Monde­linge vragen Extra gelden voor werving en bege­leiding zij-instromers ook in Utrecht hard nodig


Indiendatum: jan. 2020

Mondelinge vragen 9, 30 januari 2020

Maandag 27 januari berichtte de NOS dat minister Slob 9 miljoen euro vrijmaakt voor zij-instromers in het onderwijs. Dat maakte hij bekend bij de presentatie voor het lerarentekort die door Amsterdam, Den Haag en Rotterdam werden aangeboden. Het geld wordt beschikbaar gesteld om meer zij-instromers te werven en begeleiden om de hoge uitval onder zij-instromers tegen te gaan.

Utrecht heeft haar noodplan nog niet af. Tijdens het vragenuur van 23 januari j.l. gaf de wethouder aan dat Utrechtse schoolbesturen gebruik kunnen maken van de noodplannen van de andere drie steden én dat de wethouder afgesproken heeft met het ministerie van OCW om bij te dragen aan de gezamenlijke ontwikkeling van experimenteerruimte voor het lerarentekort op de middellange termijn, plus dat “een noodplan geen pretje is, dus we die liever niet nodig hebben”. Bovengenoemde fracties zijn het er mee eens dat er zowel aandacht moet zijn voor de korte als middellange termijn om het lerarentekort te bestrijden maar zien ook in Utrecht de noodzaak om maatregelen voor de korte termijn te treffen, waarvoor extra financiële middelen niet alleen wenselijk maar ook noodzakelijk zijn.

De fracties hebben daarom de volgende vragen:

1. Eerder hebben vele partijen in de gemeenteraad en het college uitgesproken dat extra begeleiding van zij-instromers één van de prioriteiten is om het lerarentekort tegen te gaan. Is de wethouder het met de fracties eens dat de extra middelen die Slob beschikbaar stelt ook hard nodig zijn in Utrecht om de uitval van zij-instromers tegen te gaan en hoe gaat zij zich ervoor inspannen dat deze middelen niet alleen bij de G3 van de G4 terecht komen?

2. Is het college het met de fracties eens dat de noodplannen van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam nu gekoppeld zijn aan belangrijke financiële middelen die het lerarentekort zowel op de korte als middellange termijn helpen verminderen? Zo ja, lopen we door de focus op de middellange termijn nu geld mis?

3. In het vragenuur van 23 januari zei de wethouder dat de openstaande vacatures in Utrecht om tientallen gaat. Waar is deze informatie op gebaseerd? Zijn hierin ook ‘verborgen vacatures’, en bijvoorbeeld de inzet van LIO’s en onderwijsassistenten meegenomen zoals in andere G4 steden wel wordt gedaan? Zo niet, kan dit alsnog in beeld worden gebracht en op welke termijn?

4. Kan het college toezeggen dat met schoolbesturen alsnog een noodplan wordt opgesteld, dit plan zo snel als mogelijk indient bij het ministerie van OCW en op welke termijn dat gebeurt?

Hester Assen, PvdA
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Peter van Corler, GroenLinks
Bert Kos, CDA
Tess Meerding, VVD
Rachel Streefland-Driesprong, CU
Jeffrey Koppelaar, S&S
Jony Ferket, D66
Mahmut Sungur, DENK
Ruurt Wiegant, SP
Henk van Deun, PVV

Indiendatum: jan. 2020
Antwoorddatum: 30 jan. 2020

Mondelinge vragen 9, 30 januari 2020

Maandag 27 januari berichtte de NOS dat minister Slob 9 miljoen euro vrijmaakt voor zij-instromers in het onderwijs. Dat maakte hij bekend bij de presentatie voor het lerarentekort die door Amsterdam, Den Haag en Rotterdam werden aangeboden. Het geld wordt beschikbaar gesteld om meer zij-instromers te werven en begeleiden om de hoge uitval onder zij-instromers tegen te gaan.

Utrecht heeft haar noodplan nog niet af. Tijdens het vragenuur van 23 januari j.l. gaf de wethouder aan dat Utrechtse schoolbesturen gebruik kunnen maken van de noodplannen van de andere drie steden én dat de wethouder afgesproken heeft met het ministerie van OCW om bij te dragen aan de gezamenlijke ontwikkeling van experimenteerruimte voor het lerarentekort op de middellange termijn, plus dat “een noodplan geen pretje is, dus we die liever niet nodig hebben”. Bovengenoemde fracties zijn het er mee eens dat er zowel aandacht moet zijn voor de korte als middellange termijn om het lerarentekort te bestrijden maar zien ook in Utrecht de noodzaak om maatregelen voor de korte termijn te treffen, waarvoor extra financiële middelen niet alleen wenselijk maar ook noodzakelijk zijn.

De fracties hebben daarom de volgende vragen:

1. Eerder hebben vele partijen in de gemeenteraad en het college uitgesproken dat extra begeleiding van zij-instromers één van de prioriteiten is om het lerarentekort tegen te gaan. Is de wethouder het met de fracties eens dat de extra middelen die Slob beschikbaar stelt ook hard nodig zijn in Utrecht om de uitval van zij-instromers tegen te gaan en hoe gaat zij zich ervoor inspannen dat deze middelen niet alleen bij de G3 van de G4 terecht komen?

Ja, extra middelen voor zij-instroom zijn zeker hard nodig, ook in Utrecht. Ik ben vanochtend bij een aantal scholen geweest waar werd gestaakt, maar waar heel
intensief werd gesproken over wat de oplossingen voor het lerarentekort zijn. Ook daar was zij-instroom een van de belangrijkste onderwerpen. Dat is overigens een boodschap die niet nieuw is. Wij hebben hetzelfde regelmatig overgebracht, ook aan het ministerie. Wij zijn blij met de toegezegde middelen. Dat is een onderdeel van het actieplan Utrecht leert. Wij hebben de raad daarvan al eerder op de hoogte gebracht. Afgelopen maandag is bekend
geworden dat de € 9 miljoen beschikbaar komt. Nog niet helemaal helder is hoe dat kan worden aangevraagd. Wij willen dat natuurlijk graag weten. Wij hebben alles klaarliggen om dat te doen. De G4 trekt daarbij gezamenlijk op, zoals wij dat tot nog toe al hebben gedaan.


2. Is het college het met de fracties eens dat de noodplannen van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam nu gekoppeld zijn aan belangrijke financiële middelen die het lerarentekort zowel op de korte als middellange termijn helpen verminderen? Zo ja, lopen we door de focus op de middellange termijn nu geld mis?

Nee, want de noodplannen van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag
gaan voornamelijk over regelruimte voor zaken waarvoor de minister verantwoordelijk is. Als wij die maatregelen zonder overleg invoeren, krijgen wij het echt aan de stok met de onderwijsinspectie, bijvoorbeeld over een vierdaagse lesweek of over onbevoegden voor de klas. In die plannen zijn de verwachte kosten genoemd. Af en toe is een blik vooruit geworpen op de wat langere termijn. Het is ook een oproep om te investeren. Dat zijn zaken die passen bij de gezamenlijke aanpak.

3. In het vragenuur van 23 januari zei de wethouder dat de openstaande vacatures in Utrecht om tientallen gaat. Waar is deze informatie op gebaseerd? Zijn hierin ook ‘verborgen vacatures’, en bijvoorbeeld de inzet van LIO’s en onderwijsassistenten meegenomen zoals in andere G4 steden wel wordt gedaan? Zo niet, kan dit alsnog in beeld worden gebracht en op welke termijn?

De informatie die wij hebben gegeven, is gebaseerd op het aantal
vacatures dat ook de schoolbesturen publiceren. Wij hebben met het ministerie afgesproken om begin april a.s. een plan te presenteren. Wij hebben dat als werktitel meegegeven "Utrecht leert 2.0". Wij willen daarin voortbouwen op de goede inzet van "Utrecht leert". Wij doen dat uiteraard in nauwe samenwerking met de schoolbesturen en de opleiders. Wij hebben al aan de schoolbesturen
gevraagd om juist de verborgen vacatures daarbij goed te betrekken. Dat is belangrijke informatie.

4. Kan het college toezeggen dat met schoolbesturen alsnog een noodplan wordt opgesteld, dit plan zo snel als mogelijk indient bij het ministerie van OCW en op welke termijn dat gebeurt?

Ons actieplan "Utrecht Leert 2.0”, het vervolg op het eerste, willen
wij begin april a.s. presenteren aan het Ministerie van Onderwijs. Wij vinden het heel belangrijk om op korte termijn maatregelen te verbinden met de ontwikkelingen voor duurzame oplossingen voor het onderwijs van de toekomst.


Hester Assen, PvdA
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Peter van Corler, GroenLinks
Bert Kos, CDA
Tess Meerding, VVD
Rachel Streefland-Driesprong, CU
Jeffrey Koppelaar, S&S
Jony Ferket, D66
Mahmut Sungur, DENK
Ruurt Wiegant, SP
Henk van Deun, PVV