Schrif­te­lijke vragen Project Wilhel­mi­nawerf


Indiendatum: 27 okt. 2020

Schriftelijke vragen 245/2020

Het college heeft op 22 oktober een brief aan de raad gestuurd over de constatering dat de woningen in het project Wilhelminawerf door de ontwikkelaar voor een te hoge prijs worden verhuurd. Het college geeft in die brief aan dat ze voornemens is een bestuurlijk gesprek met de ontwikkelaar te willen houden. Dit project heeft al een lange en deels negatieve geschiedenis. Zo was er in eerste instantie geen meerderheid in de raad bij de behandeling van het bestemmingsplan voor dit project. Pas na nader toezeggingen van de ontwikkelaar en van het college stemde een meerderheid van de raad er mee in. Onderdeel van de informatie die een aantal fracties uiteindelijk over de streep trok, was, naast een betere oplossing voor het maaiveldparkeren, de van de ontwikkelaar ontvangen informatie over de huurprijzen en de wijze van indexatie daarvan.

Naar aanleiding van de ontvangen brief en de eerder door het college gegeven informatie over dit project hebben wij de volgende vragen:

1. In haar brief van 6 december 2016 aan het college (kenmerk RG/161206, bijlage bij de raadsbrief van 7 december 2016) geeft de ontwikkelaar aan welke huurprijzen gerekend gaan worden en hoe de indexatie plaatsvindt. Zijn de in deze brief genoemde prijzen en de indexatie in een overeenkomst vastgelegd, en zo ja, waar? Kan de raad deze ontvangen?

2. Indien de prijsstelling als onderdeel kan worden beschouwd van het door de raad genomen besluit, welke middelen staan de gemeenteraad dan ter beschikking om naleving van deze huurprijzen bij de verhuurder af te dwingen?

3. Heeft het college al een verklaring ontvangen van de ontwikkelaar over haar handelswijze? Heeft het college zelf een verklaring waarom de ontwikkelaar op deze manier de afspraken heeft geschonden? Zijn er aanwijzingen dat op deze wijze de kosten voor het toevoegen van de gebouwde parkeervoorziening op de huurders worden verhaald?

Bij de behandeling van het bestemmingsplan in de raadsvergadering van 22 december 2016 heeft het college bij monde van wethouder Jansen aangegeven dat “de ontwikkelaar heeft gezegd dat hij graag in een vervolgproject 30% sociale huurwoningen wil bouwen. Die inspanningsverplichting is schriftelijk vastgelegd. We zullen de ontwikkelaar daar op alle plekken aan herinneren, of in de Merwedekanaalzone waar op dit moment de focus op is gericht, of op een andere locatie."

4. Kan de raad een afschrift van deze inspanningsverplichting krijgen?

5. Een inspanningsverplichting is een vrijblijvende afspraak. Is met de ontwikkelaar nog verkend of de inspanningsverplichting omgezet kon worden in een afdwingbare verplichting? Zo nee waarom niet? Is zo’n omzetting op dit moment nog mogelijk?

6. Op welke plekken in de stad is het college met deze ontwikkelaar in gesprek, om welke aantallen woningen gaat het op die plekken en hoeveel van die woningen worden als sociale huurwoning gebouwd? Op welke wijze is de ontwikkelaar daarbij door het college herinnerd aan haar inspanningsverplichting?

In 2018 stelden de raadsleden Koning (D66) en Zwinkels (CDA) al schriftelijke vragen over de Wilhelminawerf. Dat betrof toen het grondeigendom. Hieronder een gedeeltelijke weergave van deze vragen en de destijds van het college ontvangen antwoorden:

“Vraag 7 Is het college van mening dat op een zorgvuldige wijze de procedure doorlopen is met de betrokken partijen (eigenaren, ontwikkelaars)? Wat had eventueel anders / beter gemoeten?

Antwoord: Het is de verantwoordelijkheid van KWP om afspraken te maken met andere partijen over (bijvoorbeeld) de afname van de woningen. Of dat op een zorgvuldige wijze gebeurt is niet aan de gemeente om dat te beoordelen.

Vraag 8 Is het college van mening dat de raad volledig geïnformeerd is geweest, en waarom?

Antwoord: De raad is volledig geïnformeerd over de zaken die wel een verantwoordelijkheid zijn van de gemeente en die ook in de diverse overeenkomsten met KWP zijn vastgelegd.

Vraag 9 Gaat het college nu om volledig inzicht vragen bij de ontwikkelaar KWP?

Antwoord: KWP wordt gehouden aan de afspraken die voortvloeien uit de overeenkomsten met de gemeente en daarover bestaat volledig inzicht.”

7. Hoe kijkt het college terug op deze fase van de gebiedsontwikkeling en haar antwoorden? Had zij inderdaad volledig inzicht? En zou het in het vervolg niet beter zijn om wel degelijk als gemeente ook te beoordelen of het nakomen van onderlinge afspraken op een zorgvuldige wijze gebeurt?

Jan Wijmenga, ChristenUnie
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Jeffrey Koppelaar, Student & Starter
Tim Schipper, SP
Jantine Zwinkels, CDA
Bülent Işik, PvdA
Maarten Koning, D66
Ismail el Abassi, DENK
Floor de Koning, GroenLinks
Gertjan te Hoonte, VVD