Schrif­te­lijke vragen Toezeg­gingen dieren­mis­han­deling en huiselijk geweld


Op 9 april 2019 ontving de Utrechtse gemeenteraad de Raadsbrief ‘Beantwoording toezeggingen, motie en werkbezoek Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling (LED)’. De Partij voor de Dieren stelde hier per e-mail een aantal verklarende vragen over richting de wethouder, maar hij vroeg ons deze te gieten in de vorm van schriftelijke vragen, dus bij dezen! We herhalen wel ons verzoek om spoedig antwoord te geven op deze vragen, gezien de lange looptijd die normaal gesproken geldt voor de beantwoording van schriftelijke vragen en de vaart die wij zelf in dit dossier willen houden.

De Partij voor de Dieren heeft over de genoemde raadsbrief de volgende vragen:

Er staat in de raadsbrief op pagina 2: “Het LED concludeert ook dat dierenartsen het lastig vinden om signalen van verwaarlozing en huiselijk geweld te herkennen en dat er nog vaak sprake is van handelingsverlegenheid. Hierin valt nog te verbeteren. Dat geldt ook voor de rol van Veilig Thuis; zowel bij het ondersteunen van dierenartsen als bij het versterken van de alertheid van dierenartsen in het herkennen van signaleren van huiselijk geweld.” Eerder hoorden wij van Veilig Thuis zélf dat zij niets doen met signalen van dierenmishandeling in combinatie met huiselijk geweld.

Op vragen 1 tot en met 3, die we per e-mail stelden, hebben we een antwoord gekregen van de betreffende ambtenaar, maar dit gaat NIET over dierenmishandeling in combinatie met huiselijk geweld: “Dierenartsen kunnen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling bellen met Veilig Thuis om hun vragen en zorgen voor te leggen. Veilig Thuis geeft advies, ondersteuning en hulp en indien nodig kan er een melding gedaan worden van huiselijk geweld of kindermishandeling bij Veilig Thuis. Veilig Thuis start op basis van de melding een onderzoek naar het vermoedelijke huiselijk geweld of kindermishandeling.” Heel goed dat signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling worden opgepakt, maar hoe zit dit met signalen van huiselijk geweld en DIERENmishandeling? Daarom herhalen we deze vragen:

1. Ziet Veilig Thuis het als haar taak om dierenartsen te ondersteunen en hun alertheid rond dierenmishandeling en huiselijk geweld te vergroten? Zo nee, is het college het met ons eens dat dit wel zo zou moeten zijn?

2. Uit de brief blijkt niet wat er volgens het college te verbeteren valt aan de rol van Veilig Thuis op dit gebied. Doet Veilig Thuis nu iets met het ondersteunen van dierenartsen bij signalen van dierenmishandeling en huiselijk geweld, en met het vergroten van de alertheid van dierenartsen rond dierenmishandeling en huiselijk geweld? Zo ja, wat? Zo nee, is hier ook sprake van handelingsverlegenheid, het stellen van prioriteiten of iets anders?

3. In het laatste geval: waarom is dit dan zo in de raadsbrief geformuleerd en is het college bereid om Veilig Thuis te bewegen hier wél iets mee te doen? Zo nee, waarom niet?

Onder het kopje MDA++ aanpak staat “Dierenmishandeling in een gezin zegt iets over de aard en de ernst van de aanwezige problematiek en wordt daarom meegenomen als extra aandachtspunt in de MDA ++ aanpak.” We hebben hierover de volgende vraag:

4. Is er sprake van meenemen op dit moment (gebeurt het dus al?) of in de toekomst? Indien in de toekomst: wanneer wordt dit dan meegenomen? En op welke manier(en) wordt dierenmishandeling dan meegenomen als extra aandachtspunt in de MDA++aanpak? Hoe wordt het benoemd/uitgelicht en daadwerkelijk toegepast?

Indien het al landelijk wordt meegenomen of zal worden meegenomen: dat is wat de Partij voor de Dieren wil en precies waar we om gevraagd hebben. Daarom zijn we verbaasd over de volgende passage onder het kopje G4 en lobby: “Na een ambtelijke inventarisatie is gebleken dat er bij de andere G4-steden wel aandacht is voor de relatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling, maar dat er vanwege de extra inzet voortkomend uit het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ geen capaciteit is voor een gezamenlijke aanpak in G4 verband.” De Partij voor de Dieren vroeg echter heel expliciet om een BRIEF die de G4 naar de minister kan sturen om hem te overreden dierenmishandeling ook mee te nemen in de MDA++ aanpak, en dit ook als tekst op te nemen in de MDA++ plannen, meer niet. Eventueel kan dit ook in de vorm van een gesprek met de minister. Zie onze motie 168/2018 (het laatste punt bij ‘overwegende dat’). Wij refereerden hierbij aan de brief[1] die in juni 2017 door onze wethouder Dierenwelzijn en 35 andere portefeuillehouders Dierenwelzijn is gestuurd naar de Tweede Kamer en adviseren om dit op dezelfde manier te doen over dierenmishandeling en huiselijk geweld (maar dan specifiek naar minister De Jonge).

Wat wij dus vragen is een brief naar minister De Jonge van de portefeuillehouders Zorg/Maatschappelijke Ontwikkeling en Dierenwelzijn met het verzoek dierenmishandeling mee te nemen in de MDA++ aanpak en dit ook te documenteren in die aanpak (aangezien er nu niets over in staat). Aangezien steeds meer partijen[2] de correlatie erkennen tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld en ook erkennen dat dit meegenomen moet worden vinden wij het frappant dat het dan niet wordt meegenomen in de MDA++ aanpak.

5. We nemen aan dat er wel tijd is voor het sturen van een brief. Kan het college er alsnog voor zorgen dat die naar de minister wordt gestuurd, volgens de strekking van de door ons ingediende en door het college overgenomen motie 168/2018? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met welke gemeenten gaan het Utrechtse college dit samen doen?

Er staat onder het kopje Vervolg: “Wij zullen met Veilig Thuis Midden Nederland en het LED bespreken op welke wijze hieraan concreet vormgegeven kan worden.”[3]

6. Wanneer en op welke manier zal het college dit met beide partijen bespreken?

7. Wordt de raad op de hoogte gesteld van de vorderingen rond deze gesprekken en de vorderingen op het gebied van aandacht voor en hulp aan dieren bij huiselijk geweld? Zo nee, waarom niet?

8. Is er binnen de gemeente Utrecht óók te weinig tijd om dierenmishandeling aan te pakken in combinatie met huiselijk geweld, zoals jullie aangeven over de andere leden van de G4? Zo ja, graag een toelichting. Zo nee, ook graag een toelichting.

Tot slot: wat wij praktisch zouden vinden is als bij verdere communicatie over dierenmishandeling wordt verwezen naar links met meer informatie over de door jullie genoemde maatregelen en organisaties. Als het college bijvoorbeeld schrijft over de signalenkaart en de helpdesk van de Dierenbescherming, kan er verwezen worden naar www.dierenbescherming.nl/helpdesk-hulpverleners. En bij de meldcode voor dierenmishandeling voor dierenartsen kan er verwezen worden naar www.knmvd.nl/dossier/diergezondheid/meldcode-dierenmishandeling. Op deze manier kunnen betrokkenen direct zien waar het over gaat en hoeven ze niet op internet te zoeken naar deze documenten en webpagina’s. Dit bevordert de snelheid van hulpverlening aan dieren (en mensen) en voor de raad is het ook handig om te zien wat er al is.

9. Is het college bereid deze en andere behulpzame sites op te nemen in verdere communicatie over het onderwerp en ook op de website van de gemeente Utrecht? Zo nee, waarom niet?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren

NB Zie ook onze bijdrage van 20 juni 2018

[1] Zie de bijlage

[2] www.volkskrant.nl/cultuur-media/waar-dieren-worden-mishandeld-kunnen-ook-mensen-gevaar-lopen-en-dus-nemen-we-dierenmishandeling-steeds-serieuzer~bc35017e. Volkskrant, 25 mei 2018

[3] “In beide domeinen wordt het verband tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling onderkend en zijn er processen ingericht voor de informatievoorziening en de melding. Wij constateren dat handelingsverlegenheid, bekendheid met informatie en samenwerking tussen de domeinen nog mogelijkheden bieden tot verbetering. Wij zullen met Veilig Thuis Midden Nederland en het LED bespreken op welke wijze hieraan concreet vormgegeven kan worden.”

Antwoorddatum: 14 jun. 2019

Op 9 april 2019 ontving de Utrechtse gemeenteraad de Raadsbrief ‘Beantwoording toezeggingen, motie en werkbezoek Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling (LED)’. De Partij voor de Dieren stelde hier per e-mail een aantal verklarende vragen over richting de wethouder, maar hij vroeg ons deze te gieten in de vorm van schriftelijke vragen, dus bij dezen! We herhalen wel ons verzoek om spoedig antwoord te geven op deze vragen, gezien de lange looptijd die normaal gesproken geldt voor de beantwoording van schriftelijke vragen en de vaart die wij zelf in dit dossier willen houden.

De Partij voor de Dieren heeft over de genoemde raadsbrief de volgende vragen:

Er staat in de raadsbrief op pagina 2: “Het LED concludeert ook dat dierenartsen het lastig vinden om signalen van verwaarlozing en huiselijk geweld te herkennen en dat er nog vaak sprake is van handelingsverlegenheid. Hierin valt nog te verbeteren. Dat geldt ook voor de rol van Veilig Thuis; zowel bij het ondersteunen van dierenartsen als bij het versterken van de alertheid van dierenartsen in het herkennen van signaleren van huiselijk geweld.” Eerder hoorden wij van Veilig Thuis zélf dat zij niets doen met signalen van dierenmishandeling in combinatie met huiselijk geweld.

Op vragen 1 tot en met 3, die we per e-mail stelden, hebben we een antwoord gekregen van de betreffende ambtenaar, maar dit gaat NIET over dierenmishandeling in combinatie met huiselijk geweld: “Dierenartsen kunnen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling bellen met Veilig Thuis om hun vragen en zorgen voor te leggen. Veilig Thuis geeft advies, ondersteuning en hulp en indien nodig kan er een melding gedaan worden van huiselijk geweld of kindermishandeling bij Veilig Thuis. Veilig Thuis start op basis van de melding een onderzoek naar het vermoedelijke huiselijk geweld of kindermishandeling.” Heel goed dat signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling worden opgepakt, maar hoe zit dit met signalen van huiselijk geweld en DIERENmishandeling? Daarom herhalen we deze vragen:

1. Ziet Veilig Thuis het als haar taak om dierenartsen te ondersteunen en hun alertheid rond dierenmishandeling en huiselijk geweld te vergroten? Zo nee, is het college het met ons eens dat dit wel zo zou moeten zijn?

Nee. Dit valt niet onder de primaire taak van Veilig Thuis; de ondersteuning van dierenartsen en vergroting van hun kennis rond dierenmishandeling en de correlatie met huiselijk geweld wordt op andere wijze geborgd. Het ondersteunen van dierenartsen bij het vroegtijdig herkennen van dierenmishandeling en vermoedens van huiselijk geweld is namelijk de taak van het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling (LED). En het LED werkt weer samen met Veilig Thuis en adviseert dierenartsen om contact op te nemen met Veilig Thuis als zij zich zorgen maken over de veiligheid van kinderen of volwassenen in huiselijke kring. Veilig Thuis ondersteunt de dierenarts met advies, overleg en bij een eventuele melding.

2. Uit de brief blijkt niet wat er volgens het college te verbeteren valt aan de rol van Veilig Thuis op dit gebied. Doet Veilig Thuis nu iets met het ondersteunen van dierenartsen bij signalen van dierenmishandeling en huiselijk geweld, en met het vergroten van de alertheid van dierenartsen rond dierenmishandeling en huiselijk geweld? Zo ja, wat? Zo nee, is hier ook sprake van handelingsverlegenheid, het stellen van prioriteiten of iets anders?

Zie ook antwoord vraag 1. In de raadsbrief wordt aangegeven dat zowel Veilig Thuis als het LED nog mogelijkheden zien tot verbetering en zij nemen zelf het initiatief om dit gezamenlijk op te pakken. Onder andere door in kaart te brengen welke behoefte er bij dierenartsen leeft wanneer zij contact opnemen met Veilig Thuis voor advies.

3. In het laatste geval: waarom is dit dan zo in de raadsbrief geformuleerd en is het college bereid om Veilig Thuis te bewegen hier wél iets mee te doen? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord 2.

Onder het kopje MDA++ aanpak staat “Dierenmishandeling in een gezin zegt iets over de aard en de ernst van de aanwezige problematiek en wordt daarom meegenomen als extra aandachtspunt in de MDA ++ aanpak.” We hebben hierover de volgende vraag:

4. Is er sprake van meenemen op dit moment (gebeurt het dus al?) of in de toekomst? Indien in de toekomst: wanneer wordt dit dan meegenomen? En op welke manier(en) wordt dierenmishandeling dan meegenomen als extra aandachtspunt in de MDA++aanpak? Hoe wordt het benoemd/uitgelicht en daadwerkelijk toegepast?

De MDA ++ aanpak is een casuïstiek overleg voor zeer complexe en vaak langdurige problematiek op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling waar de reguliere hulpverlening niet toereikend is. In de casussen waar ook sprake is van dierenmishandeling wordt er altijd een melding gedaan bij het meldpunt dierenmishandeling. Omdat de aanwezigheid van dierenmishandeling ook iets zegt over de aard en ernst van de problematiek in het huishouden is het belangrijk dat dit meegenomen wordt in het plan van aanpak dat voortkomt uit het MDA casuïstiek overleg. Het gaat hier altijd om maatwerk.

De aanpak van de dierenmishandeling zelf is geen onderdeel van de MDA ++ aanpak. We bieden middels het contract met de Dierenbescherming ondersteuning aan sociaal hulpverleners en huisartsen bij een vermoeden van dierenmishandeling. De Dierenbescherming heeft hiervoor een ‘Signalenkaart’ ontwikkeld om deze hulverleners alert te maken op signalen van dierenverwaarlozing en dierenmishandeling. Tevens wordt er via de Signalenkaart een handelingsperspectief geboden. Sociale hulpverleners kunnen daarnaast de landelijke Helpdesk Hulpverleners die de Dierenbescherming heeft opgericht, benaderen voor advies. Als de situatie daarom vraagt, adviseert de Dierenbescherming over een integrale aanpak, in nauwe samenwerking met de sociale hulpverlening. Voor de afhandeling van melding bij het meldpunt dierenmishandeling zijn de dierenpolitie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) verantwoordelijk.

Indien het al landelijk wordt meegenomen of zal worden meegenomen: dat is wat de Partij voor de Dieren wil en precies waar we om gevraagd hebben. Daarom zijn we verbaasd over de volgende passage onder het kopje G4 en lobby: “Na een ambtelijke inventarisatie is gebleken dat er bij de andere G4-steden wel aandacht is voor de relatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling, maar dat er vanwege de extra inzet voortkomend uit het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ geen capaciteit is voor een gezamenlijke aanpak in G4 verband.” De Partij voor de Dieren vroeg echter heel expliciet om een BRIEF die de G4 naar de minister kan sturen om hem te overreden dierenmishandeling ook mee te nemen in de MDA++ aanpak, en dit ook als tekst op te nemen in de MDA++ plannen, meer niet. Eventueel kan dit ook in de vorm van een gesprek met de minister. Zie onze motie 168/2018 (het laatste punt bij ‘overwegende dat’). Wij refereerden hierbij aan de brief[1] die in juni 2017 door onze wethouder Dierenwelzijn en 35 andere portefeuillehouders Dierenwelzijn is gestuurd naar de Tweede Kamer en adviseren om dit op dezelfde manier te doen over dierenmishandeling en huiselijk geweld (maar dan specifiek naar minister De Jonge).

Wat wij dus vragen is een brief naar minister De Jonge van de portefeuillehouders Zorg/Maatschappelijke Ontwikkeling en Dierenwelzijn met het verzoek dierenmishandeling mee te nemen in de MDA++ aanpak en dit ook te documenteren in die aanpak (aangezien er nu niets over in staat). Aangezien steeds meer partijen[2] de correlatie erkennen tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld en ook erkennen dat dit meegenomen moet worden vinden wij het frappant dat het dan niet wordt meegenomen in de MDA++ aanpak.

5. We nemen aan dat er wel tijd is voor het sturen van een brief. Kan het college er alsnog voor zorgen dat die naar de minister wordt gestuurd, volgens de strekking van de door ons ingediende en door het college overgenomen motie 168/2018? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met welke gemeenten gaan het Utrechtse college dit samen doen?

Wij erkennen ook dat er een correlatie is tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling en de aanwezigheid van dierenmishandeling wordt al meegenomen in de MDA++ aanpak. Wij zien daarom ook geen meerwaarde om een brief naar de minister te sturen om hem te overreden dierenmishandeling ook mee te nemen in de MDA++ aanpak, en dit ook als tekst op te nemen in de MDA++ plannen. Zie verder antwoord 1.

Er staat onder het kopje Vervolg: “Wij zullen met Veilig Thuis Midden Nederland en het LED bespreken op welke wijze hieraan concreet vormgegeven kan worden.”[3]

6. Wanneer en op welke manier zal het college dit met beide partijen bespreken?

Zoals in antwoord 2 is aangegeven nemen de partijen zelf initiatief. In de kwartaalgesprekken van de gemeente Utrecht met Veilig Thuis wordt de voortgang besproken en gemonitord.

7. Wordt de raad op de hoogte gesteld van de vorderingen rond deze gesprekken en de vorderingen op het gebied van aandacht voor en hulp aan dieren bij huiselijk geweld? Zo nee, waarom niet?

Voor zover relevant nemen we dit mee in de reguliere voortgangsrapportages.

8. Is er binnen de gemeente Utrecht óók te weinig tijd om dierenmishandeling aan te pakken in combinatie met huiselijk geweld, zoals jullie aangeven over de andere leden van de G4? Zo ja, graag een toelichting. Zo nee, ook graag een toelichting.

Bij de andere G4 steden is er, net als in Utrecht, aandacht voor de relatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling. Ook bij de gemeente Utrecht zijn de middelen beperkt waardoor, naast wat er al ingezet word, er geen extra capaciteit is voor een dergelijke gezamenlijke aanpak in G4-verband. We streven er naar de middelen zo goed en efficiënt mogelijk in te zetten. Het feit dat het LED en Veilig Thuis onderzoeken waar ze elkaar kunnen versterken, moedigen wij dan ook aan.

Tot slot: wat wij praktisch zouden vinden is als bij verdere communicatie over dierenmishandeling wordt verwezen naar links met meer informatie over de door jullie genoemde maatregelen en organisaties. Als het college bijvoorbeeld schrijft over de signalenkaart en de helpdesk van de Dierenbescherming, kan er verwezen worden naar www.dierenbescherming.nl/helpdesk-hulpverleners. En bij de meldcode voor dierenmishandeling voor dierenartsen kan er verwezen worden naar www.knmvd.nl/dossier/diergezondheid/meldcode-dierenmishandeling. Op deze manier kunnen betrokkenen direct zien waar het over gaat en hoeven ze niet op internet te zoeken naar deze documenten en webpagina’s. Dit bevordert de snelheid van hulpverlening aan dieren (en mensen) en voor de raad is het ook handig om te zien wat er al is.

9. Is het college bereid deze en andere behulpzame sites op te nemen in verdere communicatie over het onderwerp en ook op de website van de gemeente Utrecht? Zo nee, waarom niet?

Ja, wij zijn daartoe bereid.

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren

NB Zie ook onze bijdrage van 20 juni 2018

[1] Zie de bijlage

[2] www.volkskrant.nl/cultuur-media/waar-dieren-worden-mishandeld-kunnen-ook-mensen-gevaar-lopen-en-dus-nemen-we-dierenmishandeling-steeds-serieuzer~bc35017e. Volkskrant, 25 mei 2018

[3] “In beide domeinen wordt het verband tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling onderkend en zijn er processen ingericht voor de informatievoorziening en de melding. Wij constateren dat handelingsverlegenheid, bekendheid met informatie en samenwerking tussen de domeinen nog mogelijkheden bieden tot verbetering. Wij zullen met Veilig Thuis Midden Nederland en het LED bespreken op welke wijze hieraan concreet vormgegeven kan worden.”