Motie Heldere inter­pre­tatie werkwijze Kanbe­paling voor enkel­voudige ambte­lijke toets


24 november 2014

Motie 150/2014

De gemeenteraad van Utrecht, bijeen op 20 november 2014 ter behandeling van het raadsvoorstel over de Kanbepaling

Constaterende dat:

  • met het Actieplan "Welstand in de toekomst" is gekozen voor prioriteren en actualiseren van het welstandsbeleid;
  • het welstandstoezicht transparanter moet worden en vormen van dubbele toetsing moeten worden weggesneden;
  • de invoering van de Kanbepaling conform art. 6.2 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht de gelegenheid biedt aan het College advies in te winnen bij de welstandscommissie en derhalve dus ook kan besluit om af te zien van adviesaanvraag;
  • het College er vooralsnog voor heeft gekozen deze Kanbepaling toe te hanteren bij veel voorkomende kleine bouwwerken, voor zover niet welstands- of vergunningsvrij, zoals benoemd in de huidige welstandsnota;
  • de Kanbepaling er voor bedoeld is om in een ambtelijke beoordeling van vergunningaanvragen, onder verantwoordelijkheid van de wethouder, in een enkelvoudige procesgang in deze gevallen de redelijke eisen van welstand zoals benoemd in de welstandsnota meegewogen kunnen worden en adviesvraag aan de Commissie Welstand en Monumenten achterwege te laten;
  • dit in Utrecht alleen geldt voor eenvoudige vergunningaanvragen voor veel voorkomende kleine bouwwerken (voor zover niet al wettelijk welstands- of vergunningsvrij), zoals de bouwwerken waar specifieke criteria, richtlijnen of aanbevelingen voor zijn geformuleerd (welstandsnota deel B) en/of dusdanig kleinschalig van aard dat er sprake is van ondergeschiktheid in massa/volume ten opzichte van het hoofdgebouw of de omgeving.

Overwegende dat:

  • het wenselijk is dat ambtelijke toetsing aan welstandsbeleid een enkelvoudige procesgang is door ambtenaren van de gemeente in plaats van een dubbele procesgang in de vorm van een extra ambtelijke toetsing door het ambtelijke bureau van de Commissie Welstand en Monumenten;
  • de afdeling VTH van de gemeente ter zake deskundig zijn om vergunningaanvragen in de volle omvang te beoordelen, inclusief de toetsing aan het welstandsbeleid voor de eenvoudige bouwprojecten als bedoeld voor de toepassing van de Kanbepaling;
  • het wenselijk is dat het College ambtelijke toetsing interpreteert als een enkelvoudige toetsing van vergunning aanvragen aan welstandsbeleid door de afdeling VTH en andere bij vergunningverlening betrokken afdelingen;
  • de ambtelijke toetsing van een vergunningsaanvraag door het bureau van de onafhankelijke Commissie Welstand en Monumenten niet anders kan worden gezien dan als een adviesvraag aan de Commissie, waarvan het College alleen gemotiveerd kan afwijken
  • de Kanbepaling er juist voor bedoeld is deze dubbele toetsing achterwege te kunnen laten
  • stoppen met dubbele ambtelijke toetsing de kans op strijdige beoordeling van vergunningaanvragen door de afdeling VTH en het bureau van de CWM vermindert, kans op vertraging en frustraties bij vergunningsaanvragers vermindert en een besparing oplevert.

Roept het College op om:

  • de werkwijze ambtelijke advisering van aanvragen omgevingsvergunning in het kader van de Kanbepaling zoals geschetst in de bijlage zodanig te hanteren dat daartoe ter zake deskundige medewerkers van de gemeente (i.c. de afdeling VTH) deze advisering verrichten in plaats van het bureau van de Commissie Welstand en Monumenten.

Willem Buunk, VVD
Eva van Esch, Partij voor de Dieren
Steven Menke, Student & Starter


Status

Verworpen

Voor

VVD, PvdD, S&S

Tegen

GL, SBU, SP, D66, CDA, CU, PvdA