Motie Gelijke kansen voor alle Utrechtse leer­lingen


10 november 2016

Motie 199/2016 Programmabegroting 2017

De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op donderdag 10 november 2016 ter bespreking van de Programmabegroting 2017,

Constaterende dat:

  • Zowel de Inspectie van het Onderwijs[1] als de OECD[2] kansenongelijkheid in het onderwijs zien toenemen
  • Ook in Utrecht er grote verschillen tussen wijken zijn en dat leerlingen met een gelijke score bij de eindtoets, degene met laagopgeleide ouders lager worden doorverwezen, in Overvecht zelfs één op de vier;
  • Kinderen met hoog opgeleide ouders vaker gebruik maken van (particuliere) bijles ten op zichten van kinderen uit minder welvarende gezinnen;
  • Ouderbetrokkenheid als sleutel voor schoolsucces zowel in het primair onderwijs als voortgezet onderwijs geen vanzelfsprekendheid is;
  • In bepaalde wijken, als Overvecht en Kanaleneiland, leerlingen meer begeleiding nodig hebben dan in andere wijken en dit de werkdruk voor leraren verhoogt;
  • Er een versnellingsaanpak Overvecht loopt, maar deze geen specifieke aandacht heeft voor leerlingen uit deze wijk in het primair- of voortgezet onderwijs;
  • Vooroordelen, onterechte verwachtingen van leraren en werkdruk leiden tot onderadvisering en beperkte tijd voor training;
  • Er basisscholen zijn die zich niet houden aan de wettelijke inschrijfleeftijd van drie jaar en tevens voorinschrijven mogelijk maken, waardoor selectie al begint voordat onderwijs aan te pas komt;
  • De Inspectie van het Onderwijs aangeeft dat de gemeente een belangrijke rol zal spelen in het wegnemen van kansenongelijkheid;
  • Het college bovenstaande problemen signaleert en als oplossing het voortzetten van beleid biedt.

Overwegende dat:

  • Utrecht een sociale stad is die gelijke kansen wil voor iedereen;
  • Ongelijkheid in het onderwijs onwenselijk is;
  • Een eerste bijeenkomst tussen schoolbesturen, onderwijsinspectie, gemeente en politiek heeft plaatsgevonden waar het probleem geschetst is en bereidheid is getoond om het onderwerp kansenongelijkheid gezamenlijk aan te pakken;
  • Op korte termijn concrete acties nodig zijn om de groeiende kansenongelijkheid terug te dringen dan wel niet verder te laten oplopen;
  • Het oppakken van voornoemde constateringen bijdraagt aan het vergroten van kansengelijkheid.

Draagt het college op:

  • De gesprekken tussen schoolbesturen, gemeente en politiek te continueren, uit te breiden en (in samenwerking):
  • Inzichtelijk te maken wat de verklaring is van de aanwezige kansenongelijkheid in het Utrechtse onderwijs, met specifieke aandacht voor advisering in het primair onderwijs, selectiemomenten in het voortgezet, af- of opstromen en verschillen tussen wijken;
  • Tijdsgebonden doelstellingen vast te stellen op deelaspecten benoemd in constateringen, waaronder aanmelding, advisering, ouderbetrokkenheid, professionalisering van leerkrachten en bijlessen;
  • Concrete acties te benoemen op welke manier aan deze doelstellingen gewerkt zal worden;
  • Inzichtelijk te maken welke mogelijke beleids- en financiële consequenties voortvloeien uit bovenstaande oplossingen;
  • Voor de voorjaarsnota 2017 hierover te rapporteren aan de raad.

En gaat over tot orde van de dag.

Tara Scally, GroenLinks
Eva van Esch, Partij voor de Dieren
Gadiza Bouazani, PvdA
Hilde Koelmans, SP
Cees Bos, Stadsbelang Utrecht
Reinhild Freitag, Student & Starter
Maarten van Ooijen, ChristenUnie
Selma Bas, D66
Marloes Metaal, CDA

[1] www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2016/04/13/onderwijsverslag-2014-2015/onderwijsverslag-2014-2015.pdf

[2] www.oecd-ilibrary.org/education/netherlands-2016_9789264257658-en;jsessionid=bts9564om78x.x-oecd-live-02


Status

Aangenomen

Voor

GL, PvdD, PvdA, SP, SBU, S&S, CU, D66, CDA

Tegen

VVD