Monde­linge Vragen Vervolg­vragen stil­leggen proef­be­drijf Uithoflijn


Mondelinge vragen 10, 18 juli 2019

Afgelopen dinsdag beantwoordde het college schriftelijke vragen over het stilleggen van het proefbedrijf van de Uithoflijn. We danken het college voor de uitgebreide en volledige beantwoording van de vragen.

Uit de beantwoording blijkt dat het stilleggen van het proefbedrijf werd veroorzaakt doordat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een conceptrapport ontving en op basis van die onvolledige informatie snel ging handelen. Het is volkomen logisch dat de ILT zo snel handelt en daarom is het ook relevant om te weten hoe het rapport bij de ILT terecht kwam. In de antwoorden staat alleen iets over het ontvangen door de ILT, niet over het verzenden naar de ILT.

1. Kan het college vertellen hoe het kan dat het conceptrapport zonder duiding naar de ILT is verzonden? Zo nee, is het college bereid om dit samen met de provincie te onderzoeken en de raad hierover te informeren?

Uit de antwoorden blijkt dat de projectorganisatie niet wist van het bestaan van het conceptrapport.

2. Wist de projectorganisatie wel dat de provincie een extern onderzoeksbureau om een onderzoek had aangevraagd? Zo nee, hoe kan dat - en zijn er inmiddels afspraken gemaakt tussen de projectorganisatie en de wegbeheerder (provincie) om ervoor te zorgen dat zulke belangrijke informatie wél met elkaar wordt gedeeld?

De wethouder gaf in de antwoorden aan dat ze de wens van de raad om direct geïnformeerd te willen worden begrijpt en die wens in de toekomst gaat "betrekken" bij de afwegingen om de raad te informeren.

3. Betekent dit dat de raad altijd direct wordt geïnformeerd wanneer er een incident optreedt dat het project Uithoflijn raakt?

Marijn de Pagter, VVD
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Rick van der Zweth, PvdA
Sander van Waveren, CDA
Mahmut Sungur, DENK
Tim Homan, Student & Starter
Tim Schipper, SP
Henk van Déun, PVV
Cees Bos, Stadsbelang Utrecht

Antwoorddatum: 18 jul. 2019

Mondelinge vragen 10, 18 juli 2019

Afgelopen dinsdag beantwoordde het college schriftelijke vragen over het stilleggen van het proefbedrijf van de Uithoflijn. We danken het college voor de uitgebreide en volledige beantwoording van de vragen.

Uit de beantwoording blijkt dat het stilleggen van het proefbedrijf werd veroorzaakt doordat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een conceptrapport ontving en op basis van die onvolledige informatie snel ging handelen. Het is volkomen logisch dat de ILT zo snel handelt en daarom is het ook relevant om te weten hoe het rapport bij de ILT terecht kwam. In de antwoorden staat alleen iets over het ontvangen door de ILT, niet over het verzenden naar de ILT.

1. Kan het college vertellen hoe het kan dat het conceptrapport zonder duiding naar de ILT is verzonden? Zo nee, is het college bereid om dit samen met de provincie te onderzoeken en de raad hierover te informeren?

De opdracht aan Goudappel Coffeng door de provinciale beheerder van de trambaan is ter sprake gekomen tijdens een audit door de inspectie op de organisatiegereedheid van de tramorganisatie die bij de provincie huist. Daarop heeft de inspectie het rapport opgevraagd. De wegbeheerder van de provincie heeft mondeling benadrukt dat het een concept was, maar heeft ter informatie het concept wel verstrekt.
Het was een document dat echt was bedoeld voor de wegbeheerder. Het was geen onderdeel van het safetydossier dat uiteindelijk van belang is voor de indienststellingsvergunning dat de provincie samen met de projectorganisatie voorbereidt. Daardoor was het buiten het zicht van de projectorganisatie. De beheerder heeft de inschatting gemaakt dat hij dat niet actiever hoefde te delen omdat het rapport alleen was bedoeld om aan te tonen dat de provincie erg serieus bezig was met het voorbereiden van het beheer. Het was duidelijk dat het een concept was, maar het was desalniettemin incompleet. De inspectie heeft daarop geadviseerd het proefbedrijf stil te leggen. De projectorganisatie was over die opdracht niet geïnformeerd. Het was de inschatting van een medewerker dat het niet hoefde. Er waren mensen uitgenodigd, wegbeheerders, de Gemeente Utrecht en een medewerker van de projectorganisatie om bij een workshop bij te dragen aan de voltooiing van de rapportage. Die workshop had echter nog niet plaatsgevonden.

Uit de antwoorden blijkt dat de projectorganisatie niet wist van het bestaan van het conceptrapport.

2. Wist de projectorganisatie wel dat de provincie een extern onderzoeksbureau om een onderzoek had aangevraagd? Zo nee, hoe kan dat - en zijn er inmiddels afspraken gemaakt tussen de projectorganisatie en de wegbeheerder (provincie) om ervoor te zorgen dat zulke belangrijke informatie wél met elkaar wordt gedeeld?

De provincie heeft in de stuurgroep Uithoflijn gezegd dat dit duidelijk mis is gegaan. Daarover heeft ze haar excuus gemaakt. Het was een inschattingsfout. Dit had duidelijk wél gedeeld moeten worden.

De wethouder gaf in de antwoorden aan dat ze de wens van de raad om direct geïnformeerd te willen worden begrijpt en die wens in de toekomst gaat "betrekken" bij de afwegingen om de raad te informeren.

3. Betekent dit dat de raad altijd direct wordt geïnformeerd wanneer er een incident optreedt dat het project Uithoflijn raakt?

Wanneer wij de raad informeren, is altijd een afweging. De raad wil niet dagelijks worden lastiggevallen met alles wat rondom de tram gebeurt. Dat is nogal wat. Er zijn veel mensen mee bezig - never a dull moment. Er is altijd sprake van de keuze wanneer wel en wanneer niet. Wat wij min of meer hanteren als richtsnoer, is wanneer iets op de kaders echt effect begint te krijgen. Dat kan betrekking hebben op geld, tijd, kwaliteit en omgeving. In dit geval begon het project ook buiten vragen op te roepen, bijvoorbeeld als er minder trams zouden rijden. Dat is een overweging geweest. Wij hebben de overweging gemaakt de raad compleet te informeren toen wij het gesprek met de inspectie hadden gevoerd. Dat was nog niet gebeurd, juist omdat het advies om het proefbedrijf stil te leggen op het moment kwam dat de projectorganisatie nog niet wist dat het rapport bestond. Het
duurde even voordat achterhaald is wat er eigenlijk aan de hand was. Wij wilden de raad goed informeren, ook met de uitkomst van het gesprek. Dat was een dubbeltje op zijn kant. Wij hebben in dit geval besloten om na de uitkomst van het gesprek de raad te informeren inclusief uitkomst. De conclusie die ik uit dit geval trek, is: "bij twijfel wél oversteken". Dan hadden wij de raad vooraf kunnen informeren, maar dan zonder uitkomst en eigenlijk in twee delen. Dat is geen wiskunde, maar het is elke keer opnieuw een afweging wanneer wel en wanneer niet.

Marijn de Pagter, VVD
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Rick van der Zweth, PvdA
Sander van Waveren, CDA
Mahmut Sungur, DENK
Tim Homan, Student & Starter
Tim Schipper, SP
Henk van Déun, PVV
Cees Bos, Stadsbelang Utrecht