Commis­sie­bij­drage Raads­voorstel Nota beheer openbare ruimte


7 januari 2021

Mijn twijfels over dit raadsvoorstel voor deze nieuwe nota beheer openbare ruimte beperken zich tot vier onderwerpen.

Samenhang ander beleid:

Ten eerste is dat niet geheel duidelijk is hoe deze nota samenhangt met ander beleid.

Gaat deze nota andere nota’s over beheer openbare ruimte vervangen? Of gaat het naast elkaar bestaan?

Om een voorbeeld te geven constateren wij dat afspraken met betrekking tot bijvoorbeeld het maaibeleid weer niet terugkomen in deze nota. Maar de raad heeft nog heel veel meer beleid met betrekking tot de openbare ruimte vastgesteld. Kan de wethouder eens reflecteren op hoe de verschillende beleidsnota’s met betrekking tot de openbare ruimte zich tot elkaar verhouden en ook wat de shift naar “ontwikkelend beheren” hierop voor invloed gaat hebben?

Kwaliteitsnormen:

Dan meer op de inhoud van specifiek deze nota die nu voorligt. Deze nota gaat uit van CROW-kwaliteitsnormen. Dat heeft als voordeel dat het landelijk overal vergelijkbaar is.

Dit is echter alleen een beeldkwaliteitsnorm. De Partij voor de Dieren ziet graag andere normen die bijvoorbeeld gaan over de kwaliteit van biodiversiteit of klimaatadaptief vermogen of hoe circulair een maatregel is, ook in de nota komen.

Enkele staan wel genoemd in een bijlage. Maar waarom vindt de wethouder de beeldkwaliteit belangrijk genoeg voor in de nota, en normen voor bomen alleen voor een bijlage en normen voor klimaatadaptatie of circulariteit worden niet eens genoemd.

De Partij voor de Dieren zou de stap van functioneel beheren naar “ontwikkelend beheren” graag koppelen aan normen die verder gaan dan alleen beeldkwaliteit, en waarin we bijvoorbeeld veel meer kijken naar de relatie met klimaat, biodiversiteit en gezondheid.

Kan de wethouder daar een toezegging op doen?

Voorzitter, ik noem graag een specifiek voorbeeld waarom het zo belangrijk is om niet alleen die beeldkwaliteit te noemen in de nota. Er wordt letterlijk naar verwezen dat om te voldoen aan de gewenste CROW-norm “onkruid op verharding” gereinigd moet worden. Hier hebben we het de laatste tijd regelmatig over gehad met deze wethouder en hij gaf zelf ook daarbij aan allerlei proeven te willen gaan doen om deze stoepplantjes juist waar mogelijk te laten staan. Is de wethouder het dan met mij eens dat het in het belang van biodiversiteit onwenselijk is om in deze nota openbare ruimte dan weer over het streven naar verwijderen van onkruid te spreken?

Openbare ruimte ook voor dieren: door steeds intensiever gebruik en steeds meer mensen in de openbare ruimte, is er een risico dat dieren in de knel komen. Bijvoorbeeld omdat er minder schuilplaatsen zijn en omdat dieren vaker verstoord worden. In de nota ontbreekt deze notie en ontbreekt het vervolgens ook aan een antwoord hierop. Is de wethouder het met de PvdD eens dat dit toch op zijn minst als aandachtspunt meegenomen moet worden zodat er in het beheer van de openbare ruimte standaard ook nagedacht wordt over de gevolgen van maatregelen voor dieren in de stad?

Creatief boekhouden:

Tenslotte voorzitter. Dit puntje heb ik even creatief boekhouden genoemd, maar dat is misschien niet terecht.

Ondanks een toelichting van veel kundige mensen tijdens de eerste technische RIB over dit onderwerp, is het de Partij voor de Dieren nog steeds niet helemaal duidelijk of deze beweging van functioneel naar ontwikkelend beheer nou een verkapte bezuiniging betreft, of dat het hierdoor daadwerkelijk makkelijker wordt om op nieuwe ontwikkelingen in te spelen.

Ik wil dat toelichten met een voorbeeld uit de nota:

Maatregel 6 en 7 van de financiële strategie (paragraaf 4.3 pagina 46), beschrijven het principe ‘wie bepaalt, betaalt’. Dus als vanuit een ander programma een ontwikkeling in de openbare ruimte gewenst is of vervroegd moet worden, moet vanuit dat programma betaald worden. Dit roept bij ons de vraag op en dan vraag ik dus aan de wethouder om die te beantwoorden: In hoeverre is er met dit soort verschuivingen van betaler, nog sprake van een transitie van functioneel beheer naar ontwikkelend beheer? En wat heeft dit voor consequenties voor de beloofde aandacht voor bijvoorbeeld biodiversiteit, groenbeleid en klimaatadaptie?