Amen­dement Ook dieren wonen in de binnenstad


24 februari 2022

Amendement 2022/21

De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op 24 februari, gezien het raadsvoorstel Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040,

Constaterende dat:

  1. De omgevingsvisie op een aantal plekken ingaat op het belang van dier en biodiversiteit, maar dat onvoldoende naar voren komt dat dieren net als mensen bewoners van de binnenstad zijn;
  2. De omgevingsvisie onder meer door participatie tot stand is gekomen en dat dieren zelf niet hebben kunnen meepraten;
Overwegende dat:
  1. De omgevingsvisie een richtinggevend document is en het geen kwaad kan om de belangen van de dieren die in de binnenstad wonen te benoemen in een eigen ontwikkelingsrichting;
Besluit:


1. Aan beslispunt 1 van het raadsvoorstel Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040 toe te voegen:

    , met dien verstande dat een 27e ontwikkelingsrichting wordt toegevoegd, dat luidt:

    Ook dieren wonen in de binnenstad

    De binnenstad is niet alleen een woon- en verblijfsomgeving voor mensen. In de binnenstad wonen namelijk talloze diersoorten, en feitelijk wonen er meer dieren dan mensen. In 2040 hebben de dieren die in de stad leven allen een eigen en veilige plek in de stad en kunnen zij hun natuurlijke gedrag vertonen en is er voldoende voedsel voor ze aanwezig. Zowel voor de gehouden dieren als de in het wild levende dieren zal de binnenstad een prettige leefomgeving zijn.

    Gehouden dieren
    Veel mensen hebben honden in huis, en daarom zijn er in de binnenstad in 2040 voldoende hondenuitlaatplekken en speelweides. De gemeente stimuleert het zelf opruimen van uitwerpselen door opruimzakjes en afvalemmers te plaatsen. Katten die buitenkomen willen nog wel eens de weg kwijtraken of ergens opgesloten raken. Daarom zijn katten gechipt, met als doel de verzorger(s) snel terug te vinden. Voor zieke dieren is er in de binnenstad opvang en medische zorg beschikbaar, en een dierenarts is nabij. Dierenwinkels in de binnenstad verkopen in 2040 geen levende konijnen, knaagdieren, vogels en vissen meer. Als er in 2040 al kinderboerderijen in de binnenstad zijn, dan hebben de dieren die daar leven voldoende plek en bescherming, en kunnen de dieren prettig oud worden.

    Wilde dieren
    In de binnenstad is er voldoende groen voor allerlei soorten dieren om te leven. Bomen worden beschermd, op een volwassen boom leven wel 400 diersoorten. Daarom worden in de binnenstad in 2040 bomen aangeplant als ze een impuls geven aan de biodiversiteit. De versteende pleinen in de binnenstad zijn een stuk groener dan nu, bijvoorbeeld door struiken te planten en/of bloem- en plantenbakken neer te zetten voor biologische planten en bloemen. Er worden bijenlinten aangelegd door de stad, waardoor bijen en andere insecten voldoende voedsel kunnen vinden. Gif en pesticiden worden in 2040 niet meer gebruikt in de binnenstad om zo de biodiversiteit optimaal te stimuleren. De belangen van dieren, die rust en regelmaat op prijs stellen, worden meegewogen bij het plannen van evenementen in parken in de binnenstad. Op sommige plekken in de binnenstad laten we de flora en fauna met rust en zijn er plekken waar de mens niet komt, tenzij voor beheer. Gewonde en zieke stadsdieren worden verzorgd en de financiering van dierenambulance en vogelopvang is op orde.

    Dieren en bebouwde omgeving
    In 2040 zijn er in de binnenstad voldoende schaduwmogelijkheden voor dieren om hittestress te vermijden. Omdat het in de toekomst heter en droger gaat worden, zijn er voldoende drinkwatermogelijkheden. Nieuwbouw is diervriendelijk, met nestgelegenheid voor gierzwaluwen en andere vogels en vleermuizen, evenals andere voor dieren benodigde voorzieningen. Daken en gevels zijn groen en soortenrijk, in combinatie met zonnepanelen, die voor duurzame energie zorgen. Idealiter zijn tuinen in de binnenstad groen en biodivers. Inwoners worden aangemoedigd om hun tuinen te vergroenen, tegels te verwijderen en in hun tuinafscheidingen openingen te maken voor egels en andere grondgebonden zoogdieren. In 2040 is er in de binnenstad zo min mogelijk luchtvervuiling. Straatverlichting straalt naar beneden uit en alleen bijzondere gebouwen worden aangelicht, waardoor de negatieve impact op de nachtrust voor mens en dier minimaal is. Vanwege de overlast voor dieren worden groen en water niet aangelicht.

    Waterleven
    De kwaliteit in de binnenstedelijke wateren is op orde en de wateren bieden een veilig thuis aan waterdieren. De wateren in de binnenstad krijgen zoveel mogelijk natuurvriendelijke oevers, en als er toch versteende kades zijn, dan zijn er voldoende Fauna Uittreed Plaatsen (FUP’s). Dit kan door de kades op sommige plekken te verlagen of door trapjes, vlonders en touwen aan te brengen. In de wateren zijn drijvende planteneilanden aangelegd die boven en onder water voorzien zijn van planten. Het waterleven wordt beschermd tegen hengelaars. Rond de wateren zijn voldoende foerageergelegenheden voor insecten. In de binnenstedelijke wateren komt geen plastic meer voor en het onderwaterleven ervaart zo min mogelijk overlast van menselijke drukte op het water. De riolering is zodanig op orde dat er geen overstorten meer plaatsvinden en dieren niet meer sterven door het vervuilende water.

    2. Deze ontwikkelrichting in de Omgevingsvisie in te voegen als ontwikkelrichting 20, te voorzien van mooie afbeeldingen en eventuele kadertjes, en de volgorde van nummering van andere ontwikkelrichtingen hierop aan te passen.

      Ingediend door:

      • Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren


        Status

        Ingediend

        Voor

        Tegen