Monde­linge vragen Merwe­deka­naalzone


Indiendatum: 18 jun. 2020

Voorzitter! In een artikel van DUIC van 15 juni jl. lazen wij dat de eerste prijzen van nieuwe woningen in de Merwedekanaalzone in Utrecht bekend zijn gemaakt. In de Merwedekanaalzone komen duizenden nieuwe woningen te staan. Van het eerste gedeelte, het voormalige Defensieterrein nabij Villa Jongerius, zijn nu de prijzen bekendgemaakt. Er komen in dit gebied, dat is omgedoopt tot "De Nieuwe Defensie", 600 woningen te staan. Van deze woningen gaan binnenkort de eerste 167 in de verkoop. Op de website staat dat appartementen van twee kamers (66 m²), te koop zijn voor € 371.000. Daarmee is dat de goedkoopste woning van het aanbod. Een rijtjeshuis van vijf kamers en een oppervlakte van 145 m² kost vanaf € 760.000. De duurste woning in de buurt is een appartement van vijf kamers van (271 m²). Daar wordt € 1.400.000 voor gevraagd. Met dergelijke buitensporige koop- en huurprijzen (die ook in eerdere verdichtingslocaties al werden gevraagd) wordt onze stad voor grote groepen mensen onbetaalbaar. Wij vinden dat onacceptabel. Op deze manier zet het college de deur open om van Utrecht een Londen, Tokio of Parijs te maken. De fracties van de PvdA, Student & Starter, PVV en SP vinden dat Utrecht een inclusieve, voor iedereen toegankelijke stad moet zijn. Ze stellen de volgende vragen.

1. Is het college bekend met de gevraagde koop- en huurprijzen in de Merwedekanaalzone? Zo ja, wat vindt het daarvan?

2. Is het college het met ons eens dat met dergelijke prijzen een grote groep mensen de kans wordt ontnomen om in onze stad te wonen? Zo nee, waarom niet?

3. Vindt het college dat BPD/ASR met dit koopaanbod voldoet aan het SPVE en het BP, die zoals in die stukken staat 'in nauwe samenwerking met BPD/ASR tot stand zijn gekomen'? (Zie bijlage 1)

4. Is het college het met ons eens dat de ambities, zoals mengen van de wijken en betaalbaar bouwen uit de Woonvisie en het Stadsakkoord Wonen, met deze ontwikkelingen nooit kunnen worden gehaald? Zo nee, waarom niet?

5. Ziet het college een mogelijkheid om dit terug te draaien zodat in plaats daarvan fatsoenlijke huur- en koopprijzen worden gevraagd? Wat zouden de consequenties daarvan kunnen zijn?

6. Is het college ten minste bereid om deze trend te stoppen en om ervoor te zorgen dat bij nieuwbouwprojecten redelijke huur- en koopprijzen worden gevraagd? Zo nee, waarom niet?

Indiendatum: 18 jun. 2020
Antwoorddatum: 18 jun. 2020

Voorzitter! In een artikel van DUIC van 15 juni jl. lazen wij dat de eerste prijzen van nieuwe woningen in de Merwedekanaalzone in Utrecht bekend zijn gemaakt. In de Merwedekanaalzone komen duizenden nieuwe woningen te staan. Van het eerste gedeelte, het voormalige Defensieterrein nabij Villa Jongerius, zijn nu de prijzen bekendgemaakt. Er komen in dit gebied, dat is omgedoopt tot "De Nieuwe Defensie", 600 woningen te staan. Van deze woningen gaan binnenkort de eerste 167 in de verkoop. Op de website staat dat appartementen van twee kamers (66 m²), te koop zijn voor € 371.000. Daarmee is dat de goedkoopste woning van het aanbod. Een rijtjeshuis van vijf kamers en een oppervlakte van 145 m² kost vanaf € 760.000. De duurste woning in de buurt is een appartement van vijf kamers van (271 m²). Daar wordt € 1.400.000 voor gevraagd. Met dergelijke buitensporige koop- en huurprijzen (die ook in eerdere verdichtingslocaties al werden gevraagd) wordt onze stad voor grote groepen mensen onbetaalbaar. Wij vinden dat onacceptabel. Op deze manier zet het college de deur open om van Utrecht een Londen, Tokio of Parijs te maken. De fracties van de PvdA, Student & Starter, PVV en SP vinden dat Utrecht een inclusieve, voor iedereen toegankelijke stad moet zijn. Ze stellen de volgende vragen.

1. Is het college bekend met de gevraagde koop- en huurprijzen in de Merwedekanaalzone? Zo ja, wat vindt het daarvan?

2. Is het college het met ons eens dat met dergelijke prijzen een grote groep mensen de kans wordt ontnomen om in onze stad te wonen? Zo nee, waarom niet?

3. Vindt het college dat BPD/ASR met dit koopaanbod voldoet aan het SPVE en het BP, die zoals in die stukken staat 'in nauwe samenwerking met BPD/ASR tot stand zijn gekomen'? (Zie bijlage 1)

4. Is het college het met ons eens dat de ambities, zoals mengen van de wijken en betaalbaar bouwen uit de Woonvisie en het Stadsakkoord Wonen, met deze ontwikkelingen nooit kunnen worden gehaald? Zo nee, waarom niet?

5. Ziet het college een mogelijkheid om dit terug te draaien zodat in plaats daarvan fatsoenlijke huur- en koopprijzen worden gevraagd? Wat zouden de consequenties daarvan kunnen zijn?

6. Is het college ten minste bereid om deze trend te stoppen en om ervoor te zorgen dat bij nieuwbouwprojecten redelijke huur- en koopprijzen worden gevraagd? Zo nee, waarom niet?

Het antwoord op vraag 1. Wij zijn op de hoogte van de verkoopprijzen van de eerste fase van
De Nieuwe Defensie. Wij hebben gemerkt dat daarover veel commotie is ontstaan. Ik begrijp dat iedereen hier van schrikt. Wij zijn er eerlijk gezegd ook zelf van geschrokken. Het zijn zeer hoge prijzen. Die laten de overspannenheid van de markt nog eens zien, of, in goed Nederlands, de gekte van de markt. Tegelijkertijd verbinden wij daar de conclusie aan van de noodzaak om via allerlei manieren te sturen op meer evenwicht op de woningmarkt. Het antwoord op vraag 2. De koopwoningen zijn natuurlijk niet het hele verhaal, ook niet het
hele verhaal van de bebouwing van het Defensieterrein. In de oorspronkelijke plannen was er sprake van 20% sociale woningbouw, dus van 120 van de 600 woningen. Wij zijn intussen met WPD gevorderd met de onderhandelingen om dat aantal te verhogen van 600 naar 800 stuks en om het percentage betaalbaar te verdubbelen van 20% naar 40%. Dat bestaat dan uit 220 sociale huurwoningen, oftewel 27,5% in plaats van 20%, alsmede uit 100 middenhuurwoningen waar die eerst ontbraken. Dat is 12,5%. Bij elkaar is er sprake van 40% betaalbare woningen. Ik hoop dat u mij nog kunt volgen. Dat is de vrucht van de inzet die wij gezamenlijk tot stand hebben gebracht. In de raad en het college is brede steun om meer in te zetten op betaalbare woningen. Dat is een belangrijk resultaat. Het antwoord op vraag 3. In het verleden is beperkt gestuurd op de plannen, ook bij de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan van Eisen van het bestemmingsplan in de raad. Er is gestuurd op aantallen en op variaties in het vloeroppervlak, het aantal vierkante meters. Er is ook
gestuurd op 20% sociale woningen, maar niet specifiek op starterwoningen. Het idee was dat de kleine appartementen voor starters betaalbaar zouden zijn, maar daarover is geen specifieke afspraak gemaakt of sturing aan gegeven. Wij zien nu als gevolg van marktprijsontwikkelingen dat er geen sprake meer is van starterwoningen. Dat moet voor ons allemaal een dure les zijn. Wij moeten daar in de toekomst veel beter op letten. Het antwoord op vraag 4. Ambities van de Woonvisie en het Stadsakkoord Wonen, jawel, wij
sturen bij, dat heb ik gezegd in het antwoord op vraag 1. Voor de hele Merwedekanaalzone, de deelgebieden 4, 5 en 6, geldt een minimumpercentage van 55% betaalbaar, bestaande uit 30% sociaal en 25% middensegment. Hoe vroeger wij erbij zijn, hoe beter wij kunnen sturen.