Commis­sie­bij­drage Raads­voorstel Tran­si­tie­stra­tegie Omge­vingsplan


4 maart 2021

Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren kijkt met de nodige scepsis naar dit raadsvoorstel. Dat bijvoorbeeld het inwonersperspectief als uitgangspunt wordt genomen bij de flexibiliteit van het Omgevingsplan, waar dat nodig en mogelijk is, dat is illustratief voor de zorgen van onze partij over de Omgevingswet. Het is mensgericht denken dat er keer op keer voor zorgt dat dieren, natuur en milieu het onderspit moeten delven. Exact het soort denken waar de Partij voor de Dieren tegen in verzet komt.

De Partij voor de Dieren vreest dat met de Omgevingswet de ruimte voor zorgvuldige afwegingen en bescherming van natuur en milieu steeds kleiner wordt. Een flexibel 'alles mag tenzij', waarbij particulieren en ondernemers bij wijze van spreken hun eigen vergunningen uitprinten bij het Omgevingsloket, zonder dat een deskundige en onafhankelijke afweging heeft plaatsgevonden, is weliswaar publieksvriendelijk maar zal een ramp zijn voor de omgeving. Ik neem als voorbeeld de kapvergunning:

Wij lezen dat inwoners straks door middel van het doorlopen van een vragenboom ontdekken of het nodig is een vergunning aan te vragen of een melding te doen voor hun gewenste activiteit, zo ook voor kapaanvragen. Wij vinden het cruciaal dat er recht wordt gedaan aan de waarde van een boom in al zijn facetten (ecologische, ruimtelijke, cultuur-historische waarde, milieuwaarde). Bij iedere kapaanvraag dienen al deze waarden te worden meegenomen in de afweging of kap echt nodig en wenselijk is. Bovendien vraagt onze fractie zich af welke controle er op het invullen van zo’n vragenboom zit. Worden de ingevoerde antwoorden eerst gecontroleerd op juistheid door een medewerker alvorens een advies wordt uitgebracht? Graag een reactie van de wethouder hierop en of dat kan hij toezeggen dat de afweging over het al dan niet toekennen van een kapvergunning niet volledig wordt geautomatiseerd?

Wat betreft het ‘anders werken’: het college wil van een ‘nee, tenzij’-principe naar een ‘ja, mits’-principe. Al kijkend naar het huidige bomenbeleid kan onze fractie hier met de beste wil van de wereld geen ‘nee-tenzij’-principe in ontdekken. Toekenning van een kapvergunning is immers eerder regel dan uitzondering. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat kapvergunningen voor bomen nu te makkelijk worden toegekend? En aangezien ‘mits’ ‘op voorwaarde dat’ betekent: Welke (harde) voorwaarden wil het college hier dan aan gaan verbinden? En hoe verhoudt zich dat tot de zojuist genoemde vragenboom? Graag een reflectie hierop van de wethouder.

Tot slot dan nog, voorzitter. Zowel de flexibiliteit als de veelomvattendheid kunnen de controleerbaarheid van het Omgevingsplan bemoeilijken. Kan de wethouder toelichten hoe het college kan waarborgen dat het Omgevingsplan controleerbaar blijft voor onze raad? Tot zover, bedankt.