Monde­linge vragen Psychische gezondheid van jongeren is geen verdien­model


Indiendatum: 25 mrt. 2021

Op 21 maart publiceerde het NRC een artikel over de ‘lucratieve markt’ van hulpverlening aan jongeren met licht psychische klachten. Tieners met lichte psychische klachten zijn financieel meer rendabel dan jonge mensen met zware psychische klachten. Hierdoor belanden ‘de zware gevallen’ op een wachtlijst. Vorig jaar signaleerde de Algemene Rekenkamer deze trend al. Een gevolg van deze trend is dat buitenlandse investeerders een ggz-aanbieder zoals bijvoorbeeld de jeugd-ggz keten Mentaal Beter overnemen.

Mentaal Beter biedt professionele hulpverlening aan in de vorm van (online) gesprekken voor jongeren met psychische problemen. Deze hulpverlening wordt vergoed door gemeenten, en voor mensen boven de 18 jaar door zorgverzekeraars. Doordat gemeentes en zorgverzekeraars beperkte budgetten hebben en een gemiddelde prijs voor behandeling afspreken met ggz-instellingen, is alleen de vergoeding voor ‘lichte psychische problematiek’ voldoende. De vergoeding voor zwaardere problematiek is te hoog en zou dan een ggz-instelling meer geld kosten.

Dit leidt er toe dat licht psychische klachten rendabeler zijn en er een groeimarkt voor is. Zeker nu we al meer dan een jaar dat we in deze corona situatie zitten waar de mentale gezondheidsproblemen van jongeren toenemen en verergeren. Bij de fracties leeft de zorg dat zulke durfinvesteerders te veel profiteren van jonge mensen met serieuze mentale klachten.

Student & Starter, Partij voor de Dieren, D66, SP en PvdA vinden dat de mentale gezondheid van jongeren geen verdienmodel is. Het artikel van het NRC schetst een zorgwekkend beeld waarin de nadruk meer ligt op geld verdienen dan de zorg verlenen die jongeren nodig hebben.

Daarom stellen we de volgende vragen:

1. Herkent de wethouder de signalen uit het NRC artikel en of deze ook in Utrecht spelen?

2. Bestaan de financiële prikkels zoals geschetst in het artikel ook in het Utrechtse financieringsmodel? Hoe wordt dit in de gaten gehouden?

3. Welke eisen hanteert de gemeente bij contractafspraken met een nieuwe aanbieder en hoe wordt hierop gemonitord?

4. Hoe wordt ervoor gezorgd dat aanbieders van jeugdhulpverlening in de mentale gezondheidszorg niet alleen maar inzetten op ‘lichte problematiek’ en er een juiste balans is tussen verschillende aanbieders in Utrecht?

5. Welk mogelijkheden ziet het college om jongeren met meer zware problematiek wel sneller de juiste zorg te bieden en andere vormen van hulpverlening aangeboden kan worden aan jongeren met ‘lichte’ problematiek?

6. Worden deze signalen ook meegenomen in de lobby naar het rijk?

De Utrechtse bekostigingsmethodiek (populatiebekostiging met vaste ‘vierkanten’ voor hele pakket specialistische jeugdhulp voor KOOS en Spoor030) voorkomt in principe dat het mogelijk is dat (nieuwe) cliënten aan ‘cherry picking’ te doen. Maar we zijn daar niet gerust op als we lezen dat “we weigeren niemand, maar verwijzen wel door als we niet over het specialisme beschikken”.

7. Hoe wordt voorkomen dat door zorgaanbieders bij (nieuwe) cliënten aan ‘cherry picking’ gedaan wordt en daarmee cliënten dus niet (tijdig) de zorg krijgen die ze nodig hebben?

Tessa Sturkenboom, Student & Starter
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Mohammed Saiah, D66
Ruurt Wiegant, SP
Hester Assen, PvdA