Monde­linge vragen over de voor toepassing van de Boswet vast­ge­stelde bebouwde kom


Indiendatum: 7 apr. 2016

Op 1 april 2016 ontving de raad een brief van het College betreffende de kap van bomen in verband met de aanleg van een deels nieuwe Golfbaan door Golfclub De Haar. Daarin schreef het college dat sinds de invoering van de nieuwe Boswet, bomen gelegen buiten de bebouwde kom (zoals gedefinieerd in art 1, lid 5 van de Boswet) niet meer onder jurisdictie vallen van de gemeente, maar van het ministerie van Economische Zaken.

Vragen:

1. Klopt het dat dit inhoudt dat bomen buiten de voor toepassing van de Boswet vastgestelde bebouwde kom zonder omgevingsvergunning kunnen worden gekapt (en dat er alleen een meldingsplicht geldt en geen kapvergunningplicht)?

2. Klopt het dat er tegen besluiten die de provincie bij de uitvoering van de boswet neemt, geen mogelijkheid tot bezwaar en beroep openstaat, waardoor zienswijzen en bezwaar van omwonenden niet gehoord kunnen worden, wat bij een kapvergunning binnen het gemeentelijk bomenbeleid wel het geval is?

3. Om -naar schatting- hoeveel bomen gaat het binnen de gemeentegrenzen van Utrecht, waarbij de gemeente Utrecht niet het bevoegd gezag is, maar het ministerie van economische zaken?

4. Klopt het dat de gemeenteraad, op grond van artikel 1, vijfde lid, van de Boswet zelf de grens van de bebouwde kom in het kader van de Boswet vaststelt?

5. Is het college het met ons eens dat het wenselijk is om het werkingsgebied van het gemeentelijke bomenbeleid gelijk te laten zijn aan het grondgebied van de gemeente, zodat de regels voor bomenkap in heel Utrecht gewaarborgd zijn en optimale bescherming geboden kan worden aan alle bomen in Utrecht?

6. Is het college bereid om in andere steden (bijvoorbeeld Amsterdam, Den Haag en Leiden) navraag te doen waarom zij ervoor gekozen hebben de voor toepassing van de Boswet vastgestelde bebouwde kom, gelijk te stellen aan de gemeentegrens?

7. Is het juist dat een raadsvoorstel om de bebouwde komgrens als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet gelijk te stellen aan de gemeentegrens, geen gevolgen heeft voor andere onderwerpen zoals bijvoorbeeld verkeer of ruimtelijke planning?

8. Is het college bereid om een raadsvoorstel voor te bereiden om de bebouwde komgrens als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet gelijk te stellen aan de gemeentegrens, en de Raad hierover te berichten? Zo nee, is het college bereid om in een commissiebrief toe te lichten waarom een raadsvoorstel het college niet juist lijkt?

Eva van Esch, Partij voor de Dieren
Brechtje Paardekooper, GroenLinks
Tim Schipper, SP
Matthijs Sienot, D66
Jolande Uringa, ChristenUnie

Indiendatum: 7 apr. 2016
Antwoorddatum: 7 apr. 2016

Op 1 april 2016 ontving de raad een brief van het College betreffende de kap van bomen in verband met de aanleg van een deels nieuwe Golfbaan door Golfclub De Haar. Daarin schreef het college dat sinds de invoering van de nieuwe Boswet, bomen gelegen buiten de bebouwde kom (zoals gedefinieerd in art 1, lid 5 van de Boswet) niet meer onder jurisdictie vallen van de gemeente, maar van het ministerie van Economische Zaken.

Vragen:

1. Klopt het dat dit inhoudt dat bomen buiten de voor toepassing van de Boswet vastgestelde bebouwde kom zonder omgevingsvergunning kunnen worden gekapt (en dat er alleen een meldingsplicht geldt en geen kapvergunningplicht)?

Dat klopt. Zodra het gaat om grotere houtopstanden conform de meldingsprocedure van de Boswet, dan zijn we als gemeente geen bevoegd gezag. Alleen bij kleine houtopstanden minder dan 1.000 M2, tuinbeplanting en rijbeplanting van maximaal 20 bomen, dan is de gemeente bevoegd.

2. Klopt het dat er tegen besluiten die de provincie bij de uitvoering van de boswet neemt, geen mogelijkheid tot bezwaar en beroep openstaat, waardoor zienswijzen en bezwaar van omwonenden niet gehoord kunnen worden, wat bij een kapvergunning binnen het gemeentelijk bomenbeleid wel het geval is?

Dat is correct, dat is de implicatie van de wijziging van de wet.

3. Om -naar schatting- hoeveel bomen gaat het binnen de gemeentegrenzen van Utrecht, waarbij de gemeente Utrecht niet het bevoegd gezag is, maar het ministerie van economische zaken?

Dat is niet in te schatten. Wat onder de Boswet valt zijn Haarzuilens, het Maximapark, Plas Strijkviertel, Maarschalkerweerd , het Noorderpark, het begeleidend groen langs de A2 en A27 en het buitengebied van de Uithof.

4. Klopt het dat de gemeenteraad, op grond van artikel 1, vijfde lid, van de Boswet zelf de grens van de bebouwde kom in het kader van de Boswet vaststelt?

Dat klopt, de gemeenteraad stelde dit in 2007 voor het laatst vast. Bij de ontwikkeling van Leidsche Rijn is het Maximapark onder de Boswet gebleven in het kader van groencompensatie.

5. Is het college het met ons eens dat het wenselijk is om het werkingsgebied van het gemeentelijke bomenbeleid gelijk te laten zijn aan het grondgebied van de gemeente, zodat de regels voor bomenkap in heel Utrecht gewaarborgd zijn en optimale bescherming geboden kan worden aan alle bomen in Utrecht?

Of het wenselijk is kan ik nog niet beantwoorden. Ik wil het wel meenemen in de Evaluatie Bomenbeleid die ik heb toegezegd voor deze zomer. Want het gelijkstellen van de gemeentegrenzen kan financiƫle en juridische implicaties hebben. We moeten goed uitzoeken hoe dit zit. Door de groencompensatie bij de A2 is het Maximapark beschikbaar, juist vanwege de buiten de bebouwde kom Boswet. Ook moeten we rekening houden met de mogelijke gevolgen van de invoering van de nieuwe Wet Natuurbescherming.

6. Is het college bereid om in andere steden (bijvoorbeeld Amsterdam, Den Haag en Leiden) navraag te doen waarom zij ervoor gekozen hebben de voor toepassing van de Boswet vastgestelde bebouwde kom, gelijk te stellen aan de gemeentegrens?

Daar zijn we zeker toe bereid en we nemen hun antwoorden en overwegingen we mee bij de Evaluatie Bomenbeleid.

7. Is het juist dat een raadsvoorstel om de bebouwde komgrens als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet gelijk te stellen aan de gemeentegrens, geen gevolgen heeft voor andere onderwerpen zoals bijvoorbeeld verkeer of ruimtelijke planning?

De inschatting op dit moment is dat het inderdaad geen gevolgen heeft voor verkeer en ruimtelijke planning, mogelijk wel op de mogelijkheden voor groencompensatie bij de A2 en A27. Dit nemen we mee in de Evaluatie Bomenbeleid.

8. Is het college bereid om een raadsvoorstel voor te bereiden om de bebouwde komgrens als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet gelijk te stellen aan de gemeentegrens, en de Raad hierover te berichten? Zo nee, is het college bereid om in een commissiebrief toe te lichten waarom een raadsvoorstel het college niet juist lijkt?

Als blijkt dat het positieve gevolgen heeft om over te gaan, dan gaan we dat in de Evaulatie Bomenbeleid opnemen en daar koppelen we dan het voornemen aan. Eerst moeten we dit goed voorbereiden en onderzoeken. Wij komen er dan bij de raad op terug.

Eva van Esch (Partij voor de Dieren), Brechtje Paardekooper (GroenLinks), Tim Schipper (SP), Matthijs Sienot (D66), Jolande Uringa (ChristenUnie)