Schrif­te­lijke vragen Biomassa is niet duurzaam


Schriftelijke vragen 107/2019

Het fenomeen biomassacentrale staat de laatste tijd flink negatief in het nieuws. Onder meer Nieuwsuur, De Monitor en De Volkskrant publiceerden de afgelopen maand bijdrages die het zeer onduurzame karakter van deze vorm van energie bevestigen. Nieuwsuur (4 april) ging nader in op de hoeveelheden CO2 en fijnstof die vrijkomen bij de verbranding van biomassa. De Monitor (6 mei) toont aan dat Staatsbosbeheer miljoenen per jaar verdient aan de verkoop van hout aan biomassacentrales. In de Volkskrant (7 mei) beweren twee hoogleraren dat zelfs een gascentrale duurzamer zou zijn, omdat bomen een essentiële rol spelen bij het opvangen en vasthouden van CO2. Het beeld dat hierdoor hardnekkig naar voren komt, is dat van greenwashing van biomassa-energie. Door slim te boekhouden en te goochelen met cijfers mogen de biomassacentrales zich een heel stuk duurzamer noemen dan ze daadwerkelijk zijn. Ondertussen zagen we bij de collegebijeenkomst over Rijnenburg (11 april) een grafiek waarin biomassa werd opgevoerd als bron van duurzame energie en dat biomassa in 2025 zo’n 10% vormt van het Utrechtse energiegebruik. Ook mag in Utrecht met de aan Eneco verleende vergunning een tweede biomassa-verbrandingsoven in gebruik worden genomen.

Partij voor de Dieren, Partij voor de Vrijheid en Stadsbelang Utrecht hebben hierover de volgende vragen:

1. Heeft het college kennis genomen van de voorgenoemde recente negatieve aandacht van journalistieke media voor biomassa(centrales) en deelt het college de kritiek? Zo nee, waarom niet?

2. Erkent het college het beeld dat het (bij)stoken van biomassa in centrales de meest klimaatvervuilende energie per kWh (elektriciteit) en GJ (th) oplevert? Zo nee, waarom niet?

3. In hoeverre onderschrijft het college de conclusie van directeur van Natuur en Milieu Marjolein Demmers in Nieuwsuur, dat de CO2-uitstoot door biomassa-bijstook in kolencentrales per kWh. 2,3 maal zoveel is als bij gasstook en dat de uitstoot zelfs 3 keer zoveel is wanneer biomassa wordt verstookt in kleinere biomassacentrales?

4. Onderschrijft het college de opvatting van vele deskundigen (o.a. Tropenbos Int.) dat het gemiddeld 60 tot 100 jaar duurt voor de CO2-uitstoot van houtstook weer in bossen is vastgelegd (los van de bijkomende CO2-uitstoot van het transport, het vrijkomen van CO2 uit de achterblijvende wortels, de luchtverontreiniging, het verlies aan biodiversiteit etc.)? Zo nee, waarom niet?

5. Onderschrijft het college dat de classificatie van het stoken van biomassa als CO2-neutraal slechts een papieren werkelijkheid is, alleen al omdat het transport en de verwerking van biomassa CO2-uitstoot veroorzaakt? Zo nee, waarom niet?

6. In hoeverre past biomassa bij de ambitie van het college dat Utrecht zo snel mogelijk klimaatneutraal is? In hoeverre kan Utrecht überhaupt klimaatneutraal zijn als er zoveel hout verbrand wordt met alle CO2-uitstoot van dien?

7. In het licht van het bovenstaande: hoe wenselijk vindt het college de opening van de tweede biomassa-verbrandingsoven?

8. Is het college bereid om de classificatie van het stoken van biomassa als CO2-neutraal los te laten, de daadwerkelijke CO2-uitstoot van de biomassacentrale bij Lage Weide te erkennen en energie van biomassacentrales voortaan niet meer duurzaam te noemen in cijfers en rapporten met betrekking tot de Utrechtse energietransitie? Zo nee, waarom niet?

9. Welk aandeel en welke hoeveelheid CO2-uitstoot van de biomassacentrale bij Lage Weide is afkomstig van de productie, het transport en de verwerking van biomassa? En wat is de verwachte CO2-uitstoot per aandeel per jaar gedurende de periode dat Eneco subsidie ontvangt?

10. Erkent het college dat we het bestaande (Nederlandse) bomenbestand hard nodig hebben om CO2-uitstoot op te vangen, en dat bomen daarnaast ook gewoon van ecologische waarde zijn? Zo ja, wat gaat het college doen om te zorgen dat Eneco geen bomen kapt in een gebied van 500-600 meter ter hoogte van Brailledreef 2 voor de aanleg van een warmtetransportleiding ten behoeve van de biomassacentrale?

11. Vindt het college het positief dat Eneco het verdienmodel van radicale bomenkap door Staatsbosbeheer steunt (immers, Eneco koopt resthout van Staatsbosbeheer voor verbranding)? Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat het college dan doen zodat Eneco geen houtresten meer aankoopt bij Staatsbosbeheer en vervolgens verbrandt?

12. De gemeente Utrecht heeft géén contract afgesloten met Eneco voor het verbranden van Utrechts snoeiresten of andere biomassa in de biomassawarmtecentrale in Utrecht. Waarom heeft gemeente Utrecht dat niet? En waar blijft het Utrechtse snoeiresten en andere biomassa dan?

13. De snoeiresten en de biomassa afkomstig van andere gemeenten, waarmee Eneco wel een contract heeft, wordt daarentegen wel in Utrecht verbrand, met de daarbij behorende CO2-uitstoot. Utrecht wil zoals gezegd “zo snel mogelijk” klimaatneutraal zijn. Hoe worden de cijfers van de uitstoot van de biomassacentrale van Eneco meegenomen in de uitstoot in de stad Utrecht?

14. Is het de bedoeling om de elektriciteit, die straks opgewekt gaat worden in de centrale op Lage Weide, en die gekwalificeerd gaat worden als klimaatneutraal, volledig mee te rekenen in het zogenaamde klimaatneutraal zijn van Utrecht? Of kan bijvoorbeeld elke andere gemeente, als die zou leveren aan de centrale, zich door die levering ook voor dat deel energieneutraal kunnen noemen?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Henk van Deún, PVV
Cees Bos, SBU

Antwoorddatum: 20 jun. 2019

Schriftelijke vragen 107/2019

Het fenomeen biomassacentrale staat de laatste tijd flink negatief in het nieuws. Onder meer Nieuwsuur, De Monitor en De Volkskrant publiceerden de afgelopen maand bijdrages die het zeer onduurzame karakter van deze vorm van energie bevestigen. Nieuwsuur (4 april) ging nader in op de hoeveelheden CO2 en fijnstof die vrijkomen bij de verbranding van biomassa. De Monitor (6 mei) toont aan dat Staatsbosbeheer miljoenen per jaar verdient aan de verkoop van hout aan biomassacentrales. In de Volkskrant (7 mei) beweren twee hoogleraren dat zelfs een gascentrale duurzamer zou zijn, omdat bomen een essentiële rol spelen bij het opvangen en vasthouden van CO2. Het beeld dat hierdoor hardnekkig naar voren komt, is dat van greenwashing van biomassa-energie. Door slim te boekhouden en te goochelen met cijfers mogen de biomassacentrales zich een heel stuk duurzamer noemen dan ze daadwerkelijk zijn. Ondertussen zagen we bij de collegebijeenkomst over Rijnenburg (11 april) een grafiek waarin biomassa werd opgevoerd als bron van duurzame energie en dat biomassa in 2025 zo’n 10% vormt van het Utrechtse energiegebruik. Ook mag in Utrecht met de aan Eneco verleende vergunning een tweede biomassa-verbrandingsoven in gebruik worden genomen.

Partij voor de Dieren, Partij voor de Vrijheid en Stadsbelang Utrecht hebben hierover de volgende vragen:

1. Heeft het college kennis genomen van de voorgenoemde recente negatieve aandacht van journalistieke media voor biomassa(centrales) en deelt het college de kritiek? Zo nee, waarom niet?

Ja, we hebben kennis genomen van de aandacht rondom biomassa. Zoals we u hebben laten weten (raadsbrief 31 januari 2018) weten we dat het duurzame karakter van biomassa regelmatig ter discussie staat. We volgen deze discussie nauwgezet en bezien of dit leidt tot nieuwe inzichten. We maken daarbij een onderscheid tussen de verschillende typen biomassa die in de berichtgeving over dit onderwerp een rol spelen.

In de raadsbrief van 25 november 2016 hebben we onze inzichten met betrekking tot gecertificeerde houtshreds of -chips uit duurzaam bosbeheer met u gedeeld onder andere door twee onafhankelijke reviews uit te laten voeren. Houtshreds of –chips vormen de biomassa die in de biowarmteinstallatie van Eneco wordt toegepast. In de huidige berichtgeving zien wij geen nieuwe informatie die aanleiding geeft om de conclusies van deze onafhankelijke reviews te herzien.

In deze reviews uit 2016 zijn houtpellets als biomassa niet meegenomen. We weten dat er op dit moment concrete ideeën zijn bij bedrijven om houtpellets ter vervanging van aardgas in te zetten. Daarom hebben we een onafhankelijk expert (CE Delft) een review naar het gebruik van houtpellets uit te voeren. Ook hebben we het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gevraagd om hier kritisch op mee te kijken. Wij informeren u binnenkort hierover met een raadsbrief.

2. Erkent het college het beeld dat het (bij)stoken van biomassa in centrales de meest klimaatvervuilende energie per kWh (elektriciteit) en GJ (th) oplevert? Zo nee, waarom niet?

Wij hebben geen specifiek onderzoek laten doen naar het (bij)stoken van biomassa in centrales en kunnen hierover geen zorgvuldig oordeel vellen. Algemeen geldt voor het toepassen van biomassa dat het vooral belangrijk is om de keten zo duurzaam mogelijk vorm te geven. Certificering door NTA8080 of Better Biomass zijn daarbij de basis.

Met betrekking tot de biowarmteinstallatie van Eneco zien we, na zorgvuldige afweging en met de met Eneco gemaakte afspraken, op korte termijn als meest concrete oplossing om de warmtevoorziening in de stad te verduurzamen, zoals is beschreven in de raadsbrief van 25 november 2016. Zoals eerder aangegeven door Eneco in haar routekaart om tot de verduurzaming van de warmtelevering te komen (raadsbrief van 31 januari 2018) is de zoektocht van Eneco naar de verduurzaming van de stadswarmte breder dan alleen biomassa. Zo is er in principe al besloten over het gebruik van restwarmte bij de rioolwaterzuivering in Overvecht en is onderzoek gestart naar de winning van aardwarmte.

3. In hoeverre onderschrijft het college de conclusie van directeur van Natuur en Milieu Marjolein Demmers in Nieuwsuur, dat de CO2-uitstoot door biomassa-bijstook in kolencentrales per kWh. 2,3 maal zoveel is als bij gasstook en dat de uitstoot zelfs 3 keer zoveel is wanneer biomassa wordt verstookt in kleinere biomassacentrales?

Zie beantwoording vraag 2.

4. Onderschrijft het college de opvatting van vele deskundigen (o.a. Tropenbos Int.) dat het gemiddeld 60 tot 100 jaar duurt voor de CO2-uitstoot van houtstook weer in bossen is vastgelegd (los van de bijkomende CO2-uitstoot van het transport, het vrijkomen van CO2 uit de achterblijvende wortels, de luchtverontreiniging, het verlies aan biodiversiteit etc.)? Zo nee, waarom niet?

Het beoordelen van de inzet van biomassa is complex en afhankelijk van veel factoren, zoals over welke soort biomassa het gaat en de lokale situatie. Het belang van biomassa uit duurzaam beheerd bos is wat ons betreft het uitgangspunt. Wij laten op dit moment een onafhankelijke review opstellen om specifiek te kijken naar de toepassing van houtpellets als biomassa. In de review staat meer achtergrondinformatie over bijvoorbeeld de (mondiale) koolstof balans, biodiversiteit en bodemkwaliteit. Uit deze review zal blijken of het gebruik van houtpellets voor warmteproductie een substantiële CO2-winst oplevert ten opzichte van gebruik aardgas.

5. Onderschrijft het college dat de classificatie van het stoken van biomassa als CO2-neutraal slechts een papieren werkelijkheid is, alleen al omdat het transport en de verwerking van biomassa CO2-uitstoot veroorzaakt? Zo nee, waarom niet?

Nee. We conformeren ons aan (inter)nationale afspraken met betrekking tot de duurzaamheid en CO2 reductie van biomassa en de bijbehorende certificering. In de door NTA 8080 gehanteerde methodiek om de CO2 balans te berekenen zijn alle relevante aspecten uit een bio-energie keten waaronder winning van biomassa, de bodemeffecten in beheerd bos, de voorbehandeling van de biomassa, het transport over de weg, het elektriciteitsverbruik van de biowarmteinstallatie en het chemicaliën verbruik van de rookgasreiniging meegenomen. De NTA8080 norm is samen met NGO’s Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace, WWF en IUCN opgesteld. Biomassa met een NTA 8080 certificering moet minimaal voldoen aan een CO2 reductie van 70% ten opzichte van het opwekken van energie met fossiele brandstoffen zoals aardgas en kolen. We blijven (inter)nationaal ontwikkelingen nauwgezet volgen en onze inzet is gericht op de meeste stringente richtlijnen te volgen om de positieve CO2-effecten van biomassagebruik zeker te stellen.

6. In hoeverre past biomassa bij de ambitie van het college dat Utrecht zo snel mogelijk klimaatneutraal is? In hoeverre kan Utrecht überhaupt klimaatneutraal zijn als er zoveel hout verbrand wordt met alle CO2-uitstoot van dien?

In alle scenario’s die landelijk en wereldwijd worden opgesteld om te komen tot maximaal 2 graden of zelfs 1,5 graden temperatuurverhoging (het Parijs akkoord) is een rol voor biomassa weggelegd om de CO2 emissie te reduceren. We zien biomassa op dit moment als één van de meest concrete oplossingen om de warmtevoorziening in de stad te verduurzamen en van het aardgas af te gaan. We verwachten dat biomassa voor de stad met name een transitiebrandstof is en op langere termijn niet of minder nodig is.

7. In het licht van het bovenstaande: hoe wenselijk vindt het college de opening van de tweede biomassa-verbrandingsoven?

De tweede installatie valt onder dezelfde vergunning. De gehele biowarmteinstallatie maakt onderdeel uit van de aanvullende afspraken die met Eneco zijn gemaakt naar aanleiding van de onafhankelijke reviews die zijn opgesteld. In de raadsbrief (31 januari 2018) hebben we u hierover geïnformeerd en de afspraken worden op dit moment (nu de eerste installatie proefdraait) verder uitgewerkt.

8. Is het college bereid om de classificatie van het stoken van biomassa als CO2-neutraal los te laten, de daadwerkelijke CO2-uitstoot van de biomassacentrale bij Lage Weide te erkennen en energie van biomassacentrales voortaan niet meer duurzaam te noemen in cijfers en rapporten met betrekking tot de Utrechtse energietransitie? Zo nee, waarom niet?

Zie beantwoording vraag 5.

9. Welk aandeel en welke hoeveelheid CO2-uitstoot van de biomassacentrale bij Lage Weide is afkomstig van de productie, het transport en de verwerking van biomassa? En wat is de verwachte CO2-uitstoot per aandeel per jaar gedurende de periode dat Eneco subsidie ontvangt?

Het aandeel van de CO2 uitstoot bij de biowarmteinstallatie is afhankelijk van de mix van biomassa die in de installatie gaat. Bij de behandeling van de biowarmteinstallatie op Lage Weide is dit aan bod gekomen tijdens een raadsinformatie bijeenkomst op 1 december 2016. Via de Eneco website zijn de rapporten die zijn opgesteld met betrekking tot de CO2 balans van de biowarmteinstallatie te vinden met daarin een verdeling van de CO2 uitstoot voor de in vraag 5 genoemde aspecten van de NTA8080 normering. In de raadsbrief 25 november 2016 is een review over deze CO2 balans van de biowarmteinstallatie gemaakt.

10. Erkent het college dat we het bestaande (Nederlandse) bomenbestand hard nodig hebben om CO2-uitstoot op te vangen, en dat bomen daarnaast ook gewoon van ecologische waarde zijn? Zo ja, wat gaat het college doen om te zorgen dat Eneco geen bomen kapt in een gebied van 500-600 meter ter hoogte van Brailledreef 2 voor de aanleg van een warmtetransportleiding ten behoeve van de biomassacentrale?

Ja, wij vinden bomen in de stad belangrijk, daarom hebben wij een bomenbeleid opgesteld. Daarin is het uitgangspunt dat we vinden dat bomen een wezenlijke bijdrage leveren aan de leefkwaliteit van de stad. Dit bomenbeleid is in 2018 aangevuld met het initiatiefvoorstel Herplantplicht.

De aanvraag voor het mogen vellen van 16 bomen aan de Brailledreef 2 is onlangs door de aanvrager ingetrokken. Om de aanvraag te kunnen beoordelen hebben wij aanvullende stukken gevraagd. De aanvrager gaat aan de slag met een verplantingsonderzoek. De inhoud van de (op een later tijdstip opnieuw) in te dienen aanvraag is afhankelijk van de uitkomst van dit verplantingsonderzoek. Voordat wij een beslissing op de nog in te dienen aanvraag nemen wegen wij alle relevante belangen af.

De aanvraag van bomenkap is overigens gericht op het aansluiten van de duurzaam gewonnen warmte uit de Rioolwaterzuiveringsinstallatie op het warmtenet en heeft geen verband met de Biowarmteinstallatie.

11. Vindt het college het positief dat Eneco het verdienmodel van radicale bomenkap door Staatsbosbeheer steunt (immers, Eneco koopt resthout van Staatsbosbeheer voor verbranding)? Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat het college dan doen zodat Eneco geen houtresten meer aankoopt bij Staatsbosbeheer en vervolgens verbrandt?

In de centrale van Eneco kunnen geen bomen worden verbrand. De specificaties van de onderdelen van de biowarmteinstallatie zijn zo dat alleen het type restproduct houtshreds en -chips kan worden gebruikt. Houtshreds en- chips zijn restproducten die uit (duurzaam) bosbeheer voortkomen.

Eneco sluit zelf contracten op de markt af voor de houtshreds- en chips. Daarin spelen we als gemeente geen rol. We hebben wel zoals aangegeven in de raadsbrief van 31 januari 2018 aanvullende afspraken met Eneco gemaakt over de monitoring van de herkomst van de biomassa.

12. De gemeente Utrecht heeft géén contract afgesloten met Eneco voor het verbranden van Utrechts snoeiresten of andere biomassa in de biomassawarmtecentrale in Utrecht. Waarom heeft gemeente Utrecht dat niet? En waar blijft het Utrechtse snoeiresten en andere biomassa dan?

In 2015 is de verwerking van het Utrechtse groenafval aanbesteed. Deze aanbesteding is gewonnen door Groenrecycling Utrecht BV. Hier wordt het gecomposteerd en gebruikt als bodemverbeteraar. Onder dit contract valt zowel het snoeiafval dat vrijkomt bij groenbeheer door de gemeente, als snoeiafval dat via de Afvalscheidingsstations wordt ingezameld via particulieren.

13. De snoeiresten en de biomassa afkomstig van andere gemeenten, waarmee Eneco wel een contract heeft, wordt daarentegen wel in Utrecht verbrand, met de daarbij behorende CO2-uitstoot. Utrecht wil zoals gezegd “zo snel mogelijk” klimaatneutraal zijn. Hoe worden de cijfers van de uitstoot van de biomassacentrale van Eneco meegenomen in de uitstoot in de stad Utrecht?

De stedelijke CO2 cijfers zijn gebaseerd op het totale energieverbruik (van zowel warmte, elektriciteit als gas) van de stad. Het gas- en elektriciteitsverbruik wordt door middel van landelijke emissiefactoren naar een CO2 emissie omgerekend. Die landelijke CO2 emissiefactoren worden jaarlijks door de nationale emissieregistratie vastgesteld. Hoe groener de landelijke energiemix, hoe lager de CO2 emissiefactor is. Voor het stedelijke warmteverbruik (stadswarmte) maken we voor het omrekenen naar een stedelijke CO2 emissie gebruik van de rapportage waarin Eneco over haar rendement van de stadswarmte (de zogenoemde EOR rapportage) verslag legt. Hoe efficiënter de stadswarmte is, hoe lager de CO2 emissie factor wordt. Door het gebruik van biomassa als bron voor de stadswarmte zal de CO2 emissiefactor voor warmte lager worden.

14. Is het de bedoeling om de elektriciteit, die straks opgewekt gaat worden in de centrale op Lage Weide, en die gekwalificeerd gaat worden als klimaatneutraal, volledig mee te rekenen in het zogenaamde klimaatneutraal zijn van Utrecht? Of kan bijvoorbeeld elke andere gemeente, als die zou leveren aan de centrale, zich door die levering ook voor dat deel energieneutraal kunnen noemen?

Met de biowarmteinstallatie van Eneco wordt geen elektriciteit opgewekt. Deze wordt volledig ingezet voor het opwekken van duurzame warmte. Als ambitie in het coalitieakkoord is het 100% verduurzamen van de stadswarmte in 2030 benoemd. De inzet van de biowarmteinstallatie draagt bij aan het realiseren van deze ambitie. Voor de bijdrage van de biowarmteinstallatie aan het klimaatneutraal worden van de stad verwijzen we naar de beantwoording in vraag 13.


Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Henk van Deún, PVV
Cees Bos, SBU