Chemische fabriek BASF hoort niet thuis in Utrechtse woonwijk


17 maart 2015

Afgelopen donderdag kwam in het nieuws dat er op 10 maart wederom een ongeval had plaatsgevonden bij de chemische fabriek BASF met dit keer 1 kg nikkel. De Partij voor de Dieren pleitte al vele malen voor de verhuizing van BASF uit De Meern, omdat de fractie de risico’s voor omwonenden te groot vindt. Tijdens een spoeddebat aanstaande donderdag zal de PvdD hier nogmaals voor pleiten.

Tijdens de commissie Stad en Ruimte van donderdag 12 maart uitte de Partij voor de Dieren haar zorgen over BASF. Ruim een maand na het laatste ernstige ongeval met 75 kg nikkeloxide en een werkbezoek van de Utrechtse raad aan de fabriek BASF in de Meern twee weken later, is er dus nu alweer een incident geweest. Gemeenteraadslid Eva van Esch: “Er lijkt geen einde te komen aan de incidenten bij BASF. Dit is zeer verontrustend te noemen, gezien BASF in een woonwijk ligt.”

Het werkbezoek aan BASF door de raad nam de bezorgdheid van de Partij voor de Dieren over de veiligheid voor omwonenden en werknemers van de fabriek niet weg. De PvdD blijft bij haar standpunt dat BASF niet thuishoort in een dichtbevolkt gebied als De Meern. Op de zogenaamde ‘burenpagina’ van BASF informeert de fabriek de omwonenden over de uitstoot van gele rookpluimen en andere ‘wetenswaardigheden’. Echter, over het zware ongeval met 75 kg nikkeloxide werd enige tijd gezwegen, omdat dit een zogenaamd ‘intern ongeval’ betrof. Van Esch: “Op het terrein van BASF worden vele zwaar giftige stoffen opgeslagen en verwerkt. Tijdens het werkbezoek werd ons verteld dat BASF niet precies weet welke hoeveelheid van elke stof aanwezig is op het terrein. Het hoge aantal incidenten binnen BASF werd door inspecteurs toegeschreven aan verouderde machines. Dit vormt volgens de Partij voor de Dieren een risico. De gemeente zou BASF moeten helpen een betere locatie te vinden.”

Wethouder Lot van Hooijdonk beargumenteerde dat de veiligheidsrisico’s goed afgewogen zijn en dat er scherpe controles plaatsvinden. Ook zouden er tot nu toe nog geen incidenten hebben plaatsgevonden die een direct gevaar vormden voor de omgeving. Echter, op vrijdag 13 maart, één dag na de commissievergadering, werd er een brief van de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied doorgestuurd naar alle fracties, waaruit blijkt dat ook de omgevingsdienst weinig vertrouwen heeft in de bekwaamheid van BASF om ernstige incidenten in de toekomst te voorkomen.

Er blijken veel meer incidenten met nikkeloxide te hebben plaatsgevonden dan de 25 incidenten die gemeld zijn. In het plan van aanpak van BASF om de emissies te verminderen, ontbreekt een duidelijke analyse van de incidenten die hebben plaatsgevonden naar betrokken stof, locatie, oorzaak en effect. Verder lijken de installaties onvoldoende betrouwbaar om de zwaar giftige stoffen veilig te stellen. De Omgevingsdienst vindt de veiligheid van de werknemers ook onvoldoende gewaarborgd, nu blijkt dat in de productieruimten van BASF de achterblijvende nikkelstof door elk volgend incident zorgt voor een continu aanwezige concentratie zwaar giftige nikkeloxide. Deze stof kan opwervelen en steeds weer leiden tot onnodig gevaar voor werknemers, zo stelt de Omgevingsdienst. In de risicoafweging van BASF heeft nikkeloxide geen hoge prioriteit. De Omgevingsdienst vindt dat BASF het gevaar heel duidelijk onderschat. Ook is er grote bezorgdheid over de hoeveelheid incidenten. BASF heeft het niet in de hand is de conclusie. BASF krijgt van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied tot 31 maart 2015 de gelegenheid om haar plan van aanpak aan te passen.

De Partij voor de Dieren neemt de uitkomsten van deze inspectie hoog op en zal hier tijdens het spoeddebat dan ook uitvoerig op in gaan.