Monde­linge vragen Bescherm de bomen, red de vleermuis!


In Rijnvliet wordt een woonwijk ontwikkeld met veel aandacht voor duurzaamheid en groen. De op dit moment in dit gebied voorkomende vleermuizen, hun verblijfplaatsen en landschapselementen waarlangs zij zich verplaatsen, zijn zwaar beschermd volgens de Europese Habitat-richtlijn en de Wet natuurbescherming. De aanwezige fruitbomen en knotwilgen ‘staan in de weg’ voor de woonwijk en zouden snel moeten worden gekapt of verplaatst, met risico van afsterven. Naar aanleiding van de recent hiervoor aangevraagde velvergunning, heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Erkent het college de wetgeving die ons verplicht de vleermuis zwaar te beschermen?

2. Is het college zich bewust van het risico dat verplanten van de fruitbomen en knotwilgen kan leiden tot afsterving?

3. Is het college met de Partij voor de Dieren van mening dat het handhaven van de knotwilgen en fruitbomen op hun huidige plek het beste recht doet aan de korte- én langetermijnbelangen van de vleermuispopulatie?

In het document "Inspectie winterverblijven Rijnvliet De Meern" staat (p. 3) dat niet alle bomen onderzocht konden worden op aanwezigheid van vleermuizen, omdat de bomen aan de zuidzijde al verdwenen waren als gevolg van grondwerken.

4. Om welke zwaarwegende reden zijn de bomen in het zuidelijke deel verdwenen en wie is hiervoor verantwoordelijk?

5. Maakt de kap aan de zuidzijde, het handhaven van de genoemde fruitbomen en knotwilgen niet nóg belangrijker?

6. Is het college daarom bereid om de ontwikkelaar uit te dagen om, door het plan aan te passen of het gebied anders in te richten, de bomen te behouden? Zo nee, waarom niet en hoe verhoudt zich dat tot ‘duurzaam’ wonen in Rijnvliet?

Antwoorddatum: 21 feb. 2019

In Rijnvliet wordt een woonwijk ontwikkeld met veel aandacht voor duurzaamheid en groen. De op dit moment in dit gebied voorkomende vleermuizen, hun verblijfplaatsen en landschapselementen waarlangs zij zich verplaatsen, zijn zwaar beschermd volgens de Europese Habitat-richtlijn en de Wet natuurbescherming. De aanwezige fruitbomen en knotwilgen ‘staan in de weg’ voor de woonwijk en zouden snel moeten worden gekapt of verplaatst, met risico van afsterven. Naar aanleiding van de recent hiervoor aangevraagde velvergunning, heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Erkent het college de wetgeving die ons verplicht de vleermuis zwaar te beschermen?

Ja.

2. Is het college zich bewust van het risico dat verplanten van de fruitbomen en knotwilgen kan leiden tot afsterving?

Ja.

3. Is het college met de Partij voor de Dieren van mening dat het handhaven van de knotwilgen en fruitbomen op hun huidige plek het beste recht doet aan de korte- én langetermijnbelangen van de vleermuispopulatie?

Nee, want uit ecologisch onderzoek op deze locatie blijkt dat op dit moment in het gebied geen winterverblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Dit wordt vermeld op bladzijde 3 in de door de vragensteller aangehaalde rapportage Inspectie winterverblijven Rijnvliet - De Meern.

In het document "Inspectie winterverblijven Rijnvliet De Meern" staat (p. 3) dat niet alle bomen onderzocht konden worden op aanwezigheid van vleermuizen, omdat de bomen aan de zuidzijde al verdwenen waren als gevolg van grondwerken.

4. Om welke zwaarwegende reden zijn de bomen in het zuidelijke deel verdwenen en wie is hiervoor verantwoordelijk?

De wind. De bomen zijn omgewaaid.

5. Maakt de kap aan de zuidzijde, het handhaven van de genoemde fruitbomen en knotwilgen niet nóg belangrijker?

Het betreft aan de zuidzijde geen kap. De bomen zijn vanwege hun slechte staat omgewaaid.

6. Is het college daarom bereid om de ontwikkelaar uit te dagen om, door het plan aan te passen of het gebied anders in te richten, de bomen te behouden? Zo nee, waarom niet en hoe verhoudt zich dat tot ‘duurzaam’ wonen in Rijnvliet?

Zoals gezegd, behouden wij hier zoveel mogelijk bomen. Wij doen dat sowieso altijd. Wij willen daar een verbindende ecologische structuur aanleggen. Die is waardevol voor de planten, de bomen, de dieren en de mensen. In 2012 is door raad en college het Stedenbouwkundig Plan van Eisen vastgesteld. In de hoofdstructuur is zowel de bebouwing als het groen vastgelegd. Deze ruimtelijke plannen en besluiten voeren wij volgens die lijn uit.

Aanvullende vraag van de heer Strandstra: De wethouder zegt dat de natuur het werk heeft gedaan dat het college zelf wilde doen en dat dit komt vanwege de slechte staat van de bomen. In de stukken staat echter dat twee van de drie of vier bomen die er stonden juist in voldoende goede staat waren en zelfs een toekomstverwachting van "goed" hadden. De bomen zijn vrij groot. Ze vallen niet zomaar om. In de stukken staat dat grondwerken er de reden van is dat de bomen zijn verdwenen. Kan de wethouder daarop nog wat dieper ingaan? Hoezo wordt "grondwerken" in het rapport genoemd?

De informatie waarover ik beschik, behelst dat grondwerken voldoende afstand tot de bomen heeft gehouden. Helaas hadden de bomen een zwakke conditie. Daarom zijn ze in 2018 tijdens een storm omgewaaid.