Commis­sie­bij­drage Wal en Kluis­muren


13 juni 2019

Commissie Stad & Ruimte, 13 juni 2019

Het geld is bijna op en het werk nog lang niet klaar. De Partij voor de Dieren begrijpt de complexiteit van het project, maar de situatie waarin we beland zijn is toch wel heel zuur.

En dat dit ook nog door de organisatie en de gemeentelijke afdelingen niet, of veel te laat, gesignaleerd is en dat wij daar als raad dus veel te laat over zijn ingelicht, is zorgwekkend.

Ook dat er op dit moment niet eens globaal een inschatting gemaakt kan worden over de kosten voor het afmaken van het werk, maakt onze taak als controlerende raadsfractie zeer moeilijk. De wethouder schrijft al in de raadsbrief dat er geen inschatting gemaakt kan worden, maar ik wil toch nogmaals vragen of hij niet toch enige informatie kan verstrekken. Desnoods globaal, of gekoppeld aan verschillende scenario’s.

Om situaties als deze te voorkomen in de toekomst zijn we blij dat het college initiatief neemt om ook de evaluatie van deze werkwijze onderdeel van een extern onderzoek te laten zijn.

Tegelijkertijd moeten we natuurlijk ook gewoon verder en vooruit. En wanneer het over de wal en kluismuren gaat is naast veiligheid en behoud van de werven, voor de Partij voor de Dieren de zorg voor de monumentale bomen langs de grachten ook een groot aandachtspunt. Een vraag: in complexe stuk dat nog moet komen, zijn dan de bomen die het complex maken? Welke andere factoren nog meer en hoe verhouden die zich tot elkaar?

Waar de Partij voor de Dieren een beetje voor vreest is dat dit momentum wordt aangegrepen om misschien de keuze te maken om nog meer bomen te kappen dan al voorzien was in de oorspronkelijke plannen.

Mijn fractie wil voorkomen dat, omdat nu het geld op is, er ineens een andere afweging gemaakt wordt ten aanzien van het bomenbeleid. In het verleden zijn er al concessies gedaan, Waar wij voor vrezen is dat er nu, als bezuinigingsmaatregelen in het stukje werk dat nog afgemaakt moet worden , er ineens toch besloten wordt voor kap en herplant, terwijl met de buispalenmethode of een alternatief, deze bomen ook behouden kunnen blijven.

Kan de wethouder toezeggen dat er bij het afronden van alle werkzaamheden niet om financiële redenen concessies gedaan zullen worden in het aantal te behouden werfbomen?

In de uitvraag voor het externe onderzoek wordt gevraagd om toekomstscenario’s te schetsen. De Partij voor de Dieren is blij dat daarbij expliciet benoemd wordt dat het huidige bomenbeleid in alle scenario’s een specifiek aandachtspunt moet zijn. Wie weet is dit moment van herbezinning wel een kans en wordt er een fantastische nieuwe innovatieve methode bedacht net als met de buispaal-methode, om onze prachtige bomen te behouden.

Graag nog even een bevestiging van de wethouder, want in de voortgangsrapportage staat “de manier waarop we met bomen omgaan zal betrokken worden in het externe onderzoek”. Dat is nogal algemeen geformuleerd. Mogen wij, en ook de onderzoekers, dit interpreteren als “de manier waarop we minimaal net zoveel bomen behouden als in de oorspronkelijke plannen, zal betrokken worden in het onderzoek”?

Sommige bomen zijn ouder dan de werven zelf. Deze bomen zijn uniek erfgoed. Nergens anders in Europa is een plek waar werven met bomen onder straatniveau liggen. Kan de wethouder toezeggen om nog eens na te gaan, of na te laten gaan, of er geen landelijke of desnoods Europese financiële ondersteuningsmogelijkheden zijn voor dit type erfgoed?