Aanvul­lende Schrif­te­lijke Vragen Anato­mie­gebouw Bekkerstraat (vervolg op SV 2018/19)


Indiendatum: 5 apr. 2018

Schriftelijke vragen 43/2018

In het vragenuur van 30 november 2017 stelden de fracties van Partij voor de Dieren en GroenLinks vragen naar aanleiding van het verwijderen van bomen en groen en mogelijk aanleggen van parkeerplaatsen in de tuin van het Anatomiegebouw aan de Bekkerstraat. Er is veel groen verdwenen en er zijn bomen gekapt om een parkeerterrein te kunnen aanleggen, terwijl de parkeerbehoefte ook met straatparkeren opgevangen kan worden en het kostbare groen behouden of hersteld kan worden.

Aanvullend werden op 13 februari 2018 schriftelijke vragen gesteld. De beantwoording hiervan roept echter nieuwe vragen op. Daarom heeft de Partij voor de Dieren de volgende aanvullende vragen:

1. De wethouder gaf in zijn beantwoording op 30 november 2017 aan dat de groenstrook intact blijft. In de beantwoording van de schriftelijke vragen staat dat ‘de groenstrook langs de Biltsche Grift behouden blijft’. Zoals ook in onze eerdere vragen aangetoond is de groenstrook eind november verwijderd.

Het antwoord van het college kunnen wij dan ook niet rijmen met de praktijk van de hierboven getoonde foto´s. Kan het college specificeren wat zij verstaat onder ‘intact blijven’ en ‘behouden blijven’?

2. In de beantwoording van vraag 3 uit de vorige set schriftelijke vragen wordt bevestigd dat er sprake is van een ‘beschermd stadsgezicht’ en ‘structureel groen’. Het kappen van bomen en houtgewas en het aanbrengen van bomen en struikgewas is daarmee voor het hele perceel vergunningsplichtig. Hoe heeft het college vastgesteld dat een deel van de werkzaamheden vergunningsvrij was, als er zover wij weten nooit een inventarisatie van het groen is gemaakt?
3. Als er nooit een inventarisatie van het bestaande groen is gemaakt, hoe is dan bepaald wat (kwalitatief voldoende) compensatie is voor het verwijderde groen?
4. Waarom is er niet ingezet op meer behoud van het bestaande structurele groen?

In het antwoord op vraag 5 uit de vorige set schriftelijke vragen staat dat “Naar aanleiding van de signalen die ons bereikten is op 29 oktober 2017 een controle uitgevoerd op het perceel. De toezichthouder heeft geconstateerd, dat een hoveniersbedrijf op het terrein werkzaam was. Dit bedrijf heeft de struiken op het perceel verwijderd. De toezichthouder heeft geen kapwerkzaamheden aangetroffen. Verder heeft de toezichthouder geconstateerd, dat de bomen op het perceel tijdens de werkzaamheden beschermd (ingepakt) waren. Deze bomen zullen ook behouden blijven.”

Dit antwoord roept de volgende aanvullende vragen op:

5. De signalen die u bereikten op 28 en 29 oktober 2017 betroffen een concrete melding van het verwijderen van bomen en houtgewas zonder vergunning op 28 oktober 2017. De toezichthouder heeft op 29 oktober 2017 een controle uitgevoerd op het perceel en geen kapwerkzaamheden aangetroffen. Is het de taak van de toezichthouder om objectief vast te stellen dat er een dag eerder kapwerkzaamheden waren uitgevoerd en had de toezichthouder daar een proces-verbaal van moeten/kunnen opmaken?
6. De toezichthouder heeft wél geconstateerd dat bomen op het perceel tijdens de werkzaamheden beschermd (ingepakt) waren. Het college stelt dat deze bomen ook behouden blijven. Zullen alle bomen op het perceel behouden blijven, of alleen de 3 ingepakte bomen?

Parkeren

Bij de eerder gestelde vraag 10 (Als er straatparkeervergunningen worden verleend voor de woningen, waarom zijn dan de parkeerplaatsen op eigen terrein nog nodig?) is het antwoord:

In het parkeerbeleid is het uitgangspunt dat fiets- en autoparkeren op eigen terrein opgelost moeten worden. Aangezien de ontwikkeling is gelegen in een A2-gebied en groter is dan de drempelwaarde van 1.500 m² worden er autoparkeerplaatsen op eigen terrein geëist. Met minimaal twaalf en maximaal twintig parkeerplaatsen blijft dit bouwproject binnen de parkeernorm.

Dit roept de volgende aanvullende vragen op:

7. In de oude situatie was autoparkeren op eigen terrein ook geen eis. Waarom nu ineens wel?

8. De achterliggende gedachte achter het gemeentelijk beleid om parkeerbehoefte op eigen terrein op te lossen, is dat er daardoor minder auto’s in de openbare ruimte geparkeerd hoeven te worden. Dat er nu parkeerplaatsen op eigen terrein worden toegevoegd, binnen de parkeernorm passend bij de nieuwe bestemming van het pand, zou moeten betekenen dat het aantal parkeerplaatsen dat op basis van de norm bij de oude bestemming aan het pand werd toegekend uit de openbare ruimte opgeheven kan worden. Is het college het daarmee eens? Zo nee waarom niet?
9. Als het toevoegen van parkeerplaatsen op het terrein van het Anatomiegebouw geen reden is om parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te heffen, dan worden er in feite parkeerplaatsen toegevoegd (ten koste van groen op het terrein van het Anatomiegebouw). Kan het college dit bevestigen?

In de Inschrijvingsleidraad bij verkoop van het pand Bekkerstraat 141 (november 2014) staat een berekening van het ‘rechtens verkregen niveau’. De parkeernorm behorend bij de functie ‘maatschappelijke doeleinden’ bedraagt 80,02 plaatsen en dat is het ‘rechtens verkregen niveau’. Al deze 80,02 parkeerplaatsen lagen in het openbaar gebied. De parkeerbehoefte van de oude functie (80,02 parkeerplaatsen) mag worden afgetrokken van de nieuwe parkeerbehoefte (20 parkeerplaatsen), zodat alleen het verschil aan parkeerplaatsen nog moet worden gerealiseerd. Er is in dit geval een overmaat van 60,02 parkeerplaatsen. In de oude functie zijn dus veel meer parkeerplaatsen nodig dan in de nieuwe. Er hoeft dus geen rekening gehouden te worden met parkeren bij het uitbreiden van de publiekrechtelijke functie bestemming met ‘wonen’. Aldus de Inschrijvingsleidraad.

10. Klopt het dat er dus ook de mogelijkheid bestond de nieuwe parkeerplaatsen niet te vergunnen? Waarom is deze mogelijkheid door de gemeente genegeerd?

De Partij voor de Dieren heeft de overeenkomst/erfpachtcontract die bij verkoop is gesloten met de koper van Bekkerstraat 141 opgevraagd.

11. De berekening die hierboven is gemaakt plus toelichting staat ook in de erfpachtovereenkomst die op 16 december 2014 is ondertekend door de gemeente Utrecht. Op 6 maart 2015 is er een eerste aanvraag gedaan van de nieuwe eigenaar voor de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein. Het college geeft in het antwoorde op vraag 8 uit SV2018/19 aan dat “de eigenaar heeft aangegeven bereidwillig te zijn om de parkeerbehoefte op eigen terrein op te lossen” en “dat is iets wat wij toejuichen”. Dit antwoord wekt de suggestie dat het initiatief voor aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein van de gemeente uitgegaan is. Klopt dat en zo ja, welke afweging van het college heeft binnen enkele maanden geleid tot deze totale draai van 180 graden, en vind het college dit wel of niet in strijd met behoorlijk bestuur richting de omwonenden?
12. Met de aanleg van 20 extra parkeerplaatsen wordt het structurele groen op het perceel van Bekkerstraat 141 opgeofferd voor parkeerplaatsen. Van de huidige tuin van ca. 1500 m2 was slechts 200 m2 verhard voor een kinderspeelplaats. Met het nieuwe parkeerterrein wordt nagenoeg de helft van de huidige tuin terrein verhard en ingericht als parkeerterrein. De 20 privé-parkeerplaatsen zijn gratis in het gebruik, zodat er geen enkele rem zit op het gebruik ervan. Hoe ziet het college dit resultaat in het licht van gezonde verstedelijking, kwaliteit van de leefomgeving, behoud van structureel groen en een beschermd stadsgezicht, en valt dit ook onder “iets dat wij toejuichen”?

13. In het antwoord op vraag 9 bevestigt het college dat er abusievelijk enkele parkeervergunningen voor straatparkeren zijn afgegeven. Hoeveel parkeervergunningen betreft dat exact?
14. Wanneer zou de eerstvolgende mogelijkheid zijn deze vergunningen op te zeggen / niet te verlengen?
15. Waarom krijgen niet alle 10 adressen/woningen een parkeervergunning op straat, zodat er helemaal geen nieuwe parkeerplaatsen meer behoeven te worden aangelegd, zoals de huidige omwonenden ook voorstellen? Daarmee wordt immers de groene ruimte gespaard en het parkeren opgelost binnen de in ruime mate beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte (60,02 overmaat)?

Proces

16. In de Inschrijvingsleidraad bij verkoop staat expliciet dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met parkeren. Daarnaast staat expliciet aangegeven dat er voor de functie wonen zal worden afgezien van het in rekening brengen van een economische meerwaarde. Met een economische meerwaarde vanwege toe te voegen parkeerplaatsen werd dus expliciet geen rekening gehouden. Kan het college het antwoord op vraag 12 uit SV2018/19 (dat de parkeerplaatsen impliciet inbegrepen zijn bij de verkoopprijs) nader toelichten in relatie tot deze voorwaarden uit de inschrijvingsleidraad?
17. Kan het antwoord op vraag 11 (“Het nu alsnog in rekening brengen van een economische meerwaarde voor de extra parkeerplaatsen is in strijd met behoorlijk bestuur.”) geïnterpreteerd worden als dat de parkeerplaatsen eigenlijk gratis zijn weggegeven? Zo nee, waarom niet?

Eva van Esch, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 5 apr. 2018
Antwoorddatum: 24 apr. 2018

In het vragenuur van 30 november 2017 stelden de fracties van Partij voor de Dieren en GroenLinks vragen naar aanleiding van het verwijderen van bomen en groen en mogelijk aanleggen van parkeerplaatsen in de tuin van het Anatomiegebouw aan de Bekkerstraat. Er is veel groen verdwenen en er zijn bomen gekapt om een parkeerterrein te kunnen aanleggen, terwijl de parkeerbehoefte ook met straatparkeren opgevangen kan worden en het kostbare groen behouden of hersteld kan worden.

Aanvullend werden op 13 februari 2018 schriftelijke vragen gesteld. De beantwoording hiervan roept echter nieuwe vragen op. Daarom heeft de Partij voor de Dieren de volgende aanvullende vragen:

1. De wethouder gaf in zijn beantwoording op 30 november 2017 aan dat de groenstrook intact blijft. In de beantwoording van de schriftelijke vragen staat dat ‘de groenstrook langs de Biltsche Grift behouden blijft’. Zoals ook in onze eerdere vragen aangetoond is de groenstrook eind november verwijderd.

Het antwoord van het college kunnen wij dan ook niet rijmen met de praktijk van de hierboven getoonde foto´s. Kan het college specificeren wat zij verstaat onder ‘intact blijven’ en ‘behouden blijven’?

Zoals aangegeven in de beantwoording op de eerder gestelde vragen (SV 2018/19), wordt het terrein op een andere groene wijze met inachtneming van de groene structuur van de Biltsche Grift ingericht. Voor een impressie verwijzen wij naar de bijlage waarop ook zichtbaar is, dat de strook langs de Biltsche Grift groen blijft.

2. In de beantwoording van vraag 3 uit de vorige set schriftelijke vragen wordt bevestigd dat er sprake is van een ‘beschermd stadsgezicht’ en ‘structureel groen’. Het kappen van bomen en houtgewas en het aanbrengen van bomen en struikgewas is daarmee voor het hele perceel vergunningsplichtig. Hoe heeft het college vastgesteld dat een deel van de werkzaamheden vergunningsvrij was, als er zover wij weten nooit een inventarisatie van het groen is gemaakt?

Bij de vergunningverlening is wel degelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van de groenpassage. Op basis van het bestemmingsplan is beoordeeld dat met het plan geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waardevol stadsgezicht. Daarbij hebben de vakafdelingen de nieuwe inrichting van het perceel in zijn geheel beoordeeld.

3. Als er nooit een inventarisatie van het bestaande groen is gemaakt, hoe is dan bepaald wat (kwalitatief voldoende) compensatie is voor het verwijderde groen?

Zoals aangegeven bij vraag 2, is op basis van het bestemmingsplan beoordeeld dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waardevol stadsgezicht. Kwalitatief voldoende compensatie is daarbij niet het beoordelingskader. Het gebied langs de Biltsche Grift krijgt een andere invulling, maar blijft groen. Voorts wordt ter afscheiding van het parkeerterrein een haag en iepen geplant.

4. Waarom is er niet ingezet op meer behoud van het bestaande structurele groen?

De bepaling ‘structureel groen’ betekent niet dat het bestaande groen niet vervangen mag worden. Op basis van een tuinontwerp heeft de nieuwe eigenaar van het pand de wens om het terrein anders in te richten. Dit hangt samen met de verkoop en herontwikkeling van de locatie. Volledigheidshalve dient in het kader van het ‘structureel groen’ te worden opgemerkt, dat het perceel niet behoort tot de openbare ruimte, zodat de voorschriften in het planologisch kader rondom structureel groen niet van toepassing zijn.

In het antwoord op vraag 5 uit de vorige set schriftelijke vragen staat dat “Naar aanleiding van de signalen die ons bereikten is op 29 oktober 2017 een controle uitgevoerd op het perceel. De toezichthouder heeft geconstateerd, dat een hoveniersbedrijf op het terrein werkzaam was. Dit bedrijf heeft de struiken op het perceel verwijderd. De toezichthouder heeft geen kapwerkzaamheden aangetroffen. Verder heeft de toezichthouder geconstateerd, dat de bomen op het perceel tijdens de werkzaamheden beschermd (ingepakt) waren. Deze bomen zullen ook behouden blijven.”

Dit antwoord roept de volgende aanvullende vragen op:

5. De signalen die u bereikten op 28 en 29 oktober 2017 betroffen een concrete melding van het verwijderen van bomen en houtgewas zonder vergunning op 28 oktober 2017. De toezichthouder heeft op 29 oktober 2017 een controle uitgevoerd op het perceel en geen kapwerkzaamheden aangetroffen. Is het de taak van de toezichthouder om objectief vast te stellen dat er een dag eerder kapwerkzaamheden waren uitgevoerd en had de toezichthouder daar een proces-verbaal van moeten/kunnen opmaken?

Naar aanleiding van de signalen die ons bereikten is een controle uitgevoerd op het perceel. Indien daarbij wordt geconstateerd dat illegaal vergunningsplichtige bomen worden gekapt, dan wordt de kap stilgelegd en wordt een rapport opgesteld. Bij de controle is echter geen overtreding geconstateerd.

6. De toezichthouder heeft wél geconstateerd dat bomen op het perceel tijdens de werkzaamheden beschermd (ingepakt) waren. Het college stelt dat deze bomen ook behouden blijven. Zullen alle bomen op het perceel behouden blijven, of alleen de 3 ingepakte bomen?

Ja, het kappen van bomen en houtgewas is niet aangevraagd en het verwijderen van struikgewas is vergunningvrij. Voor de aanplant van bomen en struikgewas is een vergunning verleend.

Parkeren

Bij de eerder gestelde vraag 10 (Als er straatparkeervergunningen worden verleend voor de woningen, waarom zijn dan de parkeerplaatsen op eigen terrein nog nodig?) is het antwoord:

In het parkeerbeleid is het uitgangspunt dat fiets- en autoparkeren op eigen terrein opgelost moeten worden. Aangezien de ontwikkeling is gelegen in een A2-gebied en groter is dan de drempelwaarde van 1.500 m² worden er autoparkeerplaatsen op eigen terrein geëist. Met minimaal twaalf en maximaal twintig parkeerplaatsen blijft dit bouwproject binnen de parkeernorm.

Dit roept de volgende aanvullende vragen op:

7. In de oude situatie was autoparkeren op eigen terrein ook geen eis. Waarom nu ineens wel?

Bij een functiewijziging wordt de parkeerbehoefte van de aanvraag beoordeeld aan het hand van het geldende parkeerbeleid. Uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte op eigen terrein opgelost wordt. Voor een nadere toelichting van de berekende parkeernorm verwijzen wij naar de beantwoording van vraag 10 van de eerder gestelde vragen (SV 2018/19).

8. De achterliggende gedachte achter het gemeentelijk beleid om parkeerbehoefte op eigen terrein op te lossen, is dat er daardoor minder auto’s in de openbare ruimte geparkeerd hoeven te worden. Dat er nu parkeerplaatsen op eigen terrein worden toegevoegd, binnen de parkeernorm passend bij de nieuwe bestemming van het pand, zou moeten betekenen dat het aantal parkeerplaatsen dat op basis van de norm bij de oude bestemming aan het pand werd toegekend uit de openbare ruimte opgeheven kan worden. Is het college het daarmee eens? Zo nee waarom niet?

Nee. Op basis van het parkeerbeleid is het niet noodzakelijk om, als de parkeereis van de oude functie hoger is dan de parkeereis van de nieuwe functie, deze parkeerplaatsen op te heffen.

9. Als het toevoegen van parkeerplaatsen op het terrein van het Anatomiegebouw geen reden is om parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te heffen, dan worden er in feite parkeerplaatsen toegevoegd (ten koste van groen op het terrein van het Anatomiegebouw). Kan het college dit bevestigen?

Ja. Op het terrein van de Anatomiegebouw worden parkeerplaatsen toegevoegd. Zoals ook aangegeven in de beantwoording van vraag 8 van de eerder gestelde vragen (SV 2018/19), kan vergunninghouder op grond van het parkeerbeleid parkeerplaatsen op eigen terrein realiseren, zolang deze binnen de maximumnorm blijft. Vergunninghouder maakt gebruik van de mogelijkheden die het parkeerbeleid biedt.

In de Inschrijvingsleidraad bij verkoop van het pand Bekkerstraat 141 (november 2014) staat een berekening van het ‘rechtens verkregen niveau’. De parkeernorm behorend bij de functie ‘maatschappelijke doeleinden’ bedraagt 80,02 plaatsen en dat is het ‘rechtens verkregen niveau’. Al deze 80,02 parkeerplaatsen lagen in het openbaar gebied. De parkeerbehoefte van de oude functie (80,02 parkeerplaatsen) mag worden afgetrokken van de nieuwe parkeerbehoefte (20 parkeerplaatsen), zodat alleen het verschil aan parkeerplaatsen nog moet worden gerealiseerd. Er is in dit geval een overmaat van 60,02 parkeerplaatsen. In de oude functie zijn dus veel meer parkeerplaatsen nodig dan in de nieuwe. Er hoeft dus geen rekening gehouden te worden met parkeren bij het uitbreiden van de publiekrechtelijke functie bestemming met ‘wonen’. Aldus de Inschrijvingsleidraad.

10. Klopt het dat er dus ook de mogelijkheid bestond de nieuwe parkeerplaatsen niet te vergunnen? Waarom is deze mogelijkheid door de gemeente genegeerd?

Nee. Op grond van het parkeerbeleid kan vergunninghouder parkeerplaatsen op eigen terrein realiseren, zolang deze binnen de maximumnorm blijft. Dit is ook bevestigd in een uitspraak van de rechtbank.

De Partij voor de Dieren heeft de overeenkomst/erfpachtcontract die bij verkoop is gesloten met de koper van Bekkerstraat 141 opgevraagd.

11. De berekening die hierboven is gemaakt plus toelichting staat ook in de erfpachtovereenkomst die op 16 december 2014 is ondertekend door de gemeente Utrecht. Op 6 maart 2015 is er een eerste aanvraag gedaan van de nieuwe eigenaar voor de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein. Het college geeft in het antwoorde op vraag 8 uit SV2018/19 aan dat “de eigenaar heeft aangegeven bereidwillig te zijn om de parkeerbehoefte op eigen terrein op te lossen” en “dat is iets wat wij toejuichen”. Dit antwoord wekt de suggestie dat het initiatief voor aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein van de gemeente uitgegaan is. Klopt dat en zo ja, welke afweging van het college heeft binnen enkele maanden geleid tot deze totale draai van 180 graden, en vind het college dit wel of niet in strijd met behoorlijk bestuur richting de omwonenden?

Het college is, in tegenstelling tot hetgeen in de vraag staat, niet 180 graden gedraaid. In het door de gemeenteraad vastgestelde parkeerbeleid wordt uitgegaan van minder straatparkeren als dat niet nodig is in combinatie met het optimaal gebruiken van het eigen terrein. De parkeerbehoefte wordt in principe op eigen terrein opgelost, dat is de normale werkwijze van de gemeente die ook als uitgangspunt in het beleid is opgenomen. De bereidheid om parkeerplaatsen op het eigen terrein aan te leggen is afkomstig van de vergunninghouder.

12. Met de aanleg van 20 extra parkeerplaatsen wordt het structurele groen op het perceel van Bekkerstraat 141 opgeofferd voor parkeerplaatsen. Van de huidige tuin van ca. 1500 m2 was slechts 200 m2 verhard voor een kinderspeelplaats. Met het nieuwe parkeerterrein wordt nagenoeg de helft van de huidige tuin terrein verhard en ingericht als parkeerterrein. De 20 privé-parkeerplaatsen zijn gratis in het gebruik, zodat er geen enkele rem zit op het gebruik ervan. Hoe ziet het college dit resultaat in het licht van gezonde verstedelijking, kwaliteit van de leefomgeving, behoud van structureel groen en een beschermd stadsgezicht, en valt dit ook onder “iets dat wij toejuichen”?

Door de nieuwe inrichting van het perceel neemt de verharding iets toe, maar het overgrote deel van het terrein behoudt een groene invulling. Voor een impressie verwijzen wij naar de bijlage. Zoals aangegeven in de beantwoording van de eerder gestelde vragen (SV 2018/19), is bij de vergunningverlening wel degelijk aandacht besteed aan de inrichting van de buitenruimte en het bijbehorende groen.

13. In het antwoord op vraag 9 bevestigt het college dat er abusievelijk enkele parkeervergunningen voor straatparkeren zijn afgegeven. Hoeveel parkeervergunningen betreft dat exact?

In totaal zijn voor drie woningen persoonsgebonden parkeervergunning voor straatparkeren afgegeven.

14. Wanneer zou de eerstvolgende mogelijkheid zijn deze vergunningen op te zeggen / niet te verlengen?

Omdat de vergunningen voor straatparkeren reeds zijn verleend kunnen deze niet meteen weer worden ingetrokken. Deze vergunningen zijn echter persoonlijk en gaan niet over op een nieuwe bewoner. Zodra de bewoners met een vergunning verhuizen of de vergunning opzeggen komt deze vergunning te vervallen. Er is derhalve sprake van een uitsterfconstructie.

15. Waarom krijgen niet alle 10 adressen/woningen een parkeervergunning op straat, zodat er helemaal geen nieuwe parkeerplaatsen meer behoeven te worden aangelegd, zoals de huidige omwonenden ook voorstellen? Daarmee wordt immers de groene ruimte gespaard en het parkeren opgelost binnen de in ruime mate beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte (60,02 overmaat)?

De Bekkerstraat ligt in parkeerrayon Wittevrouwen (zone A2). In dit rayon wordt per adres maximaal één parkeervergunning uitgegeven. Als adressen kunnen beschikken over een parkeerplaats op eigen terrein worden ze echter uitgesloten van een eerste parkeervergunning. Door te parkeren op eigen terrein wordt de parkeerdruk in het openbaar gebied verlaagd.

Proces

16. In de Inschrijvingsleidraad bij verkoop staat expliciet dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met parkeren. Daarnaast staat expliciet aangegeven dat er voor de functie wonen zal worden afgezien van het in rekening brengen van een economische meerwaarde. Met een economische meerwaarde vanwege toe te voegen parkeerplaatsen werd dus expliciet geen rekening gehouden. Kan het college het antwoord op vraag 12 uit SV2018/19 (dat de parkeerplaatsen impliciet inbegrepen zijn bij de verkoopprijs) nader toelichten in relatie tot deze voorwaarden uit de inschrijvingsleidraad?

In de inschrijvingsleidraad is inderdaad opgenomen, dat voor de uitbreiding van de privaatrechtelijke bestemmingswijziging (functiewijziging) zal worden afgezien van het in rekening brengen van een economische waarde. Op basis van het parkeerbeleid mag koper parkeerplaatsen realiseren op het perceel en maakt daarmee gebruik van de mogelijkheden die het parkeerbeleid op basis van de functiewijziging biedt. Het nu alsnog in rekening brengen van een economische meerwaarde voor de extra parkeerplaatsen is daarom in strijd met behoorlijk bestuur.

17. Kan het antwoord op vraag 11 (“Het nu alsnog in rekening brengen van een economische meerwaarde voor de extra parkeerplaatsen is in strijd met behoorlijk bestuur.”) geïnterpreteerd worden als dat de parkeerplaatsen eigenlijk gratis zijn weggegeven? Zo nee, waarom niet?

Nee, vergunninghouder maakt gebruik van de mogelijkheden die het parkeerbeleid biedt.