkelijk maken van P&R’s, en ook wij vinden dat dat die plekken een echt knooppunt moeten zijn voor verschillende vormen van vervoer, en dat je er prettig zou moeten verblijven en werken; over bevorderen van thuiswerken wat echt een oplossing is voor de drukte op de wegen en fietspaden; en over het bevorderen van deelmobiliteit en dat het hebben van een goed vervoersmiddel geen recht meer is, maar dat je recht hebt op goed en schoon vervoer.

Voorzitter, dan een aantal punten.

1. Groei. Het mobiliteitsplan gaat uit van maximale groei van de stad. Groei is een keuze, en groei zorgt voor problemen. In hoeverre is de wethouder bereid om het mobiliteitsplan aan te passen op een tweede scenario op basis van minder sterke groei van de stad?

2. Geld. Veel budget ontbreekt. We hebben gezien dat aanvragen ook kunnen mislukken (zie: groeifonds) en dat projecten duurder kunnen worden (zie: Uithoflijn en NRU). In hoeverre stellen we nu iets vast waarvan een deel gewoon niet doorgaat en gebakken lucht blijkt?

3. Schaalsprong. Ook nieuwe fietspaden en tramlijnen hebben ruimte nodig. Een tram door Lunetten, langs de Koppelsteede, dat gaat ten koste van enorm veel bomen en struiken, die nu belangrijke functies hebben. Kan de wethouder toezeggen dat bij elk van deze projecten het uitgangspunt is dat er geen bomen en natuur zullen verdwijnen? En is ze het met ons eens dat we onszelf in de vingers snijden als we bomen kappen voor fietspaden en OV?

4. Fietssnelwegen. Het klinkt interessant, maar er worden wel geasfalteerde straten voor aangelegd en bruggen verbreed. Kan de wethouder toezeggen dat ook bij nieuwe fietsverbindingen het principe van ‘onverhard tenzij’ (dus klinkers) en dat een kleine monumentale brug, bijvoorbeeld bij de Weerdsluis, kan blijven vanwege diens intrinsieke waarde?

5. Minder asfalt. Minder auto’s per inwoner, dat is een goed uitgangspunt. Maar dan moeten we stoppen met meer asfalt aan te leggen. Verbreding van A27 en NRU zorgt voor meer autoverkeer immers. Is de wethouder bereid een stop te zetten op meer m2 asfalt voor de auto’s? Zo ja, hoe ziet ze dat voor ogen?

6. Parkeren. Willen we minder auto’s in de stad, dan moeten we grotere stappen zetten dan het college voorstelt. Ja, opheffen van parkeerplekken en verbeteren P&R’s zijn goede ideeën. Maar we moeten betaald parkeren invoeren in de hele gemeente, parkeertarieven verhogen en tweede en zoveelste vergunningen extreem duurder maken. Is de wethouder het met ons eens en waarom stelt ze dit niet voor? We komen hierop terug bij de Visie parkeren.

7. Klimaatneutraal en stikstof. In hoeverre draagt dit plan bij aan de ambitie om klimaatneutraal te worden en aan de ambitie om minder stikstof uit te stoten? Dit klinkt technisch, maar ik bedoel het politiek: in hoeverre lost het college daadwerkelijk deze crises op, of zijn er ook echt doelstellingen en onderbouwing? Dat willen wij in elk geval wel.

8. Zuidpoort. De Partij voor de Dieren vindt het goed als de Tolsteegbarrière (in de volksmond Ledig Erf genoemd) ook echt een barrière wordt voor auto’s. We maken ons wel zorgen over toenemend autoverkeer op andere plekken in de buurt, maar we hebben ook het beeld dat na gewenning het autoverkeer afneemt en beter verspreidt. Kan de wethouder dit beeld bevestigen. We sluiten ons aan bij de partijen die zeggen dat de participatie hier slecht is verlopen.

9. We zijn voorstander van ingrepen die het autoverkeer dwingen 30 km/u te laten rijden. Ook dat draagt bij aan een schone en veilige stad. Maar laten we dan ook gelijk verder vergroenen. En wel door het plaatsen van bloembakken, het aanleggen van groenperken en het planten van bomen juist om snelheid te beperken. Kan de wethouder toezeggen dit soort groene maatregelen te treffen?

10. We zijn voorstander om wijken en buurten echt autovrij te maken. En laten we als eerste beginnen met de binnenstad, waar het autoverkeer, zeker de zware en dus vervuilende exemplaren, ook negatieve invloed hebben op de werven. Hier koppelen we voor nu geen vraag aan, maar weet dat we dit belangrijk vinden.

Voorzitter, dank u wel.

Tweede termijn, donderdag 1 juli 2021

Als we bij de Partij voor de Dieren aan mobiliteit denken in de grote stad, dan dromen we van uitstekend en fijnmazig openbaar vervoer, volop ruimte voor de (elektrische) fiets in verschillende snelheden, en wandel- en beweegruimte in een natuurlijke omgeving. Met aaneengesloten groene gebieden en zones die de biodiversiteit in de stad terugbrengen.

In de eerste termijn gaf ik aan dat we het uitgangspunt steunen dat de auto in dit plan ruimte gaat inleveren ten faveure van voetganger, fietser en deelmobiliteit. We moeten af van het recht op een eigen vervoersmiddel en toewerken naar het recht op schoon en veilig vervoer. Zodat we allemaal kunnen leven in een rustige en schone stad. Waarin iedereen groen in de buurt heeft, schone lucht in kan ademen en niet in de verleiding komt om voor elk wissewasje de auto te pakken.

Bij de eerste termijn heb ik tien punten benoemd in 4 minuten tijd. Dank aan de wethouder voor de volledige beantwoording. En hoewel we het uitgangspunt van het plan steunen hebben wij grote bezwaren tegen het plan.

  1. Dit mobiliteitsplan is gebaseerd op maximale groei. We hebben gevraagd om een scenario op basis van minder groei, maar de wethouder wil hier niet aan. Dat vinden wij echt wel ingewikkeld, want ja, mensen willen bewegen en hebben mobiliteit nodig, maar als je faciliteert aan de bovenkant van de groei dan gaan we als gemeente in de knel komen omdat we beperkte ruimte hebben.
  2. De groei maximaal faciliteren betekent bijvoorbeeld dat je tramlijnen en ook fietspaden moet aanleggen ten koste van groen. En nu zijn wij wel voorstander van een beter OV en meer fietsverkeer, maar als we groen verwijderen en bomen kappen voor schoner vervoer, dan snijden we onszelf in de vingers. De wethouder zei wel rekening te willen houden met aanwezig groen, maar rekening houden is wat ons betreft onvoldoende natuurinclusief. Wij spreken ons alvast uit tegen een tram langs de Koppelsteede of door een park en graag de toezegging dat natuurinclusiviteit de basis is van dit plan.
  3. En ook meer fietsverkeer leidt tot meer asfalt. Want fietsers willen volgens de wethouder comfort en daarom stuurt zij op wat ik maar even rode snelwegen noem. Dus door fietspaden aan te leggen en up te graden zorgen we voor meer asfalt in de stad, wat veel minder klimaatadaptief is dan waterdoorlatende klinkers. In de eerste termijn al wilde de wethouder 'klinkers tenzij' niet toezeggen, daarom hebben wij een idee.
  4. Want, wat we beter kunnen doen is straten sluiten voor auto’s en ze openen voor wandelaars en fietsers, ebikers, e-skateboarders, etc. Dit missen we in het mobiliteitsplan en zo creëren we wel de nodige extra ruimte voor fietsers en voetgangers. Waar wordt nu echt de auto de wacht aangezet? Kan de wethouder toezeggen autowegen om te vormen in paden voor verschillende soorten fietsers en voetgangers? Want zo creëren we wel ruimte en kunnen we groen behouden.
  5. De wethouder zei zich te beraden of bloembakken, groenperken en bomen goede interventies zijn om het autoverkeer in snelheid te doen afremmen. Wij roepen de wethouder op om hier vaart mee te maken. Meer groen, tragere auto’s, meer veiligheid en meer biodiversiteit. De wethouder moet het met ons eens zijn dat dit alleen maar winst is.
  6. Tot slot voorzitter, de wethouder gaf in de beantwoording aan dat het mobiliteitsplan niet kwantificeert in hoeverre de uitstoot van CO2 en stikstof afneemt, maar dat het dit wel als doel heeft. Maar ook andere doelen zijn niet gekwantificeerd in dit plan: met hoeveel procent moet de automobiliteit afnemen, hoeveel minder fijnstof hebben we door dit plan. Waar en hoe gaat de wethouder sturen en monitoren zodat we weten dat dit plan daadwerkelijk bijdraagt aan de bij Utrecht passende mobiliteit en noodzakelijke vermindering van uitstoot?

Voorzitter, dank u wel.