Monde­linge vragen over Bed, bad en brood voor onge­do­cu­men­teerde gezinnen


Indiendatum: 7 apr. 2016

Vorige week vrijdag verscheen in de nieuwsbrief van STIL het bericht dat de organisatie “in twee weken tijd zeven gezinnen met minderjarige kinderen die op straat stonden en hulp vroegen, weggestuurd heeft met de boodschap dat zij geen opvang konden regelen en ook geen idee hadden wie dat wel zou kunnen.”

Navraag bij STIL leidt tot de achtergrond dat het gaat om mensen (met name Armeniërs) die asiel hebben gevraagd en van wie het verzoek is afgewezen. Echter, zij hebben officieel recht op verblijf in een gezinslocatie. In een gezinssituatie moeten zij echter verplicht aan terugkeer werken, terwijl deze mensen wel degelijk een reden tot hernieuwde asielaanvraag hebben – iets waar in de gezinslocaties onvoldoende aandacht voor is.

De zeer recente incidenten tonen wat betreft de ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren, SP en CDA aan dat het asielbeleid van de Rijksoverheid leidt tot problemen. Tegelijkertijd is ook de gemeente aan zet om problemen te voorkomen en op te lossen. Immers, zoals de burgemeester zelf zei in de nieuwjaarstoespraak: “In Utrecht slaapt niemand op straat.”

Dat leidt tot de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de zeven gezinnen waarover STIL in haar laatste nieuwsbericht heeft gepubliceerd?

2. Deelt het college de mening dat gezinnen met kinderen altijd een stabiel dak boven hun hoofd behoren te hebben?

3. Heeft het college beeld bij de huidige verblijfsituatie van deze gezinnen? Is het college bereid deze situatie te achterhalen en waar nodig zo snel mogelijk een passende voorziening te bieden?

4. Ligt de oorzaak van de gebrek aan de opvang in hernieuwde afspraken in de diplomatieke betrekkingen tussen Armenië en Nederland? Zo ja, neemt het college de effecten van de nieuwe afspraken mee in de besprekingen met de Rijksoverheid over de bed-bad-brood regelingen?

5. In hoeverre is er de verwachting bij het college en de instellingen dat de komende weken deze incidenten zich vaker zullen voordoen? Wat gaat het college ondernemen om deze incidenten te voorkomen?

6. Zijn de Utrechtse instellingen voor bed-bad-brood voor ongedocumenteerden op dit moment toereikend? Duiden deze incidenten op een probleem in het voorzieningen-netwerk?

Maarten van Ooijen (ChristenUnie), mede namens Partij voor de Dieren, D66, GroenLinks, PvdA, SP, CDA

Indiendatum: 7 apr. 2016
Antwoorddatum: 7 apr. 2016

Vorige week vrijdag verscheen in de nieuwsbrief van STIL het bericht dat de organisatie “in twee weken tijd zeven gezinnen met minderjarige kinderen die op straat stonden en hulp vroegen, weggestuurd heeft met de boodschap dat zij geen opvang konden regelen en ook geen idee hadden wie dat wel zou kunnen.”

Navraag bij STIL leidt tot de achtergrond dat het gaat om mensen (met name Armeniërs) die asiel hebben gevraagd en van wie het verzoek is afgewezen. Echter, zij hebben officieel recht op verblijf in een gezinslocatie. In een gezinssituatie moeten zij echter verplicht aan terugkeer werken, terwijl deze mensen wel degelijk een reden tot hernieuwde asielaanvraag hebben – iets waar in de gezinslocaties onvoldoende aandacht voor is.

De zeer recente incidenten tonen wat betreft de ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren, SP en CDA aan dat het asielbeleid van de Rijksoverheid leidt tot problemen. Tegelijkertijd is ook de gemeente aan zet om problemen te voorkomen en op te lossen. Immers, zoals de burgemeester zelf zei in de nieuwjaarstoespraak: “In Utrecht slaapt niemand op straat.”

Dat leidt tot de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de zeven gezinnen waarover STIL in haar laatste nieuwsbericht heeft gepubliceerd?

Ja

2. Deelt het college de mening dat gezinnen met kinderen altijd een stabiel dak boven hun hoofd behoren te hebben?

Ja. Deze gezinnen hadden daarom opvang in een gezinsopvanglocatie van het Rijk. Dit was geregeld door het COA. De gezinnen zijn op eigen initiatief vertrokken, want ze kregen geen verblijfsvergunning.

3. Heeft het college beeld bij de huidige verblijfsituatie van deze gezinnen? Is het college bereid deze situatie te achterhalen en waar nodig zo snel mogelijk een passende voorziening te bieden?

De gezinnen zitten deels in een kerkelijk netwerk, deels bij landgenoten en ze zitten ook toch in een gezinslocatie van het COA. De mensen komen uit Armenië, Oekraïne en Georgië. Wij willen voorkomen dat opvang zonder perspectief gecreëerd wordt. Daarom worden ze teruggestuurd naar het land van herkomst. De gemeente heeft overleg met Barca. Deze organisatie heeft veel contacten in de landen van herkomst en andere partijen. Op verzoek van de gemeente is er opvang bij een nieuwe voorziening.

4. Ligt de oorzaak van de gebrek aan de opvang in hernieuwde afspraken in de diplomatieke betrekkingen tussen Armenië en Nederland? Zo ja, neemt het college de effecten van de nieuwe afspraken mee in de besprekingen met de Rijksoverheid over de bed-bad-brood regelingen?

Nee. De gezinnen werden opgevangen, maar ze zijn op eigen initiatief vertrokken. Er zijn goede afspraken met het Rijk over opvang in gezinslocaties. Dit hoeft dus niet meer met het Rijk te worden besproken.

5. In hoeverre is er de verwachting bij het college en de instellingen dat de komende weken deze incidenten zich vaker zullen voordoen? Wat gaat het college ondernemen om deze incidenten te voorkomen?

STIL kan bij de gemeente een onderbouwd verzoek voor opvang indienen, dan beoordeelt de gemeente dit. In dit geval kwam er geen verzoek, want de gezinnen hebben geen verblijfsvergunning,

6. Zijn de Utrechtse instellingen voor bed-bad-brood voor ongedocumenteerden op dit moment toereikend? Duiden deze incidenten op een probleem in het voorzieningen-netwerk?

Ja, voor Utrecht is er voldoende opvang.

Maarten van Ooijen (ChristenUnie), mede namens Partij voor de Dieren, D66, GroenLinks, PvdA, SP, CDA