Schrif­te­lijke vragen Kaalslag boomgaard Minstroom­gebied


Indiendatum: 26 aug. 2015

Schriftelijke vragen 130/2015

Op 30 juli 2015 werd de cultuurhistorische boomgaard langs de Minstroom, ingesloten tussen de Abstederdijk, de Nicolaasweg en de Zonstraat, gesnoeid in opdracht van de nieuwe eigenaar van het gebied. Bewoners hadden aangegeven dat de boomgaard enigszins was verwilderd en dat (voorzichtige) snoei nodig was, maar wat zij op 30 juli aanschouwden was in hun ogen een ‚totale kaalslag’ van het gebied. Er zijn 40 tot 50 bomen gekapt waardoor het aangezicht van de boomgaard stevig is aangetast. Dit is opmerkelijk, want in 2013 werd het Minstroomgebied nog aangewezen als beschermd stadsgezicht.

Het lijkt er op dat de ecologische waarde van groen niet beschermd wordt met de status van ‚gemeentelijk beschermd stadsgezicht’. Maar juist de boomgaard vormt een zichtbare herinnering aan de hoveniersgeschiedenis in deze omgeving. Mede daarom wordt het Minstroomgebied tegenwoordig gezien als een waardevol cultuurhistorisch onderdeel van de stad Utrecht.

Het groen in deze omgeving is in dit geval dus even beeldbepalend als de bouwwerken. De fracties van de Partij voor de Dieren, D66, GroenLinks, CDA en CU hebben daarom de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de berichtgeving rond het snoeien van de boomgaard in bovenstaand gebied en de reactie van de bewoners?

Deze boomgaard is onderdeel van het eerste en enige gemeentelijk beschermde stadsgezicht van Utrecht. Navraag leert dat er zowel binnen de regels van de Monumentenverordening waarop het beschermd stadsgezicht rust, als het bestemmingsplan geen beschermende regels lijken te zijn opgesteld over hoe om te gaan met het groen binnen dit beschermde stadsgezicht. Het groen wordt behandeld als een willekeurig stuk grond met een groenbestemming.

2. Met welk doel werd het Minstroomgebied uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht?

3. Kan het college toelichten wat de exacte definitie van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht is in Utrecht? Welke specifieke (bijvoorbeeld cultuurhistorische, ecologische, architectonische) kenmerken gelden voor dit beschermd stadsgezicht Minstroom, en hoe zijn deze geoperationaliseerd? Zijn deze kenmerken verwerkt in criteria aan de hand waarvan getoetst kan worden of ingrepen, zoals kap en snoei, al dan niet de speciale karakteristieken van het gebied schaden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke zijn deze criteria? Is de drastische snoei van de oude boomgaard getoetst aan genoemde criteria? Zo nee, waarom niet?

4. Het aanwijzen van het Minstroomgebied als eerste gemeentelijk beschermd stadsgezicht betreft een pilot. Er zouden daarbij geen aanvullende beschermingsregels zijn opgesteld die bijvoorbeeld het beeldbepalende groen beschermen. Is deze informatie juist? Graag een toelichting. Als er nu geen regels zijn voor het beschermen van het groen binnen gemeentelijke stadsgezichten zijn, is de gemeente wel bereid om hiervoor regels op te stellen? Zo ja, met welke regels zou het groen beschermd kunnen worden? Zo nee, waarom niet?

5. Welk doel diende de pilot met het beschermde stadsgezicht? Wanneer wordt deze geëvalueerd en worden de bevindingen gedeeld met de raad?

6. Artikel 14 van de Monumentenverordening stelt dat de gemeente de bescherming van het beschermd stadsgezicht in het bestemmingsplan opneemt. Bij het aanwijzingsbesluit oordeelde het college echter dat het bestemmingsplan niet aangepast hoeft te worden, omdat het huidige bestemmingsplan voldoende bescherming biedt. Waarom heeft het college hiertoe besloten?

7. Deelt het college de mening van bovenstaande partijen dat juist ook het groen in deze omgeving beeldbepalend is voor dit beschermde stadsgezicht? En is het college bereid om, indien nodig, hiervoor aanvullende maatregelen op te nemen in het bestemmingsplan?

8. Zijn er nog meer gebieden in Utrecht die zullen worden aangemerkt als gemeentelijk beschermd stadsgezicht? Zo ja, welke gebieden zijn dit?

Het rigoureuze snoeiwerk in deze boomgaard heeft niet alleen het aangezicht van de boomgaard drastisch veranderd, maar heeft ook geresulteerd in het verdwijnen van onder andere de aanwezige beschermde diersoorten zoals de zeldzame ijsvogel en de bonte specht. Bij beschermde diersoorten is volgens de Dienst Regelingen van de Rijksoverheid een inventarisatie vooraf gewenst.

9. Is er vooraf een inventarisatie gedaan naar de aanwezige fauna in de boomgaard? Zo ja, wat waren de bevindingen? Zo nee, waarom niet?

Er ligt nu geen bestemming 'wonen' op de twee percelen in de boomgaard. Volgens de bewoners is er echter mogelijk sprake van de bouw van bungalows.

10. Is er een aanvraag binnengekomen om het bestemmingsplan voor de boomgaard te wijzigen dan wel een aanvraag voor een sloop- of bouwvergunning? Zo ja, waarvoor is een vergunning aangevraagd? En mocht er in de toekomst een vergunningsaanvraag komen, waarop zal deze dan worden getoetst?

De Minstroom ter hoogte van de boomgaard wordt veel gebruikt door toeristen die met een kano langs de boomgaard varen. Ook zij waardeerden het groen dat er eerst stond. De eigenaar heeft de boomgaard inclusief de oevers gekocht.

11. In hoeverre kunnen de gemeente en het waterschap nog invloed uitoefenen op de beschoeiing van de oevers bij de boomgaard?

Eva van Esch, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 26 aug. 2015
Antwoorddatum: 13 okt. 2015

Schriftelijke vragen 130/2015

Op 30 juli 2015 werd de cultuurhistorische boomgaard langs de Minstroom, ingesloten tussen de Abstederdijk, de Nicolaasweg en de Zonstraat, gesnoeid in opdracht van de nieuwe eigenaar van het gebied. Bewoners hadden aangegeven dat de boomgaard enigszins was verwilderd en dat (voorzichtige) snoei nodig was, maar wat zij op 30 juli aanschouwden was in hun ogen een ‚totale kaalslag’ van het gebied. Er zijn 40 tot 50 bomen gekapt waardoor het aangezicht van de boomgaard stevig is aangetast. Dit is opmerkelijk, want in 2013 werd het Minstroomgebied nog aangewezen als beschermd stadsgezicht.

Het lijkt er op dat de ecologische waarde van groen niet beschermd wordt met de status van ‚gemeentelijk beschermd stadsgezicht’. Maar juist de boomgaard vormt een zichtbare herinnering aan de hoveniersgeschiedenis in deze omgeving. Mede daarom wordt het Minstroomgebied tegenwoordig gezien als een waardevol cultuurhistorisch onderdeel van de stad Utrecht.

Het groen in deze omgeving is in dit geval dus even beeldbepalend als de bouwwerken. De fracties van D66, GroenLinks, CDA, CU en Partij voor de Dieren hebben daarom de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de berichtgeving rond het snoeien van de boomgaard in bovenstaand gebied en de reactie van de bewoners?

Ja.

Deze boomgaard is onderdeel van het eerste en enige gemeentelijk beschermde stadsgezicht van Utrecht. Navraag leert dat er zowel binnen de regels van de Monumentenverordening waarop het beschermd stadsgezicht rust, als het bestemmingsplan geen beschermende regels lijken te zijn opgesteld over hoe om te gaan met het groen binnen dit beschermde stadsgezicht. Het groen wordt behandeld als een willekeurig stuk grond met een groenbestemming.

2. Met welk doel werd het Minstroomgebied uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht?

Het Minstroomgebied heeft de status van gemeentelijk beschermd gezicht om de cultuurhistorische waarden van het voormalige hoveniersgebied te beschermen.

3. Kan het college toelichten wat de exacte definitie van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht is in Utrecht? Welke specifieke (bijvoorbeeld cultuurhistorische, ecologische, architectonische) kenmerken gelden voor dit beschermd stadsgezicht Minstroom, en hoe zijn deze geoperationaliseerd? Zijn deze kenmerken verwerkt in criteria aan de hand waarvan getoetst kan worden of ingrepen, zoals kap en snoei, al dan niet de speciale karakteristieken van het gebied schaden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke zijn deze criteria? Is de drastische snoei van de oude boomgaard getoetst aan genoemde criteria? Zo nee, waarom niet?

De exacte definitie van een stads-of dorpsgezicht is: een groep van onroerende zaken die van algemeen belang is wegens haar schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. De definitie van een beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht is: een stads- en dorpsgezicht dat door het college van burgemeester en wethouders als zodanig ingevolge artikel 12 van de Monumentenverordening is aangewezen.

Voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Minstroom zijn de volgende specifieke waarden benoemd:

  • In het aangewezen gebied is het oorspronkelijke landelijke karakter nog terug te vinden in de restanten van de hoveniersgronden, de Minstroom en de nog aanwezige boerderijen en hovenierswoningen. De restanten van de hoveniersgronden zijn nu nog in gebruik als volkstuingebied, een dierenweide, een plantsoen, een speeltuin en een boomgaard.
  • De Abstederdijk, de Notenbomenlaan en een gedeelte van de Zonstraat zijn al op de oudste kaart van Utrecht te zien. Het waren zandwegen die toegang gaven tot de stad Utrecht. Langs deze wegen lagen hovenierswoningen en boerderijen.
  • De in 1872 door het gebied aangelegde Oosterspoorlijn behoort tot het industriële spoorwegerfgoed. Niet zozeer de fysieke artefacten zijn van belang (want niet origineel meer), maar de historische lijn.
  • De bebouwing met karakteristieke architectuur uit de laatste helft van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw.
  • De aanwezigheid van de oude rivierstroom de Minstroom.
  • De historische bruggen.
  • Het gebied heeft een hoge archeologische waarde door oude rivierlopen en historische wegen.

De waarden zijn in principe vastgelegd in een beschermend bestemmingsplan. Tijdens de procedure tot aanwijzing is het bestaande bestemmingsplan Oudwijk, Krommerijn e.o. (vastgesteld door de gemeenteraad op 18 februari 2010) gecontroleerd op deze bescherming. Dit bestemmingsplan heeft het behoud van de bestaande situatie als uitgangspunt. Het bestemmingsplan is naar onze mening voldoende beschermend. Op het betreffende perceel ligt deels de bestemming ‘Wonen’ en deels de bestemming ‘Groen’. Het terrein van de boomgaard heeft als bestemming ‘Groen’ (artikel 8 bestemmingsplanregels). Op grond van deze bestemming wordt de boomgaard niet specifiek beschermd en zijn in het bestemmingsplan geen specifieke criteria opgenomen ten aanzien van de kap en snoei van bomen. In het aanwijzingsbesluit van het gebied als gemeentelijk beschermd stadsgezicht staat expliciet dat ecologische waarden niet door het instrument beschermd stadsgezicht worden beschermd. Ecologie valt onder de flora- en faunawetgeving en daarom gelden geen bijzondere regels in een gemeentelijk beschermd gezicht.

Voor de nu uitgevoerde kap- en snoeiwerkzaamheden was geen velvergunning vereist. Dat was de conclusie na ons vooroverleg met de eigenaar ter plekke. Vervolgens voerde een gecertificeerd hoveniersbedrijf in opdracht van de eigenaar een quickscan uit naar de flora- en fauna. Uit deze quickscan bleek dat ten tijde van de inventarisatie zich geen beschermde dier- en plantensoorten op het perceel bevonden. Bij controle tijdens de uitvoering bleken de werkzaamheden te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.

4. Het aanwijzen van het Minstroomgebied als eerste gemeentelijk beschermd stadsgezicht betreft een pilot. Er zouden daarbij geen aanvullende beschermingsregels zijn opgesteld die bijvoorbeeld het beeldbepalende groen beschermen. Is deze informatie juist? Graag een toelichting. Als er nu geen regels zijn voor het beschermen van het groen binnen gemeentelijke stadsgezichten zijn, is de gemeente wel bereid om hiervoor regels op te stellen? Zo ja, met welke regels zou het groen beschermd kunnen worden? Zo nee, waarom niet?

Het college is van mening dat aanvullende beschermingsregels voor groen niet nodig waren. Voor de aanwijzing van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht vond een check plaats op het bestemmingsplan uit 2010. De als waardevol benoemde groene gebieden waaronder de

Minstroom en omgeving zijn in het bestemmingsplan in de toelichting benoemd en op de plankaart aangemerkt als bestemming groen. Deze bestemming staat geen bebouwing toe. Aanvullende regels zijn naar het oordeel van het college niet nodig, omdat de bijzondere waarden van het beschermd stadsgezicht voldoende beschermd zijn.

5. Welk doel diende de pilot met het beschermde stadsgezicht? Wanneer wordt deze geëvalueerd en worden de bevindingen gedeeld met de raad?

Het doel van de pilot is om het functioneren van het instrument gemeentelijk beschermd gezicht te beoordelen. De aanwijzing vond plaats in april 2013. Een evaluatie binnen twee jaar lag niet voor de hand. We streven naar het afronden van de evaluatie medio 2016. De bevindingen zullen met de raad gedeeld worden.

6. Artikel 14 van de Monumentenverordening stelt dat de gemeente de bescherming van het beschermd stadsgezicht in het bestemmingsplan opneemt. Bij het aanwijzingsbesluit oordeelde het college echter dat het bestemmingsplan niet aangepast hoeft te worden, omdat het huidige bestemmingsplan voldoende bescherming biedt. Waarom heeft het college hiertoe besloten?

Het bestemmingsplan dateert uit 2010 en is een op beheer gericht bestemmingsplan. Behoud van de bestaande situatie is het uitgangspunt. Cultuurhistorische gebieden als de Minstroom en omgeving staan expliciet in de toelichting: ‘De groen- en waterstructuur langs de Minstroom moet worden gekoesterd. Het water en de groene ruimte eromheen wordt vastgelegd.’ Op de plankaart staan deze gebieden en structuren als groen aangeduid. Het bestemmingsplan is tevens voldoende voor de borging van bijzondere architectonische waarden Ook de andere waarden van het gemeentelijk gezicht zijn voldoende gewaarborgd, zo heeft de waarde archeologie in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘archeologie’. De bijzondere bebouwing zoals hovenierswoningen zijn gemeentelijk dan wel rijksmonument. Ze staan per adres bovendien in de toelichting van het bestemmingsplan.

Het college is van mening dat op deze wijze voldoende aandacht is in het bestemmingsplan voor de in het gemeentelijk gezicht benoemde waarden.

7. Deelt het college de mening van bovenstaande partijen dat juist ook het groen in deze omgeving beeldbepalend is voor dit beschermde stadsgezicht? En is het college bereid om, indien nodig, hiervoor aanvullende maatregelen op te nemen in het bestemmingsplan?

De groene gebieden en met name de voormalige hoveniersgronden zijn van belang in het kader van het beschermd stadsgezicht. Aanvullende maatregelen voor het groen achten wij niet nodig. Wij wachten echter de uitkomsten van de evaluatie van de pilot ook op dit punt af.

8. Zijn er nog meer gebieden in Utrecht die zullen worden aangemerkt als gemeentelijk beschermd stadsgezicht? Zo ja, welke gebieden zijn dit?

Het instrument is een mogelijkheid in de Monumentenverordening. Indien in de toekomst een verdere inventarisatie van cultuurhistorisch waardevolle gebieden aanleiding geeft tot aanwijzing van meer beschermde stadsgezichten dan zullen we daarover een besluit nemen.

Het rigoureuze snoeiwerk in deze boomgaard heeft niet alleen het aangezicht van de boomgaard drastisch veranderd, maar heeft ook geresulteerd in het verdwijnen van onder andere de aanwezige beschermde diersoorten zoals de zeldzame ijsvogel en de bonte specht. Bij beschermde diersoorten is volgens de Dienst Regelingen van de Rijksoverheid een inventarisatie vooraf gewenst.

9. Is er vooraf een inventarisatie gedaan naar de aanwezige fauna in de boomgaard? Zo ja, wat waren de bevindingen? Zo nee, waarom niet?

Ja. Een gecertificeerd hoveniersbedrijf voerde een natuurtoets (quickscan) uit. Uit deze quickscan is gebleken dat zich ten tijde van de inventarisatie geen beschermde dier- en plantensoorten op het perceel bevonden. Er ligt nu geen bestemming ‚onen’ op de twee percelen in de boomgaard. Volgens de bewoners is er echter mogelijk sprake van de bouw van bungalows.

10. Is er een aanvraag binnengekomen om het bestemmingsplan voor de boomgaard te wijzigen dan wel een aanvraag voor een sloop- of bouwvergunning? Zo ja, waarvoor is een vergunning aangevraagd? En mocht er in de toekomst een vergunningsaanvraag komen, waarop zal deze dan worden getoetst?

Op het betreffende perceel ligt deels de bestemming ‘Groen’ en deels de bestemming ‘Wonen’ (meest oostelijk). Hoewel de bestemming ‘Wonen’ op een deel van deze gronden ligt, zijn de daar aanwezige gebouwen géén woningen. Op de betreffende gronden staan enkel een zeer vervallen loods en een paar kleine schuurtjes. Op dit perceel zijn géén bouwvlakken. Dit geldt evenzeer voor de gronden waarop de bestemming ‘Groen’ rust. Ook op deze gronden zijn geen bouwvlakken aanwezig. Er ligt geen aanvraag om een Omgevingsvergunning voor slopen, bouwen of wijzigen van het bestemmingsplan. Bij een mogelijke aanvraag volgt toetsing aan het geldende bestemmingsplan, waarbij een rol speelt dat het perceel valt onder het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Minstroom. Zie ook vraag 3.

De Minstroom ter hoogte van de boomgaard wordt veel gebruikt door toeristen die met een kano langs de boomgaard varen. Ook zij waardeerden het groen dat er eerst stond. De eigenaar heeft de boomgaard inclusief de oevers gekocht.

11. In hoeverre kunnen de gemeente en het waterschap nog invloed uitoefenen op de beschoeiing van de oevers bij de boomgaard?

Voor de gemeentelijke invloed zijn de bepalingen in het bestemmingsplan leidend. Het waterschap kan eisen stellen aan de plaats en het materiaal van de beschoeiing. Overigens is in een recent gesprek met de nieuwe eigenaren in overweging gegeven om met de omwonenden in overleg te treden over de plannen met het terrein.

Eva van Esch, Partij voor de Dieren