Monde­linge vragen over ophalen grofvuil


Vragenuurtje 22 juni 2017

De gemeente biedt het ophalen van grof vuil aan huis aan als onderdeel van de dienstverlening. We zijn hier positief over, maar constateren dat de uitvoering wel erg beperkt wordt vormgegeven. Afspraken zijn pas voor over 2 of 3 weken te maken en ook dan maar op één dag per week (die per wijk verschilt).

Bij ondergrondse containers, waar we vorige week in de commissie al uitgebreid over spraken, staat nu vaak grof vuil op straat.

Het doel van de inzameling is vervuiling op straat en het dumpen van afval te voorkomen. Wanneer mensen gestimuleerd kunnen worden zelf hun grofvuil weg te brengen is dat mooi, maar de huidige dienstverlening voor mensen die grofvuil willen laten ophalen is echt te beperkt. In de eerste plaats omdat je vaak niet zover vooruit kunt plannen en omdat grofvuil de neiging heeft niet makkelijk in een hoekje van de keuken te passen terwijl je 3 weken wacht op de gemeente.

De vragenstellers zijn daarom van mening dat er een betere, snellere en meer flexibele dienstverlening voor het ophalen van grofvuil nodig is om het dumpen van grof vuil op straat te voorkomen. Wij denken hierbij aan het kunnen maken van afspraken voor het ophalen van grofvuil op korte termijn en op meerdere dagen in de week.

Daarom de volgende vragen:

  1. Waarom biedt het college maar zo’n beperkte dienstverlening bij het ophalen van grofvuil? Is dat een bewuste beleidskeuze of een gevolg van beperkte middelen?
  2. Is het college bereid de uitvoering aan te passen om sneller en flexibeler te kunnen reageren op bewoners die grofvuil kwijt moeten?
  3. Zo ja, op welke manier en binnen welke termijn past het college de dienstverlening aan?
  4. Zo nee, waarom niet?

Sander van Waveren, CDA, mede namens D66, Groenlinks, PvdA, SP, Christenunie, Student & Starter en de PvdD.

Antwoorddatum: 22 jun. 2017

1. Waarom biedt het college maar zo’n beperkte dienstverlening bij het ophalen van grofvuil? Is dat een bewuste beleidskeuze of een gevolg van beperkte middelen?

Dank voor de vragen. Ik wil benadrukken dat ook ik van mening ben dat het niet wenselijk is dat mensen drie weken of langer moeten wachten totdat zij hun grofvuil kunnen kwijtraken. Jaarlijks worden ongeveer 30.000 grofvuilafspraken gemaakt. Om die goed te kunnen plannen, hebben wij een systeem waarbij Utrechters zijn verdeed in 10 deelgebieden. Dagelijks wordt in twee van deze gebieden gereden. Derhalve komt elk gebied eenmaal per week aan de beurt. Per deelgebied kunnen per week maximaal 80 afspraken gemaakt worden. Dat aantal is gebaseerd op de capaciteit van het inzamelteam.
De verdeling in deelgebieden is gemaakt om te voorkomen dat dagelijks de gehele stad moet worden doorgereden met grofvuilinzamelvoertuigen. Dat is een werkwijze die in veel gemeenten gebruikelijk is.
De gemiddelde wachttijd was het afgelopen jaar twee weken. Dat is de tijd tussen het moment dat de afspraak is gemaakt en de ophaaldatum. Het is mogelijk dat Utrechters zelf een datum kiezen.


2. Is het college bereid de uitvoering aan te passen om sneller en flexibeler te kunnen reageren op bewoners die grofvuil kwijt moeten? Zo ja, op welke manier en binnen welke termijn past het college de dienstverlening aan? Zo nee, waarom niet?

Wij zijn uiteraard bereid om de werkwijze aan te passen. Grofvuil wordt per gebied aangeboden. Helaas kan het voorkomen dat in één gebied een langere wachttijd ontstaat terwijl in een ander gebied nog ruimte was. Het digitale afsprakensysteem is zodanig ingericht dat vrije capaciteit in het ene niet automatisch wordt ingezet als de wachttijd in een ander gebied maximaal is zodat het moment van de afspraak naar de volgende week springt. Ik zal dat laten aanpassen. Ik ben het ermee eens dat wij het systeem voor de Utrechters zo snel en laagdrempelig mogelijk moeten weken is, waarbij uiteraard geldt dat als het eerder kan, wij dat ook doen. Ik ga er echter vanuit dat de aanpassing van het planningsysteem hiervoor voldoende moet zijn, ook gezien de gemiddelde wachttijd die wij tot nog toe hebben. Mochten extra middelen nodig zijn, bijvoorbeeld op piekmomenten, dan zal ik bekijken of ik dat binnen de begroting kan oplossen. Anders kan ik de raad daarover op de gebruikelijke manier informeren.