Schrif­te­lijke vragen Parkin­clusief bouwen


Indiendatum: 15 sep. 2020

Schriftelijke vragen 209/2020

Onlangs berichtte het Algemeen Dagblad over het afstudeeronderzoek van Sabine Boukens, uitgevoerd in opdracht van de Provincie Utrecht. In haar onderzoek beval Boukens de provincie aan om “parkinclusief bouwen” op te nemen in hun beleid om daarmee een gezonde leefomgeving te realiseren. “Parkinclusief ontwikkelen betekent dat je een gebied of woonwijk vermengt met het landschap waarin je bouwt. Of je nou binnen of buiten de stedelijke contouren wil ontwikkelen: je gooit niet zomaar alles plat om blanco een nieuwe woonwijk te bouwen, maar je behoudt zo goed mogelijk het landschap waarin je dat doet’’, vertelt Boukens. Met haar scriptie over “parkinclusief ontwikkelen” rondde zij haar studie Built Environment cum laude af.

Naar aanleiding hiervan heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Is het college bekend met bovenstaande berichtgeving en onderzoek?

2. Is het college het met ons eens dat het onderzoek en de aanbevelingen van Boukens in lijn zijn met veel Utrechts beleid zoals Gezond Stedelijk Leven, behoud bestaande bomen, ‘groen tenzij’, etc.?

3. Welke inrichtingsprincipes en inzichten die uit dit onderzoek komen, bieden het college aanknopingspunten en inspiratie om het eigen beleid wat betreft natuurinclusief en gezond stedelijk bouwen nog verder te verbeteren?

4. Ziet het college nog andere mogelijkheden om, eventueel samen met de provincie Utrecht die opdrachtgever was van het onderzoek, de resultaten en aanbevelingen van het onderzoek op te nemen in het Utrechtse beleid?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 15 sep. 2020
Antwoorddatum: 16 okt. 2020

Schriftelijke vragen 209/2020

Onlangs berichtte het Algemeen Dagblad over het afstudeeronderzoek van Sabine Boukens, uitgevoerd in opdracht van de Provincie Utrecht. In haar onderzoek beval Boukens de provincie aan om “parkinclusief bouwen” op te nemen in hun beleid om daarmee een gezonde leefomgeving te realiseren. “Parkinclusief ontwikkelen betekent dat je een gebied of woonwijk vermengt met het landschap waarin je bouwt. Of je nou binnen of buiten de stedelijke contouren wil ontwikkelen: je gooit niet zomaar alles plat om blanco een nieuwe woonwijk te bouwen, maar je behoudt zo goed mogelijk het landschap waarin je dat doet’’, vertelt Boukens. Met haar scriptie over “parkinclusief ontwikkelen” rondde zij haar studie Built Environment cum laude af.

Naar aanleiding hiervan heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Is het college bekend met bovenstaande berichtgeving en onderzoek?

Ja, we hebben de berichtgeving in de media over dit afstudeeronderzoek in opdracht van de provincie Utrecht met interesse gelezen.

2. Is het college het met ons eens dat het onderzoek en de aanbevelingen van Boukens in lijn zijn met veel Utrechts beleid zoals Gezond Stedelijk Leven, behoud bestaande bomen, ‘groen tenzij’, etc.?

Ja, de aanbevelingen uit dit afstudeeronderzoek zijn in lijn met het Utrechtse Beleid. In de Nota van Uitgangspunten van de RSU staat het landschap op verschillende schaalniveaus centraal en veel aanbevelingen sluiten daaropaan. We willen een bereikbaar landschap in en om de stad realiseren, bij een stad die binnenstedelijk haar woon- en werkprogramma vormgeeft. De aanbevelingen voor Parkinclusief bouwen zijn nu meer gericht op de ontwikkeling voor de regionale groenopgave omdat Utrecht kiest voor binnenstedelijke woningbouw. In onze regionale opgave is het onze inzet om groen op alle schaalniveaus bereikbaar te maken en te houden.

3. Welke inrichtingsprincipes en inzichten die uit dit onderzoek komen, bieden het college aanknopingspunten en inspiratie om het eigen beleid wat betreft natuurinclusief en gezond stedelijk bouwen nog verder te verbeteren?

De in het onderzoek geformuleerde principes zijn gangbare ontwerpprincipes voor groen in ruimtelijke plannen. De hoofdgroenstructuur is het raamwerk voor de groenontwikkeling van specifieke locaties. Bij de ontwikkeling van locaties maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande ruimtelijke kwaliteit. We verbinden de nieuwe met de bestaande groenstructuur. We streven het behoud van bestaande bomen en natuur-inclusief bouwen na. We gebruiken waar mogelijk inheemse bij de locatie passende soorten. In het kader van de RSU gaan we verder met deze wijze van ontwikkelen, waarbij ook klimaatadaptie en vergroening van de bestaande stad meegenomen worden.

4. Ziet het college nog andere mogelijkheden om, eventueel samen met de provincie Utrecht die opdrachtgever was van het onderzoek, de resultaten en aanbevelingen van het onderzoek op te nemen in het Utrechtse beleid?

Zoals hierboven aangeven is het een interessant onderzoek. Samen met regio en provincie werken we nu al samen om een groei binnen de regio mogelijk te maken, op een wijze die past bij de uitgangspunten voor Gezond Stedelijk Leven. In Utrecht zijn voorbeelden van deze aanpak het Beurskwartier, de Merwedekanaalzone en Maarschalkerweerd. In het U10-rapport voor Groen en
Landschap staat de bestaande kwaliteit van het landschap centraal aangeduid als “De Utrechtse Trots”. Hierin staat ook de ambitie om deze kwaliteiten verder te verrijken met bijvoorbeeld groene scheggen, recreatieve zones en routes, robuuste ecologische verbindingen en het bevorderen van de biodiversiteit in alle delen van het landschap.

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren