Criteria kapver­gunning doen geen recht aan échte waarde van bomen


11 januari 2016

Onlangs verleende de gemeente Utrecht een vergunning voor het kappen van 34 bomen ten behoeve van de verbouw van een kantoorpand en aanleg van parkeerplaatsen aan de Nijverheidsweg. Helaas staat deze aanvraag niet op zichzelf. Het huidige gemeentelijke bomenbeleid geeft onvoldoende handvaten om met bedrijven en particulieren in gesprek te gaan over alternatieven voor kap die bomen in onze gemeente kunnen sparen. Daardoor worden de kapvergunningen die wekelijks voor tientallen – of soms zelfs honderden - bomen worden aangevraagd vrijwel altijd toegekend.

Kapvergunningen worden beoordeeld aan de hand van vier criteria: ecologische waarde, ruimtelijke waarde, milieuwaarde en cultuurhistorische waarde. De gemeente stelt –terecht- dat elke boom een natuur- en milieuwaarde heeft. Bomen zijn een schuilplaats en broedgelegenheid voor vogels, vleermuizen en insecten en dragen bij aan een gezonde luchtkwaliteit en een prettige leefomgeving.

PvdD-raadslid Eva van Esch: “Tot onze verbazing stelt de gemeente vervolgens echter dat het niet de bedoeling is om alle bomen om die reden te beschermen en te behouden! Bescherming en behoud zijn alleen weggelegd voor wat de gemeente “waardevolle bomen” noemt.”

In het geval van de Nijverheidsweg heeft de gemeente bepaald dat er voldoende groen overblijft in de omgeving van dit terrein en dat andere bomen de functie voor vogels, vleermuizen en insecten kunnen overnemen. Over luchtkwaliteit zegt ze dat door de grote hoeveelheid autoverkeer in relatie tot de hoeveelheid groen het verdwijnen van 34 bomen geen meetbaar effect op de luchtkwaliteit zal hebben.

Van Esch: “Dit is niet de enige keer dat de gemeente het belang van een aanvrager van een kapvergunning meer waard acht dan de waarde van bomen. Wekelijks worden voor tientallen bomen kapvergunningen aangevraagd en deze worden in vrijwel alle gevallen verleend. Zelfs het zorgen voor voldoende compensatie van gekapte bomen is vaak geen voorwaarde bij het verlenen van een kapvergunning.” Ook in het geval van de 34 bomen op de Nijverheidsweg wordt de aanvrager niet verplicht om na de kap vervangende bomen te plaatsen. Er komen gazon en bodembedekkers voor deze bomen terug, omdat architect en aannemer geen bomen in hun budget opgenomen hebben.

De Partij voor de Dieren vindt dat de gemeente bomen en groen meer zou moeten koesteren en bij een vergunningaanvraag samen met de aanvrager moet kijken naar mogelijkheden om de bomen te behouden. Het lijkt er nu op dat de gemeente zich nauwelijks inspant om bomenkap te voorkomen. De Partij voor de Dieren vindt dat de gemeente veel meer met bedrijven en particulieren in gesprek kan gaan over het sparen van bomen en pleit hiervoor bij het college van B&W. De waarde van bomen zou intrinsiek beoordeeld moeten worden, zodat het niet meer mogelijk is de aanwezigheid van andere bomen in de omgeving als argument voor het verlenen van een kapvergunning te gebruiken. Bovendien leidt het huidige beleid ertoe dat er steeds minder bomen overblijven, en waar moeten de dieren dan heen?

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws van het landelijk partijbureau van de Partij voor de Dieren

    Abonneer op de nieuwsbrief