Schrif­te­lijke vragen Aanvul­lende vragen bomenkap Kove­laarstraat


Indiendatum: 11 mrt. 2021

Schriftelijke vragen 74/2021

In het vragenuur van 4 maart stelde de Partij voor de Dieren vragen over de bomenkap in de Kovelaarstraat. De beantwoording daarvan roept nieuwe vragen op, bijvoorbeeld door het antwoord dat de motie ‘Kappen met kappen’ niet van toepassing zou zijn bij saneren en door het antwoord dat nu nog niet bekend is hoeveel bomen er in totaal nog gekapt zouden moeten worden om de gewenste woningbouwplannen uit te voeren.

In vervolg op de al gestelde vragen tijdens het vragenuur heeft de Partij voor de Dieren de volgende aanvullende vragen over de bomenkap in de Kovelaarstraat:

  1. Klopt het dat de mate waarin sanering van grond nodig is, samenhangt met de bestemming van die grond?
  2. Gelden voor braakliggend terrein, voor een terrein met bestemming begraafplaats, voor een tuin, of voor een terrein met bestemming wonen, verschillende normen voor de grondkwaliteit?
  3. Klopt het dat er, wanneer er geen wens zou bestaan om hier woningen te bouwen, er nu ook niet gesaneerd had hoeven worden?
  4. Staat er in de aangevraagde vergunning voor de sanering ook waaróm de aanvrager deze sanering wil uitvoeren? (bijvoorbeeld met het oog op een gewenste wijziging van de bestemming?)
  5. Hoeveel van de 56 bomen die er in 2017 stonden zijn nu illegaal gekapt, hoeveel bomen die op de begraafplaats stonden zijn illegaal gekapt en op welke wijze gaat de burgemeester alsnog handhaven tegen al die illegale kap? (NB: deze vraag stelden wij ook aanvullend in het vragenuur op 4 maart, waarop de wethouder al toezegde deze informatie te willen delen)
  6. In het vragenuur vertelde de wethouder dat er een vergunningaanvraag voor het bouwplan loopt, en dat pas daarin bekend wordt hoeveel bomen daarbij gekapt zullen worden. Daarnaast worden er voor een uitrit en inrit mogelijk ook nog meer bomen gekapt.
    1. Hoe heeft het college een integrale afweging kunnen maken over het vaststellen van het intentiedocument als er op dat moment nog niets bekend was over de voorgenomen bomenkap?
    2. Is het college het ermee eens dat inritten en uitritten so wie so geen excuus zijn voor bomenkap?
  7. Is het college ermee bekend dat diverse omwonenden weliswaar deelgenomen hebben aan de genoemde participatiebijeenkomsten, maar zich totaal niet gehoord voelen? Wat is volgens het college de waarde van deze ‘brede bewonersbijeenkomsten’? Wat kan het college betekenen voor omwonenden die zich niet gehoord voelen?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren