Commis­sie­bij­drage Raads­voorstel Keuze scenario sanering Neder­eindse Plas


24 september 2020

“Sober en doelmatig saneren”, mooie woorden van het college. Maar wat het college eigenlijk zegt is: 10 miljoen vinden we te veel geld en dus laten we het gif in de plas liggen en nemen we alle milieurisico’s van dien, waarbij afspraken over de uitvoering van de sanering naast zich neergelegd worden.

Voorzitter, niemand weet precies wat er op de bodem van die plas ligt en wanneer dat naar boven komt. Wat we wel weten is dat er met regelmaat verhoogde concentraties van ecologisch schadelijke stoffen als lood, barium, arseen en chemische oplosmiddelen worden gemeten, zonder dat daar een verklaring voor is.

In het saneringsonderzoek van Royal Haskoning scoort scenario 1 het allerslechtste! Waarom kiest het college hier dan voor? Ik kan daar echt niet bij.

Het college bagatelliseert wat hier aan de hand is. In de toelichtende stukken zegt het college dat het destijds normaal was om plassen te dempen met verontreinigd materiaal, alsof het daarmee niet uitmaakt dat wij vandaag de dag met de gevolgen zitten. Het college gaat alleen in op “humane risico’s”, alsof risico’s voor plant, dier, waterleven, bodemleven, er niet toe doen!

En het voorstel dat nu voorligt: enkel meten of de kwaliteit van het water afneemt, wordt nog steeds “saneren” genoemd. Voorzitter: dat is geen saneren, dat is niets doen.

Van een deel van het stortafval is de herkomst bekend, maar van een deel ook niet. Vaten met onbekende inhoud, maar ook medisch afval en radioactief afval liggen op de bodem van de plas. De gedumpte stoffen kunnen vrij komen, niemand weet hoeveel en wanneer.

Lood, olie, barium, arseen, chemische oplosmiddelen worden incidenteel in verhoogde waardes gemeten. Zorgwekkend is dat er geen van de onderzoeken een verklaring kan geven hiervoor. Dat is zorgwekkend omdat we dus niet weten waarom er soms voor het milieu giftige stoffen vrijkomen, hoe vaak dit gebeurt en hoe dit zich in de toekomst zal ontwikkelen.

Het verontreinigde water in de plas staat in direct contact met het omliggende grondwater, weer en wind stuwen het giftige water het omliggende milieu in.

Wat ons onder meer zorgen baart: er wordt in alle rapportages enkel gesproken over de humane risico’s. Die risico’s zijn er. Maar erger nog is: de ecologische risico’s worden als niet relevant afgedaan. Ik vraag aan de wethouder: vindt het college de risico’s voor het omliggende milieu, voor het waterleven en de dieren in de omgeving, niet relevant? Hebben wij volgens het college geen verantwoordelijkheid voor de gezondheid van het milieu in brede zin?

Voorzitter, dat wat er op de bodem van deze plas gedumpt is, is een tijdbom en we kunnen het risico niet nemen dit zonder afscherming te laten liggen. Wat de Partij voor de Dieren betreft is de enige optie dat we kiezen voor het voorzorgsprincipe.

Ik ga nog even in op hoe de keuze van het college in de stukken onderbouwd wordt:

Om te beginnen dat nu de aanleiding is dat regelgeving wijzigt en daarom sanering gestaakt wordt. Ik wil de wethouder, (en GL), vragen: dat op papier de regelgeving wijzigt, wat verandert dat aan de situatie in de praktijk? Dat op papier de voorschriften om milieuvervuiling en gif in het milieu tegen te gaan slapper worden: gelooft zij echt dat de risico’s voor het ecosysteem daarmee veranderen? Alle gedumpte vaten liggen nog steeds te roesten in die plas. Of ziet de wethouder dat anders?

Weging criteria bij scenario's

Alle criteria (waaronder overlast tijdens werkzaamheden en ook milieurisico’s en recreatiepotentie), zijn even zwaar gewogen. Ik wil een reflectie van de wethouder: denkt zij echt dat het verstandig is om in de afweging het risico op milieuschade even zwaar te wegen als overlast voor de omgeving?

De stelling dat fysieke afdekking van het gestorte materiaal geen milieu-hygiënische meerwaarde zou hebben is veel te kort door de bocht. Natuurlijk helpt het om het gif af te schermen van de rest van het omliggende milieu. Natuurlijk is het beter om te zorgen dat de giftige stoffen niet in het oppervlaktewater en het grondwater terechtkomen. Is de wethouder dat niet met de Partij voor de Dieren eens?

In de notitie over de scenario’s die nu bij dit raadsvoorstel is gevoegd worden in paragraaf 4.3 beide scenario’s vergeleken. Het criterium van de milieurisico’s, niet alleen voor mensen maar voor het gehele ecosysteem, wordt daarin volledig overgeslagen.

Dat betekent dus dat in de voorliggende keuze om te stoppen met saneren, de milieurisico’s niet zijn gewogen. Ik vraag aan de wethouder of milieurisico en onze verantwoordelijkheid om te zorgen dat er geen gif via grondwater en oppervlaktewater in het milieu terechtkomt, niet belangrijk was voor dit college?

Voor de Partij voor de Dieren staat nog steeds voorop dat alle gedumpte stoffen geïsoleerd moeten worden van het omliggende milieu.