Commis­sie­bij­drage Raads­voorstel Vast­stelling Utrecht Dichtbij: de tien­mi­nu­tenstad; Ruim­te­lijke Strategie Utrecht 2040


10 juni 2021

1. Groei

Deze ruimtelijke strategie is op grote lijnen echt duurzamer dan de huidige RSU. Maar de Partij voor de Dieren heeft er een groot probleem mee en dat is dat deze RSU nog steeds uitgaat van groei, en groei ook centraal stelt en optimaal faciliteert. Dat is een verkeerd fundament en dat maakt het lastig dit document te beoordelen.

Kan de wethouder toezeggen ook ruimte te houden voor minder groei? Wij zien graag een scenario toegevoegd waarin de stad niet groeit, en misschien ook een tussenscenario waarin de groei langzamer gaat. We zagen dat dit afgelopen jaar al gebeuren: de groei was kleiner dan verwacht, en vervolgens noopt dat tot terugdraaien van geplande investeringen bij de Voorjaarsnota. We kunnen er maar beter vanuit gaan dat er grenzen aan de groei zijn.

In deze RSU lijkt de groei als voorwaarde gesteld te worden voor het realiseren van andere voorzieningen die bijdragen aan een gezonde stad. Maar ook zonder groei moeten we zorgen dat we in 2030 klimaatneutraal zijn, moeten we de tekorten aan ruimte voor sport en andere maatschappelijke voorzieningen inlopen en moet de kwaliteit en de kwantiteit van het groen in en om de stad omhoog.

En daarbij werkt het niet als we in een vicieuze cirkel blijven ronddraaien van meer en meer en meer. Welke mogelijkheden ziet college om de groei af te remmen? Waar zit de grens aan de groei?

Ik ga in mijn bijdrage nog in op de barcode, op mobiliteit, klimaat en dieren en groen.

2. Barcode

    In de barcode wordt wonen nu gezien als draagvlak voor ontwikkelingen. Enerzijds onderschrijven we de systematiek dat bij het realiseren van meer woonruimte, de leefbaarheid en de omgeving van bewoners hiervan direct gewaarborgd moet worden. Anderzijds is deze systematiek niet altijd handig, want een aantal van deze voorzieningen is zonder meer nodig, ook voor de huidige stad en zonder de door dit college gewenste groei. En bouwen om meer bijvoorbeeld groen te willen lijkt ons een slecht idee. We willen gewoon meer groen.

    1. Vraag: Is de barcode op orde voor de bestaande stad? (dus voldoet ie nu aan hoeveelheid energieopwekking en groen?)
    2. Vraag: is er voldoende oog voor variatie en spreiding en fijnmazigheid van groen? Niet elk dier heeft dezelfde wensen.
    3. En in het kader van variatie in groen: kan de wethouder toezeggen dat picknickplaatsen en sportvelden die geen enkele bijdrage leveren aan de biodiversiteit, niet als “groen” gelabeld worden in de telling van vierkante meters?
    4. Vraag: is er nagedacht over de volgorde van het ontwikkelen van de verschillende elementen uit de barcode? Kan de wethouder toezeggen om concreet te maken hoeveel groen er voor het rood uit ontwikkeld kan worden? Ik zal deze vraag toelichten: je wit namelijk niet dat een gebied in gebruik is en er dan nog begonnen wordt met nadenken over en aanplanten van groen, waarna het nog jááááááren duurt voordat het goed geworteld is en dieren er hun plek vinden en het groen bij gaat dragen aan klimaatadaptatie.

    Hetzelfde geldt voor maatschappelijke voorzieningen: zodra ergens gewoond wordt, moet ook dit op orde zijn en niet pas daarna. De capaciteit voor maatschappelijke voorzieningen en sport is nu al te kort, weet de wethouder zeker dat de verhouding binnen de barcode klopt? Wij hebben namelijk onze twijfels. Graag een reflectie.

    Met deze barcode moeten er ook vierkante meters groen toegevoegd worden. Dat is een element uit deze RSU dat wij echt verstandig vinden en heel goed dat dit opgenomen is door het college.

    Vraag aan de wethouder: is al bekend op welke plekken er daadwerkelijk die grote hoeveelheden, hopelijk ook grondgebonden groen extra bij zullen gaan komen?

    3. Mobiliteit

      Over mobiliteit spreekt deze commissie vanavond uitgebreid, maar ook in deze RSU wordt uitgegaan van een groei als noodzakelijke voorwaarde voor de mobiliteitstransitie. Het autoloos ontwikkelen van nieuwe gebieden is een goede stap om de stad leefbaar te houden, maar het gaat nog steeds om toevoegen van meer en meer en meer. (A12, MWKZ)

      Voorzitter, ook zónder die groei is het in vele opzichten een goed idee om meer ruimte te maken voor wandelaars, fietsers, OV en deelmobiliteit. Kan de wethouder daarom toelichten op welke wijze aan deze mobiliteitstransitie invulling gegeven kan worden als de groei langzamer of kleiner is dan waar nu op ingezet wordt?

      Trams: kan de wethouder toezeggen dat aanleg van trams niet ten koste zal gaan van de toch al schaarse natuurruimte en dat struiken en bomen niet massaal verwijderd worden voor tramlijnen of fietspaden? Wij leggen graag nu al vast dat tracés in elk geval niet in het groen komen en fietspaden natuurinclusief ontwikkeld worden.

      4. Klimaat

        In de RSU stelt het college de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het vorige college had het altijd over 2030. Het huidige college begon met “zo snel mogelijk”. En 2050 is wat ervan gekomen is.

        Ik word hier echt moedeloos van. En boos! Zoveel tijd hebben we simpelweg niet. We hebben te maken met een klimaatcrisis, daar was een meerderheid van deze raad het ook over eens. In rap tempo gaat de wereld kapot en dit college doet niet meer dan een ambitie stellen om het over 30 jaar geregeld te hebben.

        Voorzitter, we moeten zo snel mogelijk zoveel mogelijk doen, en dat doet dit college niet.

        Er moet dus meer ruimte komen voor de energietransitie. Kan de wethouder toezeggen om ook gebieden aan te wijzen die niet meetellen voor de barcode maar simpelweg 100% energieopwekking te laten zijn en te regelen dat Utrecht in 2030 klimaatneutraal is. Zonder geouwehoer en zonder smoesjes.

        Kan de wethouder garanderen dat er echt genoeg ruimte komt voor energieopwekking? En ook dat daarbij een substantieel deel in lokaal eigendom komt, zodat we niet afhankelijk van grote winstgerichte bedrijven, maar het opwekken van duurzame energie voorop staat. In hoeverre maakt het faciliteren van lokale energie-coöperaties deel uit van de voorliggende plannen? Graag een reactie. Dat draagt ook bij aan draagvlak voor de energietransitie.

        5. Dieren en groen

          In deze RSU is een stuk meer aandacht voor groen en biodiversiteit dan in de huidige RSU. Principes als ’groen, tenzij’ en de verankering van bijvoorbeeld aantal vierkante meters groen per huishouden hebben de waardering van mijn fractie. Ditzelfde geldt voor principes als natuur-inclusief bouwen en de verwijzing naar de Utrechtse Soortenlijst. Dat moet ik het college toch meegeven, dank daarvoor!

          Maar tegelijkertijd als we de hoofdstukken over openbare ruimte en duurzame leefomgeving lezen dan staat daar geen woord over dieren en dan wordt het groen toch hoofdzakelijk gezien als een voorziening met functies voor mensen.

          Als we alleen maar meer groen toevoegen omdat er meer en meer mensen in willen recreëren, dan komen tegelijkertijd dieren in het huidige groen steeds meer in de verdrukking. Dat zien we nu al in Amelisweerd waar de natuur platgelopen wordt door mensen en rustige plaatsen waar dieren terechtkunnen voor voedsel, veiligheid en voortplanting verdwijnen. En dat zien we in Leeuwesteyn, waar dieren ontheemd raken, doodgereden worden of doodgaan van honger.

          De mens maakt steeds meer gebruik van het grondgebied van Utrecht. En de dieren als oorspronkelijke bewoners leggen het loodje. En de Partij voor de Dieren vindt het tijd om iets terug te doen voor dieren.

          De Partij voor de Dieren stelt daarom voor om “mensvrije zones” aan te wijzen. Wat we hiermee bedoelen: gebieden waar mensen gewoon niet mogen komen, tenzij voor bijvoorbeeld groenonderhoud. En dat zijn dus gebieden waar dieren optimaal en ongestoord hun eigen gedrag kunnen vertonen. Dat kan bijvoorbeeld aan de randen van de stad in polder Ruigenhoek of in Ockhuizen. Maar het zou ook moeten op plekken die altijd vrij rustig waren maar nu in rap tempo steeds drukker worden, zoals Maarschalkerweerd, Markiezenbos of Park de Koppel. Kan de wethouder toezeggen om dit concept over te nemen en uit te werken?

          Met de toevoeging van mensvrije zones zou deze RSU namelijk een stuk inclusiever worden. Dank voor uw aandacht.

          Tweede termijn, donderdag 1 juli 2021

          Groen voor rood uit ontwikkelen:

          • In de brief kregen we een algemeen antwoord: “in samenhang ontwikkelen en de ene voorziening vraagt een grotere inzet in de beginfase dan de andere”. Mijn vraag was ook expliciet: kan het groen voor het rood uit ontwikkeld worden. Daar nog graag reactie op.

          • Kanalen/picknick/plaatsen/sportvelden die geen enkele bijdrage leveren aan biodiversiteit, niet als groen meetellen in tellen van vierkante meters.
          • We willen dat instrument of prestatie-indicatoren voor biodiversiteit wel afwachten. Maar wanneer komt het?
          • En los daarvan, noodzakelijk om biodiversiteitsontwikkeling te monitoren, maar dat laat onverlet dat het ook belangrijk is om in de RSU vast te stellen hoeveel ruimte er is voor biodiversiteit. Kan de wethouder daarom toch nog eens uitleggen hoe dat nieuwe instrument of prestatie-indicatoren te zien zijn in de RSU?

          A27

          • Er is een tracébesluit vastgesteld, maar daartegen lopen nog juridische procedures: er zijn diverse beroepen ingediend tegen dit besluit. De minister heeft het nog steeds niet rondgerekend.
          • De gemeente Utrecht wil die verbreding niet. Wat ons betreft hoeft het daarom ook geen deel uit te maken van de visie voor Utrecht in 2040. Vraag aan de wethouder is dan ook: als de gemeente die verbreding niet wil en het ook nog de vraag is of het besluit overeind blijft, waarom staat het er dan toch in?
          Mobiliteitstransitie
          • Het college heeft als doel dat het aantal auto’s in de stad gelijk blijft, ook als de stad groeit. Dat maakt echter wel dat het aantal autowegen nodig blijft, terwijl er ook meer ruimte nodig wordt voor fietsers en voetgangers. Deelt de wethouder die observatie? Wat vindt de wethouder van het idee om autowegen te transformeren in verschillende paden voor verschillende soorten fietsers en voetgangers?

          En dat betekent ook dat die intentie om bij voorkeur geen natuur te schrappen voor de aanleg van nieuwe trams en fietspaden, lastig overeind blijft als het aantal reizigers toeneemt en er dus wel ruimte voor hen moet komen. Deelt de wethouder die observatie?