Monde­linge vragen Bomenkap naast nieuwbouw Het Zand 24


Mondelinge vragen 3, 28 november 2019

De gemeenteraad heeft op 26 april 2018 het bestemmingsplan voor het realiseren van 5 villa’s op Het Zand 24 vastgesteld. Tijdens de commissievergadering over dit bestemmingsplan is namens de wethouder de ambitie uitgesproken om de groene structuur bij het water te versterken en de 32 bestaande bomen daarbij zoveel mogelijk te handhaven (S&R 19-04-18). De Partij voor de Dieren heeft vervolgens nog ambtelijk navraag gedaan en daaruit bleek dat de bomenrij langs het water behouden zou blijven binnen het plan (letterlijk: “De bomen aan de noordkant van het plangebied bevinden zich grotendeels in een rij langs de watergang. [..] Aangezien deze rij met bomen zich bevindt aan de rand van het plangebied langs het water zal deze behouden blijven binnen het plan.”). Deze ambtelijk verkregen informatie was voor de Partij voor de Dieren doorslaggevend om in te kunnen stemmen met het bestemmingsplan.

De Partij voor de Dieren is zeer verbaasd dat er nu ineens een kapvergunning is aangevraagd voor 31 van de 32 op het terrein aanwezige bomen. Eén treurwilg mag blijven, en de overige bomen worden vervangen.

Dat de elzen en knotwilgen langs de waterkant gekapt zouden moeten worden, is niet te begrijpen. Deze bomen zijn van een redelijke kwaliteit, conditie en toekomstverwachting, en dienen als foerageerroute voor vleermuizen. Bovendien is bomenkap niet in lijn met ambtelijke informatie die we voor vaststelling van het bestemmingsplan hebben ontvangen.

De Partij voor de Dieren heeft daarom de volgende vragen:

1. Waarom is de kapvergunning aangevraagd?

2. Is het mogelijk om de huizen te bouwen zonder de noordelijke bomenrij te kappen?

a. Zo ja, kan het college toezeggen de aangevraagde velvergunning niet te verlenen en alles te doen om de elzen en knotwilgen aan de noordzijde van het terrein te behouden?

b. Zo nee, waarom is dat signaal op geen enkele wijze afgegeven tijdens de commissie of in reactie op ambtelijke vragen van de Partij voor de Dieren?

3. Begrijpt het college dat betrouwbare informatie over bomen in een plangebied voor de Partij voor de Dieren belangrijk is om een standpunt ten aanzien van een plan te bepalen, en kan zij toezeggen om de informatievoorziening te verbeteren?

4. Kan het college daarnaast toezeggen dat er geen velvergunningen worden verleend voor plannen waar de raad over heeft beslist, als de velvergunning over meer bomen gaat dan is vermeld bij de vaststelling van het plan?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 28 nov. 2019

Mondelinge vragen 3, 28 november 2019

De gemeenteraad heeft op 26 april 2018 het bestemmingsplan voor het realiseren van 5 villa’s op Het Zand 24 vastgesteld. Tijdens de commissievergadering over dit bestemmingsplan is namens de wethouder de ambitie uitgesproken om de groene structuur bij het water te versterken en de 32 bestaande bomen daarbij zoveel mogelijk te handhaven (S&R 19-04-18). De Partij voor de Dieren heeft vervolgens nog ambtelijk navraag gedaan en daaruit bleek dat de bomenrij langs het water behouden zou blijven binnen het plan (letterlijk: “De bomen aan de noordkant van het plangebied bevinden zich grotendeels in een rij langs de watergang. [..] Aangezien deze rij met bomen zich bevindt aan de rand van het plangebied langs het water zal deze behouden blijven binnen het plan.”). Deze ambtelijk verkregen informatie was voor de Partij voor de Dieren doorslaggevend om in te kunnen stemmen met het bestemmingsplan.

De Partij voor de Dieren is zeer verbaasd dat er nu ineens een kapvergunning is aangevraagd voor 31 van de 32 op het terrein aanwezige bomen. Eén treurwilg mag blijven, en de overige bomen worden vervangen.

Dat de elzen en knotwilgen langs de waterkant gekapt zouden moeten worden, is niet te begrijpen. Deze bomen zijn van een redelijke kwaliteit, conditie en toekomstverwachting, en dienen als foerageerroute voor vleermuizen. Bovendien is bomenkap niet in lijn met ambtelijke informatie die we voor vaststelling van het bestemmingsplan hebben ontvangen.

De Partij voor de Dieren heeft daarom de volgende vragen:

1. Waarom is de kapvergunning aangevraagd?

Navraag leert ons dat het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden recent de wens heeft geuit om de maatvoering van de watergang te vergroten om die doorvaarbaar te maken voor een zogenaamde maaiboot, wat heeft geleid tot deze in onze ogen premature aanvraag.

2. Is het mogelijk om de huizen te bouwen zonder de noordelijke bomenrij te kappen?

Ja, het is mogelijk de huizen te bouwen zonder de bomenrij langs het water te kappen. Als de bomen niet worden gekapt, kan het onderhoud niet met een maaiboot plaatsvinden, maar er zijn wel andere manieren van onderhoud mogelijk waarbij de toegankelijkheid vanaf een boot niet noodzakelijk is. De gemeente Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de ontwikkelaar gaan daarom hierover in overleg. Het uitgangspunt daarbij is om de kwaliteiten van het gebied te behouden. Wij kunnen niet toezeggen dat de vergunning niet wordt verleend, maar ik zei al dat wij in overleg gaan. Het betreft een particulier initiatief waarbij de gemeente geen grondeigenaar is en dit moet toetsen aan de APV.

In de beantwoording van de zienswijze in het vaststellingsrapport op pagina 1 5, waar mevrouw Sasbrink naar verwijst, is aangegeven dat het de intentie van de projectontwikkelaar is om de bestaande bomen zoveel mogelijk te handhaven en de elzen om te vormen tot knotbomen. In de rapportage van bureau Watersnip staat dat bij een eventuele kap van de bomen langs de watergangen een tijdige herplant dient plaats te vinden.

a. Zo ja, kan het college toezeggen de aangevraagde velvergunning niet te verlenen en alles te doen om de elzen en knotwilgen aan de noordzijde van het terrein te behouden?

Zie hierboven

b. Zo nee, waarom is dat signaal op geen enkele wijze afgegeven tijdens de commissie of in reactie op ambtelijke vragen van de Partij voor de Dieren?

Zie hierboven

3. Begrijpt het college dat betrouwbare informatie over bomen in een plangebied voor de Partij voor de Dieren belangrijk is om een standpunt ten aanzien van een plan te bepalen, en kan zij toezeggen om de informatievoorziening te verbeteren?

Het college begrijpt dat een goede informatieverstrekking voor de raad en voor de PvdD-fractie van belang is. Echter, de reactie op het handhaven van bomen is in overleg met de projectontwikkelaar opgesteld. Op dat moment was het de intentie van de projectontwikkelaar om de bomen te behouden. Zoals ik zojuist zei, is de initiatiefnemer geconfronteerd met wensen van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Wij gaan daarover nog in overleg, maar dat was op het moment van beantwoording van de vragen van de PvdD-fractie niet bekend.

4. Kan het college daarnaast toezeggen dat er geen velvergunningen worden verleend voor plannen waar de raad over heeft beslist, als de velvergunning over meer bomen gaat dan is vermeld bij de vaststelling van het plan?

Nee, het college kan en mag geen andere weigeringsgronden bij zijn beoordeling betrekken dan de limitatief opgesomde in de APV. De algemene regels gelden voor iedereen binnen de gemeentegrenzen van Utrecht.

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren